Heb je zin om een korte enquête in te vullen over jouw ergernissen op school? Meedoen kost een paar minuutjes van je tijd.

Geschreven door:

Ryan A. [meer]

Datum ingestuurd:

2 juni 2001

Niveau:

3 vwo

Taal:

Nederlands

Woorden:

5935

Opvragingen:

13436 (89 deze maand)

Waardering:

3.5/5 (55 stemmen)

Titel:

De kroongetuige

Auteur:

Hart, Maarten 't

Jaar van uitgave:

1983

Aantal pagina's:

212kan verschillen per editie

Moeilijkheidsgraad:


bovenbouw vmbo/havo/vwo

Thema:

Misdaad: moord: whodunit, Liefdesrelatie: problemen, Drugs & Alcoholgebruik

Ondertitel :
Het boek heeft geen ondertitel

Motto :
Dit boek van Maarten ‘t Hart heeft in tegenstelling tot veel van zijn andere boeken geen motto

Opdracht :
Het boek heeft geen opdracht

Verklaring titel :
De titel laat zich op 3 manieren vertalen:
1. De titel is ontleend aan een citaat uit een werk van Nietzsche:"Zijn niet de meeste huwelijken van dien aard dat men geen derde als kroongetuige wenst? En juist deze derde ontbreekt vrijwel nooit – het kind – en dat is meer dan een kroongetuige, namelijk de zondebok."
2. De letterlijke betekenis van een kroongetuige is de belangrijkste getuige in een rechtszaak. Tijdens het proces noemt de advocaat van Thomas meneer ‘Sommig Mens’ (de man die tegenover het laboratorium woont) de kroongetuige.
3. Een derde manier kan zij dat Leonie (de vrouw van Thomas) in feite de enige is die denkt te weten waar het lijk van Jenny zich bevindt, namelijk in het museum dat zich in het zelfde gebouw bevindt als het laboratorium waar Thomas werkt. Achteraf blijkt het lijk wat ze vinden niet van Jenny maar van de vrouw van Robert te zijn. Ze is eigenlijk de ongehoorde kroongetuige.

Auteur : Maarten ‘t Hart

Gegevens auteur :
Biografie
Maarten 't Hart is geboren te Maassluis in Zeeuws-Vlaanderen op 25 november 1944. Hij is de oudste zoon van Paulus 't Hart en Magdalena Van der Giessen.
Er was zoals bij vele gezinnen in die tijd lichte armoede.
Hij leerde gemakkelijk en kwam moeiteloos door de lagere school en de HBS. Vanaf zijn lagere school valt het op dat Maarten 't Hart een dwarskop is. Hij heeft zeer weinig contact met klasgenoten.
Hij is een natuurliefhebber en dit komt in een groot deel van zijn romans en verhalen naar voor. Hij werd streng protestants opgevoed want zijn vader las elke avond voor uit de bijbel, wat hem een grote bijbelkennis opleverde. Door deze opvoeding kreeg hij een afkeer van het rooms-katholicisme.
In 1962 ging hij biologie studeren aan de Rijksuniversiteit te Leiden, zijn tweede keuze, want voor de studie Nederlands werd hij niet toegelaten omdat hij geen gymnasiumdiploma had.
In het najaar van 1962 verhuisde hij naar zijn oom en tante in Leiderdorp. Op zijn kamertje las hij zeer veel boeken; zijn lievelingsauteurs zijn: Bordewijk, Dickens en Thomas Mann. In deze tijd las hij ook boeken van Nietzsche en dit betekende de doodsteek van zijn geloof. Op 10 maart 1966, de trouwdag van koningin Beatrix, leerde hij zijn vrouw Hanneke van den Muyzenberg kennen. Zij trouwden op 14 juli 1967. Na het doctoraal examen in 1968 vervulde hij zijn militaire dienstplicht als wetenschappelijk onderzoeker tot eind 1969. Vanaf 1 januari 1970 is hij als wetenschappelijk hoofdmedewerker verbonden aan de Rijksuniversiteit te Leiden, waar hij op 16 november 1978 de doctorsgraad in de biologie behaalde.
Maarten 't Hart had altijd graag een vrouw willen zijn, hij verkleedde zich vroeger soms als vrouw en gaf zich uit onder de namen Maartje en Martine 't Hart, maar nu doet hij dit niet meer.
Het schrijven begon reeds op jonge leeftijd: op zijn twaalfde schreef hij een jongensroman "Drie Vrienden", in zijn puberteit wou hij poëzie schrijven doch zijn stijl kwam niet overeen met de in deze periode geliefde poëzie van de vijftigers, zodat hij ermee stopte. Door zijn vrouw die Sanskriet heeft gestudeerd, kwam hij veel in contact met sprookjes, maar daarmee had hij reeds problemen in de kinderjaren want een verhaal moet volgens hem min of meer waar gebeurd kunnen zijn.
Begin 1971 schreef hij zijn eerste roman "Stenen voor een ransuil", in 1973 schreef hij "Ik had een wapenbroeder", beiden met als thema homoseksualiteit, dit alles nadat hij in zijn legerdienst bepaalde gevoelens had voor een medesoldaat.
In de lente en de zomer van 1971 schreef hij zijn bekendste en best verkochte werk "Een vlucht regenwulpen". Dit is evenwel pas in 1978 uitgebracht omdat hij het te persoonlijk vond.
Omdat zijn werken niet zo goed verkochten, begon hij verhalen te schrijven zoals "Het vrome volk"(1974) wat direct bekroond werd met de Multatuliprijs.
Het is pas met de verhalenbundel "Mammoet op zondag" (1977) dat hij doorbrak bij het grote publiek.
Het is de vraag of "Een vlucht regenwulpen" net zo goed verkocht zou hebben als het vóór "Mammoet op zondag" uitgebracht zou zijn.

