Info over dit verslag
Geschreven door: | |
Niveau: | 6VWO |
Kwaliteit: | ![]() ![]() ![]() ![]() |
Waardering: | ![]() ![]() ![]() ![]() |
Taal: | Nederlands |
Woorden: | 2733 |
Opvragingen: | 30 |
Hulpmiddeltjes
Waardering
Gemiddelde waardering: 4 uit 5 (78 stemmen)
Titels van Harry Mulisch
Archibald Strohalm (1) 1952 Bericht aan de rattenkoning (1) 1966 De aanslag (108) 1982 De diamant (6) 1954 De elementen (14) 1988 De ontdekking van de hemel (33) 1992 De procedure (12) 1997 De pupil (11) 1987 De sprong der paarden en de zoete zee (3) 1955 De versierde mens (2) 1957 De zaak 40/61 (1) 1962 Het beeld en de klok (4) 1989 Het mirakel (5) 1955 Het stenen bruidsbed (11) 1959 Het theater, de brief en de waarheid (15) 2000 Het woord bij de daad (0) 1968 Het zwarte licht (11) 1956 Hoogste tijd (2) 1985 Oidipus, Oidipus! (0) 1972 Oude lucht (1) 1977 Siegfried (39) 2001 Tussen hamer en aambeeld (3) 1952 Twee vrouwen (55) 1975 Voer voor psychologen (0) 1961 Vonk (1) 2002 Voorval (1) 1989
Laatst gewijzigd op 22 augustus 2001
Titel: De ontdekking van de hemel
Auteur: Harry Mulisch
Aantal bladzijden: 901
Uitgeverij: De bezige bij
Jaar en plaats van uitgave: 2000, Amsterdam
Eerste druk: oktober 1992
A: Verwachting en eerste reactie
Ik was al een tijdje van plan om dit boek te lezen, omdat het bekend staat als een waar meesterwerk. En toen een vriendin er heel enthousiast over was, ben ik er dus ook daadwerkelijk in begonnen.
Ik wist van tevoren eigenlijk helemaal niet wat ik moest verwachten: de beschrijving op de achterflap (…is tegelijk een psychologische roman, een filosofische roman, een tijdroman, een ontwikkelingsroman, een avonturenroman en een allesoverkoepelend mysteriespel.) is even veelzeggend als nietszeggend, waardoor ik werkelijk geen enkel idee had wat van wat me te wachten stond.
Toen ik eenmaal begonnen was met lezen had ik nog steeds geen idee waar de auteur nou eigenlijk naartoe wilde.
Ik vond het verhaal wel boeiend, al moet ik zeggen dat ik de proloog wel erg lang vond duren: ik wilde gewoon in het verhaal beginnen. Ik ben echter blij dat ik de proloog wel helemaal heb gelezen, want anders had ik waarschijnlijk niks van het verhaal gesnapt.
B: Samenvatting en analyse
Samenvatting
Eerste deel
Het begin van het begin
In de proloog vertelt een soort engel aan een andere engel, in een hogere rang, hoe hij de opdracht van ‘de Chef’ om het testimonium terug te brengen heeft volbracht. Ze noemen een hele stamboom op, want ze hebben de juiste chromosoomsamenstelling nodig voor de persoon die op aarde de opdracht kan vervullen. Dan begint het echte verhaal bij Onno Quist, een taaldeskundige. Na een ruzie met z’n familie op zijn vaders verjaardag, gaat Onno liftend terug naar Amsterdam, waar hij woont. De man die hem meeneemt heet Max Delius, hij werkt bij de sterrenwacht. Ze raken aan de praat en raken al snel heel goed bevriend. Max is een vrouwenversierder en Onno heeft een vriendin, Helga. Door de hechte vriendschap tussen Max en Onno gaat de relatie van Onno kapot. Max daarentegen loopt een meisje tegen het lijf, Ada, een celliste. Voor het eerst in z’n leven is hij bereid monogaam te worden.
