Boekverslag Thea Beckman

De gouden dolk

1 2 3 4 5 [6] 7 8 9 10 11 ...

Info over dit verslag

Geschreven door:

anoniem [meer]

Niveau:

3HAVO

Kwaliteit:

Waardering:

Taal:

Nederlands

Woorden:

2537

Opvragingen:

14

Hulpmiddeltjes

Openen in tekstverwerker Openen in tekstverwerker

Printen Printen

Emailen Emailen

Waardering

Gemiddelde waardering: 3 uit 5 (75 stemmen)

Heb je er iets aan gehad? Geef zelf je waardering:
Erg goed bruikbaar
Goed bruikbaar
Bruikbaar
Een beetje bruikbaar
Niks aan gehad

Titels van Thea Beckman

Laatst gewijzigd op 13 juni 2001

A. Zakelijk verslag

1 De kaft
Op de kaft staat een jongen in gevechtskleding, die (waarschijnlijk) aan het vechten is. Ik vind het een goede kaftkeuze, want het boek gaat over de middeleeuwen, ridders enz. en deze kaft vind ik er wel bij passen.

2 De uitgever
De uitgever is Wolters Noordhoff, jaar van verschijnen is 2000 (dat komt doordat het een lijsters boek is) en het is de 1e druk (dat komt doordat het een lijsters boek is).

3 Diversen
Het boek bevat 21 hoofdstukken en 302 bladzijden. Het boek heeft geen proloog / voorwoord en ook geen epiloog / afsluiting.

4 De auteur
De schrijfster is Thea Beckman.
Thea Beckman:
Geboortedatum 23 juli 1923
Geboorteplaats Rotterdam
Woonplaats Bunnik (bij Utrecht)
Getrouwd met Dirk Hendrik Beckman
Hobby’s reizen en piano spelen
Kinderwens schrijfster of ontdekkingsreizigster worden

Thea Beckman groeide op in een arm gezin.
Ze volgde ze de industrieschool en later de mulo. In 1945 trouwde ze, kreeg 3 kinderen en verhuisde naar Bunnik.

Vanaf 1947 begon ze met het schrijven van verhalen in jeugdtijdschriften, journalistieke stukjes in kranten en in damesbladen. Haar eerste boek verscheen in 1957. Dat was een boek voor volwassenen. Ze startte toen ook met het schrijven van jeugdboeken. Dat sloeg aan en ze werd zo een bekende jeugdschrijfster.

In 1975 ging ze terug in de schoolbanken en haalde op 52- jarige leeftijd haar atheneumdiploma. Daarna ging ze alsnog sociale psychologie studeren.

Een aantal Jeugdboeken van Thea Beckman zijn:
- Mijn vader woont in Brazilië
- Saartje Tadema
- Wonderkinderen
- Kruistocht in spijkerbroek
- Vrijgevochten

De boeken gaan meestal over kinderen zelf en het zijn over het algemeen historische boeken. Uit de verkoop aantallen blijkt dat de jeugdige lezers de boeken van Thea Beckman leuk vinden.

B. De inhoud

1 De samenvatting
Toen Jiri jong was hoorde hij zijn grootvader vaak vertellen over de krijgstocht die hij had mee gemaakt. Het moest iets fantastisch zijn geweest; de Saracenen uitmoorden en triomfantelijk poseren bij de lijken en bij de grote schat die de overwinning had opgebracht. Ook hoorde hij zijn grootvader vertellen over een gouden dolk, dat moest een geweldig mooi wapen zijn geweest. Zijn grootvader had nog nooit zoiets moois gezien. Op een dag moest Jiri geneeskruiden gaan halen voor de inmiddels zwaar zieke grootvader. Hij moest die kruiden bij vrouw Cantal gaan halen, een waarzegster uit het dorp. Maar daarvoor moest hij eerst door de ‘Woeste Gronden’. De dorpbewoners kwamen er liever niet, want er ging een verhaal rond dat er demonen en kobolden huisden, die het op mensen hebben voorzien. Jiri ging dus zo snel mogelijk door de ‘Woeste Gronden’. Bij de waarzegster aangekomen zei ze: ‘Tegen oudheid heb ik geen medicijn’. Jiri was teleurgesteld en vroeg: ‘Ben ik dan voor niets gekomen?’ Ze antwoordde: ‘Ik kan je toekomst verspellen, en ik zie jou daar staan met een gouden dolk in je handen en ik hoor steeds de naam; Nou-red-din en je zult een rijke toekomst krijgen.

