Waar gaat jouw geld allemaal aan op? Heb jij een gat in je
hand? Of ben je juist een spaarder? Heb jij een bijbaantje of heb je die extra inkomsten niet nodig?
Doe mee aan het Scholierenonderzoek van het Nibud en steun zo kinderen in arme landen!
Info over dit verslag
Geschreven door: | |
Niveau: | 4VWO |
Kwaliteit: | ![]() ![]() ![]() |
Waardering: | ![]() ![]() ![]() |
Taal: | Nederlands |
Woorden: | 2128 |
Opvragingen: | 28 |
Hulpmiddeltjes
Waardering
Gemiddelde waardering: 3 uit 5 (12 stemmen)
Titels van Boudewijn Büch
Brieven aan Mick Jagger (5) 1988 De blauwe salon (1) 1981 De bocht van Berkhey (3) 1996 De hel (21) 1994 De kiezen van de keizer (0) 2000 De kleine blonde dood (73) 1985 De rekening (8) 1989 Eerstejaars (1) 1985 Geestgrond (5) 1995 Het bedrog (4) 1993 Het dolhuis (17) 1987 Het geheim van Eberwein (6) 2003 Links! (1) 1986 Weerzien (1) 1984
Laatst gewijzigd op 7 juni 2001
1 Zakelijke gegevens
a) Auteur: Boudewijn Büch
b) Titel: De kleine blonde dood
Uitgegeven door Wolters-Noordhoff, Groningen.
In 1995 uitgegeven, 1e druk (eerste druk in 1985)
Het boek heeft 133 pagina’s.
c) Genre: Het is een psychologische roman.
2 Eerste reactie
a) Keuze
Ik heb dit boek gekozen omdat ik er al veel over gehoord had, van mijn ouders, en via andere media, volgens mij heb ik de film ook wel eens gezien, vroeger, op tv, maar daar herinnerde ik me alleen nog van dat er een jongetje van de trap afviel. Dus was het een redelijke logische keuze, helemaal toen ik merkte dat het boek maar 196 bladzijdes had.
b) Inhoud
Ik vond het een erg zielig, maar mooi boek, er zaten grappige gedeeltes in, en erge serieuze, als de vader van Boudewijn hem slaat of de hele inboedel van zijn huis in elkaar trapt. Hij was lekker om te lezen, niet te moeilijk en niet te dik, een aanrader!
3 Verdieping
a) Samenvatting
In het eerst hoofdstuk gaat Boudewijn, die bij zijn ouders in Wassenaar woont, op schoolreisje naar een speeltuin ergens in Nijmegen. De leerlingen zullen ook een paar stappen op Duitse bodem zetten. Boudewijn mag van zijn vader echter beslist niet in Duitsland komen. Als hij voor zijn vader een vlinder wil vangen, komt hij in verboden gebied. Twee grenswachten houden hem aan en brengen hem naar de bus. Als zijn vader het verhaal het verhaal hoort, wordt hij woedend en trapt de vlinder kapot. Büch is namelijk van Joodse afkomst en is vóór de Tweede Wereldoorlog uit Duitsland naar Nederland gevlucht. Tijdens de oorlog heeft hij een heldenrol vervuld, waarvoor hij onderscheidingen heeft gekregen. Wat hij precies gedaan heeft, wordt niet duidelijk. Na de oorlog is hij zich erg vreemd gaan gedragen. Zijn verdrag vertoont duidelijk een gespleten karakter: aan de ene kant is hij op een overdreven manier anti-Duits, aan de andere kant heeft hij een grote voorkeur voor hard en militaristisch optreden. Hij vereert Koningin Juliana, maar op prinsjesdag valt hij schreeuwend de gouden koets aan. De politie houdt hem een tijdje vast. De moeder van Boudewijn is van Italiaanse afkomst. Als haar man in woede uitbarst, de kinderen slaat en de huisraad stuk gooit, tracht zij hem te kalmeren en ruimt ze na afloop de rommel weer op. Boudewijn heeft aan de ene kant bewondering voor zijn stoere optreden, maar begrijpt aan de andere kant niets van zijn gewelddadigheden. Boudewijn krijgt door de problemen thuis zenuwtoevallen en wordt gedurende bijna een jaar naar een inrichting in Brabant gestuurd. Het is voor hem een afschuwelijke tijd. Het meest vernederende van de inrichting is het leesverbod. Als hij weer thuis komt, is hij erg ziek: buikvliesontsteking. Hij raakt in coma en een paar weken later ontwaakt hij. Van zijn vader krijgt hij de mooiste medaille, een speelgoedbulldozer en veel boeken. Na een jaar mag hij het ziekenhuis verlaten. Als hij thuiskomt zingt, zingt de hele lagere school hem toe. Hij krijgt een fiets. Tijdens een wandeling verteld zijn vader, dat hij en zijn vrouw voor de kinderen katholiek zijn geworden. Het geloof dat ze voor de oorlog hadden, was weliswaar een beter geloof, maar ze wilden voorkomen dat de kinderen ooit om hun joodse geloof zouden worden vervolgd.
