Info over dit verslag
Geschreven door: | |
Niveau: | 5HAVO |
Kwaliteit: | ![]() ![]() ![]() |
Waardering: | ![]() ![]() ![]() |
Taal: | Nederlands |
Woorden: | 2314 |
Opvragingen: | 4 |
Hulpmiddeltjes
Waardering
Gemiddelde waardering: 3 uit 5 (17 stemmen)
Titels van Maarten 't Hart
De aansprekers (9) 1979 De droomkoningin (9) 1980 De Jacobsladder (11) 1986 De kroongetuige (86) 1983 De nakomer (6) 1996 De ortolaan (8) 1984 De scheltopusik (1) 2003 De steile helling (1) 1988 De versnijdenis (1) 1982 De vlieger (12) 1998 De zonnewijzer (27) 2002 Een vlucht regenwulpen (23) 1978 Het longvolume (1) 1982 Het psalmenoproer (3) 2006 Het uur tussen hond en wolf (6) 1987 Het vrome volk (3) 1974 Het woeden der gehele wereld (20) 1993 Ik had een wapenbroeder (6) 1973 Laatste zomernacht (10) 1977 Laatste zomernacht & De kroongetuige (1) 1983 Lotte Weeda (7) 2004 Mammoet op zondag (1) 1977 Stenen voor een ransuil (6) 1971 Verzamelde verhalen (1) 1992
Laatst gewijzigd op 9 januari 2002
1. A/B
hoofdpersoon,
Personen Metten Anker: hij weet niet wat hij moet. Hij kan slecht met vrouwen opschieten. Hij houdt van klassieke muziek. Hij is zoon van een bakker en heeft musicologie gestudeerd. Hij schrijft stukjes in de krant over muziekstukken. Muziekkritieken. Hij is van middelbare leeftijd.
Onderlinge relaties
Renske: langslaper, zij is het tegengestelde van Metten en ze speelt viool.
Angela: de vrouw waarmee Metten vreemd gaat. Zij is de vrouw waarvan Metten regelmatig droomt. Ze is mooi, met koperen krullen. Ze is lang en slank. Ze heeft gevoel voor humor en vindt hem leuk omdat hij boert, zweet en scheet in gezelschap.
2. A
het huwelijksprobleem in dit verhaal is dat Metten een vroege vogel is en Renske absoluut niet. Dat geeft spanningen. Renske is ook erg druk met haar werk. Ze is violiste. Als ze een optreden heeft gehad, is ze vaak moe. Erg moe. Ze slaapt veel en lang, terwijl Metten om vijf uur opstaat. Renske is er dus niet altijd voor Metten als hij haar nodig heeft. Hij gaat verlangen naar hoe het is met een ander. Ze hebben samen geen kinderen. Dat willen ze niet. Renske niet, omdat ze dan niet meer kan werken en viool kan spelen en Metten niet, vanwege Renske. Hun relatie loopt langs elkaar, maar toch ook niet. Overdag en ‘s avonds met het eten zien ze elkaar. Ze zijn erg verschilend. Dat zou geen probleem hoeven zijn als ze elkaar zouden aanvullen, maar dat is niet het geval. Ze gaan een beetje hun eigen weg. Metten houdt wel erg veel van Renske en andersom ook. Hij heeft zichzelf beloofd dat hij Renske nooit in de steek zal laten. Het probleem is niet zo negatief. Het is eerder iets wat je bespreekt en er de volgende keer aan denkt, als je de fout weer aan ziet komen.
B
het probleem is uiteindelijk opgelost, nadat hij met Angela naar bed is geweest. Het was voor de ervaring, om alle spanningen kwijt te raken en om te beseffen hoeveel Renske daadwerkelijk voor hem betekent.
3. Het probleem werd niet besproken. Ze hadden vanaf het moment dat ze trouwden als van elkaar geaccepteerd dat ze verschillend waren en het zo zijn gang maar lieten gaan. Het boek begon op het moment dat Metten bij Angela de deur uit liep. Daarna is hij gaan nadenken over alle vrouwen in zijn leven. Het verhaal van Renske komt daarna. Hoe zij was en hoe ze leefde, hoe ze elkaar ontmoet hadden en haar ouders werden ook besproken. Hoe hij haar bekeek vanuit zijn standpunt in de situatie. Ze hadden wel contact met elkaar die dag dat alles gebeurde.