Een tijd later als hij aan het werk is in de smidse van zijn vader, komt er een boodschapper in het dorp die vertelt dat er een tweede kruistocht komt en roept iedereen op naar Vezelay te komen om de legendarische Bernard abt van Clairvaux te aanhoren, in naam van paus Eugenius III de kruistocht zal prediken! Snel loopt hij naar zijn vader en zegt: daar gaan we heen ik wil die machtige man wel eens horen spreken. De volgende dag in alle vroegte vertrekken ze. Het is een fantastisch gezicht Bernard te zien preken hij roept iedereen op om mee te gaan met de tweede kruistocht. De priesters beginnen rode kruizen uit te delen er zijn er veel te weinig daarom scheuren de priesters hun capes kapot en maken er kruizen van, zelfs de koningin gaat mee. Opeens ligt er een kruis voor Jiri's voeten, een moment twijfelt hij dan raapt hij het op en doet het in zijn zak. Op de terugweg haalt Jiri het kruis uit zijn zak. Arnold zijn neef is stomverbaasd daarna haalt ook zijn broer Aycan een kruis uit zijn zak. Jiri mompelt: ‘Het is een teken van God, ik ga!’, Aycan houdt zijn kruis omhoog en zegt: ‘Dit is een stuk van de mantel van de priester hij heeft me zelf gezegend, reken maar dat ik ga’. ‘Nee ik ga’ schreeuwt Jiri, hij gaat zijn broer te lijf, maar hun neef Arnold haalde ze net op tijd uit elkaar. Ze moeten zich volgende week melden bij de burcht dan zullen de ridders hun knechten uitzoeken. De volgende week gaan ze beiden met het kruis opgespeld naar de burcht. Sieur Robert; een edele ridder loopt langs de rijen en kiest Jiri uit, Aycan daarom moet zijn kruis afdragen aan Arnold, want de smid kan niet beide zoons missen. De dag van vertrek komt steeds dichterbij. Eindelijk is het zover, Jiri gaat samen met Arnold en nog een paar andere jongens uit het dorp naar de vertrekplaats. Sieur Robert verdeelt de taken en iedereen wordt gewaarschuwd voor de rovers en onbetrouwbaar volk onderweg. Zij gaan allemaal met goede moed weg om die Saracenen eens een keer een lesje te leren en Jeruzalem te veroveren. De Duitsers zijn al vooruit gegaan om de Fransen, eigenwijs als ze zijn, een stap voor te zijn. Maar dat was een niet zo slimme zet, want een paar weken later komen ze helemaal afgepeigerde Duitsers tegen ze die in de pan gehakt waren door het leger van Nou-red-din. Van de 100.000 man waarmee de Duitse Koning vertrok waren er nog maar 20.000 over. Op een dag loopt Jiri naar een riviertje om water te halen, dan opeens ziet hij een bekend gezicht: ‘Aycan!’ schreeuwt Jiri. ‘Ha broertje’ zegt Aycan. Jiri zegt: ‘Wat doe jij hier je mocht hier helemaal niet zijn, ben je weggelopen?’. ‘Ja’ antwoordt Aycan koeltjes. Vuile bedrieger je moet Vader helpen in de smidse. Haha broertje, ik ga nu mijn eigen weg en niemand houdt mij nog tegen. Ik ga geld verdienen veel geld meer geld dan jij ooit met je smidse zult verdienen, daarna loopt hij weg. Een dag later is Jiri nog steeds ondersteboven van de belevenissen van de vorige dag. Er gaan dagen, weken, maanden voorbij en dan zien ze de heilige stad Jeruzalem. Maar deze stad was niet wat Jiri er van verwacht had, het was net zo een stad als alle andere steden, met gewone torens, huizen en kerken.

