geef je mening
Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?
ff n studiebreak
Klasgenoten stonden vroeger als hongerige hyena's om Jorieke heen. Klaar om het jonge hertje aan te vallen dat nog scoubidoutouwtjes had.

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.
1. Welk boek is het?
Oeroeg van Hella S. Haasse. Dit boek is de 41e druk, en uitgegeven in 1995 in Amsterdam door Querido.
2. Wanneer verscheen de eerste druk?
De eerste druk verscheen in 1948 en is uitgegeven door Vereeniging ter bevordering van de belangen des boekhandels in Amsterdam. Dit boek verscheen als boekenweekgeschenk.
3. Waar en wanneer leefde de schrijver? Is hij om iets beroemd? Wat schreef hij nog meer?
Hella S. Haasse is in 1918 geboren. Zij ontving de Constantijn Huygensprijs en de P. C. Hooftprijs.
Zij schreef ook:
· Cider voor arme mensen (1960)
· Bladspiegel (1985)
· Heren van de thee (1992)
· Transit (1994)
4. Noteer de losse dingen voorin, als die er zijn.
(In het boek zelf)
Haasse, Hella S.
Oeroeg/ Hella S. Haasse - 41e dr. – Amsterdam : Querido, 1995. – 122 p. ; 19 cm. – (Salamander ; 76)
1e dr. verschenen als boekenweekgeschenk; Amsterdam : Vereeniging ter bevordering van de belangen des boekhandels, 1948.
De grote en natuurlijke vriendschap tussen een Europese en een Indonesische jongen, samen opgroeiend op een theeplantage, kan door verschillende voorvallen niet stand houden.
(Op de achterkant)
Hella S. Haasse (1918) heeft een groot en veelzijdig oeuvre, waarin de roman als genre duidelijk overheerst. Omvangrijke en compacte, historische en hedendaagse, geheel op fantasie en geheel op archiefonderzoek berustende romans wisselen elkaar af. Ze ontving de Constantijn Huygens- en de P. C. Hooftprijs.
5. Welke genre is het?
Een roman, een tendens- of strekkingsroman. De twee jongens groeien uit elkaar, er komt een bepaalde misstand in voor en die wordt duidelijk aangetoond.
6. Wat is de literaire stroming?
7. Verklaar de titel.
Oeroeg is een Indonesisch jongetje, hij groeit samen op met het zoontje van een Nederlandse administrateur. Ze groeien op in het Nederlands- Indië van voor de tweede wereldoorlog.
8. Noteer het thema.
Twee jongens die door o.a. hun culturele achtergrond uit elkaar groeien.
Motieven:
· Wanneer kinderen klein zijn, merken ze de verschillen tussen de culturen nog niet.
· Een hechte vriendschap tussen twee jongens met beide een verschillende cultuur.
· Discriminatie.
· Twee ouders die scheiden.
· Twee jongens die graag avonturen beleven.
· ‘’Donkere’’ mensen zijn vaak werkers.
· De twee jongens gaan elk naar een aparte school.
· Jongens worden volwassen en beginnen zich anders te gedragen.
· De vriendschap tussen twee jongens die langzaam verdwijnt.
· Een vader die opnieuw trouwt, het kind vindt dat niet leuk.
9. Noteer het idee.
Ze wil de verschillen tussen twee culturen duidelijk maken. Als je nog jong bent zie je die verschillen nog niet, maar zodra je ouder wordt, worden die verschillen zichtbaarder. Ook verandert je houding in de loop van de jaren.
10. Waar het speelt het boek zich af?
Het speelt zich af in Nederlands- Indië. De ene helft speelt het zich af in Kebon Djati, dat waar hij en Oeroeg woonde. Een stukje speelt zich af in Telaga Hideung, het zwarte meer. Daar is Deppoh, de vader van Oeroeg gestorven. Een stuk speelt zich af in Soekaboemi, daar gaat hij naar school. Oeroeg gaat daar naar de Hollands-Inlandse school. Als ze naar de middelbare school gaan verblijven ze in een internaat in Batavia. Op latere leeftijd verblijven hij en Oeroeg ook in Soekaboemi, daar verblijven ze in een pension. Oeroeg vertrekt na de hoogste klas van de MULO naar Soerabaja. Hij vertrekt naar Holland en keert later nog een keer terug naar Nederland- Indië. (Hij is het hoofdpersoon, de naam van deze jongen is nergens in het boek te vinden.)