Blz. 208 t/m 210
Ik keek naar binnen, besefte dat ik nog nooit op dat tijdstip in mijn eigen huis naar binnen had gekeken. Ik zag rode plekken licht op de vleugel. Vanwege de zon door de glas-in-lood ramen, wist ik. Ik zag de stille meubels en het stof dat zich in banen zonlicht behaaglijk wentelde. Voorzichtig opende ik de voordeur, sloop de hal binnen over het wit- blauwe marmer, liep telkens even stilstaand en met opgeheven hoofd luisterend, de trap op. Zo langzaam mogelijk opende ik, boven gekomen, de deur van onze slaapkamer. Daar warend e gevoerde, dikke gordijnen wel gesloten, zodat het nog nacht leek. Bovendien lagen de ramen op het noorden. Ik sloot de deur achter mij; hij piepte even. Het was plotseling zo donker dat ik enkele ogenblikken niets kon zien. Wel hoorde ik de rustige ademhaling van iemand die slaapt, hoorde haar toen overeind komen, hoorde ook een torenklok dichtbij eenmaal slaan en ze vroeg: ’ hoe laat is het?’
‘Een uur,’ zei ik prompt, nog voordat ik besefte dat ik loog.
‘Wat ben je dan laat, al een uur. Goddank dat je er bent, ik heb zo eng gedroomd.’
‘Wat droomde je dan?’
‘Ik droomde dat je ’s nachts langs de straat liep met een meisje dat ik niet kende en aan wie je vertelde, wat je mij ook verteld hebt: dat Zeus hield van prinses Calisto en dat toen Hera, zijn vrouw, die prinses in een berin veranderde en aan de hemel plaatste, en toen zoende je haar opeens en ik liep achter jullie en ik kon jullie niet inhalen, hoe hart ik ook rende, en ik voelde me zo verschrikkelijk buitengesloten, ik riep en ik riep maar jullie luisterden helemaal niet, jullie luisterden helemaal niet, je keek niet een keer om.’ Ze begon opeens onbedaarlijk te snikken.
‘Nou, nou,’ zei ik,’ wat is dat nu? Het is toch maar een droom?’
‘Ja, weet ik wel,’ huilde ze,’ weet ik wel, maar ik voelde me helemaal buitengesloten, en gisteravond vond ik het al zo vreemd dat je weg was, ik ben het helemaal niet van je gewend dat je weggaat en lang wegblijft, je zit altijd op je kamer omdat er wel ergens in Europa een stuk muziek voor de radio wordt uitgezonden dat je nog niet kent, of anders beschik je nog wel over een gedichtenbundel die je nog niet gelezen hebt. Ik liep achter jullie en ik voelde me zo alleen, er was niemand meer op de wereld die van me hield of me zelfs maar aardig vond, het was verschrikkelijk. O, Metten, ik zou nog lieven willen dat je dood was dan dat je me in de steek zou laten voor een ander, dat zou ik niet kunnen verdragen.’
‘Renske, lief, je hebt gedroomd, laat je toch niet zo van streek maken door een droom. ‘
‘Ja, maar het leek net echt, het was een grote vrouw, met goudblond krullend haar, zo een waar jij altijd al van hebt gezegd dat je ze leuk vindt, en jullie zoenden elkaar alsof jullie straalverliefd op elkaar warenen ik liep erachter en was helemaal buitengesloten.’ Luisterend naar haar gesnik,
was het opeens alsof ik mijn zusje hoorde huilen, vlak na haar geboorte. Omwille van dat geluid had ik de kuit van een andere vrouw ontzien. Ik ging naast Renske op de dekens liggen, streelde haar haar, stond weer op en vulde een glas water bij de wastafel. Terwijl ze het water opdronk, zei ze, tussen twee teugen door die ze naar binnen slokte alsof ze haar zuchtten wilde verdrinken:’ het was gelukkig maar een droom, het was gelukkig maar een droom,’ en op dat moment dacht ik verschrikt: ik heb die cassette met Haydn-trio’s bij har laten staan. Ook stom.
