Waar gaat jouw geld allemaal aan op? Heb jij een gat in je
hand? Of ben je juist een spaarder? Heb jij een bijbaantje of heb je die extra inkomsten niet nodig?
Doe mee aan het Scholierenonderzoek van het Nibud en steun zo kinderen in arme landen!
Info over dit verslag
Geschreven door: | |
Niveau: | 4VWO |
Kwaliteit: | ![]() ![]() ![]() |
Waardering: | ![]() ![]() ![]() |
Taal: | Nederlands |
Woorden: | 2051 |
Opvragingen: | 29 |
Hulpmiddeltjes
Waardering
Gemiddelde waardering: 3 uit 5 (30 stemmen)
Titels van Jan Wolkers
Brandende liefde (18) 1981 De doodshoofdvlinder (11) 1979 De hond met de blauwe tong (2) 1964 De jaargetijden (2) 2000 De junival (7) 1982 De kus (2) 1977 De onverbiddelijke tijd (1) 1984 De perzik van onsterfelijkheid (5) 1980 De walgvogel (4) 1974 Een roos van vlees (14) 1963 Gesponnen suiker (3) 1963 Gevederde vrienden (1) 1993 Gezinsverpleging (1) 1985 Gifsla (8) 1983 Groeten van Rottumerplaat (2) 1971 Het afschuwelijkste uit Jan Wolkers (1) 1969 Horrible tango (2) 1967 Kort Amerikaans (28) 1962 Langpootmuggen (1) 1993 Serpentina's petticoat (4) 1961 Terug naar Oegstgeest (14) 1965 Turks fruit (83) 1969 Vivisectie (1) 1961 Wegens sterfgeval gesloten (1) 1963 Werkkleding (0) 1971 Zomerhitte (17) 2005 Zwarte advent (1) 1969 Zwarte bevrijding (3) 1995
Laatst gewijzigd op 16 juli 2001
I Eigen mening
Vooraf:
Ik vond het een zeer goed boek. De moedeloosheid van het leven van Ruwiel is prominent aanwezig, zonder het boek iets beklemmends te geven. Dit komt door de komische gedachten van Ruwiel.
1. Onderwerp:
Het onderwerp, een oude man zijn laatste dag zien beleven, vind ik persoonlijk niet zo'n leuk onderwerp. Zei het niet dat meneer Wolkers er een prachtig thema als de vergankelijkheid van het leven bijgehaald heeft, dit geeft gelijk een hele mooie draai aan het boek. Het lot van Ruwiel, dat de aftakeling het gewonnen heeft en er eigenlijk geen weg meer terug is, hangt als een sombere deken over het boek. Toch straalt het boek niets beklemmends uit, dit doordat Ruwiel constant met spot commentaar op het leven geeft. Hierdoor wordt het zware thema zeer lichtvoetig behandeld. Het onderwerp staat voor het leven zelf, het leven ìs aftakeling. In zoverre herken ik het thema wel, maar ik ondervind het niet aan den lijve. Verder heeft het boek mij niet zo aan het denken gezet, dit komt misschien wel doordat het thema niet uitgebreid overpeinst wordt. Veel diepgang kon ik in het boek niet waarnemen, de komische toon van Ruwiel overheerst in het verhaal.
