Boekverslag Tessa de Loo

Isabelle

... 12 13 14 15 16 [17] 18 19 20 21 22 ...

Info over dit verslag

Geschreven door:

Charity

Niveau:

3VMBO

Kwaliteit:

Waardering:

Taal:

Nederlands

Woorden:

4548

Opvragingen:

10

Hulpmiddeltjes

Openen in tekstverwerker Openen in tekstverwerker

Printen Printen

Emailen Emailen

Waardering

Gemiddelde waardering: 3 uit 5 (81 stemmen)

Heb je er iets aan gehad? Geef zelf je waardering:
Erg goed bruikbaar
Goed bruikbaar
Bruikbaar
Een beetje bruikbaar
Niks aan gehad

Titels van Tessa de Loo

Laatst gewijzigd op 11 december 2001

Titel van het boek: Isabelle
Naam van de auteur:Tessa de Loo
Naam van de uitgever: Singlepockets
Jaar van verschijnen: 1983
Aantal bladzijdes: 123

Samenvatting:
Op klaarlichte dag in Auvergne, een streek in Frankrijk verdween de beroemde filmster Isabelle Amable. Radio en televisie, kranten en weekbladen maten breed uit over de vermissing en de kolossale opsporingsactie die op gang kwam. Het hele gebied werd uitgekamd maar Isabelle leek opgelost te zijn, verdwenen in het niets.
Gaspard Peyrol, een pafferige boer met een gezicht in de kleur van bloedworst nam de eer ten deel Isabelle het laatst e hebben gezien. Ze droeg een gebloemde zomerjurk, op rode schoentjes met hoge hakken, een riempje om de hiel. Ze leek wel bezeten om zo een bergpad te beklimmen. Verder besteedde Gaspard geen aandacht aan haar, omdat hij bezig was zijn kazen te keren.
Ook Jeanne Bitor hadden ze ondervraagd op het politiebureau. Ze woonde in gezelschap van twee pitbullterriërs, een kilometer voorbij Peyrol in een eeuwenoude, verrotte boerderij. De politie liet haar maar snel gaan omdat het ontmoedigend en onaangenaam was met haar te spreken. Met haar lange, magere lichaam, gebogen rug, scherpe neus en puntige kin deed zij haar achternaam eer aan. Bitor was immers een verbastering van Bitor, dat reiger betekent.
De opsporingsactie was gestaakt alleen Bernard Buffon, de onderwijzer op van de dorpsschool beruste niet. Hij had met hart en ziel aan de speuractie deelgenomen en verkeerde nog steeds in een toestand van diepe verslagenheid over de onbegrijpelijk verdwijning.
Na haar gesprek met de politie was Jeanne naar huis gegaan. Ze voedde haar twee honden en at haar eigen maaltijd terwijl ze naar de Plomb de Chantal staarde. Daar in de verte lag tegen de wand van een ontoegankelijke rots het stadje Murat. Ooit had op die rots de burcht van de burggraven van Bonnevie gestaan, waarvan Jeanne en haar broers in vrouwelijke lijn zouden afstammen. Op oude prenten van de burcht waren drie torens te zien die Le rat blanc, Le rat gris en Le rat noir genoemd werden. Voor Jeanne was het duidelijk dat die drie torens haar en haar twee broers representeerden. Le rat blanc was haar oudste, ongetrouwde broer die plattelands-dokter was in een mijnstreek in het noorden. Le rat gris was de andere broer die oneindig saai was en Le rat noir was zijzelf. Nadat haar moeder was overleden en haar had opgescheept met een huishouden van mannen, was ze vervuld geraakt van alles wat met verval, vergaongelijkheid en de dood te maken had. In de kelder van Jeanne lag op een geïmproviseerd bed van strobalen de blonde vrouw in een vuile bloemetjesjurk.
