CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

ff n studiebreak

Klasgenoten stonden vroeger als hongerige hyena's om Jorieke heen. Klaar om het jonge hertje aan te vallen dat nog scoubidoutouwtjes had.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

Geschreven door:

anoniem (3 vwo) [meer]

Datum ingestuurd:

19 oktober 2001

Taal:

Woorden:

2.250

Bekeken:

30754 keer (11 deze maand)

Waardering:

3.1/5 (107 stemmen)

Deel op:

  • Door manon op 28-05-2007
    over boekverslag de kleine blonde dood, de jongeb micky gaat dood na een val een trapje bij het huis van mieke niet een auto ongeluk zoals beschreven in een verslag van iemand uit 3VWO de eerste uit het rijtje uit drie vwo
  • Door Veerle op 09-05-2006
    er wordt in de samenvatting vermeld dat de zoon van mickey dood is gegaan door een autoongeluk, maar dat is niet zo hij is doodgegaan omdat hij van de trap is afgevallen. Boudewijn was alleen altijd maar bang dat ze hem nog eens een keer doodrijdt
  • Door astrid op 17-10-2005
    hai ik wilde even kwijt dat de dood van micky in het boke d ekleine blonde dood niet veroorzaakt wordt door een auto ongeluk, zoals de jonge van het uitreksel zegt maar hij valt van de trap nadat hij een schok in zijn hoofd kreeg omdat hij aan een hersentumor lijdt!!! dit wilde ik even kwijt anders ... lees meer

Algemene gegevens.
De naam van de schrijver is Boudewijn Büch.
De titel van het boek is ‘de kleine blonde dood’.
De uitgever van het boek is ‘de arbeiderspers’.
Het boek is uitgegeven in Amsterdam in het jaar 1985.
De hoeveelste druk de uitgave van dit boek is wordt niet in het boek vermeld.
Dit boek heeft geen opdracht.
In het boek staan meerdere motto’s:
· You’re out of touch, my baby, my poor discarded baby (Mick Jagger)
· Too young to really be in love (Jerry Lee Lewis/ Lippman-Dee)
· Der Tod ist ein sehr mittelmässiger Porträtmaler. (Goethe/Eckermann)
· Die Geschichte rückwärts erzählt (Novalis)
· O Melancholy, turn thine eyes away! O Music, music breathe despondingly (Keats)
· Comme vous le savez, notre société est entierement liquidée.. (Rimbaud)
· Wie zich voorstelt dat iets wat hij liefheeft, te niet gaat, zal zich bedroeven; daarentegen zal hij zich verheugen bij de gedachte dat het behouden blijft (Spinoza).
· Liefde (of geen liefde), en ouder worden, en dan de Dood. (Gerard Reve).
· Een naam van iemand die niet meer bestaat blijft soms nog lang onder de mensen (Achterberg).
· Ik ben geen vader, en ik héb geen zoon, niets dan een sage is zijn zacht bestaan. (Willem de Mérode).
· Tete sacrée ! Enfant aux cheveux blonds ! Bel ange ! A láuréole d’or !(Victor Hugo).

Citaat:
Vijftien of zestien jaar na het schoolreisje maakte ik met Micky een reisje. Het was onze kortste reis samen. We waren vaak verder weg geweest: naar Italië, naar België en hadden zelfs een keer door Duitsland gereden. Als ik langs Artis fiets moet ik aan hem denken. Wanneer ik om een boek kom zeuren in de Artis Bibliotheek kijk ik altijd uit het raam. Tussen de dieren zie ik hem lopen. Hij zou nu zo’n vijftien jaar oud zijn en ik zou met hem naar popconcerten gaan. Of zou ik hem verboden hebben later dan 0.00 uur thuis te komen? Hoe zou ik als vader zijn geweest van een mooie blonde jongen die op een bromfiets door de straten zou scheuren en in mijn bijzijn dertien glazen bier zou drinken? Ik weet het niet.
Zijn moeder bracht ons naar het station. Hij was duidelijk teleurgesteld toen hij de trein zag: ‘het is gewoon een grote tram, Boudewijn.’ Ik kuste zijn moeder vaag op de wang, vlak bij het oor. Onze relatie bestond al jaren uit slechts één component: dat we samen een kind hadden.

Globale indeling:
Het boek is verdeeld in 19 hoofdstukken.