2. De gebeurtenissen:
Aangezien een groot deel van het verhaal in de ik persoon geschreven is, kom je heel veel gedachten van Ruwiel te weten. Door zijn ogen zie je de dwaze wereld om je heen, waarin Ruwiel zich staande houdt met zelfspot en gek gedrag. Hierdoor leef je echt met de hoofdpersoon mee, je beleeft de dag echt vanuit het perspectief van Ruwiel. De gebeurtenissen die plaatsvinden verlopen geheel chronologisch en zijn zeer dmv de logische opeenvolging morgen, middag, avond met elkaar verbonden. Hierdoor krijg je ook echt het idee dat je een dag meeloopt met de oude man. Ik vond dit een bijzonder sterke opbouw, aangezien het over een dag uit het leven van Ruwiel gaat. Eigenlijk zijn de gebeurtenissen nogal saai, maar in het boek heb ik mij er geen moment aan gestoord. Het verhaal kabbelt rustig door, zonder saai te worden. Dit komt door Ruwiels komische gedachten. De sfeer in het boek is hierdoor zeer lichtvoetig ondanks het zware thema. Maar dit heeft dus wel tot gevolg dat het boek geen diepe indruk maakt. Na het lezen was ik het boek niet gelijk vergeten, zo oppervlakkig was het nu ook weer niet, maar ik vind dat er iets te weinig emoties, dan wel hoogdravende (in de positieve zin van het woord) gedachtespinsels te ontdekken zijn om echt diepe indruk te maken. De afloop was te verwachten en eigenlijk ook de enige juiste, zonder in onmogelijke dingen te vervallen. Ik vond het een passend slot-akkoord.
3. De opbouw:
De opbouw van het boek is zeer goed. Geheel chronologisch wordt het verhaal verteld, zonder allemaal ingewikkelde flashback constructies. Het geeft mooi het verloop van de dag weer, het duurt ongeveer evenlang om het boek te lezen als dat het boek in werkelijkheid duurt. Dat het perspectief ook wisselt van hij/zij, naar ik vond ik een sterk gegeven. De stukken waarin iets gedaan moest worden, hoefden op deze manier niet in de vervelende ik persoon geschreven te worden. Terwijl voor het volgen van iemands gedachten, de ik persoon weer zeer geschikt is, zo kan je mooi al zijn gedachten volgen. Dit is wel prettig als er maar een duidelijke hoofdpersoon is, hoef tenminste niet te gissen naar zijn gedachten.
4. Taalgebruik:
Het taalgebruik in het boek was zeer goed te volgen, het was vrij eenvoudig zelfs. Duidelijk kenmerk van het boek zijn de kort geschreven zinnen die de gedachten van Ruwiel uitbeelden. In het boek vinden zeer veel beschrijvingen van gedachten en gevoelens plaats vanuit Ruwiel, je bekijkt vanuit zijn sarcasme de wereld. Deze commentaren vond ik zelf bijzonder leuk om te lezen. Ze maakten het boek lekker vlot om te lezen, je hoefde je zeker niet te storen aan zware kost of iets in die richting. De dialogen in het boek zijn vrij spaarzaam, omdat de gedachten van de heer Ruwiel centraal staan, je bekijkt de wereld vanuit hem en hij geeft zijn commentaar op die wereld. Wel jammer vond ik dat in die dialogen Ruwiel zich voordeed als een oude gek, terwijl je aan zijn gedachten merkt dat hij juist zeer kwiek is, dit spreekt elkaar dus behoorlijk tegen.
5. De personages:
De personages in het boek waren allen erg interessant. Ze hadden allen wel iets wat het leuk maakte om over te lezen. Soms heb je namelijk in een boek dat je het vindt dat het gesprek met die en die wel weer lang genoeg geduurd heeft. Hier was in de perzik van onsterfelijkheid totaal geen sprake van. Ik herkende mij logischerwijs niet in de personages, oorlogsveteraan of hond, met beiden heb ik vrij weinig gemeen. Eigenlijk kan ik mijn mening onver de personages beter toespitsen op Ruwiel, hij is eigenlijk de enige in boek die echt wat zegt (ik verhaal!). Ik vond Ruwiel een bijzonder leuke man om over te lezen. Zijn leuke commentaren zorgen ervoor dat het boek lekker licht leesbaar is. Verder heeft hij ook iets aandoenlijks. Hij houdt van een vrouw die zich elke avond bezat om haar geliefde te vergeten. Hij verliest de enige in zijn leven die zijn zorg echt waardeert (Snoet). En uiteindelijk verliest hij ook nog eens zelf het leven, dit echter wel op heroïeke wijze. Ik denk dat het personage mij in zoverre beïnvloed heeft, dat ik nu wel weet dat je altijd moet proberen iets van je leven te maken (al weet ik niet zeker of dit precies door het boek komt).