Bernard Buffon stond al een uur in La Truite Dorée en leunde terneergeslagen op de tapkast. Door al die opwinding rond de Tour kreeg de missie die hem, tegen zijn natuur in, nu al dagenlang elke avond naar het café voerde, weinig kans. Hij ging erheen om oor te luisteren te leggen wanneer het gesprek over de gewone, dagelijkse dingen ging. Hij wachtte geduldig op een verspreking, een zinspelling, de ongewilde bekentenis van een dronkelap, die de door hem in stilte ontwikkelde theorie over de verdwijning van Isabelle Amable zou bevestigen. Bernard, als stille aanbidder van Isabelle kon zich levendig voorstellen hoe het zou zijn bij een verschijning met haar fragiele schoentjes en heupen die 'bij elke stap het geweten in slaap wiegden'. Dit alles voldeed goed aan de voorwaarden om midden in de natuur het beest in de man los te maken.
Jeanne snoof vol welbehagen de muffe schimmellucht op. Ze zat wijdbeens op de keldertrap en liet haar kennisblik over Isabelle glijden die apathisch haar kom leeg lepelde. In de dagen dat Isabelle daar had gezeten, was er niets veranderd. Jeanne had het vermoeden dat Isabelle zich waste met haar eigen speeksel.
‘Aan het werk!’ riep ze toen Isabelle de kom aan haar mond zette voor de laatste slok. Ze voerde Isabelle naar een witgepleisterde kamer die werd gedomineerd door een ezel waarop een doek stond van forse afmetingen. Jeanne had een schilderij gemaakt van Isabelle. Daar lag het lichaam waaraan vanuit warme, donkere zalen het bioscooppubliek zich avond aan avond vergaapt had. Daar lag ze, fee en vampier, meisje en vrouw, nimf en hoer. De bedrieglijke platinablonde, blauwogige lieftalligheid een orchidee die haar prooi lokte met haar bedwelmende geur en paradijselijke schoonheid, om daarna haar bloembladeren als de klem van de rattenval dicht te klappen zodat hij daarbinnen in de kleffe honingzee jammerlijk aan zijn eind kwam.
De eerste weken had Jeanne geschilderd in een toestand van euforie en ademloze haast, die het gevolg waren van een niet aflatende overwinningsroes: Alles was volmaakt volgens plan verlopen. Met geen ander wapen dan haar honden was ze Isabelle op enige afstand gevolgd. Zoals boer Peyrol had zij gezien hoe Isabelle baadde. Ze had trouwens ook Peyrol een keer zien zitten gluren en zich zelfbetastend te genieten. Het plan was gerijpt om Isabelle als model voor een van de series te gebruiken. En eigenlijk was de ontvoering heel eenvoudig gegaan. Isabelle had het niet kunnen begrijpen, niet toen Jeanne haar in het atelier haar bedoelingen had uitgelegd en zeker niet toen ze werd opgesloten in de kelder. Isabelle probeerde toen Jeanne bij de armen te grijpen, maar deze, zich realiserend dat het lang geleden was dat iemand haar aanraakte, had zich verstoord getoond over het dwingerlanderige in de verkrampte greep en concludeerde dat Isabelle nog maagd was tegenover de wreedheid en willekeur van anderen met wie zijzelf zo vaak en hardhandig in aanraking was gekomen.
Vanuit zijn klaslokaal staarde Bernard Buffon naar het schoolplein, dat verlaten onder de lindebomen lag. Zonder kinderen was het van een naargeestige onvolkomenheid die hem bedrukte. Diezelfde onvolkomenheid bespeurde hij ook bij zichzelf, sinds hij moest leven zonder de gerustellende zekerheid dat op deze planeet Isabelle Amable in goede gezondheid rondliep.
Sinds zijn jeugd koesterde Bernard Buffon een oprechte, onbaatzuchtige liefde voor Isabelle. In zijn kinderjaren droomde hij erover dat hij Isabelle uit de klauwen van de draak zou redden. In de puberteit kregen de dromen het karakter van erotische bespiegelingen, die hem op vleugels naar het plantsoen achter de kerk voerden waar hij urenlang met Isabelle hand in hand op een bemoste stenen bank zat tussen blauwe hortensia ‘s. Jaren later, toen haar roem tot in het dorp was doorgedrongen, legde hij een plakboek aan met krantenknipsels en reed hij voor iedere nieuwe film waarin zij meespeelde naar de bioscoop avond na avond zolang de film in de bioscoop draaide.
