Boekverslag Karel Glastra van Loon

De passievrucht

... 15 16 17 18 19 [20] 21 22 23 24 25 ...

Info over dit verslag

Geschreven door:

Marlies

Kwaliteit:

Waardering:

Taal:

Nederlands

Woorden:

4625

Opvragingen:

10

Hulpmiddeltjes

Openen in tekstverwerker Openen in tekstverwerker

Printen Printen

Emailen Emailen

Waardering

Gemiddelde waardering: 3 uit 5 (92 stemmen)

Heb je er iets aan gehad? Geef zelf je waardering:
Erg goed bruikbaar
Goed bruikbaar
Bruikbaar
Een beetje bruikbaar
Niks aan gehad

Titels van Karel Glastra van Loon

Laatst gewijzigd op 27 september 2001

Titelbeschrijving (1):

Glastra van Loon, Karel, De passievrucht. 10e druk. Uitgeverij L.J.Veen, Amsterdam 1999. (1999)

Titelbeschrijving (2):

De titel van het boek is “De passievrucht”. Allereerst heb ik dit opgezocht in het woordenboek, hierin stond:

passievrucht v(m) –en eivormige tropische vrucht

Ik denk niet dat de schrijver deze vrucht heeft bedoeld als titel voor het boek. Ik denk dat je de achter titel een meer letterlijke betekenis moet zoeken. Een vrucht van passie, oftewel een vrucht van liefde en hartstocht. Een embryo dus, want een embryo onstaat (meestal) uit liefde en hartstocht. Dit boek gaat over vruchtbaarheid, Armin, de hoofdpersoon, dacht dat zijn dertien-jarige zoon Bo, uit zo’n passievrucht geboren was, maar dat blijkt niet zo te zijn, althans niet uit de ‘passievrucht’ van Armin en de moeder van Bo, Monika.

De titel komt niet letterlijk in het boek voor, daarom heb ik twee citaten voor deze titelverklaring gevonden. Het eerste is een citaat waarin wordt verteld hoe Armin dacht dat Bo was verwekt, en in het tweede citaat verteld Ellen, Armin’s nieuwe vriendin, de waarheid over, hoe Bo is verwekt.

p.34
‘De Renault 5 is een erg kleine auto om de liefde in te bedrijven maar het kan. Achtendertig weken en drie dagen later baart Monica een zoon. We noemen hem Bo.’

p.229
‘Monika heeft zich omgedraaid en je vader gekust. Hij heeft nog gezegd dat ze dat niet moest doen. Maar hij kuste haar wel terug. En… Nou ja. Toen hebben ze het gedaan.’

‘De passievrucht’ kan daarbij ook nog een symbool zijn voor de natuur. Armin houdt heel erg van de natuur, hij kijkt graag naar vogels, en gaat vaak naar de waddeneilanden op vakantie. Bo lijkt hierin heel erg op hem, en gaat dan ook graag met zijn ‘vader’ mee vissen, wandelen en vogels bekijken. Het is misschien een beetje ver gezocht, maar het het klopt wel.

Ook hier heb ik een citaat gezocht, uit dit citaat vind ik blijken dat ze allebei enorm van de natuur houden.

p.134
‘Wat ruik je?’ vroeg Bo.
‘Ruik zelf maar.’
Hij boog zich over de vis en snoof.
‘Ik ruik vis.’
‘En de wonderlijke geur van het waterrijk,’ zei ik.
Hij snoof nog eens en knikte toen. ‘Ja,’ zei hij, ‘de wonderlijke geur van het waterrijk.’


Motto

Voorin het boek is het volgende motto te vinden:

From the start
Most every heart
That’s ever broken
Was because
There always was
A man to blame

Dolly Parton (‘It Wasn’t God Who Made Honkytonk Angels’)

Als je dit motto vertaald, zegt het, dat er altijd een man verantwoordelijk is geweest voor het breken van ieder hart. Ook in dit verhaal komt dit motto weer terug, het hart van Armin wordt gebroken, en in zekere zin ook het hart van Ellen en Bo. De ‘dader’ is de biologische vader van Bo, de vader van Armin.

