ff n studiebreak

Bankhangende Justine steekt loom haar duim op voor niet-sportende jongeren. Want wie sport er tegenwoordig nou nog?

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

Boekverslag Jacob van Duijn

Para!

Geschreven door:

Jakob van Stolk (6 vwo) [meer]

Datum ingestuurd:

16 juli 2001

Taal:

Woorden:

2.550

Bekeken:

3040 keer (0 deze maand)

Waardering:

3.2/5 (31 stemmen)

Deel op:

  • Door lisanne op 26-08-2003
    goed boekverslag! alleen jammer dat er niks van de schrijver bij zit!

Eerste druk: 1997
Gelezen druk: 1997
Uitgever: Arena Amsterdam
Bladzijdes: 180

A Tekstbeleving
Het onderwerp:

Het onderwerp is de ontdekkingstocht van Jacob naar zichzelf en aan het einde van die tocht ziet hij eindelijk in hoe hij zichzelf zit te belazeren.
Het onderwerp is interessant omdat iedereen zo’n tocht maakt maar deze tocht is toch wat extremer dan anderen maar daarom wel leuker.
Alleen moet je door die drugs heen kijken om te zien waar hij eigenlijk mee bezig is.
Dit boek bevestigt dat de mensen, die zichzelf te gek vinden en stoere dingen doen zoals drugs nemen, het onzekerst zijn en niet sterk op hun benen staan. Ze leven in een schijnwereld. Jacob zegt zelf dat hij aan de drugs blijft door het onvoorspelbare gedrag van zijn vriendinnetjes.
Het onderwerp is niet origineel want er zijn veel boeken geschreven over drugsavontuurtjes maar de manier waarop het beschreven is wel.

De gebeurtenissen:
Er zijn veel kleine, onbelangrijke gebeurtenissen die wel de toestand waarin Jacob zich bevindt, de verslaving, goed beschrijven.
Er wordt veel tijd genomen om te beschrijven hoe Jacob zich voelt/denkt als hij onder invloed is.
Dit vind ik leuk

De bouw:
Het verhaal begint meteen leuk met een gebeurtenis waarin je ziet hoe Jacob iedereen voor de gek houdt. Het verhaal is soms wat ingewikkeld omdat je niet meteen door hebt of het nou echt is of dat je een drugstrip meemaakt van Jacob. Maar dat zorgt er wel voor dat het niet saai wordt.
Het einde snapte ik niet in één keer want je weet niet wat echt of dat het zich in z’n hoofd afspeelt.
Er wordt gewerkt met terugblikken en snelle onderwerpwisselingen. Als hij bijvoorbeeld een leuk meisje ziet, doet hem dat weer denken aan een vroegere ontmoeting en vanuit daar gaat hij dan weer over op zijn vader etc..
Dat houdt het heel boeiend en zo kom je steeds meer te weten over de ik-figuur.
Het is dus niet in chronologische volgorde geschreven doordat het in de verleden tijd staat en er gebruik wordt gemaakt van terugblikken. Dit zorgt er onder andere voor dat je een gevoel krijgt alsof Jacob van Duijn over zijn eigen jeugd praat. Ook het citaat van de schrijver voorin het boek, dat ik beschreven heb bij de achtergrondinformatie, leidt tot twijfel of het boek fictief of echt is.

De personages:
De ik-figuur wordt goed beschreven: zijn gevoelens, hoe hij denkt en leeft. Alleen is het personage niet echt herkenbaar want ikzelf studeer nog niet en zit ook niet in dat drugs- en housewereldje.
Al kan ik me wel voorstellen hoe je ongedisciplineerd kan raken als je in je eentje op een kamers zit.
Ook kan ik me inleven in de irritatie van de hoofdpersoon die de onbereikbare, onvoorspelbare en controlerende vriendinnetjes opwekken.
Het is erg frustrerend om aan het lijntje te worden gehouden.

De hoofdpersoon in Para! voelt zich verheven boven de oppervlakkige studenten en voelt zich omgeven met losers.
Maar hij beseft niet dat hij eigenlijk de grootste sukkel is. Hij denkt dat hij helemaal te gek is door achter elkaar te feesten en grote hoeveelheden drugs te nemen.
Jacob van Duijn kan goed de nonchalante stijl waarin onverschillige mensen leven en zichzelf voor de gek houden, beschrijven.
Je wordt vanzelf boos op de ik-figuur omdat hij zo ontzettend naďef en nep is.

De hoofdpersoon is een zwak iemand die niet weet waar de grens ligt en die ook niet door buitenkant van zichzelf en anderen heen kan prikken. Hij ziet andere studenten alleen maar als onverschillige, niet zo intilligente, feestbeesten: hij heeft niet door dat hijzelf ook zo is.

De vriendin van Jacob wordt zo beschreven dat je alleen maar medelijden met Jacob hebt.
Ze lijkt een lief, naief burgertrutje.

