Boekverslag Evert Hartman

Morgen ben ik beter

1 [2] 3 4 5 6 7 8 9 10 11 ...

Info over dit verslag

Geschreven door:

Marieke [meer]

Niveau:

1HAVO

Kwaliteit:

Waardering:

Taal:

Nederlands

Woorden:

3337

Opvragingen:

7

Hulpmiddeltjes

Openen in tekstverwerker Openen in tekstverwerker

Printen Printen

Emailen Emailen

Waardering

Gemiddelde waardering: 3 uit 5 (93 stemmen)

Heb je er iets aan gehad? Geef zelf je waardering:
Erg goed bruikbaar
Goed bruikbaar
Bruikbaar
Een beetje bruikbaar
Niks aan gehad

Titels van Evert Hartman

Laatst gewijzigd op 1 januari 2002

Inhoudsopgave
Blz. Wat
1 Inhoudsopgave
2 Opdracht 1 en 2
3 Opdracht 3 en 4
4 Opdracht 5 en 6
5 Opdracht 7
6 Werkstuk opdracht 7
7 Werkstuk opdracht 7
8 Werkstuk opdracht 7
9 A-opdracht
10 A-opdracht
11 B-opdracht
12 Artikel B-opdracht: “Leve de stress!”
13 Artikel B-opdracht: “Leve de stress!”
14 Artikel B-opdracht: “Leve de stress!”
15 Artikel B-opdracht: “Leve de stress!”
16 Artikel B-opdracht: “Leve de stress!”
17 Gedicht: “Ziek” C-opdracht
18 C-opdracht
19 Alle Bronnen op een rijtje.

Opdracht 1: Algemene Gegevens.

A Titel: Morgen ben ik beter.
B Auteur: Evert Hartman.
C Verschenen in: 1987
D Uitgever: Lemniscaat
E Eerste druk: 1987

Opdracht 2: Flaptekst en Titelverklaring.

A De Flaptekst:

Evert Hartman
Morgen ben ik beter.
Als Mariëlle tijdens de les ziek wordt, brengt haar vriendin Christa haar naar huis. Mariëlles moeder is zoals gewoonlijk overbezorgd en belt onmiddellijk de dokter. Ook Christa maakt zich zorgen over haar vriendin. Zou het inderdaad een griepje zijn, zoals de dokter denkt, of is er meer aan de hand? Na een paar dagen vindt de dokter het toch beter om Mariëlle op te nemen in het ziekenhuis. Er wordt een aantal onderzoeken gedaan, maar men kan Mariëlle en haar ouders nog steeds niet vertellen wat er met haar aan de hand is.
Christa gaat zoveel mogelijk bij haar vriendin op bezoek. Met haar kan Mariëlle praten over haar ziekte en haar bange vermoedens. Het zit Christa allemaal niet lekker. Omdat ze er nu wel eens het fijne van wil weten, gaat ze op zoek naar het dossier van Mariëlle in de kamer van de specialist. Dan wordt ze betrapt…

B De titel:
De titel “morgen ben ik beter” slaat op Mariëlles hoop om snel beter te worden, ze denkt iedere dag: Morgen ben ik beter. Al blijkt dit niet zo te zijn.

Opdracht 3: Hoofdpersonen.

A beschrijving:

Mariëlle is ongeveer 16 jaar. Ze heeft donkerbruin haar, wat net over haar schouders reikt, blauwe ogen, donkere wenkbrauwen en een blanke huidskleur.

Christa is ook ongeveer 16. Ze heeft halflang, blond haar wat ze meestal in een staart draagt. Ze is, zoals Mariëlle zegt “in alles goed” Christa is een sportief typ en goed in alles wat met sport te maken heeft. Ze kan ook goed leren, dit gaat in het boek wel sterk achteruit omdat ze erg over Mariëlle inzit. In het boek wordt Christa ook verliefd op de vriend van haar broer en later in het boek blijkt dat hij ook wat voor haar voelt!