Als een van zijn zoons kikkers wil opblazen, wordt de vader woedend. Hij leest zijn kinderen voor uit een boek getiteld “Wissenschaft ohne Menschlichkeit”, een verslag van de medische experimenten die de nazi’s, vooral op joden, uitvoerden. Onkel Jakob, die de week daarop komt logeren, is één van de slachtoffers. Hij is “gek in zijn hoofd”.
Boudewijn maakt een wandeling met Onkel Jakob naar Noordwijkerhout. Ze kopen “patatten”. Als de patatbakker merkt, dat de oom met een waardeloze markt betaald heeft, achtervolgd hij hen. De frites komt op de grond terecht. Omdat ze veel te laat thuiskomen, moet Boudewijn zonder eten naar bed. Als zijn ouders al geruime tijd gescheiden zijn, krijgt Boudewijn een brief van zijn moeder met ingesloten een kopie van een rouwkaart: zijn vader is gestorven. Ondanks alle narigheid die er geweest is, grijpt het overlijden van zijn vader hem erg aan. Twee weken na zijn vaders dood krijgt Boudewijn een brief van zijn vader: twintig met de hand geschreven vellen. Slechts de laatste zinnen typt hij over, de rest verbrandt hij. De brief wordt een obsessie voor Boudewijn (“de grootste kwelling die mijn vader mij had aangedaan”). Later verneemt hij van de dokter, dat zijn vader zelf een eind aan zijn leven heeft gemaakt. Voordat zijn vader gestorven is, heeft Boudewijn hem nog één keer bezocht. Zijn vijfde vrouw is een 18-jarige Deense: Astrid Nisgren. Boudewijn verteld dat hij een maandelijks studietoelage wil en dat een vrouw van hem in verwachting is, hoewel hij homoseksueel is. Ook biecht hij op, dat hij hasj gebruikt en een agent heeft getrapt. Zijn vader trekt wit weg. Astrid wordt woedend en slaat hem. Als hij weg gaat, krijgt hij vijfentwintig gulden van zijn vader.
Het verhaal gaat over Micky, Hij is het zoontje van Boudewijn en zijn vroegere lerares Mieke. Die veertien jaar ouder is. Omdat Mieke aan de drank is, zorgt Boudewijn voor Micky. Hij woont met Fleurette, haar dochter en Micky in één huis. Kort nadat Fleurette en haar dochter Boudewijn’s huis hebben verlaten, gaat Boudewijn voor enige tijd met vrienden naar Parijs. Micky logeert bij Gerda, de beste vriendin van Mieke. Boudewijn zegt Gerda nadrukkelijk, dat zij Micky niet aan Gerda mee mag geven. Als Boudewijn uit Parijs terugkomt blijkt Micky in het ziekenhuis te liggen; hij is in coma. Mieke heeft hem toch meegenomen en bij haar is hij van de portiektrap gevallen. Boudewijn gaat eerst naar Mieke en daarna naar het ziekenhuis. De dokter verteld dat de val het gevolg is van een gezwel in de hersens, dat plotseling is ‘geknapt’. Micky is klinisch dood. Boudewijn staat voor een moeilijke beslissing, maar besluit toch de dokter toestemming te geven. Boudewijn blijft intens bedroefd achter (“het leed kreeg dimensies waarover ik nooit heb kunnen schrijven”).