Toen Bernard een jaar op tien was werd hij op een dag achterna gezeten door een groep jongens op weg naar huis. Hij versnelde zijn pas, hardlopen zou hen misschien prikkelen tot daden die ze nu nog niet in zich hadden. Als het op zijn snelheid aankwam zou hij de achtervolging zeker verliezen. ‘Wat heb je toch een lekker kontje, Buffon!’ werd er geroepen. Een van de jongens bukte zich om een stok in handen te nemen en prikte ermee in de billen van Bernard. De anderen hierdoor aangestoken zochten gauw naar een stok om hem te vergezellen. Ze slaagden erin om zijn riem los te trekken, zijn broek en tegelijk zijn onderbroek, naar beneden te rukken. Bernard probeerde verslagen weg te rennen maar struikelde over zijn omlaaggehaalde broek op de grond. Ze sleurden hem recht op een grote, verveloze ton af die onder aan de regenpijp tegen een blinde muur stond. Te wijten aan een reusachtige gezamenlijke krachtspanning slaagden ze erin om hem op te tillen hem ondersteboven in de ton te laten zakken. Hij dacht dat hij stikte. Even later knipperde hij tegen het daglicht aan , als een pasgeboren kalf. Hij zag twee gestalten, een gedistingeerde heer met een strooien hoed op en een blond meisje (Isabelle) van zijn eigen leeftijd. Het meisje greep hem bij zijn pols om hem overeind te trekken. Het meisje was vol verontwaardiging geweest en had de jongens nagescholden. De vader had zich afstandelijker gedragen, maar had er wel in toegestemd dat zij Bernard in hun auto naar huis zouden rijden.
Na de ontvoering had het een week geduurd voordat Isabelle haar verzet had opgegeven. Elke keer als ze weer terug moest in de kelder had ze geprotesteerd tot een apathie zich van haar meester had gemaakt. Het enige verlangen dat zij nog had was naar voedsel. 'Zelfs de grassprieten waarvan ze door het luchtrooster een glimp opving, kwamen haar begeerlijk voor'. Op een dag vroeg Isabelle of ze de kamer met de andere schilderijen van Jeanne eens mocht zien. Dat werd toegestaan, en zo zag Isabelle de series van dieren in de vele gedaanten van hun dood. Nu wist ze hoe Jeanne schilderde. De dag daarop zakte Isabelle tijdens het poseren door haar elleboog. Ze smeekte Jeanne haar wat te eten te geven. Die stemde slechts met veel moeite toe, want elk vertoon van mens zijn hinderde haar. Het eten gaf Isabelle de kracht om te informeren waarom Jeanne juist haar als model had uitgekozen. Toen kwam het verhaal over Jeanne's verlangen om aan te tonen dat de schoonheid niet meer dan schijn is, dat de natuur de schoonheid alleen creëert om haar weer te vernietigen. En daarna kwam de hartenkreet van Jeanne: 'Dankzij de schoonheid ben ik lelijk'. De pogingen die Isabelle daarna deed om Jeanne ervan te overtuigen dat ze nog niet zo lelijk was, werden door scherpe woorden neergesabeld. Ze was zich maar al te goed bewust van haar 'tekortkomingen', haar afwijkingen van de norm en zij had tijdens haar studie op de academie in Parijs van alles gedaan om door originele, gewaagde kleding haar lelijkheid te camoufleren. Alles was tevergeefs geweest, ze had er alleen maar mee bereikt dat de stijlbewuste avantgardische populatie van de academie haar als mik punt van spot en pesterijen had genomen.
Toen Jeanne haar tirade beëindigd had keek ze geïrriteerd om zich heen, sprak haar ergernis erover uit dat ze zich had laten afleiden en zette zich weer verbeten aan het werk. Maar die nacht lag ze te woelen en te draaien. De volgende dag bracht ze Isabelle uit eigen beweging wat vast voedsel en hervatte het gesprek. Ze vertelde over haar werk in de dorpskroeg waar ze was. Voor de klanten maak te het niets uit, ze was een ding dat drank inschenkt, en voor de vrouw van de patron was haar aanwezigheid een opluchting, omdat de baas het wel uit zijn hoofd laten haar aan te raken.