11. Wanneer speelt het boek zich af?
In ieder geval na *1900 en iets na de tweede wereldoorlog, dus *1950
Er staat in de samenvatting op de kaft van het boek dat het verhaal zich afspeelde in het Nederlands- Indië van voor de tweede wereldoorlog. En zo oud waren de jongetjes niet. En ergens op het einde van het boek breekt de tweede wereldoorlog uit. Ik denk dat hij toen een jaar of 20/25 was. Dus het verhaal begint ongeveer rond 1920/1925.
12. Noteer de hoofdpersonen.
· Hij (Het zoontje van de Nederlandse administrateur.), zijn naam wordt nergens in het boek vermeld.
· Oeroeg.
· Lida, een pensionhoudster.
Hij en Oeroeg zijn vrienden. De vader van hij (Ik zal hem voortaan maar hij noemen) heeft mensen in dienst, aan daar is Deppoh, de vader van Oeroeg een van. Hij en Oeroeg zijn in Kebon Djati geboren en zijn samen opgegroeid.
Als de twee jongens naar de school in Soekaboemi gaan verblijven ze in een pension. Dat pension is van Lida. Zij regelt van alles voor de jongens, vooral voor Oeroeg.
13. Wat voor characters zijn de hoofdpersonen?
Alledrie de personen zijn round-characters. Hun eigenschappen worden pas langzamerhand in het verhaal duidelijk.
14. Korte inhoud van het boek
Hij en Oeroeg worden geboren op de theeplantage Kebon Djati. Hij is de zoon van een Nederlandse administrateur. Oeroeg is de zoon van Deppoh en Sidris. Deppoh is een mandoer, een soort van hulp. De twee jongens schelen maar een paar weken. Toen de twee moeders in verwachting waren, besteedde zij veel tijd door met elkaar. Oeroeg woonde in een klein huisje, terwijl de andere jongen in een groot en koel huis woont. De verschillen worden dan al duidelijk, natuurlijk nog niet voor de twee jongens. Hun huizen verschillen, net als hun kleding. Sidris krijgt veel kinderen, terwijl de ander het houdt op een kindje. Tot zes jaar blijven de twee jongens altijd bij elkaar. Het zijn beste vrienden. Ze spelen altijd samen, ze zijn bijna onafscheidelijk. Als Hij zes jaar is vindt zijn moeder dat Hij naar school moet. Volgens zijn vader moet Hij dan eerst zijn taaltje, het Soendanees, afleren. Hij vindt het niet leuk. Wat gebeurt er dan met Oeroeg?
Eerst krijgt Hij thuis les van mijnheer Bollinger. Stiekem volgt Oeroeg ook deze lessen, buiten. Na een aantal maanden gaat hij echt naar school. Hij krijgt een nieuwe outfit, nieuwe sandalen, een tas enzovoorts. Op diezelfde avond komen er een paar dames en heren uit Batavie. Als hij zich netjes gedraagt mag hij mee-eten. Die avond maakt een van de gasten een plan. Ze gaan naar Telaga Hideung, het zwarte meer. Hij heeft er al veel spannende verhalen over gehoor. Met Oeroeg had hij het er altijd over. Telaga Hideung ligt diep in het oerwoud. Het was een verzamelplaats voor boze geesten en zielen van gestorvenen. Daar woonde een vrouw, Neneh Kombel, een vampier in de gedaante van een oude vrouw, zij loerde op dode kinderen.
Hij mag mee naar Telaga Hideung. Ze gaan daar baden. Deppoh gaat mee en de tuinman Danoeh. Hij zit ongemakkelijk in de auto en schuift zijn moeder japon een stukje opzij zodat hij kan zitten. Naast haar zit mijnheer Bollinger. Hij ontdekt dat ze elkaars hand beet houden.
Hij is bang in het bos, maar Deppoh stelt hem gerust. Ze naderen het meer. Op het meer ligt een bamboehuisje. Daar gaan ze op. De mannen waren in de dolle bui en begonnen haasje-over te spelen. Deppoh waarschuwde ze nog dat de bamboe al oud was. Mijnheer Bollinger klom op het platje dak. Dat was het laatste wat hij zich kon herinneren.