Schrijver.
Boudewijn Büch werd op 14 december in 1948 geboren in Den Haag en groeide met zijn vijf broers - van wie vier ouder - op in Wassenaar. Op elfjarige leeftijd werd hij naar een jeugdpsychiatrische inrichting in Brabant gestuurd. Zijn ouders scheidden in 1963. Zijn vader overleed in 1975 aan een hartaanval, en niet aan zelfmoord zoals in het boek verteld wordt. Zijn vader zat bij de reservepolitie, en zijn moeder was huisvrouw. Ook dat zijn vader verzetsstrijder geweest zou zijn is niet waar. Boudewijn Büch heet eigenlijk gewoon Boudewijn Buch zonder umlaut. Deze heeft hij er zelf bijgezet.
Na een studie Nederlands, Duits en filosofie debuteerde Büch in 1976 met de poëziebundel Nogal droevige liedjes voor de kleine Gijs.
Hij schreef onder andere de volgende titels:
· Eilanden(1981);
· De blauwe salon (1981);
· Het androgyn in ska (1982);
· Dood kind(1982);
· Literaire omreizen:
· de idioticon (1983);
· Bibliotheken (1984);
· Weerzien, een verhaal (1984);
· Het land der letteren (1984 samengesteld met L.Zonneveld);
· Het androgyn en ska en andere gedichten (1985);
· Büch's boeket 1 (1985);
· Büch's boeket 2 (1986);
· April love(1986); Links!
· Een rode burleske (1986);
· Blauw: een reisverhaal(1987);
· Brieven aan Mick Jagger (1988);
· De rekening (1989); Openbaarboekenbezit: over verre leeszalen, kille bibliotheken en vergetenpennevoerders (1991);
· Het IJspaleis (1993);
· Blauwzee (1994);
· De hel(1994);
· Geestgrond (1995);
· Leeg en kaal (1995);
· Verzamelde gedichten(1995);
· De bocht van Berkhey (1996);
· Voorgoed verliefd(1997).
In 1995 is hij ook gestart meteen eenmanstheaterprogramma.Het boek ‘de kleine blonde dood’ is ook verfilmd. Daarin spelen onder andere Antonie Kamerling en Olivier Tuinier.
Deze informatie heb ik vooral van het internet, maar ook van het boek zelf.

Inhoud: samenvatting.
In dit boek wordt het leven verteld van Boudewijn. Hierin vertelt hij over de relatie met zijn vader, en over zijn zoontje Micky.
Boudewijn had een erg strenge en vreemde vader. Hij was Duits en had zeer ernstige trauma’s overgehouden aan de oorlog. Hij was een harde, en wrede man die toch veel van zijn zoons hield. Boudewijn hield ook veel van hem, ondanks zijn wreedheid. Zijn ouders gaan scheiden en als Boudewijn volwassen is zoekt hij zijn vader voor de eerste maar laatste keer na de scheiding op. Boudewijn is homofiel en heeft een kindje, zijn vader is het daar al niet mee eens. Er ontstaat ruzie tussen vader en zoon en Boudewijn heeft zijn vader daarna nooit meer gesproken of gezien. Tot hij bericht krijgt van de vrouw van zijn vader, dat hij overleden is, en zelfmoord heeft gepleegd.
Boudewijn heeft ook een zoontje, Micky, hij overlijdt op jonge leeftijd aan een auto-ongeluk waarbij zijn moeder, Mieke reed. Hij komt in coma terecht en is hersendood, onder andere door beslissing van Boudewijn. Er kon niets meer voor hem gedaan worden.
Boudewijn was homoseksueel, en had toch een kind bij een vrouw. Die vrouw was Mieke, ze had een alcoholprobleem en Boudewijn leefde niet met haar samen.

Titel.
De titel ‘de kleine blonde dood’ vind ik goed gekozen. Hij verwijst duidelijk naar de dood van Micky, Boudewijns’ zoontje, een klein blond jongetje.
Verder komt de titel ook nog in het verhaal voor: : ‘de kleine blonde dood, dat is een mooie boektitel; ik ga naar bed ik ben tipsy.’
Ik vind de titel goed gekozen, omdat hij origineel is, en hij eigenlijk niets vertelt over het verhaal totdat je het verhaal eenmaal gelezen hebt. Hij maakt het verhaal dus minder onvoorspelbaar.

Figuren, personages, verteller.
In het boek komen de volgende personen voor: Boudewijn, zijn vader, zijn moeder, zijn vijf broers, Mieke, Fleurette zijn minnares die hij voor korte tijd heeft, Micky, Gerda, zijn huisgenoot, de latere vrouw van zijn vader, de arts en zusters in het ziekenhuis, de verzorgers en andere kinderen in het ‘gekkenhuis’.