Isabelle liet de keerzijde zien. Zij vertelde Jeanne dat zij geliefd wordt vanwege haar buitenkant, dat zij voor veel regisseurs niet meer is dan een domme blonde pop die als ze eens met een eigen visie komt door de pers wordt neergezet als een kreng wie de roem naar het hoofd gestegen is. Isabelle bracht ook een opvatting over de liefde en over mannen naar voren die Jeanne niet kon begrijpen, omdat Isabelle met een voor haar onbegrijpelijke minachting lijkt te spreken over datgene waar het iedereen uiteindelijk om te doen scheen te zijn: "Mannen..." Isabelle rilde. "Ik geef toe, het is opwindend om ze te verleiden... Je geeft... neemt wat terug... geeft... neemt wat terug... Je verbeeldt je dat ze verliefd op je zijn... ze zeggen romantische dingen tegen je, geven je het gevoel dat je uniek bent... Maar dan... komt het moment waarop ze alle gevoel voor decorum verliezen... alle respect voor jou en voor zichzelf... Wilde beesten! Er valt niet meer met ze te praten... ze vallen aan... alle gore dromen die de laatste tijd door hun hoofd zijn gegaan, worden op jou uitgeleefd spanningen en frustraties... je bent meer dan een vuilnisvat..."
En zo deed Isabelle haar uiterste best om aan Jeanne duidelijk te maken dat aantrekkelijke vrouwen niet bevoorrecht zijn boven onaantrekkelijke, omdat ze uiteindelijk dezelfde vijand hebben. Ze vertelde ook over haar twee huwelijken die beide mislukt waren. De wielrenner van het eerste huwelijk had haar geheel willen opslokken en haar geboden altijd bij hem en voor hem te leven. Dat was verstikkend geweest. De volgende echtgenoot was een bekend filosoof die sober leefde en die betrouwbaar en verstandig overkwam. Maar na de beginperiode van hun huwelijk kwamen zijn perverse voorkeuren naar boven en leek het wel of hij in zijn studeerkamer niets anders had bestudeerd dan de werken van de markies de Sade. Die nacht speelde Jeanne zelfs met de gedachte om Isabelle een andere kamer in het huis te geven. Ze stelt zich voor hoe ze samen met Isabelle voor het eerst in haar leven niet alleen tegenover een mannelijk overmacht zou staan.
Op zijn vrije dagen speurde Bernard nauwgezet de omgeving af. Bij toeval kwam hij erachter dat Odile Sévérac, de moeder van een van zijn leerlingen, een oude vriendin van Isabelle was. Bernard ondervroeg mevrouw Sévérac.
Ze vertelde ook dat Isabelle verloofd was met ene Jean Pierre. Na de verdwijning vulde Bernard altijd 2 vazen met versgeplukte bloemen. Te midden daarvan stond een foto van Isabelle. Deze foto had Bernard jaren geleden uit een maandblad geknipt. Hij ging recht voor het portret staan en zei: ‘We zullen je vinden, eerder zullen we niet rusten.’
Een invasie onweersbeestjes maakten zowel schilderen als poseren onmogelijk. Jeanne stelde voor naar buiten te gaan. Aan wie niks van de achtergronden wist zou het beeld van de twee dames en de honden en de boom zich als een pastoraal theekransje hebben voorgedaan. Jeanne vertelde over haar droom afgelopen nacht. Ze droomde dat ze een onweerstaanbaar mooie dame was. Iedereen keek haar aan, goddelijk gewoon. Toen ze wakker werd moest ze aan het grafvoorschrift denken van een beroemde Engelse dichter uit het romantiek denken: ‘’Beauty is truth, truth beauty
-is all you know on earth, and all you need to know.’’ Jammer dat ze niet verder had gedroomd. Isabelle vond dat wel interessant. ‘Een mooie vrouw wordt nooit bemind om haar persoonlijkheid.’ zei Isabelle uiteindelijk.
