
CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.
ff n studiebreak
Online een chick scoren, je liefde laten zien op Whatsapp en digitale kusjes sturen. Zonder een blauwtje te lopen. Aanrader?
geef je mening
Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?
Beschrijving
1. Dit boek heb ik uitgekozen, omdat ik Boudewijn Büch ken van verschillende televi-sieprogramma’s en ik daardoor benieuwd was hoe zijn schrijverstalent zou zijn.
2. De kleine blonde dood slaat op het zoontje van de ik-persoon. Deze jongen, Mick-ey, gaat op zeer jonge leeftijd dood aan een hersentumor. In het boek komt de titel voor als de ik-persoon uitvalt tegen Mickey's moeder als deze weer eens dronken is. Hij zegt dan dat ze nog eens een auto-ongeluk krijgt en dat de kleine blonde dan dood is. Mickey is blond
De hoofdpersonen zijn Boudewijn, de vader van Boudewijn Reiner, de zoon van Bou-dewijn, Micky.
Boudewijn Büch is de hoofdpersoon. Hij vertelt het verhaal over zijn eigen jeugd, maar ook over de tijd dat hij zelf vader is. Zijn vader zelf had een oorlogstrauma, hierdoor kon hij erg raar reageren op zijn kinderen en zijn vrouw. Dit heeft Boudewijns leven totaal beïnvloedt. Boudewijns moeder had veel problemen met zijn vader, en is uiteindelijk gescheiden. Ze heeft altijd een schuldgevoel gehad dat ze haar kinderen aan haar man had 'blootgesteld'. Boudewijn zal later een kind krijgen van Mieke, hoewel hij homo is. Ook krijgt hij een relatie met Fleurette.
Boudewijn is een gevoelig mens. Ook al was zijn vader vaak erg vervelend tegen hem, als hij sterft voelt hij zich erg verdrietig. Ook van de dood van zijn zoon is hij totaal ondersteboven.
De vader van Boudewijn heeft vreselijke dingen meegemaakt in de oorlog. Deze heeft hij nooit kunnen verwerken. Hij is er altijd mee bezig. Hij heeft een kamer met daarin allerlei spullen over de oorlog. Zijn broer, Onkel Jabob, was slachtoffer van experimenten van de nazi's tijdens de oorlog en is daardoor geestelijk niet helemaal meer in orde.
De vader van Boudewijn (Rainer) reageert soms heel raar op bepaalde dingen, hij kan ineens heel erg woedend worden, of gaan huilen. In de Tweede Wereldoorlog heeft hij een heldendaad begaan waardoor hij respect heeft van anderen. Hij slaat zijn vrouw en kinderen. Ook weet hij erg veel van de natuur, vooral van vlinders, hij heeft een enorme vlinderverzameling. Op een gegeven moment gaat hij scheiden van zijn vrouw en gaat met een jonger meisje samenwonen. Hij had al verscheidene zelf-moordpogingen ondernomen, die allemaal mislukten, maar nu lukt het toch wel.
De moeder van Boudewijn is van Italiaanse afkomst. Het gedrag van haar man drukt als een zware last op haar schouders. Ze zal altijd een schuldgevoel overhouden. Nadat ze is gescheiden wil ze niets meer weten van haar man.
Mickey is de zoon van Boudewijn en Mieke. Hij is de 'kleine blonde'. Boudewijn is erg gelukkig met hem. Het is een erg nieuwsgierig jochie, dat alles wil weten. Er wordt ook veel verteld van Mickey allemaal vraagt, en wat Boudewijn dan antwoordt. Op een gegeven moment valt Mickey van een trappetje en komt niet meer bij. Dit komt vooral door een hersentumor.
Mieke is de moeder van Mickey. Zij was een vroegere lerares van Boudewijn. Ze wil met Boudewijn trouwen, maar dat wil hij niet aangezien hij homo is. Hierdoor gaat ze drinken en raakt ze verslaafd. Boudewijn neemt Mickey in huis, omdat Mieke bijna constant dronken is.
