Boekverslag Boudewijn Büch

De kleine blonde dood

... 15 16 17 18 19 [20] 21 22 23 24 25 ...

Info over dit verslag

Geschreven door:

Kikki [meer]

Niveau:

4HAVO

Kwaliteit:

Waardering:

Taal:

Nederlands

Woorden:

1633

Opvragingen:

4

Hulpmiddeltjes

Openen in tekstverwerker Openen in tekstverwerker

Printen Printen

Emailen Emailen

Waardering

Gemiddelde waardering: 3 uit 5 (41 stemmen)

Heb je er iets aan gehad? Geef zelf je waardering:
Erg goed bruikbaar
Goed bruikbaar
Bruikbaar
Een beetje bruikbaar
Niks aan gehad

Titels van Boudewijn Büch

Laatst gewijzigd op 29 augustus 2001

Korte samenvatting

Boudewijn gaat als jongetje op schoolreisje naar Gelderland. Boudewijn mag van zijn vader niet in Duitsland komen, omdat zijn vader vroeger tegen de Duitsers gevochten heeft, maar zelf Duits is. Als Boudewijn toch in Duitsland komt om een vlinder te vangen voor zijn vader (een fanatiek vlinderverzamelaar) wordt deze heel erg boos en roept: “Hij is in Duitsland geweest, hij is in dat verdomde Duitsland geweest! Je bent mijn kind niet meer! Ik wil geen Duitse vlinders. Je gaat naar een tehuis. Hoor je dat, moeder, hij is in Duitsland geweest!”
Zijn vader was in het dorp een held en een belangrijke persoon bij de reservepolitie. Maar hij had ook een oorlogstrauma opgelopen. Hij probeert Boudewijn militaristisch op te voeden en als hij, of zijn broers, iets verkeerd doet wordt hij vaak geslagen. Boudewijn moet als hij wat ouder is naar het gekkenhuis. Niet omdat hij gek was maar omdat zijn ouders hem gek vonden. Als zijn vader hem ging slaan ging hij schreeuwen en dat vonden zijn ouders raar. Zijn ouders bezochten hem niet in het gekkenhuis. In het gekkenhuis ging het helemaal niet goed met hem. Hij kreeg darmontsteking en buikvliesontsteking en moet naar het ziekenhuis. Als hij wakker wordt is zijn vader er en die heeft allemaal speelgoed en boeken voor hem gekocht. Zijn ouders gaan scheiden en Boudewijn krijgt in een brief van zijn moeder te horen dat zijn vader dood is. Hij was al gecremeerd en uitgestrooid op zee. Boudewijn had van Astrid, de vriendin van zijn vader, een brief gekregen die zijn vader geschreven had. In de brief stond dat hij zelfmoord wilde plegen. Hij had bloedverdunningsmiddel genomen en is toen onder de hete douche gestapt. Boudewijn had zijn vader nog 1 keer gezien voor hij zelfmoord pleegde. Toen had hij verteld dat hij homo was en een kind had bij een vrouw. Zijn vader werd er helemaal ziek van en hij ging weer weg. Daarna heeft hij hem niet meer gezien of gesproken. Als Boudewijn ouder is heeft hij Mieke, zijn oude engels lerares, zwanger gemaakt en krijgen ze een zoontje; Micky. Micky is blond en klein en erg nieuwsgierig. Boudewijn en Mieke hebben geen echte relatie alleen Micky. Mieke is altijd dronken. Als Boudewijn in Parijs is valt Micky van de trap en raakt in coma. De dokter vertelt dat Micky een gezwel in zijn hooft heeft en daardoor van de trap is gevallen. Micky zal waarschijnlijk nooit meer wakker worden en zijn vader besluit de knoppen uit te laten zetten. Hij moet zijn zoontje ook cremeren. Nu is zijn vader en zijn zoontje dood. Het verhaal gaat eigenlijk door elkaar heen. Het ene moment is Boudewijn jong en het ander moment zit je weer in het verhaal waarin hij ouder is en Micky heeft. Het is daardoor wel verwarrend.

