ff n studiebreak

Maandag begint de nieuwe Weg Over Rozen! Hier vast al het tergende, romantische, schokkende, suïcidale en strontvervelende uit seizoen 1 op een rij.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

Geschreven door:

Bas

Datum ingestuurd:

10 juli 2001

Taal:

Woorden:

1.800

Bekeken:

2776 keer (3 deze maand)

Waardering:

3.4/5 (12 stemmen)

Deel op:

  • Door Niek op 16-10-2002
    Heb heel lang moeten zoeken. Schijnbaar is Wierook en tranen het enige echte bekende boek van Ruyslinck. Jouw verslag over 'De verliefde akela' was het enige dat ik tot nu toe vond. Bedankt voor je moeite.
  • Door natasja op 06-07-2002
    Hoi Bas harstikke bedankt dat je dit heb opgestuurd ik had er namelijk heel veel aan. Nou doei he

1. Nieuwe titel
Ik heb, net als de auteur zelf, besloten een titel te bedenken die aansluit op het eerste verhaal: ‘de verliefde akela’. Mijn nieuwe titel luid als volgt:

‘Elke boom heeft een naam’

Deze titel vind ik erg toepasselijk juist omdat het onderscheid tussen droom en werkelijkheid niet duidelijk is. Bij het lezen van het boek heb je wel ergens het gevoel dat het allemaal wel op z’n plaats zal vallen, en aan de andere kant heb je het gevoel dat je het een en ander niet erg duidelijk voor ogen kunt krijgen. Dus even terug naar de titel: Je hebt het gevoel dat ieder aangehaalde gebeurtenis wel op z’n plek zal vallen; een naam zal krijgen. Wat de boom betreft: de gestorven vrouw van de hoofdpersoon gaf de bomen in haar tuin altijd een naam. Dit is dan de letterlijke, oppervlakkige kant van de titel.

2. Samenvatting van het verhaal ( plot)

Het boek bestaat uit vijf verhalen. Het titelverhaal is duidelijk langer. Ik beschrijf hier het titelverhaal en het verhaal: ‘Het onderhoud’.

Het titelverhaal ‘De verliefde Akela’ beschrijft het leven van een man wiens vrouw Ingrid kortgeleden is overleden. De man verkeerd in een waas van verdriet en heeft nog maar voor 10 % contact met de buitenwereld. Hij is voor een groot deel met zijn gedachten bij zijn vrouw; ziet haar, ruikt haar en praat met haar. Ondanks dit alles probeert de Akela van een groep scouts, die in de buurt van zijn huis kamperen, in haar verliefdheid contact met hem te krijgen door hem te bezoeken en hem te verleiden met opwindende uitspraken. De man verkeerd echter in zo’n gesloten toestand dat het zelfs de Akela niet lukt om tot zijn kern door te dringen. Vaak ziet hij de Akela voor zijn vrouw aan maar weet ergens dat zij het niet is. Dit brengt hem in verwarring: hij begeerd haar en heeft angst voor haar.
Het hoogtepunt in dit verhaal is het punt waarop de man op een wandelende boom schiet met zijn jachtgeweer en later tot de ontdekking komt dat het de Akela is. Hij begraaft haar onder de notenboom in zijn tuin. De scouts zijn ongerust over het verdwijnen van hun leidster en waarschuwen de politie. De man wordt ervan verdacht dat hij iets met haar verdwijning te maken heeft. Als ze de plek met rulle aarde onder de notenboom vinden beweerd de man dat zijn vrouw daar begraven ligt.
Het plot is voor elke lezer denk ik verrassend. Als de politie opdracht geeft tot opgraving blijkt Ingrid onder de notenboom begraven te zijn. De Akela duikt enkele dagen later weer op en blijkt bij een vriendin te zijn geweest om uit te huilen over haar onbereikbare liefde.
In het plot wordt je vermoeden als lezer bevestigd: de man heeft gedurende het hele verhaal in zijn eigen droomwereld geleefd.

In ‘Het onderhoud’ wordt het gesprek tussen de jonge schrijver Maenhout en dhr. Klein van zijn uitgeverij Jacobs de Jaeger beschreven. Dhr. Klein begint met te zeggen dat hij niet veel kritiek heeft op het manuscript van Maenhout. Echter in de daaropvolgende bladzijden wordt voor de ogen van de jonge schrijver zijn manuscript omgetoverd tot een totaal ander boek. Klein voert allerlei ideeën van hemzelf in het boek in en doet dan zelfs een zeer schokkend voorstel voor de jonge schrijver: ‘Ik vraag me af, of u het goed zou vinden, als we het verhaal lieten herschrijven door een van onze mensen, met behoud van de ideeën en voornaamste gebeurtenissen wel te verstaan.’
De jonge schrijver, overdonderd door de kritiek zegt niet veel. Als hij uiteindelijk het gebouw verlaat is er niets van zijn boek overgebleven. Het verhaal is compleet anders en op de kaft komt een pseudoniem i.p.v. zijn eigen naam. Zijn boek is vervormd tot een product, gericht op de verkoop!


