Boekverslag Renate Dorrestein

Buitenstaanders

... 12 13 14 15 16 [17] 18 19 20 21 22 ...

Info over dit verslag

Geschreven door:

Karien Ruis

Kwaliteit:

Waardering:

Taal:

Nederlands

Woorden:

3429

Opvragingen:

5

Hulpmiddeltjes

Openen in tekstverwerker Openen in tekstverwerker

Printen Printen

Emailen Emailen

Waardering

Gemiddelde waardering: 3 uit 5 (17 stemmen)

Heb je er iets aan gehad? Geef zelf je waardering:
Erg goed bruikbaar
Goed bruikbaar
Bruikbaar
Een beetje bruikbaar
Niks aan gehad

Titels van Renate Dorrestein

Laatst gewijzigd op 30 september 2001

1. Beschrijvingsopdracht

Motivatie:
De reden waarom ik dit boek ben gaan lezen, is vrij simpel. Omdat ik lang nog niet wist welk boek ik moest gaan lezen heb ik bij de leestips gekeken bij module 4. Omdat ik bij de meeste boeken geen idee had waarover ze zouden gaan, heb ik er een paar uitgezocht en mee naar huis genomen.

Thuis wist mijn zus te vertellen dat dit boek, ‘buitenstaanders’, een leuk boek was. Daarom heb ik dit boek uiteindelijk maar genomen.

Korte weergave van de inhoud:
Max, Laurie en hun twee zoontjes krijgen op weg naar hun vakantiebestemming een ongeluk waarbij de ze in de sloot rijden. Iedereen komt ongedeerd uit de auto, behalve Max die een shock heeft. Laurie moet dus hulp zoeken. Ze volgen een mongoloïde meisje en komen bij een vreemd huis.
Het huis is een project van psychiater Wibbe. Volgens hem leven psychiatrische patiënten het best in een natuurlijke omgeving. De patiënten weten niet dat Wibbe hun toezichthouder is, ze vinden hem de enige gek die in huis rondloopt.
Lupo en Wibbe trekken met de tractor de auto uit het water. Laurie gaat mee. De jongetjes brengen hun tijd door met het pesten van Marrie. Ondertussen ontwaakt Max, die naar de slaapkamer van Ebbe en Biba was gebracht. De meisjes zijn halfnaakt en Max is gecharmeerd van Ebbe en begint haar te strelen. Op dat moment komt Laurie terug en ziet wat er gebeurt. Ze rent naar de auto en wil samen met haar zoontjes wegrijden. Maar de accu is leeg, waardoor ze wordt gedwongen om te blijven.

Er wordt een feest gehouden voor Sterre, die een jaar geleden zelfmoord heeft gepleegd omdat ze het volwassen worden niet aankon. Na de viering volgt de ceremonie waarbij Biba en Ebbe op het dak gaan staan waar Sterre zich naar beneden heeft gestort. Ze hebben contact met haar. Wibbe denkt dan dat ze ook zelfmoord willen plegen en komt ze achterna. Ze sluiten dan Wibbe op zolder op. Ook Max is opgesloten, in de kelder, waar hij tussen de muizen zit. Als hij vrij is gaat hij samen met Ebbe en Biba op zoek naar de jongetjes. Laurie is ze ook al aan het zoeken, totdat ze bij een psychiatrische kliniek aankomt. Ze is helemaal van slag en ze wordt aangezien voor patiënt, ze krijgt een kalmeringsmiddel toegediend. Dan hoort ze hoe het in elkaar zit bij het huis van Agrippina. De arts piept Wibbe op en er volgt een discussie over Agrippina, die een hersentumor heeft. Wibbe komt er achter dat Agrippina hallucineert en brengt haar naar de kliniek.
De jongetjes zijn gevonden, zij waren bij Marrie op de kamer waar ze haar op een vreselijke manier toetakelden. Dan wordt Laurie langzaam wakker en ziet hoe Max een broodje eet en ze ontdekt dat ze op een terras zit. Ze weet nu niet of alles wat is gebeurd wel of niet is gebeurd.