Micky hield van The Rolling Stones; boven zijn bed hing een affiche van Mick Jagger. Zijn stoffelijk overschot wordt gecremeerd. Boudewijn heeft hier bewust voor gekozen: er mag geen spoor van Micky op aarde blijven bestaan. Hiermee wil hij zichzelf straffen. Boudewijn is de enige die bij de crematie aanwezig is. Van The Rolling Stones wordt het nummer “Out of time” gedraaid. Zes jaar na de crematie bezoekt Boudewijn voor de krant een open dag van het crematorium. Nadat de reportage in de krant heeft gestaan, krijgt Boudewijn van de directeur van het crematorium een boze brief. Nu overvalt hem een groot verdriet, Micky’s micrografie mislukt. Als hij iemand hoort zeggen “Rouw verjaart niet”, weet hij dat hij het verhaal kan schrijven. In het laatste hoofdstuk verteld Boudewijn enige herinneringen “niet groter dan postzegels die ik koester”, herinneringen aan zijn vader én aan zijn zoontje. Opvallend zijn de parallellen, zoals bijvoorbeeld het kapotje op het strand.
b) Onderzoek van de verhaal techniek
1) De schrijfstijl
De schrijfstijl is makkelijk te lezen, je gaat best snel door de tekst heen. Sommige passages zijn grappig beschreven (Boudewijn’s gesprekken met zijn zoontje Micky) en anderen weer erg sober en angstig (Als de vader van Boudewijn gewelduitspattingen heeft). De personages worden goed en uitgebreid beschreven, dat vind ik wel belangrijk in een boek, dat je een goed beeld van hun kunt vormen.
2) De ruimte (plaats en tijd)
De ruimte waar het verhaal zich afspeelt is erg afwisselend. Enkele plaatsen zijn het ouderlijk huis van Boudewijn, en buiten als hij ’s op “uit” ging. Ook speelt het zich (dit is maar heel even, maar wel belangrijk) af in Duitsland, waar Boudewijn van zijn vader echt niet mocht komen. Het speelt zich verder af in het huis waar Mieke woont, het huis waar Boudewijn woont en later in het ziekenhuis waar Micky op sterven ligt. Het boek begint midden in een handeling. Het verloopt ook niet chronologisch maar er komen veel flashbacks in voor. Dan gaat het weer over Boudewijn als kind, en dan weer over Boudewijn en zíjn kind. Het verhaal speelt zich af in ongeveer 15 jaar. Het heeft een gesloten einde. Het speelt zich af in de jaren ’50/’60.
3) De verhaalfiguren
Boudewijn Büch (round); Waarschijnlijk is de hoofdpersoon dezelfde als de schrijver, maar dan hoeft zeker niet zo te zijn, want voorin in het boek staat vermeld: Iedere gelijkenis van figuren in dit boek met bestaande personen moet worden beschouwd als een gelukkig of ongelukkig toeval. Hij lijdt erg onder de uitspattingen van zijn vader en wordt ook daardoor bijna een jaar in een inrichting in Brabant opgenomen.
Vader van Boudewijn (flat); Een man met een gespleten persoonlijkheid, aan de ene kant heeft hij zijn vriendelijkheden, maar aan de andere kant zijn woede-uitingen, Boudewijn heeft die kant maar al te goed leren kennen in zijn jeugd.
Moeder van Boudewijn (flat); een Italiaanse, zij probeert elke keer Boudewijn zijn vader te kalmeren als hij weer eens een uitspatting heeft, ook zij wordt slachtoffer van zijn gewelduitingen.
Micky (flat); Zoon van Boudewijn, hij valt van een portiektrap, bij het huis van Mieke, hij raakt in een coma maar komt daar weer heelhuids uit.
Mieke (flat); Vroegere lerares van Boudewijn en moeder van Micky.
4) De situaties
De situaties bestaan uit de beginsituatie: De beginsituatie begint met de opmerking: : Iedere gelijkenis van figuren in dit boek met bestaande personen moet worden beschouwd als een gelukkig of ongelukkig toeval. De werkelijke situatie begint dat Boudewijn op schoolreisje gaat, vlakbij Duitsland, en waarschijnlijk zouden ze net een paar stappen over de Duitse grens zetten, zijn verteld hem dat hij dat beslist niet mag doen (toch doet hij ‘t).