Dat Armin’s hart gebroken is blijkt uit de volgende drie citaten:

p.156
‘Maar godverdomme, Ellen, wat denk je dat er met mijn hart is gebeurd?’ Ik kan me niet verschuilen voor de waarheid, ik kan niet wegkruipen zoals jij. Ik kan mijn ogen niet sluiten! Jij weet niet wat het is om na dertien jaar je zoon te verliezen. Jij weet niet wat dat is, de liefde van een ouder voor een kind. O God, Ellen, niet doen! Niet doen! Niet nu! Jezus Christus!’

p.231
‘Ze voelde zich verschrikkelijk schuldig.’
‘Maar je zei net dat ze geen spijt had.’
‘Nee. Spijt is iets anders. Spijt heb je zelf. Schuld krijg je van anderen.’
‘O, dat is makkelijk zeg. Die schuld heeft ze dus van mij!’

p.232
‘Ik ben niet boos meer. Ik ben helemaal niets meer. Geen vader. Geen zoon. Geen geliefde. Geen vriend. Niets. Ik ben opgehouden te bestaan. Ik moet mezelf opnieuw gaan uitvinden.’

Tijd

Het boek is als een sujet verteld, in niet-chronologische volgorde dus. Het is niet helemaal chronologisch in ieder geval. Het verhaal in de tegenwoordige tijd is wel vrij chronologisch, maar het verhaal zit helmaal vol met flashbacks, hierdoor is het niet meer echt chronologisch te noemen. De flashbacks in het verhaal gaan terug naar de tijd dat Monika nog leefde, en de tijd na haar dood.

Dit was is flashback van Armin tijdens hun eerste ontmoeting, vanaf hier begint hun leven samen.

p.82
Op de Dam komt ze dicht tegen me aan lopen. ‘Ik ben bang voor duiven.’ Zoiets raars heb ik nog nooit gehoord. Maar dat zeg ik niet.
‘Hoe heet je eigenlijk?’
‘Monika.’
‘Armin.’
‘Ar-min,’ zegt ze, alsof ze de lettergrepen wil proeven in haar mond. ‘Armin. Apart.’

Er komen ook een paar kleine vooruitwijzingen voor, maar niet echt veel. Het zijn ook meer gedachtenspinsels van Armin over de toekomst. Over hoe het nu verder moet gaan tussen hem en Bo, het is niet zeker dat het echt gaat gebeuren, maar Armin denkt van wel.

Een goed voorbeeld hiervan is hetgeen wat Dees, de beste vriend van Armin, zegt tegen hem, als ze samen in de kroeg zitten nadat Armin bij Niko Neerinckx thuis is geweest, iemand waarvan hij denkt dat hij schuldig is aan het verwekken van Bo.

p.129
‘Dus hij zou vinden dat je zijn huwelijk hebt verpest. En de enige manier om er dan toch nog iets aan te hebben dat hij het kind nou eenmaal heeft verwekt, is door de vaderschapsrechten te gaan claimen.’
‘Hij zou voor de rechter geen schijn van kans maken.’
‘Ten eerste weet ik dat zo net nog niet, maar belangrijker lijkt: wil jij dat het tot een rechtszaak komt? Wil je dat jezelf aandoen? En Bo? En Ellen?’

Er zijn in het boek erg weinig voorbeelden van tijdverdichting te vinden viel mij al snel op. Na een rustpunt, begint hij vaak weer met een flashback of met één van zijn gedachtes. Ik heb wel een tijdverdichting kunnen vinden na lang zoeken, het is een stukje uit het deel waarin Armin, op bezoek gaat bij Anke Neerickx.

p.124
De volgende dag had ik haar gebeld, zoals we hadden afgesproken – de vrouw met het opgestoken haar en de joggingbroek, de vrouw die gezelschap nodig had om van zichzelf te mogen drinken, de vrouw van de man die de vader was van Bo, van twee Bo’s zelfs. Anke Neerinckx.