De hoofdfiguur is Boudewijn. Over zijn uiterlijk wordt in het verhaal niets verteld. Hij heeft een heel nieuwsgierig en lief karakter. Hij wil altijd alwetend zijn. Op zijn 11e jaar moet hij naar een gesticht, volgens zijn ouders leidde hij aan hevige zenuwaanvallen. We maken Boudewijn in het verhaal mee vanaf zijn ongeveer 8e tot en met zijn 20e jaar. Boudewijn is homoseksueel. Hij heeft een zoontje Micky, bij Mieke. Zijn zoontje overlijdt in het verhaal, dat doet hem heel veel pijn. De relatie die hij met zijn vader had, was eigenlijk ondanks alles heel goed. Boudewijn had het geluk dat hij zijn vaders’ oogappel was.

Bijfiguur: een bijfiguur in het verhaal, is Fleurette. Zij is de tijdelijke minnares van Boudewijn. Terwijl hij nog bij Mieke is. Ze komt niet lang voor in het verhaal.

Round character: Boudewijn is een round character, je weet heel veel van zijn karakter. In het verhaal maak je Boudewijn mee vanaf kleins af aan, hij probeerde altijd alles goed te doen bij zijn vader, hoe moeilijk dat ook was bij zijn vader. Boudewijn wil altijd alles weten, en leren. Hij vraagt dan ook altijd honderduit over alle dingen waarbij je de vraag hoe, wat en waarom kan vragen. Op latere leeftijd, krijgt hij toch een hekel aan zijn vader, omdat hij nog steeds veel fout bij hem schijnt te doen. Het is vooral fout bij zijn vader om homofiel te zijn en dan ook nog eens een kind te hebben. Zijn vader was namelijk erg katholiek. De verandering in zijn karakter is dat hij eerst zoveel van zijn vader houdt, terwijl hij een hele wrede man was, en dat hij op latere leeftijd, wanneer hij zijn vader weer ziet, dingen die zijn vader zegt, of denkt hem niet meer interesseert.

Flat character: een flat character in het verhaal is de vader van Boudewijn. Hij heeft geen veranderingen in zijn karakter. In het begin van het verhaal is hij een wrede en harde man, die erg religieus is. Hij heeft heel veel trauma’s overgehouden aan de 2e wereldoorlog, en heeft ook nog steeds last van die trauma’s. Aan het einde van het verhaal heeft hij nog steeds veel last van die trauma’s, hij is nog steeds erg religieus en hard en wreed. Er is niets aan hem veranderd.

Type: Een type in het verhaal is Mieke, de moeder van het zoontje van Boudewijn. Ze is een slechte moeder, met alcoholprobleem. Ze heeft een kind van een homofile man. Over haar karakter wordt verder niet uitgeweid. Er treed ook geen verandering op in haar karakter in de loop van het verhaal.

Verteller: Het verhaal wordt verteld door een Ik-persoon. In dit geval door Boudewijn.
Autobiografisch: het verhaal wordt half om half auto-biografisch verteld. Het klopt bijvoorbeeld wel dat Boudewijn Büch 4 broers had, en dat hij op zijn 11e jaar naar een jeugdinrichting is gegaan. Ook kloppen de namen in het verhaal. Maar dat zijn vader zelfmoord gepleegd zou hebben is bijvoorbeeld niet waar.

Tijd, bouw.
Het verhaal is opgebouwd uit 19 hoofdstukken.
Voor de rest is het wel verdeeld in 2 aparte verhalen die later samenkomen. Het wisselt tussen de relatie met zijn vader op jonge leeftijd, en tussen de relatie met Micky, zijn zoontje als hij ouder is. Later verandert de relatie tussen Boudewijn en zijn vader op de leeftijd dat hij Micky al heeft. De verhalen zijn samengekomen.
Het verhaal speelt zich niet af in een historische tijd. Het speelt zich af tussen ongeveer 1960- 1980. dit zijn de tijden ongeveer.
Het verhaal maakt gebruik van tijdsprongen tussen telkens 2 punten. Boudewijn als klein kind, en als vader met zelf een klein zoontje.
De vertelde tijd neemt zo’n 20 á 30 jaar in beslag, waarin veel dingen worden overgeslagen.
De verteltijd is 195 bladzijdes.
Het boek heeft een open einde. Waarin wordt teruggeblikt op de tijd dat Micky nog leeft. En dat Boudewijn nog overweg kon met Mieke, ze waren zelfs toen bijelkaar. Het is een open einde omdat je niet weet wat er met de personen zal gaan gebeuren. Dat laat het boek aan de fantasie over en daarmee houdt het verhaal op.
Het boek heeft een opening waarmee je in de handeling begint. Het begint op een punt in het verhaal, waarin het lijkt of je alle personen en gebeurtenissen in het verhaal al kent.
De spanning in het boek wordt veroorzaakt door de originaliteit, de onvoorspelbaarheid, en de tijdsprongen die in het boek worden gebruikt.