Het taalgebruik:
Het taalgebruik in dit boek is niet moeilijk om te begrijpen want het is gewoon spreektaal.
Er wordt geen moeite gedaan om hoogdravende gedachtes, gevoelens of theorien op te schrijven en dat kan ik wel waarderen.
Misschien zou je wel op de hoogte van een paar drugstermen moeten zijn. Daarom denk ik ook dat het meer een boek voor de jeugd is omdat ze waarschijnlijk de situatie beter begrijpen.
Het boek is eigenlijk een grote monoloog omdat het in het verleden is geschreven en omdat je over het algemeen de gedachtensprongen van de hoofdpersoon volgt.
Ik kan mij een goed beeld vormen van de situatie waarin hij in zit, niet dat ik het daar mee eens ben, maar dat komt doordat dat wij zelf in een drugsland wonen waar je vrij legaal vrij grote avonturen kan beleven. Een oude man uit het Vaticaan kan dat waarschijnlijk niet zo goed omdat de tijd en omgeving anders is.

B Tekstbestudering
Samenvatting

De ik-figuur in dit boek is klaar met school en wil graag ‘studeren’ in Amsterdam.
Nadat hij zijn vader heeft omgepraat, stapt hij met honderd briefjes ‘Nette rechtenstudent zoekt leuke kamer, geen Noord of Zuidoost’ in de trein naar Amsterdam.
Daar aangekomen begint zijn ontdekkingstocht langs coffeeshops, disco’s en kroegen.
Hij verliest zijn rugzak inclusief zijn briefjes maar dat maakt niet uit want vader heeft al een kamer geregeld.
In z’n entreeweek van de rechtenstudie ontmoet hij Pasta, een jongen die net zoveel houdt van bier en weed als Jacob. De eerste paar dagen probeert hij nog echt te studeren maar vindt dat hij moet doordringen in het Amsterdamse nachtleven.
Hij ontmoet Paul, een d.j., in een platenzaak en die belooft hem de beste plekjes te laten zien.
Maar hij laat niks meer van zich horen.
In die tijd ontdekt hij dat de colleges niet verplicht zijn en wordt één van de duizenden onverschillige studenten. Maar dan ontmoet hij Kenneth alias kennis en komt hij in aanraking met Ramon en Cliff die hem samen introduceren in het Amsterdamse drugs-en housewereldje.
Hij ontmoet allemaal leuke meisjes die met hem naar bed willen en dat is ook wederzijds maar steeds bedenkt hij uitwegen.
Hij ziet zichzelf als een vrouwenverslinder maar als puntje bij paaltje komt, krabbelt hij toch terug, waarschijnlijk is de oorzaak toch Suzanne. Suzanne is de vriendin van Jacob en heeft bekend dat ze zo ontzettend veel van hem houdt.
Zijn moeder ziet het huwelijk tussen hun twee al helemaal voor zich maar Jacob houdt wel van Suzanne maar ziet zich toch niet een gezinnetje stichten.
Maar desondanks gaat hij niet vreemd.

In sommige periodes probeert hij nog iets goeds te doen en gaat hij studeren in de studiezaal en daar ontmoet hij Lotte, ‘de piramide in een polderlandschap’
Maar na loop van tijd valt hij toch weer in het Drugsgat: hij snuift, rookt en slikt pillen tegelijk.
En hij doet ook nog eens mee aan een wedstrijd om zolang mogelijk wakker te blijven met zijn vrienden maar dit kan je natuurlijk alleen maar volhouden met drugs.

Hij is helemaal verliefd op Lotte maar die houdt hem aan een lijntje en vraagt of hij met haar vriendin wil uitgaan die een vierdejaars student psychologie is en te geobsedeerd met haar afstudeerproject: ze heet Etoile.
Daar wordt hij ook verliefd op nadat hij Lotte gedag heeft gezegd.
Ook Etoile doet raar en later blijkt dat Jacob het afstudeerproject is van haar en Lotte.

Maar dat heeft hij niet door. Hij gaat bij zijn oude vriend Pasta op bezoek en vraagt hem om liefdesadvies. En hij schrijft hem ‘De Celestijnse belofte’ van James Redfield voor en zegt dat Jacob meisjes moet imponeren met diepzinnige citaten uit dit boekje.

Dat gaat hij ook proberen met Etoile maar niet voordat hij een navelpiercing heeft genomen(Etoile: ‘Mannen met een navelpiercing zijn ontzettend sexy’).

Het laatste hoofdstuk beschrijft hoe hij zich opmaakt voor een ontmoeting met Etoile.
eerst is het perspectief vanuit Jacob zelf maar daarna vanuit Jacob die zich vanaf een afstand bekijkt en zichzelf uiteindelijk neerslaat.
Hij begrijpt dan dat het hem helemaal niet om haar te doen is maar om hemzelf.