Uitgewerkte persoonlijke reactie

*Het onderwerp
Het gaat eigenlijk over de onduidelijkheid wat is waan en wat is waar. Ook over waar de grens ligt tussen 'normaal' en 'gek', en wat nu eigenlijk erger is. Dit verklaart ook de titel, want de bewoners van het huis zijn buitenstaanders in de maatschappij, omdat zij psychisch niet in orde zijn. Elk personage in het boek heeft zijn eigen idee over de werkelijkheid. Vooral de grens tussen 'normaal' en 'gek' vind ik belangrijk in het boek, omdat het helpt een taboe te doorbreken. Veel mensen zijn namelijk bang voor mensen die psychisch iets mankeren. Eigenlijk vind ik een boek wat meer vertelt dan alleen een verhaal altijd goed, omdat het dan niet alleen voor leesgenot is gemaakt, maar het ook nog een sociale functie heeft. Ik vind dit dus wel een goed onderwerp.

Voordat ik begon met het lezen van het boek had ik bijna geen verwachtingen over het boek. Ik had nooit van het boek gehoord niemand heeft mij er wat over verteld met uitzondering van mijn zus die alleen nog wist te vertellen dat het een leuk boek was.

Het onderwerp van het verhaal ligt niet in mijn belevingswereld. Dit komt omdat ik zelf weinig met zulke mensen te maken heb. Ook is het niet zo dat ik wel eens over dit onderwerp nadenk.

De schrijfster legt het onderwerp goed uit. Soms iets te goed waardoor het allemaal wat langdradig wordt.

De schrijfster geeft geen mening over het onderwerp. Het is een verhaal dus dat kan moeilijk. Zij kan natuurlijk het verhaal zo laten lopen dat er voor de ene dingen meer aandacht is dan voor de andere.

*De gebeurtenissen:
In het boek speelt een aantal gebeurtenissen een belangrijke rol:
Het ongeluk, het ‘vinden’ van het huis, het feest van Sterre, de tocht van Laurie naar de psychiatrische kliniek, Laurie die ontwaakt op het terras.
De gebeurtenissen zijn van groot belang voor het verhaal en spelen ook een grote rol in de gedachten van de hoofdpersonen. Iedereen leeft naar het feest van Sterre. En als Laurie niet naar de psychiatrische kliniek was gegaan, was Agrippina misschien gestorven.
Als je het boek niet gelezen hebt en je leest het bovenstaande stuk over de belangrijkste gebeurtenissen dan zie je er geen verband in. Als je het boek wel gelezen hebt kan je een aantal koppelingen leggen tussen de gebeurtenissen.

Ik vond de gebeurtenissen niet spannend. Ook waren ze onherkenbaar, maar op een één of andere manier waren het wel boeiende gebeurtenissen, het deed je wel wat.
De gebeurtenis die de meeste indruk op mij maakte heb ik niet.
Voor mij waren alle gebeurtenissen gelijkwaardig. Het meest verrassend vond ik, maar dat is eigenlijk geen gebeurtenis, dat Wibbe een psychiater was en iedereen in het huis ‘gek’ was.

De gebeurtenissen van Laurie die ontwaakt op het terras heeft mij nog het meest aan het denken gezet. Ook omdat daardoor het boek een open einde kreeg. Je gaat je afvragen of het nou wel of niet echt gebeurd is. Open eindes zetten mijzelf ook altijd aan het denken, dus ik vond zo'n einde wel mooi, maar wel heel verwarrend.

*Personages:
De hoofdpersoon (ik neem hier Laurie maar als hoofdpersoon, maar ik had iemand anders kunnen nemen) is van de ene kant wel maar van de andere kant geen heldin. Het is namelijk niet zo dat Laurie bekend is of iets dergelijks. Maar voor Agrippina van wie zij waarschijnlijk het leven heeft gered is zij wel een heldin. Ook de lezer beschouwt haar uiteindelijk wel als een heldin. Ik moest hier wel even over nadenken want ze heeft wel wat slechte kanten. Ze probeert bijvoorbeeld vreemd te gaan met Lupo.