Bibliografie
1971 - Stenen voor een ransuil
1975 - Het vrome volk
1976 - De kritische afstand
1978 - Een vlucht regenwulpen
1979 - De aansprekers
1980 - De droomkoningin
1981 - De zaterdagsvliegers
1982 - De vrouw bestaat niet
1983 - De kroongetuige
1984 - De ortolaan
1984 - Het roer kan nog zes maal om
1985 - De Huismeester
1986 - De Jacobsladder
1987 - Het uur tussen hond en wolf
1989 - De unster
1990 - Een dasspeld uit Toela
1991 - Onder de korenmaat
1992 - Een havik onder Delft en Polemische paukenslagen
1993 - Het woeden der gehele wereld

Personages :

Hoofdpersonen
-Thomas Kuyper
Hij was de man van Leonie en werd ervan verdacht Jenny na een ruzie te hebben omgebracht. Hij werkte op een Medisch-biologisch laboratorium (farmacoloog), waar hij bezig was met proeven met ratten. Hij hoeft niet zo nodig een kind. Hij houdt heel erg van klassieke muziek en van literatuur. Dat zijn vrouw geen kind kan krijgen is eigenlijk de aanleiding voor Thomas om met Jenny om te gaan: Zij had zich al twee keer laten aborteren. In de gevangenis wil hij helemaal niet praten. Wel praat hij veel in zichzelf en droomt vaak. (o.a. over een zoon)
Soms kan hij nogal hard zijn tegen zijn vrouw. Hij kan behoorlijk koppig zijn, maar aan de andere kant is hij ook gevoelig, getuige zijn belangstelling voor de muziek van Verdi en de gedichten van Leigh Hunt. Leonie is gevoelig en gelovig. Haar ongewilde kinderloosheid trekt ze zich erg aan en haar liefde voor Thomas is hecht en ontroerend.