II Analyse en interpretatie
1. Algemeen
Schrijver:Jan Wolkers
Titel:De perzik van onsterfelijkheid
Jaar 1e uitgave:1980
Genre:Drama
Periode:Na de WO II
2. Samenvatting:
3. Plaats en tijd:
Het verhaal speelt zich af in Amsterdam-Zuid op 5 mei 1980, bevrijdingsdag. Drie plaatsen staan centraal in het boek; het huis waar Ruwiel woont, zijn volkstuin en de stad Amsterdam, met het Rijksmuseum en zijn vanwege bevrijdingdag volgepakte straten. In elk dagdeel brengt hij overigens nog een bezoek aan het café. Ruwiel woont een oudere etagewoning samen met zijn bedlegerige vrouw en de hond Snoet. 5 Mei is voor Ruwiel altijd een sombere dag, omdat dan weer blijkt dat de idealen, waarmee verzetstrijders, waar hij er zelf ook een van was, uit de oorlog kwamen, allemaal verdwenen en niet verwezenlijkt zijn. Corrie, zijn vrouw is in de WOII haar grote liefde verloren en Ruwiel was dan ook duidelijk tweede keus, wat hem dan ook geen gelukkig huwelijk heeft opgeleverd. Thuis probeert hij het oorlogsverleden zoveel mogelijk te vergeten, terwijl in de stad alles juist in het teken van die oorlog staat. Hij laat zich hier echter niet door afleiden en gaat desondanks de stad in om pens voor Snoet en een brommer voor Corrie te halen.
4. Opbouw:
De vertelde tijd en de verteltijd zijn nagenoeg gelijk, beiden duren ongeveer een dag. Want zelfs als Ruwiel een dutje gaat doen, wordt je nog meegenomen in zijn dromen. Dit geeft je het gevoel dat je echt een dag meeloopt met de oude man. Alles wat hij op een dag doet, kom jij ook te weten. Het perspectief ligt bij Ruwiel, het ene moment wordt hij beschreven vanuit de derde persoon, het andere moment, lees je zijn gedachten en dromen vanuit het ik-perspectief. Deze wisseling vindt altijd plaats met een alineawisseling. Hierdoor kan lekker meelezen met de vaan komische gedachten van Ruwiel, maar krijg je niet te maken het storende ik verhaal; toen ging ik hiernaartoe en ik was De stukken waarin Ruwiel iets onderneemt zijn namelijk allen in de derde persoon geschreven. Het verhaal wordt geheel chronologisch verteld, de opeenvolgende hoofdstukken zijn; morgen, middag en avond. Dit versterkt het gevoel dat dit boek een dag uit het leven van een oude verzetsstrijder is, je maakt alles mee van de vroege morgen tot de late avond. En dit alles chronologisch, zoals de dag gewoonlijk ook loopt.
5. Personages:
De hoofdpersoon is de ongeveer zestigjarige Ben Ruwiel. Hij si hartpatiënt en mag zich eigenlijk niet te veel inspannen. Toch dwingt hij zichzelf om op bevrijdingsdag tot het uiterste te gaan voor Snoet en Corrie. Sinds 1960 is hij arbeidsongeschikt en voor die tijd was hij ambtenaar bij de gemeente. Ben viel tijdens de oorlog in het niet bij de actieve verzetsstrijders zoals zijn vriend Henk en diens vriendin Corrie. Ben houdt van haar, maar weet dat zijn nog altijd aanhaar grote liefde terugdenkt. Voor Corrie is Ben tweede keus. Ben is echter op zijn minier een held, doordat hij na de desillusie van de bevrijding is blijven vechten voor het leven en weigert om voortijdig dood te gaan. Voor Corrie en Snoet houdt hij alles vol. Ben is verbitterd en cynisch omdat er ondanks de oorlog uiteindelijk niets is veranderd. Maar hij blijft mentaal op de been door zijn zelfspot en zijn vaak komische reacties op de buitenwereld. Drift en woede zijn hem niet vreemd en hij vertoont herhaaldelijk een lichtelijk gestoord gedrag om zijn positie als buitenstaander te handhaven. Daarnaast legt hij zichzelf allemaal opdrachten ten laste die hem op de been houden. Hij heeft twee wezens om voor te leven en hij doet dit zo intens, dat hij er uiteindelijk onver bezwijkt. Dit komt enerzijds door de ijzige pens, anderzijds door het gezeul met brommers.