In de loop van het verhaal leer je alle personages goed kennen. Er wordt veel over ze verteld, door de verteller maar ook door anderen bijvoorbeeld de bewoners van het huis. Ik denk wel als dit niet was gebeurd was het boek een stuk moeilijker geweest. Doordat je wat meer van de hoofdpersonen weet is het makkelijker om het verhaal te begrijpen.

Ik vind sommige personages in dit verhaal wel levensecht maar sommige ook niet. Max en Laurie zouden best echt kunnen bestaan. En ik denk dat er ook wel van die typetjes zijn. Maar de bewoners van de dependance van de psychiatrische inrichting lijken mij niet realistisch. Daarom zitten ze misschien wel in dat dependance maar het lijkt mij zeer onwaarschijnlijk dat je ze in een echte psychiatrische inrichting wel vindt.

Zelf kan ik mij niet verplaatsen in één van de hoofdpersonen. Dit komt doordat de hoofdpersonen allemaal afwijkende typetjes zijn. De enige die nog een beetje in de buurt komt is Laurie, omdat die zich nog een beetje gewoon gedraagt, ten opzichte van de anderen.

Het gedrag van de hoofdpersonen kan ik heel moeilijk beoordelen. Doordat je achteraf met de vraag blijft zitten of het wel allemaal echt is gebeurd vind ik het erg moeilijk om een oordeel te geven over de hoofdpersonen. De bewoners van de dependance zijn eigenlijk ontoerekeningsvatbaar. Ook het gezin is in deze omstandigheden een klein beetje vreemd.

Doordat iedereen in het boek niet helemaal normaal was, waren hun beslissingen erg vreemd. Zoals het opsluiten van Max in de kelder en Wibbe op de zolder vond ik erg vreemd.
Ik kan eigenlijk niet zeggen wat ik zou hebben gedaan, omdat ik mij niet kan inleven. Dat komt weer omdat ik me niet echt kan verplaatsen in een van de personen, zodat je echt met het verhaal gaat meeleven.

*Opbouw:
De opbouw van het verhaal was erg ingewikkeld. Je viel midden in het verhaal binnen. Je wist niet van tevoren dat Laurie en Max op vakantie gaan. Ze zijn gewoon op weg en rijden het water in.
Er worden in het boek regelmatig stukken over geslagen, waar je later dan alle informatie over krijgt. Vaak is dat verwarrend, omdat je niet snapt waarom een persoon dan zo reageert. Ook weet je in het begin niet dat Evertje Polder een hond is en dat Sterre al jaren doodt is. Dat is informatie die je pas achteraf leert.

Ik kan niet zeggen dat ik het verhaal spannend vond, maar ik was gedurende het hele boek geboeid. Dat kwam omdat je wilde weten wat nu de ware aard achter deze mensen was, en waarom ze zo raar deden.

In het verhaal zitten veel terugblikken en flashbacks.
Als bijvoorbeeld iets aan het gezin wordt uitgelegd (hoe Sterre is gestorven) dan begint iemand te vertellen maar, wordt hij door een ander afgebroken omdat dat het gezin niets aan zou gaan. Dan begint vervolgens de alwetende verteller de rest van het verhaal uit te leggen.
Als de verteller dit niet zou hebben gedaan dan was dit voor de lezer een groot probleem geweest. Je zou veel minder dingen begrepen hebben.

Het verhaal heeft een auctoriale verteller. Hij geeft uitleg waar dat nodig is. Je weet dus wat iedereen denkt en voelt. Je ziet de gebeurtenissen door de ogen van elk persoon. Dat is in dit verhaal ook wel nodig, want anders krijg je veel te weinig informatie. Iedereen denkt ook anders over de gebeurtenissen. Zoals de ceremonie voor Sterre. Voor Ebbe en Biba is dit heel belangrijk, terwijl de aangestrande familie niet helemaal weet wat de bedoeling van de ceremonie.