Die gedachte verontrustte me; ik hield op met Renske te strelen. Dadelijk werd haar gesnik luider en ik dacht: als het al nauwelijks te verwerken is nu het, voor zover zij weet, alleen nog maar in haar droom is gebeurd en, in die droom, alleen nog maar een kus betreft, hoeveel erger zou het dan wel niet voor haar zijn, als ze wist dat het echt gebeurd is. Ik streelde haar weer om het geluidsvolume van haar gesnik, dat mij begon te ergeren, te verminderen. Het hielp onmiddellijk. Ze dronk nogmaals een glas water, zuchtte toen: ’ gelukkig dat er tenminste een iemand op de wereld is die ik heel goed ken en die ik volledig vertrouwen kan, een iemand van wie ik alles weet en die ook alles van mij weet, een die me nooit, wat er ook zal gebeuren, in de steek zal laten. Dat heb je tegen me gezegd, hè Metten, toen we met elkaar naar bed waren geweest. Dat heb je toch tegen me gezegd, hé?’
‘Ja, dat heb ik je gezegd.’
Ik heb dit stuk gekozen, omdat het probleem hier naar voren komt van beide. Renske weet wat er is gebeurd, ook al beseft ze dat niet. Ze weet wat er aan zit te komen.
4. Het stuk onderaan op bladzijde 189 tot eind bladzijde 191 was anders geweest als ze over hun problemen gepraat hadden. Op dit moment in het boek wil Metten naar huis, omdat Renske anders ongerust zou worden. Hij ging uiteindelijk niet.
‘Wat is er?’ Vroeg ik. ‘Wil je niet dat ik weg ga?’
In dit stuk wil Metten weg, maar toch eigenlijk ook niet. Angela wil ook niet dat hij weg gaat en door bokkig te zijn blijft hij. Hij vraagt wat er aan de hand is. Zij antwoord met niets. Ze doet ruw zijn shawl om. Dat vindt Metten niet zo leuk. Hij pakt haar hand vast. Angela wil loskomen. Hier begint een klein gevecht. Angela probeert zich los te treken. Metten merkt dat ze erg sterk is voor een vrouw en krijgt een geheim verlangen naar haar. Als laatste poging haar rustig te krijgen kust hij haar. Eindelijk, eindelijk. Riep ze. Toen gebeurde het. Ze gingen naar bed. Metten miste een bepaalde aandacht in zijn leven. Renske was niet levendig genoeg voor hem. Ze daagde hem niet uit. Dat deed Angela wel. Ze gaf hem wat hij nodig had. Met Renske moest hij altijd voorzichtig en rustig aan doen. Als ze over het leven van hen gesproken hadden, had zij hem ook de uitdaging kunnen geven die hij nodig had, zodat hij niet naar een ander toe hoefde te gaan. Ze was te soft voor hem. Alle spanningen die ertussen hem en zijn gedachte over Renske waren, verdwenen. Hij besefte hoeveel Renske voor hem betekende, maar wel te laat, op een verkeerde manier, die niet zo had hoeven gebeuren. Als ze gepraat hadden over de problemen die hij had mat haat leven, had zij haar leven aan kunnen passen, of ze had hem kunnen verlaten als ze het niet oor hem op kon brengen.
5. Doordat hij vreemd is gegaan met Angela gaat Metten over zijn leven nadenken. Hij denkt over ieder meisje, en wat er fout was of ging. Dat wordt in het eerste deel van het boek besproken. In het tweede deel denkt hij na over Renske. Hoe ze elkaar hebben ontmoet en hoe hij haar had bewonderd vanuit het koepeltje van de kerk, als zij viool speelde. Later mocht hij haar begeleiden met haar spel en was alles volmaakt. Naarmate de tijd verstreek, kwam hij erachter, dat hij en Renske steeds minder samen deden. Toen haar vader haar vroeg waarom ze getrouwd waren als ze toch geen kinderen wou, ging hij er ook over nadenken. Haar vader had gelijk. Metten wilde meer, maar kon niet omdat Renske zoveel slaap nodig had en veel weg was als ze moest optreden. Na een optreden was ze ook altijd moe. Hun leven samen was geen leven samen. Samen onder een dak een eigen leven leiden. Hij dacht over hen vroeger, toen ze elkaar net kenden. Hoe langer hij nadacht, hoe beter hij Renske ging snappen. Op het einde drong het tot hem door. Hij had het al zo vaak gelezen, (blz. 212) waarom ging hij het dan nu pas begrijpen?