De eindsituatie bestaat uit dat hij als het ware voor zichzelf beslist dit boek te schrijven, dit doet hij na het horen van de volgende woorden:”Rouw verjaart niet”.
5) De vertelwijze
Het boek is geschreven in het zogenaamde ik-perspectief, toch denk ik dat dit boek auto-biografisch is. In mijn uittreksel staat namelijk:”dat we niet mogen concluderen dat de ik-figuur perse dezelfde is als de auteur”. Waarschijnlijk wel dus. Toch vind ik ’t raar dat daar geen duidelijkheid over bestaat.
c) Op zoek naar de thematiek
Het thema ‘schuld’ staat centraal, verbonden met de thema’s oorlog en homoseksualiteit. ‘Schuld’ is dus het de hoofdgedachte (thema). Enkele motieven zijn dan: homoseksualiteit, oorlog en de dood.
De titel van dit boek, “de kleine blonde dood” slaat op Boudewijn zijn zoontje die dood gaat in dit boek, Boudewijn voelt zich daar erg schuldig aan, het thema is schuld, dat is het verband tussen het thema en de titel.
d) Plaats in de literatuurgeschiedenis
Dit werk is voor het eerst gepubliceerd in 1985.
Ik weet van deze schrijver het volgende:
Boudewijn Büch werd in 1948 geboren in Den Haag en groeide met zijn vijf broers (van wie vier ouder) op in Wassenaar. Op elfjarige leeftijd werd hij naar een jeugdpsychiatrische inrichting in Brabant gestuurd. Na een studie Nederlands, Duits en filosofie debuteerde Büch in 1976 met de poëziebundel “Nogal droevige liedjes voor de kleine Gijs”. In 1981verscheen zijn eerste proza in boekvorm, “De blauwe salon”. In 1982 kwam een volgend poëziealbum “Dood Kind”, die erg goed ontvangen werd. Zijn bekendheid steeg verder door zijn werk door de ‘VPRO-radio’ en de ‘VARA-televisie’, waar hij vanaf 1984 een eigen televsieprogramma. In 1985 verscheen “De kleine blonde dood”, een aangrijpende roman die ook erg goed ontvangen. In de zomer van 1992 werd deze verfilmd door Jean van de Velde, met in de hoofdrol Antonie Kamerling.
Dit werk is voor deze schrijver typerend als je kijkt naar een motief, de dood ( “De kleine blonde dood en het poëziealbum “Dood kind”).
Dit werk is typerend voor de tijd waarin het is geschreven (’80), omdat het over de dood gaat, velen andere boeken uit die tijd ook (velen voorbeelden te noemen bijv. “Twee koffers vol”, door ‘Carl Friedman’).
4 Beoordeling
1) Aangrijpend, droevig, ontroerend, zielig, realistisch.
2) De passages waarin Boudewijn met zijn zoontje praat (vaak grappig en schattig).
3) De passages waarin de vader van Boudewijn alles kort en klein slaat (zijn vrouw, een agent, zijn meubilair) zijn best choquerend, natuurlijk vooral als er personen de dupe van zijn.
4) Ik weet dat hier een film van is, maar die heb ik zo’n 5 jaar geleden gezien, dus daar weet ik bijna niets meer vanaf, maar daar zal je hem vast wel heel erg goed mee kunnen vergelijken. Met een ander boek denk ik niet, misschien heel erg vaag, omdat er in velen andere boeken ook thema’s als dood, oorlog enz.
5) Ik herken het thema dood, maar de thema’s schuld en oorlog zijn mij niet bekend.
6) Het taalgebruik is makkelijk te lezen, je leest er lekker doorheen, niet origineel ofzo.
7) Ik vond het een mooi boek, soms om te lachen, maar meestal zielig, ik vind het een echte aanrader, het is niet zo dik, en makkelijk om te lezen, en het is een bekend boek, dus zijn er goede uittreksels van beschikbaar.
8) O, zie vraag 7.
Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.
Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.




Openen in tekstverwerker
Printen
Emailen