Max zijn moeder was een Jodin en is omgekomen in een concentratiekamp; ze was aangegeven door haar eigen ex (Max’ vader dus) die bij de SS zat. Max is opgevoed door pleegouders en weet weinig van z’n echte ouders. Hij gaat naar Berlijn en Polen om te proberen zijn verleden achter zich te laten.
Het gaat uit met Ada en zij krijgt een relatie met Onno, ze gaan samenwonen. Als Max terugkomt is hij al snel gewend aan de nieuwe verhoudingen. Ada en haar collega Bruno moeten een concert geven in Havana op Cuba.
Max en Onno worden hiervoor uitgenodigd. Tegelijkertijd heeft op Cuba een geheime, uiterst communistische, conferentie plaats. Max en Onno worden aangezien voor mensen die daar moeten zijn en worden in een heel chique hotel ondergebracht.
De laatste nacht op Cuba bedriegt Onno Ada met een Cubaanse vrouw. Ada gaat echter diezelfde nacht vreemd met Max.
Tweede deel
Het einde van het begin
Terug in Nederland blijkt Ada zwanger te zijn. Onno vermoedt niet dat het van Max kan zijn, want die laatste nacht hadden Onno en Ada ook nog de liefde bedreven. Onno is tot z’n eigen verbazing heel blij dat hij een kind krijgt en wil trouwen. Na de bruiloft willen Max en Onno de dag vieren dat ze elkaar ontmoet hebben, maar Onno wil Ada wel meenemen. Ze vieren het in Drenthe, waar Max werkt. Als Ada een telefoontje krijgt dat haar vader een hartaanval heeft gekregen, gaat het drietal onmiddellijk op weg. Ze komen in een gigantisch noodweer terecht en als er een omgewaaide boom op de weg ligt gaan Max en Onno uit de auto om te kijken. Dan valt er een boom op de auto. Ada raakt in coma, het kind kan echter wel nog gewoon geboren worden als het daarvoor tijd is. Als Max het nieuws vertelt aan Ada’s moeder, Sophia, blijft hij bij haar logeren. ‘s Nachts kruipt ze bij hem in bed en dan verandert de koelbloedige vrouw in een vrouw met een onstuimig verlangen naar seks, die Max, vrouwenliefhebber als hij nu eenmaal is, niet kan weerstaan.
Onno kan niet in zijn eentje voor het kind gaan zorgen, maar weet geen goed alternatief, ondanks verschillende aanboden van familie om de zorg voor het kind over te nemen. Max krijgt het idee om samen met Sophia voor het kind te zorgen. Sophia zelf ziet dit idee ook wel zitten, evenals Onno. Max huurt een appartement in een kasteel , Groot Rechteren, waar veel intellectuele mensen wonen. Tegen de tijd dat het kind, Quinten, wordt geboren, is alles helemaal in orde.
Derde deel
Het begin van het einde
Quinten blijkt een heel bijzonder kind te zijn. Naast zijn wonderschone uiterlijk met z’n bijzondere blauwe ogen, huilt hij nooit. Als Quinten drie jaar wordt neemt hij Onno mee naar het graf van een paard, waar een obelisk op staat en zegt hij tegen Onno, die hij zelden ziet, z’n eerste woordje: Obelisk. Naarmate Quinten ouder wordt, wordt hij steeds onbegrijpelijker voor de buitenwereld. Als hij zeven is bezoekt hij voor het eerst z’n moeder die nog steeds in coma ligt. Na deze ontmoeting krijgt hij een droom over een Burcht, die maandelijks terugkeert.
Bij meneer Themaat, één van de andere bewoners van Groot Rechteren, leest hij in de dikke boeken over architectuur. Gebouwen uit de oudheid lijken soms op de burcht en hij verzameld alle gelijkenissen in een doos met de opschrift ‘Quintens droom’ in het Latijn: ‘Somnium Quinti’.