Astrid Nisgren is de achttienjarige vijfde vrouw van Boudewijns vader. Boudewijn ontmoet haar als hij een keer bij zijn vader op bezoek gaat. Zij is erg vervelend tegen hem.
Fleurette is een huisgenoot van Boudewijn en ook een soort vriendin, maar op een gegeven moment wil ze niets meer van hem weten.
Het verhaal speelt zich af in Wassenaar. Het verhaal van Boudewijn’s vader speelt zich af na de tweede wereldoorlog en het verhaal van Boudewijn’s kind rond de ze-ventiger jaren.
De kleine blonde dood beschrijft de vader/kind verhouding tussen Boudewijn en zijn vader en tussen Boudewijn en zijn zoon.
Boudewijn’s vader heeft een zeer ernstige oorlogstrauma en neemt hier zijn hele ge-zin in mee. Boudewijn adoreert zijn vader en memoreert in dit boek de meest afschu-welijke herinneringen aan zijn vader, maar ook voor hem hele prettige herinneringen. Tegelijkertijd loopt de tweede verhaallijn door dit boek over zijn eigen verhouding met zijn zoon Micky die op 5 jarige leeftijd overleed. Hij heeft hier hele prettige herinnerin-gen aan.
Uitgewerkte persoonlijke reactie
3. Het onderwerp vader/zoon verhouding vind ik interessant. Ik ben zelf ook een zoon van mijn vader en hierdoor kun je de verschillen of juist overeenkomsten herkennen.
Het onderwerp ligt gedeeltelijk in mijn beleveniswereld. Ik zeg gedeeltelijk, omdat het concept van een vader met een oorlogstrauma, of wat voor een trauma dan ook voor mij niet bekend is. Hierdoor liet de tekst me toch koud. In een boek kan ik niet meele-ven. Het is geschreven tekst en de personen uit het boek ken ik persoonlijk niet goed genoeg om er mee, mee te leven.
Ik vind dat de schrijver met deze twee verhaallijnen het onderwerp goed uitwerkt. Hij laat zien hoe zijn jeugd net na de oorlog was tegenover de jeugd van zijn zoon in de-ze tijd.
Ik vind de eerste gebeurtenis, het schoolreisje van Boudewijn, een hele belangrijke gebeurtenis. Hierin wordt meteen de sfeer, tijdsgeest, trauma van vader, adoratie van Boudewijn weergegeven.
De gebeurtenissen in het boek worden op zodanige wijze verhaald, dat de gevoelens hier duidelijk in naar voren komen. Als de schrijver de gevoelens daadwerkelijk be-schreven had, was het een zoetsappig boek geworden.
De gebeurtenissen hebben een logische samenhang. Gebeurtenissen die Boudewijn met Micky heeft doen hem herinneren aan gebeurtenissen met zijn eigen vader.
Sommige gebeurtenissen zijn voor mij ongeloofwaardig, zoals de gebeurtenis met Boudewijn’s vader die bij de reservepolitie zit. Elke maandagavond laat hij alle andere reservisten marcheren, terwijl hij dit doet op een Duitse manier en alle Hollanders, juist in die tijd, gruwelden van Duitsers. Het duurde erg lang voordat deze mensen stopten met hem te gehoorzamen en het duurde tevens erg lang voordat hij werd ontslagen.
Een grappige gebeurtenis is dat Onkel Jobab, die ook gek is geworden door WOII, een weekendje kwam logeren. Boudewijn moest met Onkel gaan wandelen. Onkel had wel eens patatten gegeten en Boudewijn wist niet eens wat dit waren. Zij moes-ten drie uur lopen, voordat ze bij de Belgische grens waren en kochten daar patatten. In eerste instantie wilde de frietboer de patatten niet verkopen omdat Onkel Jobab een Duitser was. Toen Boudewijn vertelde dat Onkel Jobab een Duitse Jood was en het juist erg slecht had gehad in de oorlog, verkocht de frietboer de patatten wel. Boudewijn kreeg geld van Onkel en betaalde. Onmiddellijk daarop zei Onkel "rennen Boudewijn, ik vertel je zo wel waarom". Onkel had met een Duitse munt betaald en de frietboer kwam hun achterna. Boudewijn en Onkel hebben toen zo hard en lang ge-rend, dat zij geen patatten meer in hun puntzakje hadden zitten. Boudewijn wist nu nog niet hoe ze smaakte.