Het boek eindigt met een nawoord. Een vergelijking met het bordspel Levensweg. Zijn ouders spelen mee en Jacob moet terug naar start. Hij kan weer van voor af aan beginnen. Hij gaat studeren.

Analyse
Titelverklaring

De titel slaat op het feit dat mensen onder invloed nog wel eens paranoide kunnen zijn.
Het motto is: Voor al mijn helden, 1974-1996
‘Wat zou ik toch graag een groter stuk van mezelf zijn’ (Kasper Kapteijn)

Genre
Het thema is de ontdekkingstocht van Jacob naar zichzelf.

Opbouw
Het is een niet-chronologisch verhaal en het heeft zelfs een fragmentarisch karakter.
De hoofdstukken indeling is met cijfers aangegeven en de geleding heeft geen aparte functie.
De samenhang is goed: alle motieven wijzen naar het thema en de gekozen vorm maakt de inhoud het beste duidelijk.
Er is één verhaallijn: alle gebeurtenissen hebben direct met het centrale probleem te maken en de hoofdpersoon treedt in alle scene’s op. Het verhaal begint midden in een handeling: het begin van het studeren in Amsterdam en daarna kom je pas er achter in watvoor verscheurd gezin hij is opgegroeit.

Personages
Ik-figuur/Jacob: De hoofdpersoon die zich helemaal te gek vindt en denkt dat hij het helemaal gaat maken in Amsterdam waar hij niet zo goed tegen de verleiding kan van drugs.
Hij houdt zich zelf voor de gek door te denken dat hij meer is dan alle andere studenten en dat hij drugs moet gebruiken omdat het leuk te hebben en om aan de eisen van zijn vriendinnetjes te voldoen.
Meneer Hermens: De verhuurder van Jacobs kamer, geboren en getogen in Crooswijk.
Hij was zelf vroeger jurist geweest en zijn kleindochter gaat misschien ook rechten gaan studeren.
Suzanne: Een naďeve meisje waar Jacob al drie jaar een relatie meeheeft.
Hij vindt haar leuk en aardig maar niet meer dan dat en ze hebben ook niets met elkaar gemeen.
Hij wil eigenlijk zo snel mogelijk van haar af.
Paul: ‘Een lange, gestroomlijnde jongen met een strak kapsel. Een rasechte Amsterdammer, geboren en getogen in de Pijp.’ Hij studeert economie aan de UvA maar besteedt meer tijd aan muziek.
Vader: Hij is gescheiden van de moeder van Jacob en zit op dit moment zonder vriendin. Jacob wil hem niet zo alleen laten en daarom drinken ze samen veel alcohol houdende dranken en blowen ze samen.
Hij heeft bouwkunde gestudeerd en is bijna de best betaalde architect in de Rijnmond.

Kenneth/Kennis: ‘Hij is twee meter lang , komt uit de G-wijk in de Bijlmer en spreekt zijn eigen naam steevast uit als ‘Kennis’. En hij is supervaag. Hij is net als ik vaste klant in die coffeeshop bij het Spui.’
Hij was vroeger crimineel maar zit nu op ‘het rechte pad’.
Ramon: ‘Die Ramon moest ik goed te vriend houden. Hij was namelijk de man. Met hem kwam je overal binnen, hij onderhield goede banden met de meeste portiers in de binnenstad en verkocht de beste, nauwelijks versneden pakjes’(cocaďne)
Lotte: Ze komt uit Utrecht, studeert psychologie en is 22 jaar. Haar verslavingingen zijn dansen, toneelspelen en aan lolly’s lurken.
Ze is bezig aan een project dat gaat over Multiple Personality Disorder, wat kort samengevat inhoudt dat iemand zich meerdere persoonlijkheden aanmeet om met verschillende situaties om te gaan. Ze heeft alleen nog geen enkele case om haar theorie te ondersteunen.
Etoile: tweeëntwintig jaar oud en vierdejaars student psychologie en is met hetzelfde afstudeerproject bezig als Lotte.

Tijd
Het verhaal speelt zich waarschijnlijk af van 1992 tot 1996: de studeerperiode.
De vertelde tijd is circa 9 jaar: de studeertijd+de terugblikken.
Het verhaal wordt in de verleden tijd beschreven.
De vertelde tijd en de verteltijd zijn gedurende het hele boek volledig gelijk.

Ruimte
Het verhaal speelt zich af rondom en in Amsterdam en Rotterdam(Rijnmond).
Rondom de UvA, coffeeshops, Roxy, zijn kamer in Amsterdam, het huis van zijn vader in Rijnmond en bij zijn vriendin Suzanne.

Taalgebruik
Het taalgebruik is gewone spreektaal.