Plaats, ruimte sfeer.
Het verhaal speelt zich af: thuis, op school, tijdens het schoolreisje in Duitsland en Gelderland, in de jeugdinrichting, in het ziekenhuis, in Italie, bij Gerda thuis, bij Mieke thuis, bij Boudewijn thuis, bij het huis van zijn moeder, bij het huis van zijn vader, op de basisschool van Micky, het crematorium en in Artis.
Geografische plaatsen zijn: Wassenaar, Leiden, Amsterdam, Venetië, andere plaatsen in Italië en Gelderland.
Bepaalde omgeving: De mensen uit het verhaal komen uit een burgerlijk milieu uit die tijd. Soms een beetje gestresst. Moeder is huisvrouw, vader werkt hard.
Sfeer en invloed omgeving: de sfeer wordt er een beetje gestresst door en vol onbegrip. Dat komt vooral door bijvoorbeeld de vader van Boudewijn. Hij is psychisch niet helemaal in orde. Hij handelt heel onregelmatig, door bijvoorbeeld de ene keer heel veel liefde te tonen voor zijn zoons en vrouw en dan is ook alles toegestaan, terwijl het de andere keer weer helemaal het tegenovergestelde is. Daardoor ontstaat er bij de rest van de familie onbegrip.

Thema’s en motieven:
Het thema: het thema van het boek is een combinatie van verslaving –in dit geval alcohol – en liefde.

Het motief: motieven in het boek zijn: Boudewijns liefde voor Micky, Boudewijns liefde voor jongens, Boudewijns vader die voor de zoveelste keer helemaal doorslaat en het huis zowat afbreekt, de drank bij Mieke.

Genre:
Het boek ‘de kleine blonde dood’ is een roman.
Het is een psychologische roman. Vol onbegrip over bepaalde zaken waarvan niemand iets snapt.
Het is volwassenen literatuur.

Eigen mening:
Ik vind het een heel mooi verhaal, maar wel zielig en ontroerend. Ik vind het zo mooi omdat het origineel en ontroerend verhaal is. Het is ontroerend wanneer Boudewijn er bijvoorbeeld voor moet kiezen of hij wil dat Micky’s stekkers eruit getrokken moeten worden, omdat hij alleen nog maar kunstmatig in leven gehouden kan worden. Op zo’n moment is het heel ontroerend en mooi, maar dat is ook meteen een heel zielig moment.
Ik vind het onderwerp heel origineel en diepgaand. Dat vind ik omdat zo’n onderwerp volgens mij niet veel voorkomt, en anders was het voor het eerst dat ik over zo’n onderwerp las. Het onderwerp is helemaal niet oppervlakkig, maar juist heel diepgaand. Dat vind ik omdat bij zaken of gebeurtenissen de gevoelens van de hoofdpersonen helemaal worden beschreven, je weet precies hoe die persoon zich voelt en daardoor kan ik me beter inleven in het verhaal.

Bedoeling van het boek: ik vind de bedoeling van het boek een beetje verborgen. Ik denk dat de bedoeling van het boek, dat het leven niet bij iedereen zo mooi en gelukkig is. en dat de bedoeling is om mensen een beetje hoop te geven die ook veel ellende kennen. Maar zoals ik al schreef, vind ik de bedoeling van het boek een beetje verborgen, dus weet ik het niet zeker en kan ik ook niet zeggen of ik het er mee eens ben.

Situaties: de personen en situaties zijn helemaal niet herkenbaar voor mij. Ze staan dan ook ver buiten mijn omgeving en zijn nergens herkenbaar in. Het kan wel heel goed zijn dat het vaak voorkomt, maar bij mij is het niet herkenbaar.

Taalgebruik: het is een heel gewoon alledaags taalgebruik dat gebruikt wordt. Soms zelf een beetje kinderachtig omdat het meeste van de tijd iets uitgelegd aan Boudewijn als klein kind, of aan Micky. Dan kan je ook geen moeilijk tuilgebruik nemen. Het is dus niet te moeilijk en niet te makkelijk.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.