Waar gaat jouw geld allemaal aan op? Heb jij een gat in je hand? Of ben je juist een spaarder? Heb jij een bijbaantje of heb je die extra inkomsten niet nodig?

Doe mee aan het Scholierenonderzoek van het Nibud en steun zo kinderen in arme landen!

Info over dit verslag

Geschreven door:

anoniem

Kwaliteit:

Waardering:

Taal:

Nederlands

Woorden:

2292

Opvragingen:

107

Hulpmiddeltjes

Openen in tekstverwerker Openen in tekstverwerker

Printen Printen

Emailen Emailen

Waardering

Gemiddelde waardering: 3 uit 5 (119 stemmen)

Heb je er iets aan gehad? Geef zelf je waardering:
Erg goed bruikbaar
Goed bruikbaar
Bruikbaar
Een beetje bruikbaar
Niks aan gehad

Titels van Thea Beckman

Laatst gewijzigd op 18 juni 2001

Uitgeverij: Lemmiscaat Rotterdam.
Omslag: F.van Fliet
Achtenveertigste druk

Korte inhoud:

Gestrand
Dolf Wega, een gewone jongen van deze tijd wordt door twee uitvinders terug in de tijd geflitst.
Hij komt aan in de middeleeuwen. Door foute berekeningen komt hij niet in de juiste stad terecht. Hij had vier uur om rond te kijken. Als hij na die vier uur niet terug op precies dezelfde plaats stond zat hij voor altijd vast in de middeleeuwen. Als Dolf aan komt, ontmoet hij kort daarop een jonge student. Zijn naam is Leonardo, Dolf helpt hem met te vechten tegen twee struikrovers. Daarna praten ze lang zodat Dolf de tijd uit het oog verliest. Als hij wil terug gaan naar de plek waar hij moest zijn wordt de weg versperd door duizenden kinderen die voorbij komen richting de stad in het dal “Spiers”. Als dolf de plek eindelijk terug vindt staat er een andere jongen op, en in plaats van Dolf wordt de andere jongen terug geflitst naar de twintigste eeuw. Dolf is gestrand in de middeleeuwen, hij kan niet meer terug.

De kinderkruistocht
Leonardo vertelt hem dat het de kinderen zijn van een kinderkruistocht die is vertrokken vanuit Keulen. Ze gaan het Heilige land bevrijden van de Saracenen. Dolf en Leonardo bekommeren zich over de achterblijvers en al gauw besluiten ze bij de kinderkruistocht te blijven. Al snel komt dolf in contact met de leiders van de kruistocht. Omdat hij zichzelf had voorgesteld als Rudolf van Amstelveen dacht iedereen dat hij van adel was, omdat Rudolf een adellijke naam is. Hij ontmoet in de groep van de adelen Nicolaas de leider van de Kruistocht die beweerde dat hij een verschijning van de engelen had gezien. Nicolaas was een naïeve herdersjongen en was niet erg slim. Maar de kinderen keken toch naar hem op. Dan waren er ook nog twee monniken dom Anselmus en dom Johannis. Dolf zag direct dat deze twee niet te vertrouwen waren. Hij vertelde hun wat hij gezien had in de achterhoede: kinderen die dood gingen, uitgehongerd waren en bijna niet meer konden lopen van de kapotte voetjes. Hij wou dat er iets aan gedaan werd. Omdat hij van adel was, werd er naar zijn voorstellen geluisterd en al snel kreeg Dolf een leidende rol in de kruistocht.