Op een dag loopt hij rond het kamp van de koningin en ziet hij een meisje. Hij vraagt haar wat ze hier doet. En zij vertelt hem dat ze in de hofhouding werkt. Jiri had nog nooit zo'n schitterend meisje gezien als zij. Die avond komt er een dienaar van de koning met een brief en vraagt Jiri: ‘Ben jij Jiri Rambor?’. Geschrokken zei hij: ‘Ja dat ben ik’. ‘Ik heb een brief voor je’. Hij kon niet lezen dus ging hij snel naar Sieur Robert en vroeg hem de brief voor hem te lezen. Sieur Robert pakte de brief en rolde hem open; hij las en barste in lachen uit, haha Jiri heb je een vriendinnetje. ‘Wat staat er?’ vroeg Jiri. Hij antwoordde: ‘Oda, onder de olijfboom’. Snel liep hij naar de olijfboom hij wist maar al te goed welke dat was dat was de olijfboom waar de kuiperij staat. Hij liep erheen en Zag haar. Ze praatten de hele avond door. Steeds vaker maakte Jiriafspraakjes met Oda. Meestal 's avonds, Vaak zag hij haar weer een paar weken niet omdat zij met de koninklijke hofhouding vaak in de voorhoede van de kruistocht reed. Toen kwam de dag dat ze een stad belegerden en dat Jiri samen met Arnold naar een boomgaard ging om hout te hakken. Maar zij zagen daar ook heerlijke sappige pruimen en zij stopten er hun kleren vol en ondertussen droop het vocht over hun kin. Dan opeens voelt hij twee mannen op zijn rug springen. Jiri is sterk, maar twee man, nee. Hij hoort Arnold schreeuwen. Dan opeens pakt een van zijn belagers een stuk hout en slaat hem bewusteloos. Hij voelt een hevige pijn en een moment later wordt alles zwart om hem heen. Hij wordt wakker vastgeketend aan een boom en ziet naast zich ook Arnold. Hij kijkt verdwaasd om zich heen dan ziet hij een man. Hij knippert met zijn ogen hij kan het haast niet geloven wat hij daar ziet; een man met een gouden dolk. Hij weet direct wie het is, Nour-Red-Din. Als Nour-Red-Din een knip met z'n vingers geeft komt er een bediende aanlopen. Arnold en Jiri kijken elkaar even aan. Ze denken allebei hetzelfde: ‘Die bediende is Aycan!’. Als Aycan zijn broer en neef ziet wil hij iets tegen Nour-Red-Din zeggen maar hij bedenkt zich nog net op het allerlaatste moment. Hij loopt weer rustig naar binnen. Die nacht komt Aycan bij de boom waar Jiri en Arnold aan zijn vastgeketend. Hij heeft water bij zich en geeft beiden een flinke slok water uit de kroes. Hij zegt: ‘Ik zal proberen jullie vrij te kopen, mijn meester is een mens geen beest het zal lukken’. Ik wens jullie het allerbeste zegt hij tot besluit en loopt weg. De volgende dag worden ze vrij gelaten door Nour-Red-Din. Beiden gaan ze door de knieën voor hem en even later lopen ze de vrijheid tegemoet op naar de stad waar de koninklijke hofhouding is. Dagen lopen ze door de bergen eenzaam en hongerig tot ze op een dag een kudde geiten zien. Ze denken waar een kudde is zijn mensen snel dalen ze van de berg af en komen aan bij een hut. Ze krijgen te eten en te drinken en de te volgen weg wordt besproken met de aardige bewoners. Als ze twee dagen later weer verder gaan ontwijken ze steden en dorpen en lopen zo naar de stad waar zij heen willen. Ze krijgen op een moment de stad inzicht en rennen de laatste kilometers. ‘Ja we zijn er’, schreeuwt Jiri. Ze zoeken een herberg en gaan op zoek naar de Koninklijke hofhouding die ze naar enig zoeken vinden.
Als Jiri een van de wachters vraagt of Oda er ook is, sturen die hem onverbiddelijk weg hoe erg hij ook smeekt. Het is eigenlijk wel logisch want hij ziet eruit als een schooier. Elke dag loopt hij rond het gebouw van de hofhouding. Hij zoekt werk en vindt dat in een smidse als knecht, zijn loon is niet alles maar genoeg om elke dag van te kunnen eten en ergens te slapen. Tot hij op een zondag weer bij de hofhouding rondslentert en daar een bekende soldaat ziet en hem snel aanspreekt. De soldaat belooft een boodschap door te geven en zegt dat ze overmorgen weer weg gaan naar Parijs. Hij heeft de mogelijkheid om mee te reizen en doet dat op voorwaarde dat hij moet roeien zes uur per dag. Hij praat met de mederoeiers en leert zo wat Grieks en Siciliaans. Op een dag komen er twee snelle schepen tevoorschijn schieten. De schepen kaapten hun schip, daardoor moet hij nu de hele dag roeien. Het kan hem niets schelen en al gauw wordt het schip overgenomen door Sicilianen en kunnen ze door reizen. Nu gaan ze weer richting Frankrijk en komt hij in de haven aan. Daar ontmoet hij Oda en hoort dat zij naar Parijs gaat. Jiri zegt tegen Oda: ‘Ik ga naar huis, maar ik kom je opzoeken in Parijs’. Als hij terugkomt in zijn eigen dorp lijkt alles kleiner en armoediger. Hij heeft voor de hele familie iets meegenomen. Op een dag gaat hij met Arnold naar het bos en klimmen ze tegen een wand op. Jiri glijdt uit en ze zien nu een steen met een datum erop, een grafsteen. Snel gaan ze naar huis en halen pikhouwelen, schoppen en beitels en maken het graf los. Wat ze daar zien was fantastisch edelstenen goud en... een gouden dolk. Ze juichen en schreeuwen: ‘Nou zijn we rijk en kunnen we naar Parijs’. Dat deden ze uiteindelijk ook.