‘Een vrouw met de lelijkheid van mij wordt noch bemind door haar uiterlijk noch om haar innerlijk.’ beantwoorde Jeanne erop.
Jeanne vertelde over het verhaal van een boek dat ze had gelezen. Het verhaal vond Isabelle te erg om aan te horen. ‘Wat heb jij veel gelezen.’ Om er maar overheen te praten. ‘Ja, voor een onaantrekkelijke vrouw is kennis de enige redding, de enige manier om te ontsnappen aan de fysieke beperkingen die het bestaan haar oplegt, haar enige troost.’ antwoordde Jeanne daarop. Isabelle schoof haar stoel naar Jeanne toe en legde medelevend een hand op haar arm. Jeanne smolt bijna bij die aanraking en haar behoefte aan ontboezemingen kende bijna geen grenzen. De dag verliep in een sfeer van grote vertrouwelijkheid.
Onrust dreef Bernard, in weerwil ven het dreigende onweer, zijn huis uit. Hij liep door de hoofdstraat, onder de geknotte platanen door, langs de rivier die, bezeten door dezelfde onrust, met witte schuimkoppen onder de brug door joeg. Er was niemand op straat, op een zwarte kat. Bernard onder zijn bijgelovigheid gedoken haastte zich de dorpskroeg La Truite Dorée in. Daar zag hij Jeanne Bitor serveren zoals gewoonlijk, gek eigenlijk hij had bijna iedereen ondervraagd (anders de politie wel) en Bernard had Bitor zelf nooit ondervraagd. Tijdens een gesprek over Isabelle raakte Jeanne geschokt en kneep zo hardhandig in het glas dat ze serveren moest dat het brak en het bloed hevig naar buiten stroomde. Ze hoorde dat alles wat Isabelle over zichzelf verteld had alleen maar leugens waren. Dat ze was verkracht, werd genegeerd en weggelopen was? Allemaal leugens!!!
Bernard dacht na waardoor ze zo hevig reageerde, er moest toch iets zij….iets dat haar op die beweging bracht. Hij probeerde het gesprek te reconstrueren maar het liep uit tot niks. Wat had hij in alle onschuld aangericht? Hij kon maar niet op het antwoord komen. Het bleef in zijn hoofd doortollen totdat hij duizelig werd.
Als het in Auvergene onweert lijkt het of het een verlaten dorp is. Door de hemelse klauwhamer in tweeën gespleten wacht hem een schizofreen bestaan van twee helften die zich nooit meer kunnen verenigen. Jeanne drukte haar tot een vuist gebalde, in de haast verbonden hand tegen haar borst en keek vanaf de kade met brandende ogen neer op de rivier die in de diepte kolkte. De regen deed pijn op haar voorhoofd. Nu is het veilig om het gevoel van totale verlatenheid uit te schreeuwen. Thuisgekomen realiseerde Isabelle zich onmiddellijk dat er zich een gevaarlijke afwijking van het normale patroon voordeed en dat de vertrouwelijkheid van de vorige dag verdwenen was. Ze vroeg zich af of ze iets had misdaan. Natuurlijk lukte het schilderen niet. Het beeld van Isabelle onder de appelboom kwam te vaak voor de ogen van Jeanne. Ze was daar te gelukkig geweest. Isabelle vroeg neerslachtig of ze misschien wat te eten mocht. Jeanne verbood haar nog langer te mogen eten. Toen de dreigende werkelijkheid tot Isabelle doordrong, gilde zij uit zich niet te willen opofferen voor een schilderij. Zij drukte haar gezicht tegen Jeanne's broekspijpen. Jeanne had even de neiging om zich te bukken en de afhankelijke vrouw te troosten, maar zij deed het niet en Isabelle gaf zich over. Ze hernam haar pose en Jeanne hervatte het werk, uiterlijk onaangedaan. Onder de stoïcijnse onaangedaanheid wroette het pijnlijke besef van verlies, omdat ze iets onontbeerlijk gevonden had en het meteen weerverloren.
Jeanne sliep die nacht, van uitputting de klok rond. Het was een diep in vergetelheid wegzinken, een hoog opstijgen boven dit tranendal. Toen ze opstond ging ze voor de spiegel staan en bekeek zichzelf van alle kanten. Jeanne dacht eraan dat elk persoon naakt werd geboren en in de ouderdom even krakkomiekerig en lelijk was. Ze dacht bij zichzelf: ‘Was ik nu maar oud dan zou niemand een verschil zien tussen mij een Isabelle.’