B eigenschappen:
Mariëlle is aan het begin van het boek een braaf en rustig meisje, ze is ook heel gehoorzaam. Ze luistert naar wat haar moeder zegt en dat is bij zo’n moeder een hele kunst. In de tijd dat ze in het ziekenhuis ligt verandert dit echter met de dag: hoe langer ze in het ziekenhuis ligt, des te meer krijgt ze een eigen wil en wordt ze brutaler. Ze gaat tegen de wil van verplegers in Aan het eind van het boek neemt ze zelfs de beslissing niet langer in het ziekenhuis te blijven, al vinden haar ouders en de dokters dat het wel nodig is. Mariëlle denkt in het boek over veel dingen ook diep na, maar dat komt waarschijnlijk ook omdat ze in het ziekenhuis niet veel kan en ze niet veel te doen heeft. Mariëlle is helemaal gek op haar kat “Flexie.” Ze smacht het hele boek naar haar katje. Mariëlle heeft een onrustig karakter, ze blijft maar over alles inzitten.

Christa is een tegenpool van Mariëlle, ze is goed gebekt en ze weet precies wat ze wil. Ze heeft veel lef: ze komt bijvoorbeeld na het bezoekuur en gaat naar de kamer van de arts die Mariëlle behandelt om dossiers van Mariëlle te bekijken. Als ze dan betrapt wordt verzint ze een smoes, ze weet zich raad. Christa toont ook veel medeleven t.o.v. Mariëlle en ze maakt zich heel druk over haar. Dit blijkt gedurende het hele boek.

Opdracht 4: Wanneer speelt het zich af?
Het verhaal speelt zich in deze tijd af, dat zie je omdat er computers, ambulances en dergelijke voorkomen. De tijdsduur van het verhaal is ongeveer 1 á 2 maanden.

Opdracht 5: Waar speelt het verhaal zich af, beschrijf de omgeving.

Het verhaal speelt zich voor een gedeelte af in Berkenzicht, het ziekenhuis.

Als je Berkenzicht binnenwandelt dan zie je recht voor je de balie waar je je moet melden. Als je naar rechts gaat kom je bij het restaurant, als je naar links gaat kom je bij een gang en de liften. Je neemt de lift naar de 4e etage en daar ga je rechtdoor de gang in. Dan zie je aan de linker- en rechterkant van je kamers. Mariëlles kamer is aan de linkerkant. In Mariëlles kamer ( kamer 413) staan drie bedden. Links vooraan ligt Toos ( een kamer genoot van Mariëlle). Aan de rechterkant staan ook drie bedden. Het eerste bed is het bed waar Mariëlle in ligt. In het tweede bed ligt Hetty (een kamergenoot van Mariëlle). In het Derde Bed ligt Nora (ook een kamergenoot van Mariëlle). De muren in het hele ziekenhuis zijn van gebroken wit. Achterin de kamer van Mariëlle is een raam. Je hebt daar uitzicht op het postkantoor.

Opdracht 6: Genre

Het boek is een psychologische jeugd roman: het is in verhaalvorm geschreven, voor de jeugd. Psychologisch, omdat de rode lijn de ontwikkeling van de hoofdpersoon, Mariëlle, is.

Opdracht 7: Uittreksel

Ik heb het volgende uittreksel van het internet gehaald, ik vind het uittreksel niet helemaal kloppen, zo staat er bijvoorbeeld in dat Christa een bijpersoon is, terwijl deze toch zeker in de helft van het boek voorkomt. Ook zegt ze bij het stukje over “Toos” bijvoorbeeld: “Deze wordt beschreven als een lelijke oude vrouw terwijl dit niet zo is. Ze vertelt ook niet echt goed de hoofdlijnen bij de samenvatting. Bij dit laatste pikt ze er meer wat kleine dingetjes uit. Sanne springt ook erg van de hak op de tak. Als laatste wil ik nog even kwijt dat haar werkstuk heel wat spellingsfouten had, b.v. hoofdletters vergeten, worden verkeerd gespeld, alleen een d of t waar ik een dt had moeten staan, enz. Ik heb deze fouten er echter uitgehaald.

