Waar gaat jouw geld allemaal aan op? Heb jij een gat in je hand? Of ben je juist een spaarder? Heb jij een bijbaantje of heb je die extra inkomsten niet nodig?

Doe mee aan het Scholierenonderzoek van het Nibud en steun zo kinderen in arme landen!

Info over dit verslag

Geschreven door:

Marit [meer]

Niveau:

4VWO

Kwaliteit:

Waardering:

Taal:

Nederlands

Woorden:

1772

Opvragingen:

53

Hulpmiddeltjes

Openen in tekstverwerker Openen in tekstverwerker

Printen Printen

Emailen Emailen

Waardering

Gemiddelde waardering: 4 uit 5 (107 stemmen)

Heb je er iets aan gehad? Geef zelf je waardering:
Erg goed bruikbaar
Goed bruikbaar
Bruikbaar
Een beetje bruikbaar
Niks aan gehad

Titels van Roald Dahl

Laatst gewijzigd op 10 januari 2002

Zakelijke gegevens:
Titel: Danny, the Champion of the World
Schrijver: Roald Dahl
Uitgever: Heinemann Eduacational Books, Londen
1ste druk: 1975
Gelezen druk: Een boek uit ‘The New Windmill Series’ van 1978.

Samenvatting van de inhoud van het boek:
Danny is een jongen van negen jaar oud. Hij woont samen met zijn vader in een stacaravan. Zijn moeder is overleden toen Danny vier maanden oud was. Bij de stacaravan is een benzinepomp en een autogarage. Danny’s vader repareert auto’s en Danny wil graag in zijn voetsporen treden.
Als Danny zeven jaar oud is, moet hij naar school van zijn vader. Danny is hier helemaal niet blij mee want hij wil graag auto’s repareren net als zijn vader.
Op zijn negende verjaardag krijgt Danny van zijn vader een zelfgemaakte auto. De auto is opgebouwd uit oude zeepkisten. Danny vindt dit de opwindendste verjaardag ooit.
Vroeger ging Danny’s vader altijd fazanten stropen in het Hazel’s bos. Dit heeft hij van zijn eigen vader geleerd. Na de geboorte van Danny, beloofde hij aan zijn vrouw niet meer te stropen. Maar nu kriebelde het gevoel weer bij Danny’s vader. Op een nacht vindt Danny zijn vader niet terug in zijn bed. Later blijkt dat Danny’s vader weer fazanten stropen was in het Hazel’s bos. Danny wil ook fazanten stropen en dit van zijn vader leren.
Meneer Hazel komt langs bij de benzinepomp en is heel onaardig tegenover Danny. Danny’s vader weigert hem daarom te helpen. Meneer Hazel is kwaad en stuurt alle soorten inspectoren op het bedrijf af. Maar jammer genoeg voor meneer Hazel is alles goed met het pompstation.
Danny’s vader gaat op een avond fazanten stropen. Als hij meer dan vier uur te laat gaat Danny hem zoeken. Hij pakt de auto die in de garage op dat moment staat en gaat naar het Hazel’s bos. Danny’s vader is in een valkuil gevallen en Danny haalt hem met een touw eruit.
Volgende dag komt dokter Bok langs om naar de enkel van Danny’s vader te kijken, deze heeft hij namelijk verzwikt. Dokter Bok vindt het beter als hij even naar het ziekenhuis gaat. Danny kan zolang bij Dokter Bok blijven wonen.
Danny’s vader is nog steeds heel erg kwaad op meneer Hazel. Hij wil alle fazanten van meneer Hazel (± 200) stropen voor het jaarlijkse festijn van meneer Hazel. Hij moet alleen een manier verzinnen hoe hij dat moet doen. Danny heeft een idee, 200 rozijnen vullen met slaappillen. Die slaappillen heeft Danny’s vader van Dokter Bok gehad. Danny’s vader vindt het een goed idee.
Danny wordt in de klas geslagen als hij met een ander jongetje praat. Danny’s vader is erg kwaad op de leerkracht en kan zowat zijn woede niet beheersen.
Vrijdag gaat Danny met zijn vader voor het eerst stropen. Ze gaan proberen alle 200 fazanten te stropen. Ze gooien de rozijnen naar de fazanten toe en wachten tot het donker is. De jachtopziener komt naar hen toe en vraagt ze hier weg te gaan. Danny’s vader is dit natuurlijk niet van plan en ze gaan ergens anders zitten. Ze wachten door tot de jachtopzieners naar huis gaan om te eten. Nadat de jachtopzieners weg gaan, vallen alle fazanten slapend uit de bomen. Danny en zijn vader halen een record, want ze hebben in totaal 120 fazanten gestroopt. Danny’s vader noemt Danny, ‘de Wereldkampioen’. Danny’s vader heeft een taxi besteld en de chauffeur is een goede vriend van Danny’s vader. Ze brengen alle fazanten naar de vrouw van de dominee, mevrouw Klopsteen. Zij bezorgt altijd alle fazanten. Het laatste stuk lopen ze naar huis.
Thuis aangekomen wil Danny’s vader een diepvries bouwen om de fazanten in te bewaren en een oven om de fazanten in te bakken. Later zal Danny’s vader alle fazanten verdelen over zijn vrienden.
Mevrouw Klopsteen brengt de volgende dag alle fazanten in een kinderwagen met haar eigen baby erboven op naar Danny toe. Bij het pompstation aangekomen vliegen alle fazanten weg, maar ze zijn nog te slaperig dus dalen ze snel weer op de grond. Op dat moment komt meneer Hazel naar het pompstation. Hij heeft de politie ook gebeld. Met zijn alle komen ze tot een compromis. Ze jagen de fazanten in de richting van het Hazel’s bos. Maar ze gaan i.p.v naar het Hazel’s bos allemaal op de auto van meneer Hazel zitten. Meneer Hazel reed daarom keihard met zijn auto weg. De fazanten vlogen allemaal de lucht in. De slaappillen zijn uitgewerkt, dus ze blijven vliegen. Nu zijn de fazanten weer vrij zoals Danny dat wilde.