De scharlaken dood
Hij maakte snel veel vrienden waaronder Mariecke, een meisje van een jaar of acht negen. Ze was een wees die al van het begin uit Keulen mee was. Dolf splitste de kinderen op in groepen die ieder een taak hadden. Zo had je de vissers onder leiding van Peter, de jagers onder leiding van Carolus, de leerlooiers onder leiding van Frank, de ziekenverzorgers onder leiding van Hilde en de knokploeg onder leiding van Leonardo en Fredo, stuk voor stuk vrienden van Dolf. De lange reis was niet zonder gevaren en iedere dag stierven er kinderen. Was het niet van vermoeidheid dan was het omdat ze verdronken waren of ontvoerd door rovers of verwond door een wild dier. De kinderkruistocht zat vol problemen. Zo was er de scharlaken dood, een gevaarlijke kinderziekte beter bekend als roodvonk waar ze honderden kinderen aan verloren. Dag na dag stierven er kinderen en kwamen er nieuwe gevallen bij zodat er veel oponthoud was en ze niet snel genoeg doorgingen volgens dom Anselmus. Hij had altijd haast alsof ze ergens op tijd moesten zijn. Al vanaf het begin vertrouwde Dolf hem niet. Vanwaar die haast? Dan was er ook nog Peter, de leider van de vissers. Hij had als eerste de zieke kinderen opgemerkt en het viel op dat hij veel in de zieke boeg zat en veel wist over de ziekte. Toen Dolf met hem ging praten vertelde hij dat een paar jaar geleden zijn broers en zussen gestorven waren aan deze dood. Dus hij wist er alles van. Maar waarom had Peter er dan voor gezorgd dat er zieke kinderen waren opgenomen in de stad Rottweil terwijl hij als enige wist dat de kinderen de scharlaken dood hadden. Toch niet om dat de stad Rottweil hen geen eten had aangeboden?

Godsgeloof en ketterij
Hadden die middeleeuwers dan geen geweten of ruste alles op de schouders van God? Dolf had het er vaak moeilijk mee met het diepe geloof en de naïviteit van hen. Geloofden ze nu echt dat de zee ging open gaan voor de heilege Nicolaas en dat ze de zee konden oversteken en met hun onschuld het heilige land konden bevrijden. Blijkbaar wel. Bij alle vragen die hij erover stelde kreeg hij als antwoord: “God zorgt voor ons” of “God beschermt ons en vergeeft al onze zonden”. Dus nee, de kinderen hadden geen geweten want alles wat ze nu deden werd daarna door God vergeven uit dank dat ze Jeruzalem hadden bevrijd. Door Dolf's ongeloof en de haat van Anselmus voor Dolf werd hij door de monnik beschuldigd van ketterij. Op het nippertje werd Dolf bevrijd van de doodstraf door dom Thaddeus, die zich bij de kruistocht had aangesloten. Hij had met een smoes kunnen bewijzen dat Dolf een uitverkorene van de Engelen was, net als Nicolaas. Dolf was toen hij klein was gebeten door een hond en had op zijn arm daar nog drie littekentjes aan overgehouden. Drie puntjes naast elkaar en dom Thaddeus beweerde dat het het teken van de heilige drievuldigheid was. Zowel dom Anselmus als Nicolaas wisten ook dat dit niet waar was maar uit angst voor de kinderen die voor een groot deel achter Dolf stonden, spraken ze hem vrij.

Kinderroof
Buiten ziektes, honger en dood waren er nog andere problemen waardoor ze kinderen verloren. Eén daarvan was kinderroof. Zoals graaf Romhild von Svharnitz deed. Om door zijn domein te mogen eiste hij een tol: vijftig kinderen, twintig meisjes en dertig jongens. De grootste mooiste en sterkste werden meegenomen. Maar hierbij liet Dolf het niet. Hij zou de kinderen terug krijgen. Omdat de middeleeuwers toch zo bijgelovig waren bedacht hij een list. Die nacht ging hij met een paar andere jongens naar de burcht en liet een vertoning van de duivel zien. De bewoners waren zo bang dat ze de eisen van de “duivels” volgden en de kinderen vrijlieten. Maar dit was allemaal nog niets in vergelijking met de zware tocht die ze moesten gaan maken over de Alpen. Die zat vol gevaren: het gevaar op te weinig voedsel, de koude, de rotsen en de wilde dieren. Om het probleem van te kort aan voedsel te verhelpen laste Dolf een paar rustdagen in om zoveel mogelijk eten bij elkaar te krijgen. Stukken vlees en vis die gedroogd en gerookt werden om mee te nemen in de Alpen. Maar hoe dan ook het zou een hele beproeving zijn om hier goed en wel uit te komen. Het grootste deel kwam er door. En daar achter zou de zee liggen maar nee er was een vlakte geen zee. Het was de povlakte als ze die nu nog over staken was de zee daar, klaar om zich door Nicolaas in twee te laten splijten en de kinderen door te laten naar Jeruzalem. Geloofde ze dat nu werkelijk?