Corrie, de vrouw van Ruwiel, kreeg tijdens de bezetting de bijnaam ijzeren Corrie. Ze maakt korte metten met Duitsers en collaborateurs. In de WOII was ze verloofd met de knappe Henk, die helaas vlak voor de bevrijding vermoord werd. Omdat ze samen zoveel hebben meegemaakt, trouwt Corrie met Henk's beste vriend Ben Ruwiel. Ze zou in de oorlog een kind van Henk krijgen, maar gezien de omstandigheden heeft ze die laten aborteren, waardoor ze onvruchtbaar is geworden. Na de oorlog veranderd ze van ijzeren Corrie, in een bedlegerige alcoholiste.
Snoet is de bijna 19 jaar oude hond. Hij ligt voornamelijk bij Corrie op bed en verkeert in een zeer slechte gezondheid. Het lijkt wel of Ruwiel de liefde die hij bij Corrie niet kwijt kan, op Snoet projecteert. Ook de hond gaat net als ben op 5 mei de pijp uit.
Bijfiguren zijn de wijkverpleegster, die Corrie komt wassen. De oude Canadees in de stad en Eva met het kapje in het café. Deze vervullen verder geen functie in het verhaal.
6. Thema en Motieven:
De hoofdgedachte uit dit werk is: De vergankelijkheid en verval van het leven. In boek komt de perzik van onsterfelijkheid ter sprake, die niet bestaat. De idealen zijn samen met de verzetshelden verdwenen. En de liefelijke natuur neemt toch wat haar toekomt (de dood van Snoet). Overal in het verhaal duikt de dood op. De dood van Henk, Snoet en Ruwiel. De tube rattenvergif die Ruwiel de hele dag met zich mee draagt. En ook in het museum komt de dood van alle kanten op Ruwiel af. Een ander motief is de liefde. Ruwiel sjouwt de hele stad door opzoek naar een brommer voor zijn geliefde Corrie, in de hoop dat ze dan haar oude levenskracht weer zal hervinden. Ook voor Snoet gaat hij door het vuur. Hij ontdooit een stuk bevroren pens op zijn maag, opdat Snoet gelijk wat te eten heeft als Ruwiel thuis zal komen. Deze blijk van liefde wordt uiteindelijk de dood van Ruwiel, wiens oude lichaam deze inspanningen niet meer aankunnen.
7. Periode
Het werk is na de WOII gesitueerd. Dit is logisch te verklaren uit het feit dat het oorlogsverleden centraal staat. Verder vind je in het boek allerhande aanwijzingen dat het boek van vrij recente datum is; er is bijvoorbeeld wijkverpleging aanwezig.
III Conclusie
Ik ben van mening dat de perzik van onsterfelijkheid een zeer goed boek is. Een mooi thema als vergankelijkheid van het leven wordt op mooie wijze naar voren gebracht; zonder te vervallen in overdreven deemoedigheid. Dit gaat wel ten koste van de diepgang van het boek, als het uit is zit je niet nog een tijd allerhande dingen uit het boek te overpeinzen. Erg leuk is de hoofdpersoon die de hele tijd de spot drijft met zijn omgeving. Mooi was ook de verteltijd het perspectief van het boek; één dag uit het leven van een man waarmee je de hele dag 'meeloopt'. Hierdoor schep je toch een bepaalde band met de hoofdpersoon. Ik vind dit boek een aanrader!
Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.
Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.




Openen in tekstverwerker
Printen
Emailen