Zoals ook op voorgaande dagen begaf Jeanne zich naar de kelder waar Isabelle geslapen had. De honden liepen raar op Jeanne af. Met ingetrokken staart liepen ze weg. Jeanne ging naar beneden en zag wat de honden ook hadden gezien. Daar hing ze, de mooie meid, aan een strop verzegeld. Jeanne rende ademloos naar buiten. Pas toen ze buiten stond ademde ze weer. ‘Ik wilde haar alleen maar langzaam lelijk zien worden.’ zei ze tegen zichzelf, dit had ik nooit gewild. ‘Nu zullen ze me komen halen.’ Jeanne voelde had zich nog nooit ZO verlaten en alleen gevoel als nu. In haar eigen ogen had ze gewoon gefaald en kon ze haar serie schilderijen wel vergeten. Ze wilde weg. Ze rilde en trok haar jack aan.
Op zijn vrije zaterdag begaf Bernard zich in alle vroegte naar het huis van Jeanne Bitor. Los gezien van het doel dat hem voor ogen stond was het een prettige wandeling.
Op weg vond hij de rode fragiele schoentjes uit de beschrijven in Gaspard Peyrol dat in alle kranten had gestaan. Een gevoel van gemis kwam hem te boven. Hij liep verder en daar stond ze Jeanne Bitor, anders dan dat hij haar gewend was. Zijn ogen voortdurend op haar gericht sloop hij de keuken binnen het huis in, terwijl zij buiten op het grasveld zich verschool achter een groot vuur. Bernard ging verder het huis in, richting de kelder. Hij zag een hele boel spullen, maar het belangrijkste was…hij zag Isabelle.
‘Los…. Los.’ Klonk nauwelijks hoorbaar door de kelder. Het was Isabelle. Langzaam drong tot hem door wat er van hem verwacht werd. In een toestand van verdoving stapelde hij enkele balen stro op elkaar zodat zij haar voeten erop kon zetten. Bernard was vol wraakzucht, maar Isabelle vond dat ze Jeanne met rust moest laten omdat zij nog nooit iemand had ontmoet die zo ongelukkig was, die zo het slachtoffer kon worden van haar eigen lelijkheid. Natuurlijk vond Bernard, die geplaagd werd door zijn eigen lelijkheid en die nog nooit een vrouw had gehad, die beproeving van Jeanne nauwelijks een excuus. En zo gingen ze, elkaar niet verstaand, samen de confrontatie met de bewoonde wereld aan.
Bernards ban was gebroken. Sinds hij Isabelle had leren kennen als een vrouw van vlees en bloed was de betovering verdwenen. Wat de doorslag had gegeven wist hij niet. Het kon haar onbereikbaarheid zijn, zelfs als zij dichtbij was, maar het kon ook haar stelling name tegenover Jeanne Bitor zijn. Wat hij ze zeker wist, was dat hij een grote leegte voelde. De familie Amable vereerde hem als een held. Ze hadden hem een feestelijk diner aangeboden en zijn passie voor Schubert ontdekt. Op een ochtend lieten zij hem alle symfonieën, sonates, impromptu's en liederen bezorgen, uitgevoerd door de besten op aarde. Isabelle die na een paar weken weer op haar oude gewicht was, wierp zich op als de pleitbezorgster van Jeanne Bitor, die nog altijd onvindbaar was. Psychologen wisten de houding van Isabelle te verklaren als een normaal bijverschijnsel van gijzelingen en ontvoeringen, namelijk dat het slachtoffer sympathie kreeg voor de dader. Bernard verdween geheel volgens zijn wens, naar de achtergrond. Hij nam zich voor om opnieuw het speur werk van de politie over te nemen. Zijn doel was nu Jeanne Bitor die zich nu in het middel punt van zijn bewustzijn had gevestigd. 'De koningin van de dag had haar troon afgestaan aan de koningin van de nacht.' De kwestie Jeanne Bitor blijft door haar verdwijning, onvoltooid.