2 De hoofdpersonen
Jiri; een smidsknecht, een jongen van een jaar of vijftien, opgegroeid in een gezin waarvan de vader smid is. Jiri houdt van avontuur en daarom ging hij mee op kruistocht. Naar mate de kruistocht vordert wordt Arnold, z’n neef, ook zijn beste vriend.

3 Overige personen
Arnold; de neef van Jiri.
Oda; tijdens de kruistocht en daarna de vriendin /verloofde van Jiri.
Aycan; de broer van Jiri.
Sieur Robert; de ridder waar Jiri tijdens de kruistocht voor diende.
Thòmas; een zwerver, die later een vriend van Jiri werd.

4 Relaties
Arnold; Jiri’s neef wordt later een goede vriend van Jiri.
Oda; Jiri’s vriendin, en later zijn verloofde.
Aycan; Jiri’s broer.
Thòmas; een zwerver uit Griekenland die voor Jiri brandhout regelde in ruil voor wat eten. Wordt later een goede vriend van Jiri.

5 Mijn favoriete persoon
Mijn favoriete persoon is de hoofdpersoon, Jiri, want hij is moedig en weet wat hij wil en wil zijn doel bereiken, wat hem uiteindelijk hem ook lukt, maar op een andere manier dan hij gedacht had.

6 Minst-sympathieke persoon
Mijn minst-sympathieke persoon is Jiri’s broer, Aycan, want hij gaat toch mee op de kruistocht, tegen de wil van zijn vader in. Wordt een verader, gaat naar de saracenen en wordt een moslim.

7 De tijd
Het verhaal speelt zich af in de middeleeuwen, de precieze eeuw en decennium is niet bekend. Het verhaal duurt meerdere jaren, het is niet nauwkeurig aan gegeven. Er zijn geen flash-backs of flash-forwards.

8 De plaats
Het verhaal speelt zich in een dorpje vlak bij Avallon, in Bourgondië, in Frankrijk af, maar ook in het Middenlandszee gebied. Er komen ook meerdere landen voor, zoals: Griekenland en Turkije. Er komen plaatsen voor, zoals: Vézelay, Damascus, Amatolië, Jeruzalem en Constantinopel.

9 De bedoeling
Volgens mij was de bedoeling van de auteur de lezers te amuseren en ook te vertellen wat er in de middeleeuwen gebeurde. Ik heb er plezier aan beleeft en ook wat van geleerd.

10 De verhaalsoort
Het is een (kasteel) Roman, een historisch verhaal, een liefdesverhaal, oorlogsverhaal, realistisch verhaal en een avonturenverhaal.

C. De beleving van het boek

Mening
Het boek heeft een goede indruk op mij gemaakt, want het was boeiend en interessant genoeg om het te lezen, terwijl ik meestal niet zo dol ben op dit zulk verhalen. Ik heb me het beste met de hoofdpersoon, Jiri kunnen inleven, hij heeft heel veel mee gemaakt en de auteur beschreef de gebeurtenissen ook goed. De manier van beschrijven vind ik ook goed, want ze treedt alleen in detail bij belangrijke gebeurtenissen en dat maakt het boek niet saai. Het verloop van de liefde die speelt tussen Jiri en Oda vind ik ook goed, want het blijft elke keer spannend of ze elkaar weer zullen terug zien. De indeling is goed, het begint met een kleine inleiding over de grootvader van Jiri die ook op kruistocht was geweest, maar het open einde vind ik enigszins teleurstelend. Maar natuurlijk kun je het einde zelf wel verzinnen. Het fragment in het boek dat Jiri en Arnold gevangenen zaten heeft op mij het meeste indruk gemaakt, want je wist niet wat er met ze zou gebeuren.
De afloop zoals ik al eerder heb verteld, vind ik een min puntje, want het heeft en open einde en dat vind ik meestal niet zo leuk. Ik had liever gehad dat het verhaal eindigde dat Jiri met Oda zou gaan trouwen en dat Arnold in Parijs ook een geschikte vrouw zou vinden. Ik zou dit boek een ander aanraden, want het is een mooi, avontuurlijk boek en er speelt ook een liefdesroman in.

Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.

Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.