ff n studiebreak
Online een chick scoren, je liefde laten zien op Whatsapp en digitale kusjes sturen. Zonder een blauwtje te lopen. Aanrader?
geef je mening
Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.
Technische gegevens:
Schrijver: W. Elsschot = Alfons de Ridder
Boek: Kaas
Uitgeverij: Wolters-Noordhoff
Het onderwerp (Thema)
Het onderwerp van dit boek is: De lasten van een hoge maatschappelijke positie. Dit onderwerp heb ik gekozen omdat hierover eigenlijk het hele boek gaat: De hoofdpersoon komt erachter dat een hoge maatschappelijke positie eigenlijk helemaal niet zo leuk is als het lijkt, en op het einde wil hij dan ook terug naar zijn oude positie.
Dit onderwerp is voor een literair onderwerp buitengewoon duidelijk. Ik vind het ook wel interessant. De uitwerking is zeer goed, de schrijver zet zich op een heel milde manier af tegen de burgerlijke samenleving. Hij is beter af bij de “eenvoudige” man. Het verhaal is lachwekkend, een beetje een klucht, de hoofdpersoon doet alles fout, en je ziet het einde van een eind aankomen, maar dit stoort niet, integendeel zelfs.
Het onderwerp ligt binnen mijn belevingswereld, omdat ik zelf ook een enorme hekel aan dit soort burgerlijkheid heb. Ik kon heel goed meevoelen met de hoofdpersoon. Over die burgerlijkheid gaat de volgende fragmenten
“President!” Accentueerde hij bewonderend.
Hij vindt het natuurlijk een winst aan prestige, niet alleen voor mij, maar indirect ook voor hem en voor al zijn vrienden. Ik zou de tweede president zijn, want die ene vent is voorzitter van de Vereniging van Antwerpse Graanimporteurs. (Blz. 64)
Ze vertelde dat madame Peters, die naast ons woont en aan de Gal lijdt, in haar deur had staan toekijken tot de kist binnen en de man van ‘t Veem met zijn karretje de straat uit was. Ik zei, dat madame Peters voor mijn part dood kon vallen (Blz. 50)
Het onderwerp heeft mij niet aan het denken gezet. Het heeft mij wel veel plezier bezorgd met lezen, maar ik had geen zin en ook geen behoefte om er verder over na te denken.
Ik had hier namelijk al eens eerder over nagedacht na een conference van Youp van het Hek. Mijn mening is niet veranderd.
Het onderwerp is oppervlakkig behandeld, en dat is maar goed ook. Dit boek is leuk om te lezen, en dat zou het niet zijn als het onderwerp op dezelfde zwaarmoedige manier zou zijn behandeld als veel boeken van tijdgenoten van Elsschot.
De gebeurtenissen (intrige, plot)
Het verhaal heeft een heldere verhaallijn. Er is geen onduidelijkheid over wat er gebeurt, en het verhaal is chronologisch, dus ook de tijd geeft geen problemen. De gebeurtenissen zijn een beetje belachelijk, alles gaat in het verhaal wel erg gemakkelijk. Dit maakt het verhaal minder serieus. De gebeurtenissen zijn humoristisch, maar niet geloofwaardig. Er zitten veel herkenbare elementen in het verhaal.
De afloop is bevredigend. Het is ook geen open einde. Dit einde zat er ook vanaf het begin al in.
Het hele boek is doortrokken van een vrolijke toon. Je kan ook geen medelijden met de hoofdpersoon hebben.
De hoofdpersoon heeft zelf niet door dat hij minstens even burgerlijk is als de andere personages. Dit maakt het verhaal wel interessant.
De gebeurtenissen maken totaal geen indruk, maar je kan ze wel goed voor je zien. Dit is niet een boek om lang over te denken, maar om van te genieten. Een leuk fragment is het volgende. Je ziet de oude mannen gewoon zitten opscheppen.
Zij praatten eerst over Italië, waar ik nooit gewest ben, en ik doorreisde met hen het hele land van Mignon (...) Over de kunstschatten werd niets gezegd, maar de Italiaanse vrouwen waren prachtig en vol hartstocht.
Toen zij daar genoeg van hadden, bespraken zij de moeilijke toestand van de eigenaars. Veel huizen stonden ledig en allen verklaarden dat hun huurders onregelmatig betaalden. (...)
En nu werd een overzicht gegeven van wat de laatste week gebeurd was in famillies die ‘t vernoemen waard zijn. (...)
Aan de restaurants heb ik ook een broertje dood.
“Verleden week heb ik met mijn vrouw een snep gegeten in de Trois Perdrix in Dijon.”
Waarom hij zegt dat zijn vrouw heeft meegegeten begrijp ik niet.