-Leonie Kuyper
Thomas en Leonie zijn twaalf jaar getrouwd. Leonie heeft Frans gestudeerd. Ze slaagde cumlaude, maar in plaats van een goed betaalde baan te zoeken werd ze liever huisvrouw, omdat ze dan beter en vaker naar Schumann kon luisteren. Ze wordt beschreven als burgerlijk en truttig. Thomas zegt van haar dat ze een 'degelijke, milde en in de grond blijmoedige ziel' is, in tegenstelling tot Jenny, die grillig en prikkelbaar is (blz.20). Leonie vindt het vreselijk dat ze onvruchtbaar is. Ze wil niets liever dan moeder worden, maar toen ze het schilderij van Chardin zag, wist ze eigenlijk al dat nooit zou gebeuren. Ze brengt haar wens om moeder te orden in verband met abortus en postnatale depressie, waar ze het in het vrouwenhuis over hebben. Ze ziet deze dingen als een luxe.
Leonie begint haar zoektocht naar de ware dader niet alleen om Thomas' onschuld te bewijzen, maar vooral omdat ze jaloers is. Ze wil weten wat Jenny heeft dat zij niet heeft. Aanvankelijk haat ze Jenny, later als ze denkt dat zij dood is, denkt ze wat milder over haar.
Zowel Lambert als Arianne vertellen haar dat ze in de verte lijkt op Jenny; zij is alleen veel burgerlijker. Het is niet voor niets dat zowel Thomas als Arianne als Lambert verliefde gevoelens voor Leonie hebben: ze zijn ook alle drie verliefd geweest op Jenny. Maar hoewel Leonie Arianne en Lambert ook wel aardig vindt, blijft ze Thomas trouw. Haar wraak op Thomas stelt niet veel voor: ze gaat een roeien met een collega van Thomas en ze laat zich kussen door Arianne.
Leonie gaat naarmate de problemen zich opstapelen steun zoeken in het geloof. Zij is daarmee opgegroeid, Thomas niet. Ze gaat naar de kerk, zingt psalmen, en het boek eindigt met haar smeekbede: 'genadig God, laat hoop mijn lege en kille geest weer vruchtbaar maken.'

Bijpersonen
-Jenny Fortuyn
Jenny is een enorm knap meisje met blond haar en een mooi figuurtje. Zij is rond de twintig en heeft veel aantrekkingskracht op mannen, maar ook op vrouwen. Jenny is wat ik zou noemen een 'feestbeest'. Zij is niet al te hoog geschoold en heeft weinig interesse voor cultuur, literatuur. Kortom ze is geen intellectueel wat Leonie en Thomas wel zijn.
Ze is doortrapt en windt mensen zo om haar vingers met haar 'trucjes'. Zij is iemand die zich weinig aantrekt van normen en waarden, dat kan men afleiden uit het feit dat ze niet monogaam is, ze heeft seks met degene die haar bijvoorbeeld wat coke te bieden heeft en daar seks voor terug wil, alcohol en drugs gebruikt ze ook in grote mate.

-Inspecteur Lambert
Lambert is de rechercheur die het onderzoek leidt naar de verdwijning van Jenny. Hij heeft steeds wel weer een ander scenario voor de verdwijning / moord op Jenny. Hij blijft er steeds maar bij dat Thomas het gedaan heeft of er tenminste bij brokken was.
Hij heeft zelf ook een relatie gehad met Jenny, mede omdat hij een goede versierder is maar het kan ook zijn dat Jenny een relatie met hem aanging omdat hij bij de narcotica afdeling zit. Leonie denkt dat hij er daarom ook zo fanatiek mee bezig is. Lambert is zelfs een beetje verliefd op Leonie.

-Inspecteur Meuldijk
Is de assistent van Lambert. Hij is een groezelige dikzak, en is eigenlijk een pispaal voor zijn chef. Hij schrijft van alles op, maar verder is hij niet belangrijk.

-'Sommig Mens'
Hij is in eerste instantie de kroongetuige, want hij zegt dat hij Thomas met Jenny het laboratorium in heeft zien gaan, en Thomas er alleen uit heeft zien komen, en hem in een auto horen/zien stappen en wegrijden. Dit klopt niet, want Thomas heeft geen auto en kan niet autorijden. Later blijkt zijn getuigenis niet te kloppen.

Karakterontwikkelingen van de hoofd –en bijpersonen :
Van Thomas kom je niet echt meer veel te weten als hij wordt opgesloten dus ik weet niet hoe zijn karakter zich ontwikkelt. Leonie echter verandert wel, want om het ‘raadsel’ op te lossen kleed en gedraagt ze zich tijdelijk als Jenny, maar later wordt ze toch weer die onvruchtbare vrouw die alles probeert om kinderen te krijgen. Lambert voelt zich tijdens het onderzoek steeds meer aangetrokken tot Leonie maar daar is ook alles mee gezegd. Meuldijk de assistent en ‘Sommig Mens’ komen later niet meer in opspraak. Verder maken de personages geen ontwikkelingen meer door.