Er zit wel veel tijdvertraging in het boek, het beginstuk, waarin Armin tehoren krijgt onvruchtbaar te zijn, is daar een goed voorbeeld van, ook hen weekend dat Armin en Bo op Ameland doorbrengen is een voorbeeld van tijdvertraging. De schrijver heeft deze delen vertraagt omdat het best belangrijke stukken uit het boek zijn.

De vertelde tijd loopt ongeveer vanaf het begin van de relatie van Armin en Monika tot het as uitstrooien van Armin’s vader (en die van Bo) over het graf van Monika. Ik denk dat dit zo’n vijftien of zestien jaar is. Want Bo is aan het eind van het boek een jaar of veertien en Monika en Armin waren nog niet zo gek lang bij elkaar toen ze Bo kregen.

Ik gebruik hierbij een citaat uit de laatste scene van boek, waar dus het as wordt uit gestrooid over het graf van Monika.

p.237
Bo hield de urn zo hoog als hij kon. Toen draaide hij hem om. Het fijne stof woei op de zomerwind de begraafplaats over. Aan de voet van Monika’s graf vormde zich een klein wit bergje.

De verteltijd van het boek is 237 bladzijden, onderverdeeld in vijfenveertig hoofdstukken. Het verteltempo van het boek ligt behoorlijk hoog. De schrijver vliegt door de gebeurtenissen heen, en toch krijg je een behoorlijk goed beeld van situatie, en de personen.

Ik denk dat dat het boek zich afheeft gespeeld is de afgelopen vijftien jaar. Dit denk ik omdat er over heel wat moderne hedendaagse zaken wordt gepraat zoals, het grasmat in de ‘Amsterdam ArenA’. Ik denk dus dat het boek zich in de periode 1984-1999 afspeelde.

Een ander voorbeeld waaraan je kan zien dat het zich in de afgelopen tijd heeft afgespeeld, is het volgende citaat. Dat is weer zo’n hedendaags voorbeeld.

p.94
De arts steekt heel even zijn hoofd om de hoek van de deur van de wachtkamer. Ik leg de story weg waarin ik heb zitten lezen over de liefdesbaby van Linda de Mol. Liefdesbaby, denk ik. Was Bo een liefesbaby?

Door de tijdsmanipulaties in het verhaal is het verhaal beter te begrijpen, en een stuk spannender. Het is beter te begrijpen doordat je nu heel veel te weten komt over bijvoorbeeld Monika. Zonder de flashbacks zou je haar niet zo goed hebben gekend. Dan zou je alleen maar weten hoe Armin op zoek ging naar de echte vader van zijn kind, en totaal geen achtergrond kennen. Ook is het een stuk spannender, stel dat het verhaal in chronologische volgorde was geschreven, dan had je bijna in het begin van het boek al geweten dat Armin niet de vader van Bo was, maar dat Armin’s vader ook de vader van Bo is. Dan was de rest van het boek niet echt leuk geweest meer.

Personages

Armin Minderhout is de hoofdpersoon in dit verhaal. Zijn grote liefde Monika is zo’n tien jaar geleden overleden. Hij is onvruchtbaar en is dat altijd geweest, doordat hij lijdt aan het syndroom van Klinefelter, een afwijking in de geslachtshormonen. Hij heeft een ‘zoon’ van dertien samen met Monika, althans hij dacht dat hij een zoon had, maar dat blijkt door dit syndroom dus onmogelijk te zijn. Armin krijgt door dit bericht een grote schok waardoor zijn hele leven verandert, hij wil achter de waarheid komen, de waarheid wie de verwekker van Bo is. Hij is hier dag en nacht mee bezig en kan er ook niet mee stoppen. Armin is een in zichzelf gekeerd persoon, die zich niet zoveel aantrekt van anderen. Zo volgt hij bijvoorbeeld zelden de adviezen van zijn beste vriend Dees op, terwijl deze zo goed zijn. Armin is corrector bij een uitgeverij van wetenschappelijke tijdschriften als beroep, hierdoor heeft hij hier veel verstand van gekregen. Met dit beroep kon hij thuis gaan werken toen Bo net was geboren, zodat Monika wel gewoon kon gaan werken. Hij woont nu samen met Ellen, zij was vroeger de beste vriendin van Monika, door haar blijft hij een beetje op het rechte pad, en zit hij niet iedere avond in de kroeg.