Boudewijn wordt op een bepaald ogenblik in een "gekkengesticht" gestopt. De ouders vertellen niet aan de dokters wat een hel ze thuis maken voor de kinderen. Vertellen niet dat Boudewijn zich alleen zo gedraagt als moeder weer eens in elkaar geslagen wordt. Hij zit meer dan een jaar in dit gesticht en mag absoluut niet lezen. "Ongenezen" werd hij later naar huis gestuurd en had verschrikkelijke pijn in zijn buik. Dit had hij al heel lang. Pas na 2 jaar werd er een dokter bij gehaald, die een ge-sprongen blindedarmontsteking bij hem constateerde. Dit betekende bijna zijn dood. Boudewijn heeft 3 maanden in coma gelegen en 1 jaar in totaal in het ziekenhuis. Vati heeft 3 maanden lang aan zijn bed gezeten en daarna elke dag voorgelezen. Boude-wijn kon in het begin door zwakte zelf niet lezen. Toen Boudewijn weer thuis kwam had zijn vader een boekenkast voor hem gemaakt voor alle boeken die aan hem wa-ren voorgelezen. Dit was het mooiste cadeau dat Boudewijn had kunnen krijgen.
Personages
De hoofdpersoon is geen held. In dit boek is een heldenrol niet van toepassing. Hij is echter eerder slachtoffer.
Het karakter van de hoofdpersoon moet niet duidelijk worden beschreven, omdat ik in de loop van het verhaal de hoofdpersoon zelf wil leren kennen en zelf wil beoordelen.
Boudewijn vind ik levensecht door zijn reacties en gedrag. De vrienden van Boude-wijn vind ik ook levensecht, hoe vaak gebeurt het niet dat je tegen iemand zegt "doe dit echt niet"en ze doen het !
Het boek beïnvloed me niet omdat ik zo nu eenmaal in elkaar steek. Ik vind het fijn in een boek als je jezelf juist niet kan verplaatsen in één der personen. Ik wil niet voelen of denken zoals de hoofdpersoon.
Fleurette is een prima meid. Die zeurt niet aan Boudewijn z’n kop en wil alleen maar dat iedereen zich happy voelt.
Het gedrag van Mieke, onverantwoordelijk gedrag naar haar zoon toe keur ik af, als-ook haar zuipgedrag.
Opbouw
Het verhaal is makkelijk van opbouw. Het verhaal is niet echt spannend, alhoewel ik wel doorlees omdat ik benieuwd ben hoe het verder verloopt.
Het hele boek is doordrenkt van flashbacks. Dit past heel goed bij het onderwerp. De verhouding van vader naar zoon wordt vergeleken met de verhouding van de zoon met zijn zoon.
De gebeurtenissen zie je allemaal vanuit de ogen van één personage (Boudewijn).
De enige vraag waar ik mee ben blijven zitten is hoe het verder met Boudewijn zijn leven is gegaan. Heeft hij rust gevonden in zijn leven ?
Het boek begon me te boeien zodra ik het eerste hoofdstuk had gelezen, omdat
het schoolreisje van Boudewijn zoveel weergeeft van de triestheid van het boek. Ook wordt meteen de sfeer, tijdsgeest, trauma van vader, adoratie van Boudewijn weer-gegeven.
Taalgebruik
Het taalgebruik is niet moeilijk. Er zijn geen echte dialogen. Er worden geen duister taalgebruik gebruikt of symboliek.