Tijd en vertelde tijd , is het chronologisch, zijn er flashbacks, flashforwards en/of tijdsprongen? :
Tijd en vertelde tijd
Het verhaal speelt zich in de 20e eeuw, omdat de eerste reageerbuisbaby geboren werd. Het zou dus niet in een vroegere tijd kunnen afspelen, omdat er toen nog geen reageerbuizen waren. Het verhaal wordt verteld vanaf 31 juli tot Kerstmis, dat is zo tot 25/26 december, tussen het begin en het einde van het boek zitten dus ongeveer 4 maanden.

Chronologie
De chronologie wordt eigenlijk niet onderbroken op een paar flashbacks na. De voorgeschiedenis van Thomas en Jenny wordt onthuld door een brief van Thomas naar Leonie. Het boek begint met de vermissing van Jenny in het begin en eindigt met het einde van de speurtocht van Leonie. En dit al speelt zich lineair af. Het lineaire gedeelte wordt alleen verbroken bij de briefwisseling tussen Thomas en Leonie waar over de gebeurtenissen van de laatste tij wordt gesproken.

Tijdsprongen
Het verhaal zich lineair af zonder sprongen in de tijd. Tussen het begin en het einde van het boek zit ook veel te weinig tijd om tijdsprongen te kunnen laten voorkomen.

Flashbacks en vooruitwijzingen (flashforwards):

Flashbacks
1 Lambert en Meuldijk ondervragen wat er in de nacht van woensdag op donderdag is gebeurd en dat wijst terug naar de gebeurtenis van Jenny en Thomas op die nacht.
2 Als Thomas met Leonie praat in de korte briefwisseling dat hij verdere uitleg gaf over die avond en de dagen er voor wat al veel eerder is gebeurd.
3 Dat ze in het café hoort dat Robert zijn huis heeft verkocht en naar Zuid-Amerika is vertrokken terwijl er al eerder sprake was met de buurvrouw van Robert aan de Loridaanhof.
4 In het proces gaan ze het hebben over de moord op Jenny en Thomas heeft alles al verteld aan Leonie en Lambert.
5 Later vertelde de oude man al over de gebeurtenissen rond het laboratorium wat hij al eerder verteld heeft aan Leonie en Lambert.
6 De buurvrouw naast Robert vertelde eerst dat ze naar Zuid- Amerika waren vertrokken. Maar niet dat ze gezien had dat er nog iemand instapte en dat dat niet de vrouw van Robert was.

Vooruitverwijzingen

1 Jenny heeft zich laten aborteren en later komt dat weer zorgvuldig ter sprake in het vrouwenhuis.
2 Dat Leonie de film van Thomas heeft gezien. En dat komt weer ten sprake als ze in het laboratorium zijn na de uitspraak.
3 Dat de man aan de overkant zijn verhaal doet aam Lambert en Leonie en dat hij dat later weer doet in het proces waar het gesprek meer ter sprake komt, omdat hij de kroongetuige is.
4 Dat Leonie al lang wist dat Lambert ook verliefd was op Jenny en dat het later aan het eind wordt verteld aan Thomas.
5 Ze zegt dat ze in het begin onvruchtbaar is, in het vrouwenhuis heeft ze het met de meisjes nog over en later aan het eind vertelt ze dat de gynaecoloog haar geen hoop meer heeft gelaten.
6 Dat ze een onderzoek zouden gaan afnemen en later hebben ze dat onderzoek afgenomen.

Plaats :
Het verhaal speelt zich af in Leiden, deels in het laboratorium, deels in de gevangenis, deels in de bibliotheek en in het huis van Thomas en Leonie, er spelen zich ook gedeeltes af in een kroeg, op het politiebureau en ook een aanzienlijk gedeelte in de rechtbank.

Kritiek :
In de stijl van ‘t Hart komen soms rare zinnen voor. ‘Die daarginds, was ik dat wat zo heette?’.(blz.7). Verder is het boek goed leesbaar. Opvallend is dat er veel beelden ontleend zijn aan de natuur. (Wat natuurlijk samenhangt met de opleiding die ‘t Hart heeft gevolgd, biologie.) Vooral vogels en planten worden vaak genoemd. Maarten‘t Hart heeft volgens mij een goede roman geschreven. De structuur van de misdaadkant van het boek is volgens mij prima en je wordt goed in het boek betrokken doordat het meeste in een Ik vertelsituatie is geschreven : het boek blijft tot het einde spannend, en ook blijven er vragen over.