Een duidelijk citaat, dat laat zien hoe machteloos Armin zich voelt zich, vond ik dit stuk, het is een heel hoofdstuk, maar het geeft zijn gevoelens heel duidelijk weer…

p.93
Er ligt een vel papier op mijn bureau waarop een lijst met vragen staat.
Waarom?
Was het passie?
Was het liefde?
Was het wellust?
Was het wraak?
Was het verveling?
Was ze dronken?
Was ze boos?
Waaar was ze?
Was ze buiten?
Was ze binnen?
Wat had ze aan?
Wat deed ze uit?
Was het licht aan?
Was het donker?
Was er voorspel?
Was er naspel?
Kwam ze klaar?

Soms merk ik dat ik opgewonden word als ik over die vragen nadenk. Dan haat ik mezelf.

Een andere naam die Armin zichzelf heeft gegeven is Erik Aldenbos. Zo noemt hij zichzelf als hij bij Anke Neerinckx op bezoek gaat om haar uit te horen over haar man, hij heeft Armin gekend, dus neemt hij een valse naam.

De persoon waar het eigenlijk allemaal omdraait in het boek is Bo Paradies. Bo is de zoon van Monika en Armin’s vader, Cor, Armin denkt dat Bo zijn zoon is, totdat hij erachter komt dat hij al zijn levenlang onvruchtbaar is. In het boek zie je Bo helemaal opgroeien, van een baby tot een beginnende puber, die voor het eerst slaapt met een meisje. Hij zegt niet veel, maar toch weet je redelijk wat over hem. Bo heeft een hele sterke band met zijn ‘vader’ Armin in dit geval dus, hij houdt net als Armin van de natuur, en was als klein kind al helemaal gek op meeuwen. Ook houdt hij heel erg van vissen. Bo slaapt al vanaf zijn vierde jaar met zijn ogen open, dit komt door een nachtmerrie die hij ooit heeft gehad, sindsdien durft hij niet meer te slapen met zijn ogen dicht. Als hij veertien is, komt hij erachter dat Armin niet zijn vader is, maar dat zijn opa eigenlijk zijn vader is, voor hem is dat heel moeilijk, maar zijn moeder heeft het hem uitgelegd in een brief. Hij besluit hierna het as van zijn blijkbaar echte vader, die net overleden is, uit te strooien over het graf van zijn moeder, Monika.

Ik heb een citaat voor Bo uitgekozen waar hem net is verteld dat Armin niet zijn vader is, wie dat wel is, dat weet hij dan niet. Hier zie je duidelijk hoe Bo uit woede reageert.

p.214
Hij had drie stappen achteruit gedaan, Bo. Hij was wit weggetrokken, terwijl ik tegen hem raasde en tierde. ‘Wat is dat voor een onzin?’ had hij geroepen. En toen was hij plotseling bovenop me gesprongen. Met al zijn jongenskracht, had hij op me ingeslagen. Ik voelde zijn vuisten op mijn borst, op mijn gezicht, tegen mijn oren. Ik hield mijn ogen dicht en alle kracht vloeide uit mij weg.

Monika Paradies was de vriendin van Armin. Ze was erg spontaan en hield veel van haar vriend. Ze was erg gehecht aan uitspraken, die uit het hart kwamen. Je wordt in het boek als een hele bijzondere vrouw afgeschilderd. Iemand met passie en lef. Je hebt niet echt een goed beeld van Monika, omdat je haar vooral door de ogen van Armin ziet, en die was verliefd op haar, en dus het beeld is een beetje vertekend. Toen Monika op een dag met de vader van Armin het huis aan het opknappen was, bedroog ze hem met zijn eigen vader. Dit gebeurde maar één keer, maar ze was wel meteen zwanger van hem.