Ervaringsverslag gericht op personages:
De hoofdpersoon is Daantje. Het is een jongetje van negen jaar oud. Hij is erg nieuwsgierig.
Hij is anders dan andere kinderen, want hij wil niet naar school gaan maar net als zijn vader automonteur worden.
Daantje’s vader is een hele aardige man, die goed als alleenstaande vader kan zorgen voor Daantje. Hij is door zijn vader opgegroeid als een fazantenstroper. De zin om weer fazanten te stropen is voor hem bijna onverdraaglijk.

Kwam de hoofdpersoon levensecht over?
Het verhaal is fictie. Het verhaal is heel onrealistisch. Maar de hoofdpersoon komt wel levensecht over.
Voorbeeld: Daantje wil niet graag naar school, dat is voor de meeste kinderen van die leeftijd zo. Dan willen ze nog graag spelen en niet leren.

Kon je je goed inleven in de hoofdpersoon of juist niet?
Nee, ik kon me niet zo goed inleven in de hoofdpersoon. Dat komt ook omdat het een fictieverhaal is. Daantje is ook een stuk jonger dan ik. Hij maakt daarom andere dingen mee en heeft andere interesses dan ik. Fazanten stropen komt helemaal niet voor in de omgeving waar ik woon. Als je wel wat meer afweet van de wereld van het stropen, kan je je beter inleven in Daantje.

Herkende je bepaalde eigenschappen van de hoofdpersoon in jezelf?
Ja, Daantje is een jongen die graag alles tegelijk wil doen en zo snel mogelijk. Dat wil ik ook graag. Hij wil zo snel mogelijk voor het eerst bijvoorbeeld fazanten stropen en deze avond moet alles perfect gaan.

Herkende je enkele personen in je eigen leefwereld?
Nee, het verhaal speelt zich niet in deze tijd af. De personen handelen daarom ook anders en waren niet herkenbaar voor mij. Wel is de manier waarop Daantje’s vader met Daantje omgaat, herkenbaar voor mij. De manier van liefde aan andere geven zal altijd hetzelfde blijven voor iedereen.

Ben je door het gedrag van de hoofdpersoon beïnvloed?
Nee, dit heeft denk ik te maken met het feit dat Daantje en ik niet dezelfde leeftijd hebben. Ook leefde Daantje in een andere tijd dan ik. Het beïnvloedt me dan daarom ook niet. Het gedrag van de hoofdpersoon beïnvloed je meestal, als deze persoon ouder is dan jij.