Aan het einde van het verhaal blijf je met een belangrijke open plek zitten namelijk is het wel of niet echt gebeurd. Als je het boek leest en slaat de laatste bladzijde over dan zou je zeggen dat het verhaal echt gebeurd was. Maar als je de laatste bladzijde leest brengt de schrijfster daar verandering in door een hoofdpersoon wakker te laten worden en die vraagt zich vervolgens af wat dit nu een droom of was het echt. Daardoor blijft de spanning wel in het boek.

Het boek heeft mij van begin tot einde geboeid, vooral omdat ik zo nieuwsgierig was naar het einde, maar nu ik er achteraf over nadenk is er eigenlijk heel weinig gebeurd.

*Taalgebruik:
Het taalgebruik in het verhaal was niet moeilijk. De zinnen waren niet lang en er stonden weinig moeilijke woorden in.

De verhouding dialoog-beschrijving is voor mij goed. Er wordt in het verhaal iets meer verteld dan dat er dialoog is. Zodra er een dialoog was, -iemand wil iets vertellen over het verleden-, dan werd dat verder verteld wanner de persoon daarmee ophield. Door de alwetende verteller dus. Zo bestaat er waarschijnlijk iets meer beschrijving dan dialoog.

De tekst leverde voor mij geen problemen op door ingewikkelde beeldspraak, symbolische verwijzingen of duister taalgebruik.

Ik vind het taalgebruik van de hoofdpersonen wel bij hun passen. Agrippina is een wat oudere vrouw en praat ook zo. Ze praat langzaam en zegt niet iets als het niet nodig is.

2. De Verdiepingsopdracht

Voordat ik begon met het lezen van het boek had ik bijna geen verwachtingen over het boek. Ik had nooit van het boek gehoord niemand heeft mij er wat over verteld met uitzondering van mijn zus die alleen nog wist te vertellen dat het een leuk boek was.

Wel dacht ik na het lezen van de achterkant dat het boek over vampiers zou gaan. Dit kwam doordat op de achterflap stond dat een oude vrouw van kinderbloed hield.

Het boek is opgebouwd uit vier hoofdstukken. Maar het totaal aantal bladzijdes van het boek is niet eerlijk over het boek verdeeld. Hoofdstuk twee en drie zijn veel langer dan hoofdstuk een en vier.

In dit boek zit samenhang door de herhaling van tekstelementen. Het tekstelement dat bijvoorbeeld telkens herhaald wordt, is: Agrippina die telkens opzoek gaat naar bloed. Of de dialogen van Ebbe en Biba. Telkens zegt Ebbe tegen Biba dat ze haar mond moet houden of dat ze niet van die domme dingen moet zeggen.

Volgens mij heeft dit boek een aantal verhaallijnen. De belangrijkste verhaallijnen zijn natuurlijk het leven van Max en Laurie en het leven in de dependance van de psychiatrische inrichting.
Andere voorbeelden zijn: de gebeurtenissen in het huis terwijl er verder op in het bos de kinderen aan het spelen zijn, waar wat gebeurt. Of wanneer in het huis Wibbe en Max zijn opgesloten zijn, zit Laurie op het hoofdlocatie van de psychiatrische inrichting.
Als lezer kun je deze verhaallijnen goed met elkaar in verband brengen. Het zijn de hoofdpersonen die zich telkens scheiden worden er een aantal dingen op verschillende plaatsen gebeuren.

Dit verhaal kent volgens mij een duidelijk ‘medias res’ begin. Het verhaal start namelijk midden in de gebeurtenissen. Je begint namelijk bij het gezin in de auto de op vakantie blijken te gaan. Dit verhaal heeft geen cyclische opbouw.