Ellen was de beste vriendin van Monika. Ze wisten alles van elkaar. Ze hebben zelfs een keer het bed gedeeld. Na het overlijden van Monika wordt Ellen de vriendin van Armin, en zij redt hem uit een diepe put. Hun relatie is heel open, maar ze wil Armin niet vertellen, wie Bo heeft verwekt. Ook vindt ze het geen goed plan om op zoek te gaan naar de verwekker, dat brengt volgens haar alleen maar problemen met zich mee, en dat is ook zo.

Het doel van de hoofdpersoon is erachter komen wie de vader van zijn ‘zoon’ is, hij is is dit boek de ‘held’, de held die alles overwint. Hij wordt in die zoektocht ook tegen gezeten door anti-helden, bijvoorbeeld Ellen, zij probeert hem weg te houden van zijn doel, door hem zo min mogelijk informatie te geven. Net als Monika, in zekere zin, zij heeft niets vor hem achter gelaten om het hem makkelijker te maken. Ook Dees, is een beetje een anti-held, alledrie hebben ze het beste met hem voor, en houden ze hem daarom bij zijn doel weg.

De tegenstanders van Armin zijn de mensen die hij verdacht. Waarvan hij denkt dat ze zijn vreemd gegaan en Bo dus hebben verwekt. Dit zijn dus o.a. Niko Neerinckx, Robbert Hubeek en Monika’s voormalige dokter. De helpers van Armin zijn vooral voorwerpen en herrinneringen in dit verhaal, zoals het briefje wat Armin. bij zijn vader thuis vindt.

Een citaat uit het boek, van wanneer Armin hegt briefje van Monika bij zijn vader thuis ontdekt.

p.221
Dan valt mijn oog op een smalle enveloppe. ‘COR’ staat erop, in blokletters. Mijn vaders roepnaam. Meer niet. De enveloppe is langs een van de korte kanen opengescheurd. Ik schud het papier eruit. Het is een klein briefje met een korte boodschap. Ik vrouwelijk handschrift staat geschreven: ‘Ik ben zwanger. M.’

Alle personages in dit boek zijn karakters, je kan niet voorspellen hoe ze gaan handelen. Ze zitten ingewikkeld in elkaar, en zouden echte mensen kunnen zijn geweest.

Structuur en Samenhang

Het verhaal begint midden in een gebeurtenis, namelijk het opweg zijn naar het ziekenhuis, waar Ellen en Armin een afspraak hebben om de uitslag van hun vruchtbaarheidsonderzoek te bespreken met een arts. Zo’n begin heet een in medias res, al binnenvallend tijdens de gebeurtenis. Hierdoor zit je meteen helemaal in het verhaal, je moet meteen al helemaal opletten wat er gebeurd, want misschien is het wel heel belangrijk voor de rest van het verhaal, zoals in dit geval.

Een citaat uit het begin van het boek:

p.7 (Eerste pagina)
We rijden zwijgend naar het ziekenhuis. Ellen zit achter het stuur, ik tel de strepen op de weg. De weg is vol auto’s op oorlogspad. Ellen rijdt eerst te hard, dan te langzaam. Ze geeft geen richting aan aan. Ik zeg niks.
Er zit best wel wat contrast in het verhaal, het contrast bijvoorbeeld tussen Monika en de vader van Armin, dat is heel groot en toch is er een aantrekkingskracht tussen hen. Zo is er ook het contrast tussen de mooie en en lieve Monika en het toch vreemgaan. En tussen het feit dat Bo eigenlijk een hele lieve inzichzelf gekeerde rustig jongen is en dat hij op zijn veertiende al wordt ontmaagd. En tussen de rust van Ameland, en de helse ruzie die Bo en Armin daar krijgen. En zo zit het verhaal vol contrasten. Door die contrasten wordt het verhaal ook een stuk aantrekkelijker.

Dit citaat komt uit het stuk, wanner Bo met een meisje heeft geslapen, het is contrasterend, omdat ze er heel onschuldig uitzien, maar dat eigenlijk niet zijn.

p.212
In bed lagen Bo en het meisje-met-het-petje. Zonder petje. Het petje lag op de grond, bovenop de rest van haar kleren. Ze had een T-shirt aan. Van Bo. Ook Bo droeg een T-shirt. Het was bepaald geen schokkende scene, eerder romantisch, onschuldig zelfs. Hij sliep. Zij sliep. Haar arm lag over hem heen.