C Achtergrondinformatie
Citaat van schrijver in het begin van het boek:
“Mijn psychiater is een grapjas. Hij wil dat ik iets creatiefs doe met al die onzin , dat ik ‘net als Gerard Reve” van me af schrijf. Net als Gerard Reve, uiteraard, waarom ook niet.
Pass een PC en binnen drie weken rolt de nieuwe Avonden uit de printer. alsof ik hier in Ouderkerk ergens een printer kan vinden. De hoogstbiedende uitgever mag het hebben, de kritieken zijn goed en er gaan rustig een paar miljoen van over de toonbank> Kan ik binnenkort een privé-haptonoom in dienst nemen enzo. Blablabla. Die Boomstam, die gek weet niet waar hij het over heeft. Dokter Jan ‘schrijf even een boek, dan snap je jezelf’ Boomstam. Ten eerste kan ik helemaal niet schrijven, ten tweede heb ik helemaal niets te melden. Ik bedoel, ik kan nu wel alvast vertellen waar mijn boek over gaat: jongen gaat in Amsterdam studeren, doet domme dingen, ontmoet een hypocriet wijf en wordt gek. Einde verhaal. dat is het. Niemand op aarde die in wat dan ook geďnteresseerd is. Ik ben sinds de dag dat ik van school ben gegaan niemand meer tegengekomen die boeken leest, het enige wat er wel wordt gelezen is de Nieuwe Revu, de Cosmo of het Algemeen Dagblad. In die volgorde. ik bedoel, als je zes jaar achter elkaar hebt zitten blowen interesseren boeken en romans je echt niet meer, neem dat van mij aan.
Laat dat voor eens en altijd tot uitgevers en schrijvers en psychiaters doordringen. Dan hebben we dat ook weer gehad.Ik bedoel, dat ik nu zelf ook zit te schrijven komt omdat ik toch niets beters te doen heb.
Ik pretendeer helemaal niets of zo.
-Hoe dan ook”


Jacob van Duijn(1974) begon voortvarend aan twee studies aan de UvA, maar verdwaalde vervolgens in de binnenstad van Amsterdam.
Thans is hij zelfstandig ondernemer en maakt hij de mensen internet wijs.
Para! is zijn romandebuut.

Recensie
Auteur: J. van DuijnUitgever: Uitgeverij ArenaRubriek: Literaire Romans Nederlands
Trouw, 16 mei 1997

'Ik was een domme sukkel, zoveel was zeker'

ONNO BLOM

Jacob van Duijn: Para! Arena, Amsterdam; 180 blz. - Dfl. 29,90. Deze zinnen zetten een ogenblik aan het denken. Wat is hier aan de hand? Is dit werkelijk het boek van een slechte debutant? Of hebben we hier te maken met Ironie? Zelfs als het tweede waar is, dan moet Van Duijn wel van goede huize komen, wil hij na zo'n vals bescheiden begin zijn boek nog het lezen waard maken. Hij zou met zijn stijl - het verhaal gaat immers helemaal nergens over - zijn eigen eerste woorden moeten verpletteren. Helaas slaagt Jacob van Duijn daar in het geheel niet in. Het boek is even dom en nietszeggend als de schrijver op zijn eerste bladzijde voorspelt. Net als de grote stroom boeken van veel van Jacob van Duijns generatie - dat is ook mijn generatie - blijft deze roman steken in platte beschrijvingen van seks, drugsgebruik en andere onzin. ``Ik danste, slikte, neukte me suf'', benadrukt Jacob, de hoofdpersoon van 'Para!', ten overvloede. De stijl die al deze onzin lezenswaardig zou moeten maken, is inderdaad 'razendsnel', zoals de achterflap ons belooft. Maar het is wel het razendsnelle proza van een mislukte reclamemaker voor tweedehands gabberhouse CD's. Het ligt er allemaal zo dik op, er wordt zo leuk gedaan dat de moed čn Van Duijns zogenaamde zelfspot me in de schoenen zonken. Er bleef me daarom niets anders over dan Jacob op zijn woord te geloven. Want hij slaat de spijker op zijn kop, als hij zelf constateert: ``Ik was een domme sukkel, zoveel was zeker.''


Reactie op recensie
Terwijl de recensent twijfelt of dit een boek is van een slechte debutant, weet ik bijna zeker dat dit IRONIE is.
Zo moet je het boek ook lezen, ik weet wel dat dit geen hoogstaande literatuur is maar als je de eerste zinnen leest, weet je al dat dit een van de minder serieus beschreven boeken is en als je je daar op in stelt dan kan je goed genieten, net als ik.
Maar waarschijnlijk kan een recensent dat niet doen.
Ik weet dat het ook een van de vele boeken is zijn soort; het schokt je niet meer zo erg maar dat komt omdat er al zoveel taboes zijn doorbroken door de Vijftigers.
Toch vind ik het leuk.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.