3. Stijl.

Dit boek valt onder het genre proza. ‘De verliefde Akela’ is een verhalenbundel met vijf verhalen, verschillend van lengte. Het titelverhaal is een romantisch verhaal met een droevige insteek. Het titelverhaal heeft een surrealistisch karakter. De schommelingen tussen droom en werkelijkheid zijn niet altijd even duidelijk. Hierdoor krijg je als lezer haast een sprookjesachtige indruk ( hierbij doel ik met name op de wandelende bomen etc.).
De overige verhalen doen stuk voor stuk humoristisch aan. ‘Twaalf miljoen gaatjes’, ‘Het onderhoud’, ‘De receptie’ en ‘Saneren’ hebben een lachwekkend verloop. Ruyslinck spot hier en daar onopvallend met bepaalde type mensen. Soms heeft dit realistische, moraliserende trekjes. Het staat in tegenstelling tot het titelverhaal in de werkelijkheid en niet in een ‘zwevende sfeer’. De onderwerpen zijn niet zwaar. Dit leest makkelijker; je hebt niet steeds het gevoel dat er achter elke zin die je leest een diepere betekenis zit. Ruyslinck gebruikt opvallend veel beeldspraak in al zijn verhalen.

4. Personages.

Uit het titelverhaal: ‘De verliefde Akela’:

De ik-figuur.

De ik-figuur heeft geen naam in dit verhaal. Het verhaal wordt dan ook geschreven vanuit deze persoon. Bekend wordt naarmate het verhaal vordert dat hij van het mannelijk geslacht is en getrouwd is geweest met een vrouw, Ingrid, die onlangs is gestorven aan een ernstige ziekte. Zijn leeftijd is niet bekend, naar schatting is hij rond de veertig jaar.
Zijn uiterlijk wordt niet beschreven; hij moet er behoorlijk depressief uit zien: grijs haar van verdriet, wallen en een gebogen houding ( gebaseerd op mijn eigen voorstelling).
Qua karakter is hij een zwartkijker, iemand die alles van de negatieve kant bekijkt. Het verhaal is natuurlijk een momentopname uit een droevige periode uit zijn leven; zijn echte karakter is dus eveneens niet bekend. Hij leeft in het verhaal in zijn eigen fantasiewereldje en heeft weinig oog voor wat er om hem heen gebeurd. Wat hij wel van de buitenwereld opvangt wordt in zijn hoofd verdraaid totdat het aansluit op zijn gemoedstoestand. Er vindt niet echt een verandering van zijn karakter plaats. Juist omdat het een verhaal is, is hier ook geen ruimte voor.

De Akela.

De akela is een jonge meid van ongeveer begin dertig. Haar naam is Ruth en ze leidt enthousiast een groep scouts. Ruth is smoorverliefd op een oudere man die een eind van hun kamp verwijderd woont.
Ze heeft een gezet postuur; dikke kuiten en vlezige armen. Ze heeft groene ‘afzaksokken’ aan en natuurlijk haar uniform. Ze heeft een gezond, rond en rood gezicht en maakt zich flink op met een dikke laag poeder. Ze is verleidelijk, ondeugend, heeft een groot doorzettingsvermogen en een brok zelfvertrouwen. Toch heeft ze ondanks dit alles moeite met het doorbreken van het isolement waar haar geliefde zich in heeft opgesloten. Haar karakter ontwikkeld zich eveneens niet zo sterk. Aan het eind van het verhaal wordt wel duidelijk dat ze het wat betreft de verliefdheid voor gezien houdt.

5. De bedoeling van het boek.

Ik denk dat Ruyslinck het titelverhaal met name heeft geschreven om aan te duiden dat er in een puur realistische wereld ruimte moet zijn voor dromen. In dit verband heeft het met de ruimte voor het verwerken van tegenslagen in het leven te maken. Hij wil zeggen dat er in de maatschappij niet over dit soort dingen heen gelopen mag worden, we moeten tijd nemen om onszelf op een eigen (al dan niet onwerkelijke manier) weer rechtop te krijgen.
Ook al de andere verhalen zijn op dezelfde maatschappijkritische manier geschreven.