Welke eigenschappen van de hoofdpersoon waardeerde je positief en welke negatief?
De positieve eigenschappen van Daantje waren zijn doorzettingsvermogen, de strijd om te winnen. Ik vind dit positieve kanten.
De negatieve kanten van Daantje waren er eigenlijk niet. Daantje wordt in het verhaal voorgesteld als een heel ideaal jongetje. De schrijver vertelt ook niet zo veel over persoonlijke eigenschappen.

Zou je de hoofdpersoon anders laten handelen als jij de auteur was geweest?
Nee, ik zou de hoofdpersoon niet zozeer anders laten handelen, maar ik zou de gebeurtenissen die in het verhaal voorkomen spannender en enger maken. Het verhaal zou hierdoor veel meer sfeer krijgen. Het verhaal is denk ik niet te spannend gemaakt, omdat het een gezinsverhaal is. Het verhaal kan nu nog voorgelezen worden voor kleine kinderen.

Verwerkingsopdracht:
In deze verwerkingsopdracht moet je een gedeelte van het verhaal herschrijven in een ander vertelperspectief. Het verhaal is geschreven in een ik- perspectief. Het verhaal moet herschreven worden in een hij/zij- perspectief.
Ik herschrijf hoofdstuk 16. Vooraf hebben Daantje en zijn vader alle fazanten gevoerd met rozijnen. Deze rozijnen hebben ze gevuld met een slaapmiddel. Zo gaan de fazanten allemaal slapen in de bomen en zullen dan slapend uit de bomen vallen. Ze willen alle fazanten van meneer Hazel stropen, zodat ze niet voor de lol worden afgeschoten tijdens het feest van meneer Hazel. Ze wachten nu in het donker op het moment dat de jachtopzieners naar huis gaan om te gaan slapen.

At that moment there came a soft thump from the wood behind them.
“What was that?” Danny asked.
“Ssshh!”
They stood listening.
Thump!
“There’s another!” Danny said.
It was a deep muffled sound as though a bag of sand has been dropped to the ground.
Thump!
“They’re pheasants!” he cried.
“Wait!”
“They must be pheasants!” said Danny to his father.
Thump! Thump!
Danny may be right.
They switched on our torches and ran towards the sounds.
“Where were they?” asked Danny’s father.
“Over here! Two of them were over here!” said Danny to his father.
Danny thought they were this way. “Keep looking! They can’t be far!” said he.
They searched for about a minute.
“Here’s one!” called Danny’s father.
When Danny got to him he was holding a magnificent cock bird in both hands. They examined it closely with their torches.
“It’s doped to high heaven,” said Danny’s father. “It won’t wake up for a week.”
Thump!
“There’s another!” cried Danny.
Thump! Thump!
“Two more!” yelled Danny’s father
Thump!
Thump! Thump! Thump!
“Jeepers!” he said.
Thump! Thump! Thump! Thump!
Thump! Thump!
All around them the pheasants were starting to rain down out of the trees. The began rushing round madly in the dark, sweeping the ground with their torches.
Thump! Thump! Thump!
This lot fell almost on top of Danny. He was right under the tree as they came down and he found all three of them immediately- two cocks and a hen. They were limp and warm, the feathers wonderfully soft in the hand.
Danny called out to his father: “where shall I put them?”
“Lay them here,” said Danny’s father. Danny must just pile them up there where it’s light!
Danny’s father was standing on the edge of the clearing with the moonlight streaming down all over him and a great bunch of pheasants in each hand. His face was bright, his eyes big and bright and wonderful, and he was staring around him like a child who has just discovered that the whole world is made of chocolate.
Thump!
Thump! Thump!
“It’s too many!” said Danny.
“It’s beautiful!” cried he. He dumped the birds he was carrying and ran off to look for more.
Thump! Thump! Thump! Thump!
Thump!
It was easy to find them now. They were one or two lying under every tree. Danny quickly collected six more, three in each hand, an ran back and dumped them with the others. Then six more. Then six more after that.
And still they kept falling.
Danny’s father was in a whirl of excitement now, dashing about like a mad ghost under the threes. Danny could see the beam of his torch waving round in the dark, and every time he found a bird he gave a little yelp of triumph.
Thump! Thump! Thump!

Dit is het einde van het herschreven gedeelte. Danny en zijn vader gaan nu de fazanten nog tellen en komen uit op 120 fazanten. De fazanten komen uiteindelijk allemaal in de vrije natuur terecht.

Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.

Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.