“Dus een escapade met je wettige vrouw, kerel”, zegt een ander. En dan gaan zij restaurants noemen, tegen elkaar op, niet alleen in België maar tot ver in het buitenland. (Blz. 21-22)
Er worden wel onaangename gebeurtenissen beschreven, maar die worden ondergesneeuwd door de positieve toon in het verhaal. Het boek blijft van het begin tot het eind boeien, ook al omdat daar niet zoveel tussen zit.
De bouw (compositie, structuur, samenhang)
Het verhaal komt wat langzaam op gang omdat het begint met het overlijden van de moeder van de hoofdpersoon, iets wat niet echt van belang is voor het verhaal. Dit stuk staat dan ook los van de hoofdlijn van het verhaal. Verder zitten er geen overbodige stukken in het verhaal.
De bouw is eenvoudig, gewoon een aantal op chronologische volgorde staande stukken. Deze stukken zijn dus ook niet moeilijk met elkaar in verband te brengen.
Het verhaal bestaat uit veel korte scenes. Hierdoor wordt regelmatig afstand genomen van het verhaal, met name door grote sprongen in de tijd.
Er is maar en verhaallijn, en er zitten weinig terugblikken in het verhaal. Dit alles maakt de structuur eenvoudig en helder.
De personages
De hoofdpersoon ging voor me leven. Hij is zielig en grappig tegelijk, maar zo naief, dat je gen medelijden met hem kan hebben. Hij is heel erg flat. Hij heeft wel iets geleerd, maar zijn persoonlijkheid is er niet door veranderd. Ondanks alles is hij tevreden.
Brave, beste kinderen.
Lieve, lieve vrouw. (blz. 85)
Je wordt betrokken bij de problemen van de hoofdpersoon, maar niet zo, dat ze je bezighouden. De problemen zijn doorzichtig en voorspelbaar.
Echt meeleven kan je niet, met niemand. Alle personages zijn toch grappig, de meeste personages zijn typetjes. Zij gedragen zich dus ook zoals je van ze verwacht. Hun gedrag en ideeën hebben me niet beïnvloed.
Iets anders is het met de hoofdpersoon. Zijn ideeën over burgerlijkheid ben ik het mee eens, en dit is ook het enige punt waar de roman iets van betekenis wil overdragen aan de lezer.
Ik vind het onbegrijpelijk dat de hoofdpersoon zomaar op een contract ingaat zonder eerst de voorwaarden door te lezen. Dat zou ik wel doen.
De hoofdpersoon, zijn vrouw en kinderen, en de arbeiders op de werf zijn symphatiek. De “hoge heren” niet. Buitengewoon onsymphatiek vind ik de buurvrouw.
Daar heb je opeens madame Peters.
Zij komt zelf haar diensten aanbieden, want Hornstra heeft bij haar niet gebeld, anders had ik het gehoord.
Op haar beurt drukt zij haar smoel tegen onze vensters aan alsof zij iets ontdekken kon waar Hornstra niets heeft gezien. Ik gruw van haar. (blz 79)
met die laatste regel ben ik het helemaal eens.
Over bijna niemand kom je echt veel te weten, behalve over de hoofdpersoon, omdat je door zijn “bril” kijkt.
Het taalgebruik (stijl)
Ik had geen moeite om de taal te begrijpen, omdat deze zeer eenvoudig is. (Ik denk dat de taal in deze uitgave gemoderniseerd was.) Er zitten weinig typisch vlaamse uitdrukkingen in, dus ook dit gaf geen problemen. Er worden niet zovel stijlfiguren en dergelijke gebruikt.
Het verhaal is zeer beeldend geschreven, en ondanks dat het een klucht is, ging het verhaal toch leven.
Echte eigenaardigheden in taal zijn mij niet opgevallen. De taal had nu ook zo geschreven kunnen worden.
De stijl is wel eigenaardig, omdat alles is geschreven zoals je in een verslag doet. De hoofdpersoon blikt terug op wat er gebeurd is. Het boek lijkt op een brievenreeks, maar omdat er geen geadresseerde bijstaat weet ik dit niet helemaal zeker. Het lijkt er wel op, vooral door het volgende fragment.
Eindelijk schrijf ik je weer omdat er grote dingen staan te gebeuren en wel door toedoen van mijnheer Van Schoonbeke.
Je moet weten dat mijn moeder gestorven is. (blz. 14)
De verhouding tuusen beschrijving, dialoog en weergave van gedachten en gevoelens stoort niet, maar valt eigenlijk ook niet ten geode op. Het is gewoon niet zo belangrijk. De manier van vertellen is beknopt, en dat vind ik wel fijn. Het boek is helemaal niet saai.
Er is weinig beeldspraak, en er zijn weinig verwijzingen, dus ook dit droeg bij aan de leesvreugde.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.