Inhoud/samenvatting :
Het boek bestaat uit vijf delen die als titels hebben:
1. De muizentorensage
2. Een korte briefwisseling
3. Het dagboek van Leonie
4. Het proces
5. De zwarte vogels

Het huwelijk van Thomas en Leonie heeft elke glans verloren. Oorzaak: Leonie blijkt onvruchtbaar te zijn, terwijl ze dolgraag kinderen wil. Als ze een week bij haar moeder logeert, gaat Thomas enige avonden met Jenny Fortuyn op stap. Jenny werkt in de Openbare Bibliotheek en woont erboven op een zolderkamertje. Ze heeft vele vrienden, gebruikt drugs en heeft zich al twee keer laten aborteren. Thomas vindt haar erg aantrekkelijk en na een kroegentocht in de nacht van woensdag op donderdag 1 augustus vraagt hij haar mee naar zijn huis te gaan. Jenny gaat niet op dit verzoek in: ‘Je bent nu al stomdronken.’ Thomas probeert haar mee te trekken en er ontstaat een kleine worsteling. Drie studenten zijn hiervan getuige. Jenny loopt weg en het laatste wat Thomas van haar ziet, zijn haar witte laarsjes. Een hevige onweersbui barst los.
Thomas werkt op een laboratorium, waar hij onderzoek doet naar kannibalisme bij ratten. Alex, de dierenverzorger, wil niet langer aan deze wrede proeven meedoen en Thomas neemt het op zich de ratten in de kannibalenkooi voortaan te verzorgen.
Vier dagen later komen er twee rechercheurs in het laboratorium: Lambert en Meuldijk. Ze ondervragen Thomas over het verdwijnen van Jenny. Hij vertelt niets aan Leonie.
’s Avonds gaat Thomas naar de Bibliotheek; hij kijkt ook even op de kamer van Jenny, waar hij de rechercheurs treft. De politiemensen stellen hem allerlei vragen. Hij vertelt dat Jenny vele vrienden had, onder wie de jurist Robert. Thomas zelf is farmacoloog; hij onderzoekt of er drugs zijn die het kannibalisme bij ratten stimuleren (dit in verband met de rattenbestrijding).
’s Nachts ontstaat er een grote ruzie tussen Thomas en Leonie. Thomas geniet van Verdi’s opera Otello, terwijl zijn vrouw de voorkeur geeft aan Schumann (‘Omdat hij altijd van die kinderachtige dingen componeerde over peuters.’). Thomas verwijt Leonie dat ze hem slechts als ‘een veredelde fokstier’ gebruikt. Lambert vraagt Thomas naar het politiebureau te komen. Jenny is nu twee weken weg en Thomas is de laatste die haar gezien heeft. Hij heeft haar geslagen. De politie heeft ernstige vermoedens dat hij meer weet over haar verdwijning. De rechercheurs willen zijn kleren onderzoeken en een bezoek aan zijn huis brengen. Leonie mag van niets weten en daarom wordt Lambert voorgesteld als een nieuwe collega van Thomas.
Ze merkt echter toch dat zijn handen veel te grof zijn voor die van een onderzoeken en dat Thomas iets op zijn hart heeft.
Op het politiebureau verneemt Thomas dat er bloedvlekken gevonden zijn op zijn kleding. Hij kan aantonen dat het bloedvlekjes zijn die zijn veroorzaakt door het onthoofden van ratten.
Alex vertelt aan de recherche dat de ratten in de kannibalenkooi na het onweer verzadigd waren en dat er niet één weg was. De politie besluit tot arrestatie over te gaan. Thomas mag zijn vrouw hiervan telefonisch op de hoogte brengen. De politie vertelt hem dat de man die tegenover het laboratorium woont, heeft verklaard dat hij Thomas samen met een meisje naar binnen heeft zien gaan, en dat de farmacoloog twee uur later alleen naar buiten was gekomen.
Leonie mag haar man niet bezoeken en daarom ontwikkelt zich een correspondentie tussen de beide echtelieden. Thomas onthult in zijn brieven dat hij verliefd is geworden op Jenny; vooral haar spiegelbeeld heeft veel indruk op hem gemaakt. Hij heeft haar zijn laboratorium laten zien. Ze was het meest geïnteresseerd in de lichamen van ongeboren kinderen (ze heeft zich twee keer laten aborteren).