6. Eigen oordeel.

Mooi vond ik in deze verhalenbundel van Ward Ruyslinck de overeenkomsten tussen de verhalen, hoewel deze allemaal van verschillende aard zijn.
Het heen en weer geschommel tussen droom en werkelijkheid in het titelverhaal was heel apart om te lezen. Ik kreeg soms een zelfs ongemakkelijk gevoel omdat ik niet echt door had waar het precies allemaal om ging. Ik had het gevoel dat Ruyslinck steeds om de essentie heen draaide. In de laatste paar zinnen van dat verhaal begon er een lampje bij mij te branden en had ik opeens helder voor ogen waar het verhaal over ging. Toch bleef ik twijfelachtig; ik kon natuurlijk wel dénken dat het zo was, maar zeker weten dat was wat anders. Na een boekbespreking van de ‘literom’ te hebben gelezen was ik pas zeker van mijn zaak. Dat gevoel van: ‘ik wil het toch zeker weten ‘ bleef ik het hele boek lang hebben. Het verhaal ‘twaalf miljoen gaatjes’ beviel mij het minst. Dat kwam voornamelijk doordat ik het geen leuk onderwerp vond (persoonlijke smaak dus). Het zal ongetwijfeld een goed verhaal zijn maar mijn oordeel is dat ik het saai vond. Toen ik dit boek koos om te lezen voor de lijst had ik in eerste instantie een ander soort stijl verwacht. Het ‘kneuterige’ en Vlaamse uit bijvoorbeeld ‘Wierook en tranen’ vond ik hier helemaal niet terug. Dat was enigszins een teleurstelling maar vooralsnog vind ik dit boek toch ook wel heel bijzonder.

7. A. Biografische gegevens van de schrijver.

Ward Ruyslinck is het pseudoniem van Raymond Karel Maria de Belser. Hij werd geboren op 17 juni 1929 in Berchen (Vlaanderen). Hij studeerde taal- en letterkunde in Gent. Sinds 1953 werkt hij voor het museum van boekdrukkunst in Antwerpen. In de tweede wereldoorlog moest de familie de Belser vluchten naar Frankrijk. Daar verbleven zij enkele weken. Later werd hun huis totaal vernield door een bombardement van de Duitsers. De negatieve indrukken uit de oorlog en de dood van zijn oudere broer hebben veel invloed gehad op zijn werk. Vaak zien we in Ruyslincks boeken dat hij schrijft over zonderlinge figuren die zich verzetten tegen de maatschappij. Ruyslinck is wat men noemt een schrijver van ‘cultuurpessimistische romans en verhalen.’ (encyclopedie).
In het jaar 1973 schreef hij zijn verhalenbundel ‘De verliefde Akela’.

B. Bibliografische gegevens.

‘De verliefde Akela’ werd voor het eerst uitgegeven in 1973.
Na het lezen van de kritieken uit de verschillende kranten over dit boek kan ik afleiden dat het boek succes heeft (gehad). Bijvoorbeeld:

‘Op dit moment ken ik in de Vlaamse literatuur geen schrijver die zo afgerond een novelle of kort verhaal kan schrijven. Het titelverhaal is zelfs een hoogtepunt in de gehele naoorlogse Nederlandstalige literatuur.’ ( Wim Hazeu in de Haagse Courant)
Een tweede druk van het boek is dan ook verschenen in 1975. De uitgave die ik heb gelezen is uitgegeven in zowel 1973 als in 1975 bij de uitgeverij Manteau, Brussel-Den Haag. Het is een pocket die deel uit maakt van de z.g.n. ‘Marnixreeks’. Het boek bevat geen illustraties m.u.v. de omslag die ontworpen is door Robert Nix/Gratama & de Vries GVN. Het boek heeft 126 bladzijden opgedeeld in vier op zichzelf staande verhalen.
ISBN: 90 223 0464 7 .

C. Bronvermelding.

- alle cursief gedrukte tekst is geciteerd. De bron wordt daarachter al vermeld.

Om de inhoud van het boek wat beter voor ogen te krijgen heb ik gebruikt:

- ‘Uittreksels en Auteursinformatie’ van de literom in de Bibliotheek Apeldoorn.
! Makers zijn niet bekend !

Voor de biografie van de schrijver heb ik gebruikt:

- geïllustreerde Encyclopedie (kompleet van A tot Z)
samengesteld door: Winkler Prins redactie.
Uitgegeven in het jaar MCMLXXX door Lekturama, Rotterdam.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.