Bedrog en verraad
Eindelijk aangekomen in Genua, de stad met de zee. De kinderen mochten de stad niet in en moesten van het standsbestuur op het strand kamperen. Dom Anselmus was naar de stad getrokken om dingen te bespreken toen Dom Johannis naar Dolf kwam. De monniken hadden de kinderen bedrogen en verraden. Nee, ze gingen helemaal niet naar Jeruzalem en nee, de zee ging helemaal niet wijken voor Nicolaas en nee, Nicolaas had geen verschijning gezien. Ja, de monniken, die zelfs geen echt monniken waren, hadden iedereen bedrogen, ook Nicolaas. Ze hadden Nicolaas in z’n slaap omgepraat en hem laten denken dat hij een uitverkorene was en de kruistocht moest leiden. En nu was Anselmus naar de stad om boten te zoeken. Maar als ze niet naar Jeruzalem gingen naar waar dan wel? Ze zouden naar Noord-Afrika gaan en worden verkocht als slaven aan de Arabieren. Want voor sterke, blonde, westers kinderen badaalde da Arabieren veel geld. Daar was het Anselmus dus om te doen geld. Als straks de zee niet zou wijken voor Nicolaas dan zou Anselmus aan komen lopen en zeggen dat God hun boten heeft gestuurd die hen naar het beloofde land zou brengen. Dit mocht niet gebeuren en Dolf verspreidde voorzichtig het nieuws want niet iedereen zou hem geloven. Hun geloof in Nicolaas was nog te sterk. Waarom had Johannis zolang gezwegen nu verwachte iedereen een wonder, arme Nicolaas arme kinderen! Toen gebeurde het. Nikolaas zou de zee doen wijken, hij was zo mooi gekleed hij leek de engel Gabriël wel, en was trots dat hij zo’n wonder kon laten gebeuren. Maar zoals voorspeld, gebeurde er niets. De knokploegen moesten de teleurgestelde kinderen in bedwang houden dat ze Nicolaas niet zouden vermoorden. En toen kwam Anselmus aangelopen en riep dat er boten klaar stonden naar het Heilige Land. Met veel moeite konden Dolf en z’n vrienden de kinderen tegen houden. Toen ze de kinderen hadden kunnen overtuigen van de valsheid van Dom Anselmus werd deze op een wrede en gruwelijke manier vermoord hen.

En wat nu?
Daar stonden ze nu, duizenden kinderen op een strand in Genua. Verraden, zonder thuis en zonder doel. Ze moesten terug. De vraag was of iedereen terug wou en of iedereen terug kon. Diegene die terug wilde naar Keulen konden met dom Johannis mee. Weer de Povlakte door de zware tocht door de Alpen helemaal naar Keulen. Het waren vooral de kleintjes die mee terug wouden met dom Johannis. Zijn zonden waren hem vergeven. En de rest ging met Rudolf mee, ze trokken gewoon verder. Ze waren het zwerfleven nu toch al gewoon. Ze trokken van stad tot stad. Veel kinderen bleven achter, om in de stad te werken of zelfs met grotere groepen om een eigen nederzetting te bouwen. En toen gebeurde het. Dolf kreeg een boodschap uit de toekomst. Ze hadden hem gevonden, hij had weer kans om naar huis te kunnen, terug naar zijn tijd. Hoe hadden ze hem gevonden, hoe wisten ze dat hij in Brindisi was? Wisten ze dan dat hij met de kruistocht mee was gegaan? Deed dat er toe? Neen hij kon naar huis! Die dag ging hij op de bewuste plaats staan waar hij het doosje had gevonden, uren te vroeg maar hij wou zijn kans geen tweede keer missen. Toch moest hij ook hier alles achter laten. Hij hoorde nog een paar bekende stemmen en daar ging hij, terug dezelfde pijn en schok die hij kreeg toen hij hierheen werd geflitst. Net dat de wereld verging…

“Dolf…mijn eigen lieve Dolf..;” Het was zijn moeder…Rudolf van Amstelveen was teruggekeerd in zijn eigen eeuw.