Flaptekst

Het is een heel erg verwarrend boek. Het bestaat uit twee verhaallijnen die door elkaar heen lopen. Het ene verhaal gaat over de jeugd van Boudewijn Büch. Boudewijn had een hele moeilijke jeugd. De dingen die hij meegemaakt heeft zijn erg aangrijpend en zielig. Als hij ouder is en zelf een kind heeft, gaat het heel erg slecht met hem. Hij drinkt redelijk veel en daarnaast moet hij voor zijn zoon zorgen, omdat de moeder van zijn zoon altijd dronken is.

De verhaallijnen lopen dwars door elkaar heen en daarom is het boek erg moeilijk te lezen. Je moet dus heel erg alert zijn om te weten in welk verhaallijn je nu eigenlijk zit. De woorden die Boudewijn heeft gebruikt zijn allemaal erg goed te begrijpen. Er worden af en toe Duitse woorden gebruikt, maar deze zijn ook goed te begrijpen en meestal maar heel kort. Het boek is zeker de moeite waard, juist omdat het zo door elkaar geschreven is.

Verhaalanalyse

1.1 De belangrijkste personen
Boudewijn Büch; hij is in zijn jeugd erg gek op lezen en vlinders vangen met zijn vader. Hij heeft zes broers. Hij heeft bijna een jaar in het gekkenhuis gezeten. Hij is homoseksueel en heeft een kind bij zijn oude lerares Engels.
Rainer Büch; is de vader van Boudewijn. Hij houdt van vlinders verzamelen. Hij heeft in de oorlog gevochten tegen de Duitsers terwijl hij zelf Duits was. In het dorp is hij een held en een belangrijk persoon bij de reservepolitie. Hij heeft wel een trauma overgehouden aan de oorlog en wordt daardoor heel vaak kwaad en slaat Boudewijn dan.
Micky; is de zoon van Boudewijn. Hij sterft op 5 jarige leeftijd na een val van de trap. Maar in het ziekenhuis bleek dat hij een gezwel in zijn hoofd had en daardoor van de trap gevallen is. Hij raakt in coma en wordt niet meer wakker. Hij is gek op de Rolling Stones en cola. Hij heeft 1 knuffel waar hij heel gek op is en die hij overal mee naar toe neemt: Beer. Hij stierf net voor zijn 6de verjaardag.

1.2 De tijd
Het verhaal van toen Boudewijn nog een kind was speelt zich na de oorlog af. Het verhaal van Micky en Boudewijn speelt zich ongeveer 15 jaar later af. Ik denk dat het zeker belangrijk is voor het verhaal, omdat de vader van Boudewijn een trauma aan deze oorlog heeft overgehouden en dat Boudewijn daarom zo is opgevoed als hij is. Het heeft ook invloed op hoe Boudewijn zijn eigen zoon heeft opgevoed.
Citaat: Ik droogde Micky met een zacht, grote handdoek af terwijl Fleurette op de rand van het bad zat. “Is zei jou moeder?” vroeg hij

1.3 De plaats
Het verhaal van Boudewijn toen hij klein was speelt zich af in een dorp, maar ik weet niet welk. Als Boudewijn Micky heeft speelt het verhaal zich volgens mij in Wassenaar af, maar dat weet ik niet zeker. Er zijn ook delen in het verhaal die zich afspelen in het buitenland. Ik denk niet dat de plaats extra betekenis aan het verhaal geeft. Ik denk dat plaats en omstandigheden meer een decor zijn dan het onderwerp van het verhaal.

1.4 Vertelstandpunt
Het verhaal is geschreven in de ik-vertelsituatie. Je ziet alles vanuit de ogen van Boudewijn Büch. Je weet niet wat de andere personen in het verhaal denken alleen wat Boudewijn denkt dat ze voelen of denken.