LEESERVARING

1 onderwerp

Heb je door het lezen iets geleerd?
Jazeker, ik heb geleerd dat lelijkheid niet onder schoonheid gebukt gaat. Als je lelijk bent wordt je niet genomen door je uiterlijk. Als je knap bent kan je alleen genomen worden door je buitenkant en niet door je karaktertrekken.

Verwachtte je dat het onderwerp op deze manier uitgewerkt zou zijn?
Eigenlijk niet, ik dacht dat het gewoon ging om een vermissing (waarschijnlijk ontvoerd en vermoord) omdat de persoon met de lelijkheid jaloers was op de persoon met alle schoonheid en aandacht. Maar die persoon met de lelijkheid heeft die persoon met de schoonheid ontvoerd voor een serie schilderijen. Wel te wijten aan het feit dat ze lelijker was dan die andere schoonheid maar niet om de schoonheid uit te moorden.

Wat vond je verrassend of bijzonder aan de uitwerking?
Door deze uitwerking kan je dingen leren en veranderen in je eigen leven. Sommige schenken geen aandacht aan de lelijke mensen. Sommige hebben medelijden met lelijkerds. Ik vind het belangrijk dat mensen leren omgaan met elkaar, of je nu lelijk bent of mooi. Ook is het belangrijk dat je elkanders innerlijk leert kennen en niet alleen naar de buitenkant kijkt.
Wat ik heel verrassend vond was doe zogenaamde ophanging van Isabelle in het laatste gedeelte. In dit verhaal zou je gauw zeggen dat Isabelle dood was. Maar de heldhaftige redding van Bernard Buffon was nabij en Isabelle was gered. Ook Jeanne lelijk maar toch goed van karakter ondanks alle gebeurtenissen in haar verleden was opgelucht.
Het einde was nog verrassender dan de gebeurtenissen te midden van het verhaal.

2 gebeurtenissen

Bevat het verhaal voldoende gebeurtenissen om je te blijven boeien?
Ja dat zeker, eerst een vermissing.
Daarna onderzoek dat nergens op uitloopt.
Iedereen denkt dat Isabelle dood is.
De geheime onderzoekactie door Bernard.
Dan de vernedering van Isabelle aangericht door Jeanne.
Het gesprek tussen Bernard en Jeanne.
En natuurlijk de redding van Isabelle door Bernard uitgevoerd.
Deze Roman heeft onmiskenbaar de allure van een Thriller.

Vind je de gebeurtenissen schokkend?
De gebeurtenissen zijn inderdaad schokkend. Vooral in het begin waar je te weten komt dat Jeanne Bitor Isabelle gewoon thuis heeft terwijl ze als vermiste is opgegeven en iedereen in het dorp naar haar op zoek is. Ze stoort zich er niet aan en door het normale gedrag van haar (wat heel ongeloofwaardig overkomt) merkt niemand het. Ook is het vernederend hoe Jeanne Isabelle in de kelder opsluit en haar honden als wapen gebruikt. En dat alleen maar omdat Isabelle een schoonheid is en omdat Jeanne een ware natuurramp is, terwijl Isabelle er niks aan kan veranderen. Het is niet de make-up die haar zo maakt. Ze is zo geboren.

3 personages
Isabelle Amable: Haar naam verwijst direct naar haar schoonheid. Mooi (belle) en vriendelijk (aima ble). Ze is een filmster in een bergachtige streek in Frankrijk. In dit verhaal is zij het slachtoffer van haar schoonheid.