Het boek heeft een auctoriale verteller. De verteller weet meer van de hoofdpersonen maar weet ook meer dan de lezer. Als Ebbe haar verhaal over Marrie en Wibbe niet afmaakt maakt hij het verhaal af. Dit zie je een aantal keer voorkomen. De verteller zegt dan telkens: “Zo was dat destijds verder gegaan:”. Als hij zijn verhaal heeft afgemaakt dan gaat het verhaal weer terug naar het hier en nu.

De verteller heeft in dit boek een bepaald soort macht. Hij speelt als het ware met de lezer. Hij vertelt niet alles wat hij weet en wat hij weet vertelt hij in gedeeltes. Je krijgt telkens een klein beetje informatie.

De verteller in het boek vond ik niet betrouwbaar. Je weet dat hij meer weet, hij houdt informatie achter en laat je soms door informatie achter te houden dingen geloven die anders zijn. Zo blijkt Evertje Polder halverwege van het verhaal een hond te zijn terwijl eerste door de verteller de suggestie wordt gewekt dat het een mens is.

De verteller heeft in dit boek een bepaald soort macht. Hij speelt als het ware met de lezer. Hij vertelt niet alles wat hij weet en wat hij weet, vertelt hij in gedeeltes. Je krijgt telkens een klein beetje informatie.

De verteller in het boek vond ik niet betrouwbaar. Je weet dat hij meer weet, hij houdt informatie achter en laat je soms door informatie achter te houden dingen geloven die anders zijn. Zo blijkt Evertje Polder halverwege het verhaal een hond te zijn, terwijl eerst door de verteller de suggestie wordt gewekt dat het een mens is.

Door de onbetrouwbare verteller ga je twijfelen aan het boek. Helemaal als je aan de eind voor de keuze komt te staan of het wel of niet echt gebeurd is. Je wordt onzeker en weet niet meer wat nu wel en niet waar is.
De verteller in het boek vond ik niet betrouwbaar. Je weet dat hij meer weet, hij houdt informatie achter en laat je soms door informatie achter te houden dingen geloven die anders zijn. Zo blijkt Evertje Polder halverwege het verhaal een hond te zijn, terwijl eerst door de verteller de suggestie wordt gewekt dat het een mens is.

Johan van Ommen en Liset Penzon, over Buitenstaanders van Renate Dorrestein, Utrecht 1986. Reeks: Prisma uittrekselboeken

Ik zal mij nu het perspectief verder verdiepen, omdat in mijn secundaire literatuur niets over de structuur van mijn boek te vinden is. Ik had dus geen keuze.

*Samenvatting:
Er is een auctoriale vertelinstantie. Hij weet meer dan de personages. Deze vertelinstantie kent de gedachten en de gevoelens van de personages en hun verleden.

De auctoriale vertelinstantie is in het hele boek duidelijk aanwezig. In sommige gevallen treedt hij op de achtergrond en beleven we de gebeurtenissen vanuit een van de personages.

Bij bijna alle personages is er soms sprake van vision dedans. Hiermee wordt duidelijk gemaakt dat de personen een verschillende perceptie van de werkelijkheid hebben en zoiets kan enorme gevolgen hebben. Door deze vision dedans wordt de lezer gemanipuleerd door de auctoriale vertelinstantie. Hij houdt feiten achter of laat ze door de lezer verkeerd interpreteren. Vaak wordt er meer gesuggereerd dan verteld. Het trekken van conclusies, het bepalen van de werkelijkheid wordt aan de lezer overgelaten

Als ik mijn conclusie over het perspectief vergelijk met de secundaire literatuur, dan verschillen beide stukken niet erg veel. Beide stukken komen tot de conclusie dat er een alwetende/auctoriale verteller is. Ook het spelen met de lezer werd door beiden geconstateerd. Alleen in mijn conclusie heb ik het niet over de vision dedans. Dit komt doordat ik daar zelf nog nooit van gehoord had. Ik heb aan mijn vader moeten vragen wat dit was.

De secundaire literatuur kwam op mij als zeer overtuigend over. Alles werd uitgelegd met voorbeelden en alle beweringen werden met goede argumenten onderbouwd.