1.5 De stijl
Het verhaal is geschreven in hele duidelijk taal. Boudewijn gebruikt ook gewoon vloekwoorden enzovoorts. De woorden zijn erg gemakkelijk te begrijpen en goed te lezen. Boudewijn heeft dus een hele makkelijke stijl van schrijven.

1.6 Thematiek
Het thema van het verhaal is denk ik de dood en alles wat er mee te maken heeft. Verdriet, teleurstelling, boosheid. Het hele verhaal gaat over wat Boudewijn voelt op bepaalde momenten en waarom die dat voelt.

1.7 Conclusie
Ik denk niet dat ik nog een boek van Boudewijn Büch zal lezen, omdat ik de manier van schrijven niet zo leuk vond. Ik vond het erg ingewikkeld en verwarrend. Ik vond het onderwerp daarentegen wel erg goed en denk dat ik meer van dit onderwerp zal gaan lezen.

Verwerkingsopdracht

  • De belangrijkste persoon in het verhaal is Boudewijn Büch. Hij is homoseksueel en heeft een kind. Het is een hele rare man. Hij drinkt veel, maar als hij bij zijn zoon is niet. Toen hij klein was hield hij veel van lezen en vlinder verzamelen. Als hij groter is doet hij deze dingen niet meer. Hij heeft een jaar in het gekkenhuis gezeten, omdat zijn ouders vonden dat hij gek was. Hij gaat vaak naar het buitenland met zijn zoon en de moeder van zijn zoon. Hij is heel erg lief tegen zijn zoon en geeft hem alles wat hij wil. Ik denk wel dat hij realistisch is, omdat hij het verhaal vertelt van zijn leven. Alle dingen die hij meemaakt zijn echt gebeurd of zouden echt gebeurd kunnen zijn. Ik kan me er best wel in vinden. Ik denk dat het heel goed kan dat je door je vader geslagen wordt en dat je homoseksueel bent, maar wel een kind hebt bij een vrouw. Ik vond het alleen een beetje raar dat hij samenwoonde bij een vrouw met een dochter met wie hij niet mee getrouwd was en een vage relatie mee had.

  • Rainer Büch is ook één van de belangrijkste personen in het boek. Ik denk dat hij de opponent is van Boudewijn, omdat hij heel anders is dan zijn zoon. Boudewijn is heel open in de opvoeding van zijn zoon terwijl zijn vader hem en zijn broers heel streng en militaristisch probeerde op te voeden. Boudewijn vertelt dat zijn vader hem vaak sloeg en schold en daardoor krijg ik het beeld dat het een erg onsympathieke man is. Zijn vader had een oorlogstrauma overgehouden aan de oorlog waarin hij gevochten had tegen de Duitsers terwijl hij zelf Duits was. Hij was een held in het dorp waar ze leefde en was ook een belangrijk persoon bij de reservepolitie. Hij hield erg van vlinders verzamelen en deed dat vaak met Boudewijn.

  • Micky is het zoontje van Boudewijn. Hij is heel erg lief. Hij houdt van cola en van de Rolling Stones. Hij heeft een knuffel die Beer heet. Micky blijkt een gezwel in zijn hoofd te hebben en als zijn vader in Parijs is valt hij van de trap en raakt in coma. Hij was toen bijna zes jaar. Ik weet voor de rest niet zoveel van hem.

  • Mieke is de moeder van Micky. Ze is altijd dronken en zorgt niet of bijna niet voor Micky. Ze gaat wel vaak op vakantie met Micky en Boudewijn. Boudewijn en Mieke hebben geen relatie, maar Boudewijn slaapt wel vaak bij haar om voor Micky te zorgen. Zoals Boudewijn Mieke beschrijft komt ze heel onsympathiek over, omdat ze altijd dronken is en nooit voor Micky zorgt. Hij schrijft ook niets over haar als Boudewijn de beslissing moet nemen over het omdraaien van de knoppen van Micky en het cremeren van Micky.

    Belangrijk!
    De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.

    Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.