Jeanne Bitor: Haar naam verwijst ook al direct naar haar lelijkheid. Ze is lang, dun en knokig. Waarschijnlijk had ze zich al in de puberteit de gewoonte aangemeten haar rug te krommen, deels om haar lengte minder in het oog te doen lopen, deels om haar platte borst te verdonkeremanen. Boven die gebogen rug stak de kop met de lange scherpe neus en de puntige kin –waartussen de ingevallen mond met een vermolmd gebit in het niets verdween- beschuldigend als een priemende wijsvinger naar voren. Ze had een weelderige haardos en zo kan ik nog wel een hele tijd doorgaan maar die moeite zal ik u besparen.
De achternaam Bitor is een verbastering van het woord Butor dat reiger betekent. Ze is de boosdoener in het verhaal. Ze ontvoerde Isabelle voor één van haar serie schilderijen. Ze vernederd Isabelle zo dat ze de neiging kreeg om haarzelf op te hangen (wat uiteindelijk tot een mislukte poging lijdt).

Bernard Buffon: Bernard kende Isabelle al sinds zijn jeugd hij was haar stille aanbidder, geheime minnaar. Hij was zelf ook niet de knapste des huizen. Zo ging hij ook door het leven. In zijn jeugd werd hij vaak gepest en dan kwam Isabelle voor hem op. In het verhaal zette hij echt alles op alles om Isabelle te redden, zelfs nadat de politie en ook de opsporingsacties hadden gestaakt ging hij gewoon door. Gelukkig was niet al het werk voor niks geweest.

Gaspard Peyrol: Hij was een ooggetuige en zag Isabelle op de dag van haar verdwijning in een jurkje en rode schoentjes met hakjes een bergpad beklimmen. Hij was haar al eerder het bergpad op achtervolgd en zag Isabelle met “zichzelf spelen”. Ook hij was dan vanachter een struik zichzelf aan het bevredigen.

Heb je personages die je bewonderd?
Ik bewonder vooral Bernard Buffon door zijn heldhaftige inzet.
Hoe hij er ook uit mag zien hij is een doorzetter en geeft de moed niet op om hoe dan ook Isabelle te vinden. Zelfs nadat de politie het opgeeft. Zelfs nadat de opsporingsacties waren gestaakt. En daarom bewonder ik Bernard zo erg.

Heb je personages die je verafschuwt?
Ik verafschuw voor Jeanne Bitor door haar vreselijke aanpak met Isabelle Amable. Ze kon toch ook gewoon vragen of ze mee wilde werken aan een serie schilderijen? Dat doet ze niet en lost het gewoon op door simpel iemand te ontvoerden, vernederen en bijna de dood in te jagen. Dat vind ik fout, dus daarom Jeanne Bitor

Met welke beslissing ben je het oneens?
Met de beslissing die Jeanne Bitor nam om Isabelle Amable te ontvoerden ben ik het HELEMAAL oneens mee. Als ik Jeanne Bitor was zou ik gewoon elke dag een uurtje met Isabelle vrijmaken zodat Isabelle zou poseren voor haar serie schilderijen. En goede afspraken maken door het onmogelijke mogelijk te maken.

4 bouw
Zitten er veel terugblikken of herinneringen in het verhaal?
Er zitten veel flashbacks in het verhaal, waardoor de tijd niet echt bepalend is. De flashbacks zijn wel handig omdat soms niet helemaal wordt beschreven wat er aan een stuk voorafging, met behulp van flashbacks wordt alles duidelijk.

Wat vind je van het einde?
Het einde is een beetje verwarrend, want eerst denk je dat Isabelle dood is.
Dan komt Bernard Buffon eraan en die merkt dus dat Isabelle nog in leven is. En redt haar dan, terwijl ze in die tijd dat ze daar gehangen heeft allang door moest zijn.
En ook de verdwijning van Jeanne Bitor is verwarrend, dat niemand er achteraangaat of zo kan ik niet begrijpen. Terwijl dat bij Isabelle wel is.

5 taalgebruik
Er worden wel hele moeilijke woorden gebruikt maar door de zinsbouw is het verhaal makkelijk te begrijpen.

Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.

Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.