Hartman, Evert
Geschreven door: Sanne Janssen Taal: Nederlands Vak: Nederlands Soort: Uittreksel
Gegevens
Titel:
de titel van het boek is morgen ben ik beter. Het Boek heet zo, omdat er een meisje in speelt, Mariëlle, ze hoopt morgen weer beter te zijn, maar dat blijkt niet zo te zijn.
Genre:
het boek is een psychologische jeugdroman
Schrijver:
de schrijver is Evert Hartman.
Uitgeverij:
de uitgever is Lemniscaat Rotterdam.
Het boek heeft 218 bladzijden en 27 hoofdstukken.
Het probleem en hoofdlijn
Het probleem van Mariëlle (de hoofdpersoon) is: Mariëlle ligt in het ziekenhuis, ze wil weg, weg van alle onderzoeken, want ze heeft het gevoel dat ze in het ziekenhuis alleen maar zieker wordt. Aan het eind van het verhaal loopt ze ook gewoon weg uit het ziekenhuis.
Hoofdlijn in zes stappen:
1. Beginsituatie: Mariëlle gaat naar school en zit te luisteren naar de les.
2. Ontstaan van het probleem: Mariëlle is duizelig en voelt zich niet goed. Ze gaat onder de les naar huis.
3. Verslechtering van de situatie: het gaat zo slecht met Mariëlle, dat de dokter heeft gezegd dat ze in het ziekenhuis moet worden opgenomen.
4. Dieptepunt: De dokters weten nog steeds niet wat er aan de hand is en ze moet steeds meer onderzoeken ondergaan.
5. Snelle verbetering: Mariëlle durft voor haar zelf op te komen en wil het ziekenhuis uitlopen.
6. Oplossing van het probleem: ze loopt het ziekenhuis uit en gaat weer naar school en ze voelt zich weer lekker.
Het verhaal begint zo: Mariëlle voelt zich niet lekker, gaat naar huis en uiteindelijk wordt ze opgenomen in het ziekenhuis.
Het verhaal eindigt zo: Mariëlle heeft genoeg van het ziekenhuis en loopt weg. Daarna voelt ze zich weer stukken beter.