Er komt geen spiegeling voor in het verhaal, je ziet niet hoe het ene verhaal nog een keer gebeurd of hoe in twee verhaallijnen exact hetzelfde gebeurd. Er ook maar één verhaallijn, weliswaar één die in kronkels door het verhaal gaat, maar het is er maar één. De verhaallijn van de gedachtes van Armin. Het verhaal het ook geen cyclische opbouw, het begin is niet hetzelfde als het eind. Het loopt niet vloeiend in elkaar over. Dit is meestal alleen in verhalen die post rem beginnen, dus na de gebeurtenissen, dan komt het verhaal meestal wel weer terug op het begin.

Ruimte

Het Boek speelt zich voornamelijk af in Amsterdam, dit weet je doordat dit meerdere malen wordt gezegd. En omdat er wordt gepraat over straten in Amsterdam, en over Ajax, de voetbalclub van Amsterdam. In Amsterdam woonden Armin en Monika op de Ceintuurbaan en Armin en Ellen wonen daar nu ook. Ik denk dat Amsterdam een goede omgeving is voor zo’n verhaal, veel verschillende mensen, en dus ook veel verschillende gebeurtenissen. Ook aan het uitgaansleven merk je dat het Amsterdam is.

Het volgende citaat komt uit het uitgaanleven, en maakt duidelijk dat het Amsterdam is.

p.136
De kerk was de ideale plek om een avond van vrolijk drinken te beginnen. Of te beëindigen.
Op het Muntplein gooide een jongen een milkshakebeker tegen een passerende tram. De roze shake spatte alle kanten op en liet een grillige vlek achter op het raam van de tram. Een passagier stak zijn middelvinger op.
Ik liep over het smalle stoepje dat het water van de Rokin scheidt met de rijweg.

Een andere plek waar het boek zich afspeelt is in Haarlem, want daar woont Niko Neerinckx met zijn gezin. Armin gaat hier op onderzoek uit. Ook hier wordt meerdere malen vertelt dat het om Haarlem gaat en je merkt het ook door dat hij verteltd hoe hij loopt in Haarlem. De eerste keer dat Armin in Haarlem is, speelt het weer ook een belangrijke rol. Het regent en stormt namelijk, doordat het zulk slecht weer is wordt Armin binnen gelaten door Anke N. dit heeft weer grote gevolgen.

Een citaat uit de scene in het boek waaruit blijkt dat het slecht weer is die dag in Haarlem.

p.101
In de loop van de middag wordt het tot mijn vreugde vreselijk slecht weer. Loodgrijze wolken jagen laag over de stad en de wind zwiept hagel en regen tegen de ramen, geselt de fietsers en wandelaars. De kans dat Anke Neerinckx mij in ieder geval binnenlaat is aanzienelijk vergroot.

Dan zijn er nog twee belangrijke ruimtes waar het verhaal zich afspeelt. De eerste is op Ameland, hier gaan Armin en Bo naar toe als ze samen een weekendje weggaan. Ze beginnen dat weekend heel goed met een strandwandeling en lekker eten. Op het laatst krijgen ze verschrikkelijke ruzie, omdat Armin de waarheid tegen Bo op een grove wijze verteld. Ameland roept ook veel herrinneringen op bij Armin, hij is hier ook geweest samen met Monika en Bo toen hij nog klein was. Van Ameland wordt in het boek vooral de ruige wilde natuur beschreven. Je krijgt dus wel een redelijk beeld van het waddeneiland.

De laatste belangrijke ruimte is het huis van Cor, Armin’s vader. Hier vind Armin na de dood van zijn vader bij het opruimen van het huis een briefje gericht aan zijn vader van Monika. Hieruit blijkt dat Cor de vader van Bo is. Armin’s vader overlijdt ook thuis aan tafel. De ruimte wordt niet zo duidelijk beschreven, maar is wel belangrijk. Door de gebeurtenis, die zich er afspeelt.