Onno is inmiddels minister geworden, maar wordt weer ontslagen vanwege de conferentie op Cuba waaraan hij deelgenomen had. Op de dag dat hij ontslagen wordt krijgt hij te horen dat Helga, inmiddels weer zijn vriendin, overleden is. Ze is bij een overval om het leven gekomen. Onno schrijft Quinten, Max en Sophia een brief en ‘verdwijnt dan van de aardbol’. Onno’s vertrek is ook het einde van het verblijf op Groot Rechteren. De Baron (verhuurder) sterft en laat Quinten veertigduizend gulden na. De volgende verhuurders gaan steeds failliet. Uiteindelijk komt er een huurder die iedereen weg wil hebben. Eén voor één vertrekken de bewoners, weggepest als het ware.
Als Max op het punt staat te ontdekken dat er meer is buiten het universum, eigenlijk op het punt staat de hemel te ontdekken, wordt hij getroffen door een meteoriet (gezonden door de engel, die deze ontdekking wil voorkomen).
Als Quinten 17 wordt besluit hij z’n vader te gaan zoeken, ondanks het feit dat deze hem had geschreven dat Quinten hem niet moet gaan zoeken, aangezien hij hem toch niet zal vinden. Hij weet niet waar hij moet beginnen met zoeken en hij gaat naar de advocaat van zijn vader die zou weten waar hij zit. Deze heeft echter een beroepsgeheim en weet bovendien slechts heel vaag hoe hij Onno zou kunnen bereiken, meer niet. Met de veertigduizend gulden die hij heeft geërfd reist Quinten per trein naar Italië om de bouwwerken die op de burcht lijken in het echt te bezichtigen, hij weet namelijk absoluut niet waar z’n vader zou kunnen zijn, maar moet toch ergens beginnen.
Vierde deel
Het einde van het einde
De engel stuurt een raaf naar Onno, zodat hij niet helemaal van de wereld losraakt en een volledige kluizenaar wordt. Hij woont in Rome. Quinten reist ondertussen door Italië en krijgt in elke plaats waar hij komt te maken met vervelende mensen, waardoor hij overal weer wegvlucht en op deze manier uiteindelijk in Rome terechtkomt. Onno en Quinten ontmoeten elkaar door louter toeval. Op dat moment vliegt de raaf weg. Quinten blijft bij Onno logeren en Onno laat zijn zoon het mooie Rome zien. Na een lange zoektocht komt Quinten erachter dat in het Sancta Sanctorum de Tien Geboden zouden moeten liggen. Onno vindt dit echter onzin. Om het te bewijzen wil Quinten inbreken. Onno laat zich overhalen en na een gedegen voorbereiding laten ze zich insluiten. Als ze uiteindelijk bij het altaar zijn gekomen blijkt het leeg te zijn. Quinten wil echter nog eens goed kijken en vindt de stenen dan onder het altaar in een spleet. Zonder er goed naar te kijken, stoppen ze de stenen in een koffer en willen weggaan. In zijn haast vergeet Onno echter z’n wandelstok mee terug te brengen uit het streng beveiligde gedeelte. Ze wachten tot de volgende ochtend en vertellen de pater dat ze in slaap zijn gevallen. Daarna vluchten ze zo snel mogelijk naar het vliegveld om op het eerste, het beste vliegtuig te stappen, want ze zijn bang om vervolgd te worden. De vlucht gaat naar Israël. Daar zien ze in het nieuws op de televisie dat men denkt dat Onno’s stok de staf van Mozes is, waarmee hij water uit de rots heeft geslagen, met als bewijs de handgreep van een slangenkop. In Israël checken ze in in een hotel midden in de stad. De koffer met de stenen stoppen ze in een kluis in datzelfde hotel. Samen gaan ze Israël bekijken. Terug op hun kamers gebeurt er iets vreemds met Quinten: alles wordt plotseling stil en hij kijkt uit het raam. Er komt een raaf aangevlogen. Buiten is geen sterveling te bekennen. De raaf wijst Quinten de weg. Als hij z’n hotelkamer uitgaat is hij in de burcht uit z’n droom. Hij pakt de stenen en de raaf wijst hem verder de weg. Als hij bij de Gouden Poort komt, komt er een paard aan. Hij klimt op het paard en rijdt weg, met de raaf op z’n schouder. Hij wordt naar de poort gebracht. Als Quinten in het middelpunt van de Kettingkapel staat, gebeurt het: de grauwe laag die om de stenen heen zit smelt eraf en er komen saffieren platen in de kleur van Quintens ogen met letters van licht tevoorschijn. De stenen worden hem te zwaar en hij laat ze vallen. De stenen vallen uiteen en de letters fladderen als vlinders weg. Quinten probeert tevergeefs de letters te pakken en holt erachteraan. Dan zijn er allemaal vrouwen gekleed in het wit die allemaal Ada, zijn moeder zijn. Hiermee eindigt de rol van Quinten: hij heeft zijn taak volbracht en wordt opgenomen in de hemel.