Personages
Hoofdpersoon:
· De hoofdpersoon is Mariëlle. Ze is zestien jaar oud. Het is een rustig meisje, ze durft niet veel. Ze houd erg veel van haar kat Flexie. Ze luistert altijd naar wat haar ouders zeggen. Aan het eind van het boek is dat ineens veranderd. De oorzaak daarvan is niet bekend. Misschien is dat omdat ze toch ziek is en bijvoorbeeld een hersentumor heeft.
Bijpersonen:
· Christa. Zij is de beste vriendin van Mariëlle, is ook zestien jaar oud. Ze is het tegenovergestelde van Mariëlle. Christa durft alles te doen en te zeggen. Het is een hele spontane en flotte meid.
· Mevrouw Huybregts. Zij is de moeder van Mariëlle. Ze is een overbezorgde vrouw, die wil alles voor Mariëlle regelen en voor haar denken.
· Meneer Huybregts: Hij is een grote sterke forse man. Hij geeft eigenlijk nooit zijn mening in dit boek.
· Koen. Hij is de broer van Christa, hij is een student geneeskunde.
· Thijs. Hij is het kleinere broertje van Christa en Koen en is 12 jaar en zit in de brugklas. Hij wil niet meer naar school, omdat hij het niet leuk vindt dat alle leraren steeds zeggen wat je moet doen. Maar op het eind ziet hij toch wel in dat school nodig is, want hij wil later ook dokter worden.
· Michael. Hij is de vriend van Koen en blijft een tijdje locheren, omdat hij stage loopt. Hij heeft allemaal rare meningen over de geneeskunde en hoopt dat als hij straks arts is dat het dan allemaal gaat zoals hij wil.
· Toos. Zij is een kamergenoot van Mariëlle, in het verhaal beschrijven ze haar als een lelijk oude vrouw van zesenzeventig. Zij geeft overal commentaar op, maar soms heeft ze ook best gelijk.
· Erik. Hij is een klasgenootje van Christa en Mariëlle. Hij praat altijd raar en is een vreemde jongen. Hij komt ook in het ziekenhuis terecht, omdat hij een gebroken been heeft.
Tijd en tijdsduur
Het verhaal speelt zich in deze tijd af. De tijdsduur is ongeveer 2,5 maanden. Het verhaal is chronologisch verteld. Er zijn geen terugblikken, en bijna geen sprongen uit de tijd, want van elke dag werd wel wat verteld.
Vertelwijze
Het wordt niet uit de ogen van iemand verteld, het is ook geen ik-verhaal. Het is een beetje een alwetende verteller, maar niet helemaal, want anders zou hij ook weten wat er met Mariëlle aan de hand is, hoewel niemand het eigenlijk weet.
Ruimte en onderwerp.
Het verhaal speelt zich hoofdzakelijk in het ziekenhuis en een klein gedeelte thuis en op school af.
Het onderwerp van het verhaal is Geneeskunde.
Bedoeling en boodschap
Volgens mij zit er in dit verhaal geen boodschap, want de schrijver vertelt wat maar als er een boodschap in zou staan is hij bij mij niet over gekomen.
Taal
Ik heb geen moeite gehad met het taalgebruik, alles was voor mij duidelijk allen een paar moeilijke ziektes werden er genoemd, maar dat was niet belangrijk.
Mijn mening
Ik vond het boek wel leuk. Ik lees alleen boeken als het moet voor een boekverslag. Ik vind het boek niet zo leuk, dat als bijvoorbeeld het boekverslag niet door zou gaan dat ik het boek dan wel uit zou lezen, maar omdat ik bijna geen boeken lees, vind ik het ook heel moeilijk om een mening te geven over een boek, want ik weet natuurlijk niet hoe andere boeken zijn in vergelijking met deze.
Er zat een open einde aan het verhaal. Dat vind ik niet zo heel erg, alleen weet je nu niet of ze nou wel of niet echt ziek is geweest. Misschien had ze wel een hersentumor, dat denk ik omdat ze op het laatst zo raar deed en ineens veranderde in een totaal ander persoon. Je weet nu ook niet hoe het nou precies verder is gegaan tussen Michael en Christa, of ze nu verkering hebben of niet. Maar daarom is er juist een open einde, om je fantasie te laten werken.
Gegevens over de schrijver
Evert Hartman werd op 12 juli 1937 geboren in Dedemsvaart. Hij kwam uit een gereformeerd gezin. Hij vond dat de regels in verband met godsdienst veel te streng waren, maar hij is zijn hele leven zeer gelovig gebleven. Na zijn eindexamen middelbaar onderwijs, moest Evert Hartman in militaire dienst. Daarna ging hij in Utrecht sociale geografie studeren. Al tijdens zijn studie werd hij leraar aardrijkskunde in Hoogeveen. Lange tijd bleef hij schrijven en les geven combineren, maar sinds1992 wijdde hij zich volledig aan het schrijven.
Hij is in 1965 getrouwd en had 2 zonen. Over de jeugd van tegenwoordig zei hij dat die gelukkig veel vrijer is dan die uit zijn tijd; daardoor zijn de jongeren moeilijker te hanteren, maar ook een stuk eerlijker. Hij vindt het goed dat de ouders van nu, hun kinderen in veel opzichten vrijlaten en hij probeert zijn eigen kinderen zo op te voeden dat ze zelf hun eigen maatschappijvisie ontwikkelen. Zijn hobby's waren: piano spelen, tekenen, lezen, tennissen, fotograferen en filmen. Hij is op 56-jarige leeftijd overleden.
· 1973 Signalen in de nacht
· 1975 Machinist op dood spoor
· 1977 De laatste stuw
· 1979 Oorlog zonder vrienden- Europese jeugdboekenprijs voor actuele literatuur
· 1980 Vechten voor overmorgen
· 1982 Het onzichtbare licht
· 1984 Gegijzeld
· 1986 Buitenspel
· 1987 Morgen ben ik beter- De prijs van de Nederlandse kinderjury
· 1988 Het bedreigde land- Getipt door de Nederlandse kinderjury
· 1991 Niemand houd mij tegen- De prijs van de Nederlandse kinderjury, Getipt door de griffeljury, 3e plaats in de top-10 van 13-jarigen
· 1993 De voorspelling
· 1994 De vloek van Polyfemos
De samenvatting
Wanneer Mariëlle in de klas zit is ze zich plotseling duizelig en misselijk.
Ze ging naar huis. Toen ze thuis was, was haar moeder weer eens overbezorgd en liet direct de huisarts komen. Na twee weken was ze nog niet opgeknapt en daarom werd ze opgenomen in het ziekenhuis. De dokters wisten nog steeds niet wat ze had en daarom moest ze een aantal hersen onderzoeken doen. Toos, de vrouw die bij Mariëlle op de kamer lag zat alle dokters af te kraken, maar ze wist zeker dat Mariëlle er weer bovenop zou komen.
Bij Christa thuis is het allemaal erg druk. Haar broertje Thijs wil niet meer naar school want hij vindt het niet leuk dat de leraren zeggen wat je moet doen in de les. Thijs heeft ook vaak last van woedeaanvallen. Christa weet wel hoe ze daar mee om moet gaan.
Michael, een vriend van Koen, studeert medicijnen. Christa wordt verliefd op Michael, ze hebben zelfs al gezoend.
Christa gaat op een gegeven moment op onderzoek uit, ze gaat de kamer van een dokter binnen. Daar ligt Mariëlles dossier. Ze ontdekt een paar vreemde woorden, dat zijn ziektes die ze misschien zou hebben. Ze vraagt de betekenis van die woorden aan Michael, hij zei dat het tumor betekende.
Mariëlle heeft een onderzoek gehad in het academisch ziekenhuis, de zuster zei dat er iets mis was gegaan, en dat ze weer terug zou moeten voor nog zo'n onderzoek.
Mariëlle was heel boos. De moeder van Mariëlle kwam en zei dat de lievelingskat van Mariëlle, Flexie, weg moest, omdat Mariëlle er allergisch voor zou zijn. Mariëlle had het nou helemaal niet meer. Mariëlle had er genoeg van, pakte haar spullen en wilde naar huis gaan. Christa kwam binnenlopen. Ze wist niet wat er aan de hand was, maar ze zag snel genoeg dat Mariëlle er van door wilde gaan. Ze belden een taxi. Toen Mariëlle thuis was, heeft ze eens flink de waarheid verteld tegen haar moeder, dat ze er genoeg van had dat haar moeder alles voor haar bepaalde en om steeds maar haar moeder te gehoorzamen.
De volgende dag ging Mariëlle weer gewoon naar school en het leek alsof ze nergens meer last van had. Christa wees naar haar broertje Thijs, die weer gewoon naar school was, want hij wou ook dokter worden.