De volgende ochtend wordt hij wakker. In zijn mond proefde hij nog modderig water. Toen viel hij weer in slaap. Een aantal dagen daarna werd hij wakker. Hij hoorde wat er gebeurt was. Het huisje was omgevallen en hij was in ter water geraakt. Deppoh dook in het water. Later vond de vader van Hij zijn zoontje op een stuk hout. Deppoh was nergens te herkennen. Hij was verdronken.
De twee jongens gaan naar de lagere school. Elke ochtend vertrokken zij in de autorit naar het stationnetje, daar namen zij de trein. De twee gaan naar een aparte school. Oeroeg heeft een vak meer, Nederlands.
Op een dag vertrekt zijn moeder. Zij en zijn vader zijn uit elkaar. Oeroeg schijnt hierdoor geamuseerd te zijn.
Gerard Stokman komt op Kebon Djati, hij is de opvolger van mijnheer Bollinger. Oeroeg en Hij mogen hem gelijk. Ze gaan met hem het bos in om zwijnen te vangen.
Enkele dagen voor zijn elfde verjaardag komt zijn vader in zijn kamer. Over een aantal maanden heeft zijn vader verlof en wil dan gaan reizen. Hij wil zijn zoon naar een kostschool of iets dergelijks in Nederland te sturen. Weer denkt hij maar aan een ding, Oeroeg. Zijn vader besluit dat hij tot aan zijn toelatingsexamen in Indië mag blijven. Aangezien de plaatsvervanger van zijn vader in het administrateurhuis kwam te wonen, werd er voor hem een tehuis gezocht in Soekaboemi. Daar komt hij terecht bij Lida. Na een tijdje komt ook Oeroeg er bij wonen. Lida wilde Oeroeg graag helpen. Zij gaf hem les.
Na een jaar ziet hij zijn vader pas weer. Dat is rond de tijd van zijn toelatingsexamen. Hij had een nieuwe vrouw, zij waren in Singapore getrouwd, maar verbleef nu nog in Batavia. Hij zou de grote vakantie doorbrengen op de onderneming. Daar leert hij Eugenie kennen, de vrouw van zijn vader. Hij mag haar absoluut niet. Lida kreeg een pension in Batavia. Zij en Oeroeg gingen daar wonen. Oeroeg zou naar de MULO gaan daarna naar de Nederlands Indische Artsenschool in Soerabaja.
Hij gaat ook naar Batavia. Oeroeg begint zich langzamerhand steeds Europeaniseer te gedragen. Ook zijn ideeën over bepaalde dingen veranderen. Oeroeg had de laatste klas van de MULO met goed gevolg doorlopen en vertrok naar Soerabaja. Hij zat toen in zijn vierde jaar van de HBS. Af en toe ontving hij een brief van Oeroeg, brieven schrijven was niet het sterkste punt van Oeroeg. Oeroeg woonde in Soerabaja met Abdullah, een jongen die hij op school ontmoet had. Abdullah was een halfbloed en zou later ook naar de NIAS gaan. Lida besluit ook naar Batavia te gaan. Voor de tweede keer verhuist zij.
Af en toe schreef hij brieven naar Lida en Oeroeg en soms kreeg hij brieven terug. Zijn vader kwam over uit Batavia. Hij kwam zijn zoon opzoeken. Hij stemde ermee in dat zijn zoon ingenieur wilde worden en zou hem dat jaar nog naar Delft sturen. Eugenie was in verwachting van hun tweede kind, dus kon hij niet meer op Kebon Djati zijn vakantie doorbrengen. Hij gaat nog wel naar Soerabaja om afscheid te nemen van Lida en Oeroeg.
Oeroeg en hij spraken op het station wat. Oeroeg is verandert. Dan komt ook Lida erbij. Later komt ook Abdullah. Het gesprek liep stroef. Oeroeg wordt boos. Hij wil niks meer met ‘’blanken’’zoals hij te maken hebben.
Hij vertrekt naar Nederland. Hij keert nog een keer terug. Van Kebon Djati is niks meer over. Hij loopt in het boos met een paar anderen. Opeens is hij alleen. Dan ziet hij iemand met een doek met het rode-kruisteken erop. Hij denkt dat het Oeroeg is. "Ga weg", zegt de man, "Ik ben niet alleen’’. En hij verdwijnt. Ook ziet hij op het station Abdullah. Hij riep hem nog, Abdullah draaide zich om en keek, maar liep daarna gewoon verder.
Hij zal nooit weten of het echt Oeroeg was die hij gezien had. Alles van vroeger is nu een herinnering.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.