Deze secundaire literatuur was voor mij goed bruikbaar. Ik heb er niet erg veel aan gehad, alleen bij het maken van deze vragen heb ik er wat aan gehad.

3. Evaluatie

In het begin was het boek heel onduidelijk, maar dat veranderde zodra je in het verhaal groeide en steeds meer informatie van de familie in het huis kreeg. Zo wist ik niet dat Evertje Polder een hond was en dat Sterre dood is.

Door de flashbacks wordt het verhaal wel lastig, daartegenover staat dat het taalgebruik tamelijk eenvoudig is.

Het boek is op zo'n manier opgebouwd dat je steeds weer van mening verandert over wat de werkelijkheid nu is, dat spreekt mij heel erg aan.

Mijn mening is niet veranderd door het maken van de verdiepingsopdracht. Je gaat wel heel anders over het boek nadenken als je alle opdrachten gemaakt hebt. Ik ben redelijk tevreden over het uitvoeren van de beschrijving en verdiepingsopdracht. Ik denk dat ik alle vragen zo goed mogelijk beantwoord heb, ook al waren sommige vragen pittig

Ik ben redelijk tevreden over de uitvoering van de beschrijvings- en verdiepingsopdracht. Ik vond het niet echt lastig om het verslag te maken, maar er ging wel veel tijd in zitten. Ik denk dat ik de opdrachten goed heb gevolgd en alles duidelijk heb omschreven.

De vragen over de secundaire literatuur vond ik echter wel lastig. Niet omdat de vragen moeilijk waren, maar omdat ik veel moeite moest doen om goede literatuur te vinden. Als eerste heb ik gezocht in de literatuur boeken van Lexicon. Daarin stond Renate Dorrestein niet. Daarna heb ik op internet gekeken. Niet alleen op schrijversnet.nl, waar ik niets kon vinden, maar ook bij alle kranten. Bij de kranten kon ik natuurlijk wel recensies vinden over Renate Dorrestein, maar die gingen voornamelijk over haar eigen leven. Of over haar laatste boeken, en dat is niet buitenstaanders.
Dan maar naar de bibliotheek. Zonder eerst zelf te gaan zoeken heb ik in Hengelo en in Borne gelijk maar een medewerker gevraagd. Op een of andere manier konden ze allebei niets vinden. In Borne heef een man mij toen een boek gegeven, waar alle informatie over mijn boek in stond die ik nodig had. Net zoals in het tekstboek van Laagland staat. Die heb ik toen maar meegenomen en kwam er pas achter toen ik alle vragen al gemaakt had dat het een uittrekselboek was. Aangezien ik alle informatie kon vinden en aan mijn lerares Nederlands (die mij heeft geholpen om andere secundaire literatuur te vinden, maar tevergeefs) gevraagd of ik dan toch deze secundaire literatuur te gebruiken. Uiteindelijk werd dat toch goedgekeurd.

Het lezen van het boek koste mij niet erg veel moeite. Het taalgebruik was makkelijk en de zinnen waren goed te volgen. Doordat het boek mij op een één of andere manier boeide was het lezen een stuk makkelijker. Je bent nieuwsgierig naar de rest van het boek en leest dus sneller verder.

In het begin van het boek was het erg verwarrend dat je niet alle informatie kreeg die je nodig had. Hierdoor ontstonden nogal wat misverstanden. Ook de flashbacks waren best verwarend. Je denkt bijvoorbeeld tot halverwege het boek dat Sterre nog leeft.

Tijdens het werken aan dit boekverslag merkte ik dat ik de vaardigheden die nodig waren, voldoende bezat. Alleen het hoofdstuk over structuur en samenhang moest ik nog weer even doorlezen.

Ik denk dat ik de volgende keer toch weer eerder ga beginnen met het boekverslag. Dit is iets wat ik me elke keer voorneem maar het komt er telkens niet van. Ik ben toch wel steeds weer ruim op tijd klaar.

Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.

Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.