A-Opdracht

A2 Beschrijf een interview dat je hield met 1 van de figuren uit het boek. Je mag maximaal 5 vragen stellen. Het interview moet gaan over iets uit het verhaal en je moet na het interview dus een stuk van het verhaal begrijpen. Natuurlijk zet je de vragen in je stukje erbij…..

Ik hield een interview met Christa, over hoe zij terug kijkt op de bewuste tijd:

1. Had je op de dag dat Mariëlle ziek werd al eerder iets opvallends aan haar gemerkt?
Ja, ze was nog rustiger dan normaal en ze zag de hele dag al wit, daarom heb ik haar ook naar huis gebracht.

2. Vond je dat ze er in het ziekenhuis goed aan deden om dingen voor Mariëlle te verzwijgen, die haar ouders wel wisten?
Nee, ze wisten dat Mariëllle erg over haar ziekte inzat en dat ze de hele dag aan bijna niets anders dacht. Ik vind ook dat iemand van 16 oud genoeg is om te weten hoe het er met haar voor staat. Mariëlle is geen baby meer!

3. Kun je nog eens kort vertellen over Mariëlle haar ziekte en hoe ze in het ziekenhuis terechtkwam?
Ja hoor. Op de dag dat alle ellende begon was Mariëlle al een hele tijd stil en spierwit. Daarom besloot ik om haar maar naar huis te brengen. Haar moeder reageerde nogal overdreven, maar ja, zo is ze nou eenmaal. Een paar dagen daarna is ze opgenomen in Berkzicht. Daar kreeg ze een heleboel onderzoeken en …ja….O ja, die gekke Toos! Eh sorry, Toos was een kamergenoot van Mariëlle en dat was echt een heel raar typ. De ene keer was ze leuker dan de andere keer Ze kon ook erg bemoeizuchtig zijn. In elk geval, Mariëlle heeft daar ongeveer 1 ½ tot 2 maanden gelegen en toen is ze hem zelf gesmeerd. Dat had ik nooit van Mariëlle verwacht!