Het weer was ook belangrijk op sommige monenten in het boek. Zoals al gezegd, die dag in Haarlem. Maar eigenlijk was het het belangrijkst op de dag dat Bo werd verwekt. Toen onweerde het namelijk, en om die reden begon de vrijpartij tussen Monika en haar schoonvader.

Dit citaat geeft het moment weer van toen het onweerde en hun aantrekkingskracht begon.

p.228/229
‘Volgens Monika,’ zei Ellen, ‘sloeg de bliksem plotseling vlakbij in. Ze schrok van de klap en deed onwillekeurig een stapje naar achteren. Ze botste tegen je vader op, en je vader sloeg een arm om haar heen.’

Ruimtes zijn dus heel belangrijk in het boek, het bepaald de gebeurtenissen en de gevoelens van de personages. Veel ruimtes worden belangrijk door bepaalde gebeurtenissen. Zoals het huis van Armin’s ouders wordt pas belangrijk na de vondst van het briefje. Ook het weer was belangrijk in het boek, door het weer zijn situaties zo gelopen, als het niet had geregend die avond in Haarlem was Armin misschien wel nooit binnengelaten, of als de bliksem niet was ingeslagen hadden Monica en Armin’s vader het niet met elkaar gedaan, en was Bo er niet geweest.

Perspectief

Het verhaal wordt in de de ik-vorm verteld, vanuit de ik-vertelsituatie dus. Het perspectief ligt hierbij bij Armin. Je ziet en doet alles vanuit Armin, overal waar het verhaal is is Armin ook. Dit heeft een voordeel en een nadeel, het voordeel is dat je hierdoor Armin heel goed leert kennen. Je weet precies wat er in hem omgaan en wat zijn beweegredenen zijn voor zijn acties. Hierdoor kom je er ook al snel achter wat het doel is van Armin. Het grote nadeel van de ik-vertelsituatie, is dat je een heel subjectief beeld krijgt van de situatie. Je ziet maar een manier van denken over de situatie. Je ziet niet hoe de rest van de personages over de zaak denken, tenzij ze er iets over zeggen tegen Armin. Het is een belevende ik-vertelsituatie, de hoofdpersoon beleeft alles wat hij doet tijdens dat hij het verteld. Hij vertelt het dus niet achteraf, in dit geval doet hij dit alleen tijdens flashbacks, maar ook dat ga je met hem mee terug de tijd in, en beleef je weer alles met hem mee.

Twee citaten om te laten zien dat het boek vanuit een ik-vertelsituatie is geschreven:

p.63
Ik stond onder de douche om het zweet en het vuil en de schrik van mijn lijf af te spoelen, toen Bo zijn hoofd om de hoek van de deur stak. ‘Kom!’ fluisterde hij. Hij hield een vinger tegen zijn lippen aan gedrukt. ‘De kabouter is er weer!’

p.158
‘Armin is gek,’ had ze op Ameland in het zand geschreven. ‘Wat staat daar?’ vroeg Bo. Hij was net drie geworden. Hij stelde de hele dag vragen. Ik vertelde hem wat zijn moeder over zijn vader beweerde. Hij was het hartgrondig met haar eens.

De auteur staat dus helemaal buiten het verhaal, hij komt er niet in voor, of alleen als er een karakter gebaseeerd is op hem. De auteur schrijft dus over de personages en vertelt niets voor hun.

In het boek worden ook veel citaten gebruikt, die handig zijn om sommige dingen vooral wetenschappelijke dingen beter te begrijpen. Veelal komen deze citaten uit de wetenschappelijke vakbladen of uit het Evangelie van Philippus. Vaak zijn ze behoorlijk ingewikkeld, maar wel te begrijpen.