Onno is er ondertussen achter gekomen dat hij misschien niet de echte vader van Quinten is, naar aanleiding van een ontmoeting met een vrouw met dezelfde bijzondere kleur ogen als Quinten die precies op de moeder van Max lijkt zoals hij haar op de foto heeft gezien en die bovendien een nummer van een concentratiekamp op haar arm heeft staan. Onno wil bij Quinten informeren. Als hij een lege kamer vindt met de kleren van Quinten op de grond en ontdekt dat de Stenen Tafelen zijn verdwenen, beseft Onno dat er iets heel vreemds moet zijn gebeurd. Hij belt Sophia op en zij vertelt dat Ada zojuist is gecremeerd, tegelijk met de verdwijning van Quinten. Onno krijgt op dat moment een beroerte. Dan gaat het verhaal weer over naar de engelen. Ze vertellen dat de Chef zich heeft teruggetrokken en alle hoop op redding van de mensheid heeft opgegeven. Vanaf dat moment ligt het lot van de mensheid in handen van Lucifer.
Analyse
Personages:
- De hoofdpersoon van het verhaal is Quinten Quist, ofschoon hij in de eerste helft van het boek helemaal nog geen rol speelt, sterker nog: hij bestaat niet eens. Quinten wordt opgevoed door zijn oma en door de man die eigenlijk zijn vader is, maar die hij zelf slechts voor de boezemvriend van zijn vader Onno houdt: Max. Hij groeit op als een bijzondere jongen. Zo zegt hij zijn eerste woordje pas als hij drie jaar oud is, maar dat eerste woordje is dan wel meteen ‘obelisk’. Quinten is in mijn ogen zoiets als het begin van de finale van het verhaal: alles wat in de eerste helft van het boek gebeurt, gebeurt om deze jongen geboren te kunnen laten worden.
- Onno Quist, beste vriend van Max, is taalkundige van beroep. Hij komt uit een zeer christelijke familie van landbestuurders. Hij zet zich zo veel mogelijk af tegen zijn familie. Dit uit zich in slordigheid en nonchalance. Hij krijgt een relatie met Ada Brons. Hij worstelt nogal met het nut van het leven, filosofeert er ook veel over.
- Max Delius is de zoon van een Joodse vrouw en een oorlogsmisdadiger. Hij is opgegroeid bij pleegouders, aangezien hij wees is. Hij worstelt enorm met zijn afkomst. Max is sterrenkundige en samen met Onno bedenkt hij de meest absurde theorieën. Het is hierbij vaak de wereld van de materie (Max’ gebied) tegenover die van taal en geest (Onno’s gebied). Verder is hij een vrouwenversierder.
- Ada Brons, dochter van een antiquair, is een veelbelovend celliste. Zij krijgt eerst een relatie met Max en is de eerste vrouw voor wie deze bereid is monogaam te worden. Als het uitgaat met Max, krijgt ze een relatie met Onno en ze gaan samenwonen. Later raakt ze zwanger, maar weet niet of het van Onno of van Max is: het kan namelijk allebei. Dan, nog voor het kind geboren is, raakt ze in coma en op dit punt is de actieve rol van Ada afgelopen: zij komt niet meer bij uit de coma.