Personages

Dolf Wega:
Het hoofdpersonage, hij is de gene die terug in de tijd wordt geflitst en het grootste avontuur van zijn leven meemaakt.
Dolf is een jaar of vijftien in zijn tijd een gewone wat koppige jongen. Maar in de middeleeuwen is Dolf een persoon met veel leiderschap en aanzien. Hij is voor in die tijd groot en sterk en hij is ook slimmer dan de meeste middeleeuwers. Ook zijn geloof in god was veel minder dan dat van hen en dat bracht hem wel regelmatig in moeilijkheden. Hij zag er uit als een jonge atleet bruin gebrand van de zon en door al dat hard werken waren zijn spieren sterk ontwikkelt. Rudolf Wega van Amstelveen, zoals ze hem noemden, was eens sterk en slim persoon die zichzelf maar erg gewoontjes vond.

Leonardo:
Dolf's rechter hand, een slimme student uit Pizza. Hij is sluw, sarcastisch en behulpzaam.
Hij is voor Dolf een grote steun en hij is er altijd als ze hem nodig hebben. Hij hielp iedereen, had het erg druk, maar vond altijd de tijd om met de kinderen te spelen. Hij was een echte hulp. Leonardo had lange, donkere haren, mooie bruine ogen en een gebruinde huid. Hij droeg een groen overkleed met een leren riem om zijn middel met een dolk aan, bruine laarzen en een hoed. Hij was de leider van de knokploeg en droeg altijd z’n knuppel bij zich. En ook zijn trouw ezeltje was er altijd bij.

Mariecke:
Lieve kleine Mariecke zoals Dolf haar noemde. Een meisje van een jaar of acht negen. Een weesje dat haar in Keulen had aangesloten bij de kinderkruistocht in de hoop om het heilige land te bevrijden. Ze was erg naïef en gelovig en kon niet veel want ze had nooit iets geleerd. Maar toch hield Dolf van haar. Zij hield ook erg veel van Dolf ze zou hem nooit in de steek laten. Mariecke leerde wel snel bij. Ze was mager en had donkerblond haar en grote grijze ogen. Haar beentjes waren zo dun dat het leek dat ze haar gewichtje niet eens konden dragen.

Nicolaas:
Een simpele, goedgelovige, domme, naïeve herdersjongen die “een verschijning van de engelen” gezien had. Zijn opdracht was de kinderen naar het heilige land te leiden. Nicolaas was zo gelovig dat hij zich niet bekommerde over de kinderen. Nee dat deed God wel. Hij was heel de tijd bezig met god en bidden. Hij was zo dom en naïef dat hij ergerlijk was. Hij had lange blonde krullen en hij droeg een wit kleed, hij was precies een engel. Nikolaas en Dolf konden absoluut niet met elkaar opschieten, ze verweten elkaar van alles.

Dom Anslemus:
Een gemeen en slecht man die iedereen verraden heeft. Hij deed zich voor als een gelovige monnik maar eigenlijk was hij een boef die zelfs niet voor honderden dode kinderen zijn doel zou wijzigen, die zoveel mogelijk geld wilde verdienen door de kinderen te verkopen als slaven. Want wie wil nu niet zo’n mooi blond slaafje in dienst?
Hij was mager, lang en had een spitse neus en valse ogen. Zijn stem sneed en klonk gemeen. Hij was een man zonder hart en zonder geweten. Hij deed alles om Dolf in de weg te staan en zo vlug mogelijk in Genua te zijn.

Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.

Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.