4. Je hebt ook in Mariëlles dossiers gerommeld, wat vind je daar achteraf van?
Daar heb ik absoluut geen spijt van, ik vind nog steeds dat de dokters en Mariëlles ouders direct hadden moeten vertellen wat ze wisten.

5. Heb je ook nog wat van de ziekte van Mariëlle geleerd?
Ja, als ik naar het ziekenhuis moet zal ik er wel voor zorgen dat ik weet wat er met me aan de hand is. Ik wil ook precies weten welke medicijnen ze me laten slikken en waar die tegen zijn. Mariëlle deed dit aan het begin niet en je weet hoe het afgelopen is: ze raakte helemaal overstuur en werd steeds zieker. Dat gebeurt mij niet!

B- opdracht:

B9 Zoek uit een krant of tijdschrift een artikel dat bij dit boek past; leg uit (100-150 woorden) Waarom dit zo is. Kopieer het artikel en doe het erbij.

Ik vind dat dit artikel (Bron: Elsevier 15 april “Leve de stress) bij het boek past, want hoe langer Mariëlle in het ziekenhuis ligt, hoe meer negatiever ze begint te denken. Mede doordat ze zo negatief denkt, voelt ze zich zieker. Later in het boek krijgt ze dit zelf ook door: Ze vindt bijvoorbeeld dat mensen zich aan stellen door te zeggen dat ze Flexie (haar kat) niet mag houden, omdat ze daar allergisch voor is: ”Ik heb toch nog nooit eerder last van hem gehad?” Als ze aan het eind van het boek naar huis gaat en ze de draad van het gewone leven weer oppakt, voelt ze zich direct stukken beter en heeft ze nergens last meer van.
In het artikel uit de Elsevier wordt ook gezegd dat positief denken de ziekte gunstig beïnvloed.

C-Opdracht

C6 Zoek uit een boek of tijdschrift een gedicht dat volgens jou bij dit boek past, leg uit waarom je dat vind.

Ziek

Wachten op de dokter,
alsmaar zieker voelen,
kijken in de spiegel
naar je eigen smoelen,
voelen aan je polsslag,
kijken naar je tong
en iets horen piepen,
in je linkerlong,
bang als een marmotje,
vader is geen held,
ik schrik me al een rotje,
als er wordt gebeld,
dan treedt de dokter binnen.
‘k vertel ‘m van m’n piep,
hij kijkt me onderzoekend aan,
dan zegt ie, zucht eens diep,
hij klopte op mijn ribben,
‘k geef voor mezelf geen cent,
en ik denk bij ieder klopje,
dit is het begin van ’t end,
‘k ben door die angstpsychose
een nederige Hansworst,
ik ruik al de Narcose,
het mes gaat in m’n borst
en als ik na een dat of wat
weer eindelijk besef,
dat ik mezelf te pakken had,
heb ik het grootste lef.

Toon Hermans: “Verzamelde versjes”
Ik heb dit gedicht gekozen omdat het meerdere keren aansluit bij het boek.

Allereerst past het bij het boek omdat het over ziek zijn gaat.

Ten tweede, omdat ook uit dit gedicht blijkt dat je door negatief te denken je, je steeds zieker gaat voelen.
Wachten op de dokter,
alsmaar zieker voelen,
‘k geef voor mezelf geen cent,
en ik denk bij ieder klopje,
dit is het begin van ’t end,
ik ruik al de Narcose,
het mes gaat in m’n borst.

Ten derde blijkt ook hier weer dat, als je de draad gewoon weer oppakt, je veel sneller beter wordt.
en als ik na een dag of wat
weer eindelijk besef,
dat ik mezelf te pakken had,
heb ik het grootste lef.

Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.

Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.