6. Metten komt als sterkste naar voren. Hij vertelt het verhaal. Je bent in zijn gedachten. Volgens mij zijn er in dit verhaal geen verliezers. Alleen maar een winnaar. Metten. Hij gaat het allemaal begrijpen. Hij gaat Renske begrijpen.
7. Het verhaal speelt zich in de twintigste eeuw af, denk ik. Er wordt niet duidelijk naar tijden verwezen. Er komen alleen veel flashbacks naar vroeger in voor, waardoor het lijkt dat het verhaal zich over een langere tijd afspeelt, een jaar of twintig. Ik denk dat de tijd ongeveer een half jaar is. Het eerste deel denkt hij terug (flashbacks) en komt hij bij Angela vandaan en in het tweede deel verteld hij een man over Renske en gaat hij naar een receptie en komt Angela tegen. Dit gebeurt natuurlij niet van de een op de andere dag, dus vandaar dat ik denk dat het een paar maanden duurt.
8. Het verhaal speelt zich af in de volkstuinen waar Metten verdwaalt en waar hij droomt. De laatste paar bladzijden bevindt Metten zich bij zijn vrouw. De ruimtebeschrijving loopt parallel met Metten. Hij is zijn weg in het leven kwijt, hij weet zich geen raad met zijn even. Dat blijkt wel uit het feit dat hij overspel pleegt.
9. A
ik denk dat dit verhaal wel betrouwbar is, omdat hij ook verteld over Renske en over haar ouders en ook vat zij ervan vindt en wat zij ermee bedoelt. Metten vertelt het wel, maar Renske geeft ook aan wat zij ervan vind.
B
in dit verhaal zou ik niet Renske willen zijn,
omdat het probleem dat waarschijnlijk niet duidelijk naar voren zal komen. Je zou dan lezen hoe haar optredens waren en hoe ze sliep en dat ze wacht. Niet wetend op wat er gebeuren gaat. Zij vindt haar leven prima, omat ze weet dat hij niet bij haar weg zal gaan. Dat had hij immers gezegd.
10. Ik denk dat dit verhaal bijna geen emotionele momenten bij mij heeft losgemaakt. Het is niet zo erg beschreven als het eigenlijk is. Ik ken het probleem al bij anderen, misschien dat ik er daarom weinig bij voel.
11. In dit verhaal zijn er geen kinderen, omdat die deels niet gewenst zijn. Ze maken wel deel uit van de relatie. Voor Metten had het uiteindelijk geen nut om te trouwen als ze toch geen kinderen hadden. En zolang Renske ze niet wilde, hoefde hij er ook niet aan te denken. Ook al wou hij het wel.
12. De titel heeft een meervoudige verklaring; de vrouwen die hij in zijn dromen tegenkomt zijn "droomkoninginnen" Hij droomt, dus Metten is zelf ook een dromer. Zijn vrouw houdt van slapen, ze is een koningin van de droom.
13. Ik denk dat sneeuw en de elementen het beste bij elkaar passen. Er is in beide verhalen een dode gevallen. In het boek Droomkoningin gaat het om overspel en passie voor muziek. Niet voor de vrouw. Die is erbij, omdat zij Bach mooi kan spelen op haar viool en omdat ze mooi is. Ze is niet meer wat ze was. Dat is toch anders dan wanneer er mensen dood gaan, en je daarna nog verder moet leven. In de elementen is de dood het einde, maar in sneeuw gaat het ook verder. Het gaat over het leven en de moeilijkheden erna.
Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.
Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.




Openen in tekstverwerker
Printen
Emailen