CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

ff n studiebreak

Meiden, laser je binnenste schaamlippen lekker weg joh. Want je vriendje wil een playboypoesje.

Geschreven door:

Nathalie (3 havo)

Datum ingestuurd:

3 juli 2001

Taal:

Woorden:

850

Bekeken:

4887 keer (2 deze maand)

Waardering:

3.8/5 (67 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 

Schrijver: Evert Hartman
Titel: Morgen ben ik beter
Plaats en jaar van uitgave: Den Bosch, 2000
Jaar van eerste uitgave: 1987
Genre: Psychologische roman

Hoofdpersonen:

Mariëlle Huybregts: meisje van 16 jaar. Ze wordt nadat ze al een paar dagen ziek thuis is, opgenomen in ziekenhuis Berkenzicht. Ze is erg onzeker en meegaand en ze wordt erg betutteld door haar moeder. In het ziekenhuis moet ze allerlei hersenonderzoeken ondergaan maar de artsen vertellen haar niet wat ze heeft. Daardoor wordt ze nog onzekerder en zieker.

Christa Rijsbergen: vriendin van Mariëlle. Ze is een heel ander typ dan haar vriendin. Christa is totaal niet verlegen en vindt ook dat Mariëlle zich niet zoveel van haar moeder aan moet trekken. Christa gaat vaak naar het ziekenhuis om Mariëlle op te zoeken. Christa wil ook graag weten wat haar vriendin mankeert en daarom gaat ze op zoek naar Mariëlle ’s dossier in de kamer van de dokter.

Bijpersonen:
Simone Huybregts: de moeder van Mariëlle.
Meneer Huybregts: de vader van Mariëlle.
Nora, Toos, Hetty: de kamergenoten in van Mariëlle in het ziekenhuis. Ze liggen de hele dag tegen elkaar te zeuren en te klagen.
Thijs: het jongere broertje van Christa. Hij zorgt voor de leuke dingen in het boek. Hij wil niet meer naar school en schrijft een ontslag brief naar school.
Koen: de oudere broer van Christa. Hij studeert medicijnen en hij loopt stage in Berkenzicht.
Michael: vriend van Koen. Hij wil later dokter worden. Hij heeft rare gedachten over medicijnen en zieken maar hij heeft wel gelijk. Hij logeert een tijdje bij de familie Rijsbergen. Zo leert Christa hem goed kennen en worden ze verliefd op elkaar.

Het verhaal speelt zich af in deze tijd. Dat is te zien aan de moderne apparatuur in het ziekenhuis. Aan de medicijnen, de ziekenauto ’s en de moderne bibliotheek.

Het verhaal speelt zich af bij Mariëlle thuis voor dat ze naar het ziekenhuis moet. Later speelt het zich af in het ziekenhuis. En het speelt zich bij Christa thuis af. Bij Mariëlle thuis hangt een benauwde sfeer, omdat haar moeder overbezorgd is en Mariëlle daarom niets mag. In het ziekenhuis is de sfeer gespannen door de onderzoeken en door dat ze niet vertellen wat er aan de hand is. Bij Christa thuis is de sfeer gezellig door dat ze overal over praten.

Het verhaal verloopt chronologisch. Vanaf dat Mariëlle ziek wordt totdat ze weer naar school gaat.

Samenvatting:

Mariëlle is wordt ziek. Ze denkt dat ze griep heeft net als zoveel van haar klasgenoten. Na een paar dagen in bed te hebben gelegen voelt ze nog niet beter. Ze heeft last van oorzuisen en duizelingen. Nadat haar moeder de dokter al een paar keer heeft gebeld komt hij langs. Mariëlle krijgt medicijnen. Van de medicijnen wordt ze alleen maar slomer en zieker. Als de dokter na een paar dagen weer komt kijken, wordt ze door verwezen naar het ziekenhuis. Ze komt op een kamer met drie oudere vrouwen te liggen. Deze vrouwen, Hetty, Nora en Toos kletsen en ruziën de hele dag door. Mariëlle word in het ziekenhuis steeds zieker. Haar vriendin Christa valt dat erg op, en zegt dat Mariëlle beter naar huis kan gaan. Voor de eerste keer komt Mariëlle in opstand tegen haar ouders en zegt dat ze naar huis wil. Mevrouw Huybregts verbiedt Christa nog langer Mariëlle te bezoeken. Mariëlle vraagt zich af waarom Christa niet meer langs komt. Christa vindt het vreselijk dat ze niet meer naar Mariëlle mag. Maar ze gaat toch. Ze spreekt met Zuster Evelien af dat ze na het bezoek uur komt. Met Mariëlle gaat het niet beter. Ze krijgt onderzoek naar onderzoek, maar geen enkele dokter wil haar vertellen wat ze precies heeft. Daarom gaat Christa op zoek naar Mariëlle ’s dossier, in de kamer van de dokter. Ze glipt naar binnen en bekijkt het dossier. Er staan allemaal rare woorden in. Ze probeert ze zo goed mogelijk te onthouden. Als ze terug is op de kamer bij Mariëlle verteld ze de gelezen woorden aan Mariëlle. De volgende ochtend vraag Mariëlle naar de betekenis van de woorden. Pas dan verteld de arts wat ze heeft. Maar Mariëlle voelt zich niet meer ziek. Als Christa langs komt vraag ze haar om haar naar huis te brengen. Als ze thuis komt is haar moeder stom verbaasd. Mariëlle komt in opstand en vertelt haar moeder dat ze niet langer betutteld wil worden en dat het goed met haar gaat. De week erna gaat ze gewoon weer naar school. Ze wil niet langer ziek meer zijn…

De spanning wordt in het hele verhaal weergegeven doordat je aan het eind van het verhaal nog niet weet of Mariëlle wel echt beter is, omdat ze zonder dokters toestemming naar huis is gegaan.

De titel “Morgen ben ik beter” is de gedachte die Mariëlle zich steeds voorhoudt, omdat ze niet meer ziek wil zijn.

Het verhaal kan echt gebeurd zijn. Ook het ziekenhuis wordt beschreven als een echt ziekenhuis, met lange gangen en witte muren. Het komt ook voor dat artsen niet willen of mogen vertellen wat de patiënten hebben.

Het boek is wel mooi en realistisch geschreven, maar het wordt een beetje saai, omdat het hele boek in totaal maar tien dagen duurt. Elke dag word dus heel nauwkeurig beschreven en dat wordt te langdradig.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.