Interpretatie

De themathische laag in dit boek is best wel belangrijk, de verhaallaag is ook wel heel belangrijk, doodat je je hierdoor veel over iedereen te weten komt, maar als je dieper kijkt vind je nog meer dingen. Ik denk dat het hoofdthema van het boek het bedrog is, waardoor Armin niet de vader van zijn ‘kind’ blijkt te zijn. Hij is bedrogen door Monika en voelt zich ook zo. Verder blijkt dat de personages erg veel van elkaar houden en daar ook erg veel waarde aan hechten. Een ander thema is dus liefde. Verder zijn de thema’s die worden gebruikt, thema’s als bedrog en wantrouwen. Armin wordt bedrogen door Monika en hij wantrouwt verschillende personen, waarvan hij er velen als ‘dader’ ziet, ‘dader’ van het verwekken van ‘zijn kind’. Wat ook erg naar voren komt, is hoe paranoïde Armin wordt. Hij vindt zelfs de huisarts verdacht als het gaat om de biologische vader van ‘zijn’ kind.

Uit het volgende citaat blijkt dat Armin paranoïde wordt als hij zelfs de huisarts gaat verdenken.

p.94
‘Dertien. Lastige leeftijd. Maar maakt hij het goed?’
‘Ja, hij maakt het goed.’
‘En u?’
‘Bent u Bo’s vader?’
‘Wat zegt u?’
Of u Bo’s vader bent.’
Hij kijkt me niet-begrijpend aan. Zegt dan, heel langzaam, me geen moment loslatend met zijn ogen: ‘U vraagt… of ik… de vader ben… van Bo.’

Het motief van ‘De passievrucht’ is het achterhalen van de ‘dader’. Daar is Armin voortdurend mee bezig en dat zal hem uiteindelijk ook lukken. Hij blijkt zeer gefrustreerd te zijn door het nieuws van de dokter dat hem duidelijk maakt dat hij niet de vader van Bo is. Ook wil hij maar niet geloven, dat Niko Neerinkx niet de verwekker van zijn kind is.

Dit citaat maakt duidelijk dat Armin er nog steeds van is overtuigd dat Niko Neerinckx de verwekker van Bo is.

p.100
Sinds het vergeefse bezoek aan Monika’s oude huisarts is bij mij de overtuiging steeds sterker geworden dat Niko Neerinckx de man is die ik zoek. Daarvoor heb ik drie redenen, die ik in mijn agenda gezet bij de dag dat ik hem lokaliseerde. Er staat:

N.N. was spannend.
N.N. was veilig (veel in buitenland)
N.N. had voorkeur voor bezette vrouwen.

Een symbool is de natuur. Armin is erg gehecht aan de natuur, net als zijn eerste vriendin, Monika. De natuur symboliseert de oorsprong van de mens, wat weer overeen komt met het kind en de vruchtbaarheid, waar het boek om draait.

Armin gaat vrij vaak naar Ameland terug om herinneringen aan Monika op te halen en om dat hij vindt dat daar de tijd stil blijft staan. Het maakt niet uit wanneer hij er komt, het ziet er altijd hetzelfde uit. Dit is ook een symbool. Het symbool voor de angst om te sterven, of anders gezegd, de angst om anderen te zien sterven, zoals Monika.

Het getal 13 is ook een symbool. Het staat voor het verliezen onschuld. Bo is namelijk 13 als Armin hoort dat hij de vader niet is. Armin’s vader was 13, toen hij zijn vader verloor. En Monika was 13 toen ze werd ontmaagd. De reden dat andere momenten van het verliezen van onschuld niet met 13, maar met 14 zijn aangegeven is misschien wel omdat de schrijver hiermee een nieuwe periode aangeeft. Want Bo was 14 toen hij voor het eerst met een meisje sliep en toen hij hoorde dat, zijn ‘vader’ zijn vader niet is.

Armin is corrector van beroep. Dit is waarschijnelijk een symbool voor iets dat Armin ligt, het controleren, het verbeteren van andermans fouten. Hij controleert normaal dus de spelfouten van anderen, maar nu blijkt dat hij zelf een fout in zijn genen heeft. Dit heeft weer enorme gevolgen.

Ook de titel van het boek is waarschijnelijk een motief, maar die heb ik al eerder heel uitgebreidt uitgelegd, onder het kopje titelbeschrijving (2)

Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.

Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.