- Enkele andere personen uit het boek zijn Sophia, Ada’s moeder, later ook Max’ minnares en de bewoners van Groot Rechteren. Laatstgenoemden en Ada zijn flat characters, Quinten, Onno en Max zijn ieder Round characters.
Tijd:
De vertelde tijd is ongeveer 18 jaar: van 1967 tot en met 1985.
Het verhaal zelf wordt op zich wel chronologisch verteld. Als je echter naar het hele boek gaat kijken, dan zie je dat het verhaal eigenlijk één grote flashback is: de engel vertelt immers het verhaal aan een andere engel.
Plaats:
Het verhaal speelt zich op verschillende plaatsen af, zoals de hemel, Amsterdam, Den Haag, Leiden, Groot Rechteren, Havana, Westerbork en Rome. Maar eigenlijk doen die plaatsen er niet zoveel toe, aangezien het een universele roman is: het had, wat het verhaal betreft, eigenlijk overal kunnen plaatsvinden. (Behalve de stukken in Rome en Jeruzalem)
Verteller:
Er is sprake van een auctoriale verteller: het verhaal wordt immers verteld door een engel die na afloop van het hele gebeuren verslag doet, hij weet dus alles al.
Structuur:
Het verhaal is verdeeld in vier delen: Het begin van het begin, het einde van het begin, het begin van het einde en het einde van het einde. Ieder deel begint met een intermezzo: een tussentijdse bespreking door de engelen onderling.
Einde:
Het einde is gedeeltelijk een gesloten einde: het testimonium is immers teruggebracht.
Toch is het allesbehalve duidelijk wat er nu met de wereld gaat gebeuren. Het ‘kleine’ verhaal is dus afgesloten, het ‘grote’ echter nog niet.
Titelverklaring:
De titel is voor verschillende verklaringen vatbaar. Je kunt hem in de eerste plaats heel letterlijk opvatten: in het verhaal staat Max op een gegeven moment op het punt de hemel te ontdekken, maar dit wordt door een van de engelen voorkomen. Een andere letterlijke verklaring is de volgende: Quinten droomt over een burcht, en hij is er zo van onder de indruk dat hij ernaar op zoek gaat. Hij zoekt eerst in boeken, later gaat hij ook echt gebouwen bezichtigen. Uiteindelijk komt hij in Israël, en zodra hij de Stenen Tafelen (ofwel het testimonium) terugbrengt, komt hij in zijn burcht: de hemel.
Je kunt de titel ook minder letterlijk nemen: de mensheid begint langzamerhand, vooral door de enorme technische vooruitgang, de hemel te ontdekken. Francis Bacon zou namelijk in naam van de mensheid een pact met de duivel hebben gesloten.
D: Eindoordeel en evaluatie
Ik ben van mening dat het boek inderdaad een meesterwerk is: werkelijk alles lijkt erin te zitten! Het is dus duidelijk een totaalroman. Ik vond het verhaal erg boeiend, ik wilde iedere keer heel graag weer doorlezen. Mede daardoor waren/leken de intermezzo’s te lang.
Tijdens het lezen heb ik bij mezelf vaak geconcludeerd dat iemand óf geniaal, óf krankzinnig moet zijn om zo’n boek te kunnen schrijven!
Wat me verder ook opviel, was dat de enorme hoeveelheid informatie op zo’n manier in het boek is verwerkt, dat het lijkt alsof de auteur het zo even uit zijn mouw schudt. Terwijl ik heb gelezen dat hij er toch heel wat jaren aan heeft gewerkt.
Het was allemaal lekker luchtig opgeschreven, waardoor het boek zich heel prettig (en vlug) las.
Mijn totaaloordeel is dus erg positief; ik zal het boek ooit ook nog wel opnieuw lezen. Bij een boek als dit ontdek je immers steeds nieuwe verbanden en details, en dat vind ik leuk.
Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.
Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.




Openen in tekstverwerker
Printen
Emailen