Het is mij opgevallen dat het taalgebruik gewoon is. Alsof iemand naast je op de bank zijn levensverhaal vertelt.
Eindoordeel
Ik vind het een goed boek, de twee verhaallijnen naast en door elkaar spreekt me aan.
Ik vind het ook goed dat beide verhaallijnen vanuit één perspectief beschreven wor-den.
2. Verdiepingsopdracht
II.
1. Ik had verwacht dat het boek somber zou zijn. Ik had ook verwacht dat het een boek zou zijn over alleen de dood van Mickey en de aanloop daar naar toe.
2a. Het boek is opgebouwd uit verschillende hoofdstukken. Deze hoofdstukken zijn steeds met een paar samen gekoppeld in een tijd. De functie van de geleding in dit boek is om de overeenkomst of juist de verschillen tussen de twee verhaallijnen te benadrukken.
b. De samenhang tussen de verschillende fragmenten is aanwezig. De uitjes van Boudewijn met zijn vader in contrast met de uitjes van Micky en zijn vader. Bijvoor-beeld Koninginnedag is een uitje met het hele gezin en is voor de kinderen niet leuk en eindigt pijnlijk. Met het uitje naar Artis zorgt Boudewijn er alleen maar voor dat het juist leuk is voor Micky en eindigt met kotsen en toch tevreden naar bed gaan. Helaas eindigt deze dag wel weer rottig voor Boudewijn met ruzie met Mieke.
c. De samenhang is uitgedrukt in het verdriet van het overlijden van Boudewijn z’n vader en van Micky. Het in het ziekenhuis liggen van Boudewijn als kind en Micky in het ziekenhuis. De wandeling van Vati met z’n zonen op het strand en Boudewijn met z’n zoon op het strand.
Het contrast uit zich bijvoorbeeld in het uiten van liefde voor zijn zoon door Boudewijn en het ontbreken daarvan door de vader van Boudewijn.
Het boek heeft twee verhaallijnen; één over de vader van de hoofdfiguur, een door de oorlog geestelijk verminkte man en één over de hoofdfiguur als vader van een zoon-tje dat op jonge leeftijd overlijdt. De onderscheidende verhaallijnen zijn even belang-rijk.
d. Het boek begint als Boudewijn een jaar of 12 is. De oorlogstrauma van de vader van Boudewijn gaat door het hele boek heen. Halverwege het boek sterft vader en sterft Micky. Later gaan de herinneringen aan beiden door.
e. Er is een cyclische opbouw. Het laatste hoofdstuk over Micky heeft veel overeen-komsten met het eerste hoofdstuk en zo sluit het laatste hoofdstuk aan bij het eerste.
f. De functie van deze vertelsituatie is dat beide verhaallijnen verteld worden door dezelfde figuur en dat beide verhaallijnen de verhouding vader/zoon beschrijven, maar dat hij in het ene verhaal de zoon is en in het andere verhaal de vader.
3a. Het Boek heeft een ikvertelsituatie. Boudewijn verteld alles zelf. Niet alleen als volwassenen maar ook als jongetje.
b. hierdoor wordt je erg betrokken bij de hoofdpersoon en leef je erg mee. Ook kan je zo duidelijk de samenhang tussen het heden en het verleden merken in Boudewijns beleveniswereld.
c. Het boek had een treurig effect op mij. Tevens was er onbegrip dat in dit geval de moeder van Boudewijn met haar zonen zolang bij haar man blijft, terwijl zij zoveel verdriet en narigheid van deze man heeft. Ontsteltenis bij het feit dat Boudewijn on-danks alles van zijn vader hield en goed wilde doen bij zijn vader. Onbegrip voor de alcoholische Mieke, die zelfs voor haar zoon de drank niet kon laten staan. Onbegrip voor de vrienden van Boudewijn die zijn waarschuwing "wat er ook gebeurt, geef Micky niet aan Mieke mee", dit toch doen.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.