Leonie schrijft aan Thomas dat de kranten veel aandacht besteden aan de raadselachtige verdwijning van Jenny en aan verhalen over mensen die door ratten zijn verslonden (Muizentorensagen). Ze zal samen met Alex vaststellen hoeveel gram een rat eet die vier dagen gevast heeft.
In zijn antwoordbrief vertelt Thomas over zijn contacten met Jenny. Ze hebben twee keer samen gegeten; na afloop heeft Jenny betaald uit de portemonnee van Thomas. Bij Jenny heeft hij kennis gemaakt met Robert, één van haar vele vrienden. Hij is advocaat en is van plan naar Zuid-Amerika te gaan. Tijdens de laatste kroegentocht heeft Jenny geen lange nagels meer. Wel draagt ze witte laarsjes met heel hoge hakken.
In haar laatste brief vertelt Leonie dat ze met een collega van Thomas heeft gegeten; vervolgens hebben ze geroeid en daarna wijn gedronken. Ze is vast ervan overtuigd dat Jenny met haar advocaat naar Zuid-Amerika is gegaan. De rest van het boek (ongeveer tweederde deel) is geschreven in de vorm van ‘het dagboek van Leonie’. Dat ze nooit moeder zal worden, is voor haar een groot probleem dat regelmatig in het dagboek terugkomt.
Leonie gaat zich gedragen als een privé-detective, omdat ze heilig gelooft in de onschuld van haar man en omdat ze overtuigd is vast de onbetrouwbaarheid van de recherche. Ze brengt een bezoek aan café De Twee Spiegeld om informatie in te winnen over Jenny en Thomas. Ook gaat ze naar de oude man die tegenover het laboratorium woont (meneer ‘Sommig Mens’). In de fatale nacht heeft hij op het bordes een man(hij weet niet zeker of het Thomas was) en een nogal grote vrouw gezien.
In het tweede café hoort Leonie dat Robert zijn huisje in het Loridaanhof heeft verkocht en naar Zuid-Amerika is vertrokken.
De andere zolderkamer boven de bibliotheek wordt bewoond door Arianne. Ook aan haar brengt Leonie een bezoek. Ze wil weten of Thomas met Jenny naar bed is geweest. Arianne vindt dit niet zo belangrijk. Wel vertelt ze dat Jenny in het weekend niet naar een familiereünie is geweest (‘welnee, toen is Robert hier almaar over de vloer geweest’).
Leonie kijkt op de kamer van Jenny en ziet aan de theebladeren in een kopje dat Lambert er geweest moet zijn, voordat Jenny is verdwenen. Ook blijkt dat Jenny en Leonie bepaalde dingen gemeenschappelijk hebben (onder andere een voorkeur voor ‘het blauwe vaasje van Chardin’).
Robert heeft op het Loridaanhof naast een oude vrouw gewoond. Leonie merkt bij haar bezoek algauw dat de vrouw aan het dementeren is. Ze kan nog wel vertellen dat het sneeuwde toen haar buren vertrokken zijn.
Samen met Arianne gaat Leonie naar het vrouwenhuis. De vrouwen vinden het maar vreemd dat Leonie graag kinderen wil hebben. Verder tonen ze zich verontwaardigd over het feit dat Leonie wil onderzoeken of het wel mogelijk is dat Jenny door de ratten is verorberd.
Arianne laat duidelijk merken dat ze verliefd is op Leonie. Verder dan een omhelzing laat Arianne het echter niet komen.
De volgende dag gaat Leonie naar het laboratorium, waar ook de rechercheurs zijn. De vorige avond hebben schoonmakers de kleren van Jenny gevonden in een stortbak. Haar witte laarsjes zijn er echter niet bij.
Alex en Leonie tonen met proefdieren aan dat tweehonderd ratten in twee uur nooit meer kunnen eten dat dertig kilo. Het is dus onmogelijk dat de ratten uit de kannibalenkooi het lichaam van Jenny hebben opgegeten.
Jenny vertelt aan de rechercheurs dat haar man in zijn studietijd een filmpje heeft gemaakt dat ‘Moord in het laboratorium’ heette. Ze draait het filmpje af en zie het volgende. In een laboratorium is een mens gefilmd, hangend in de alcohol. In werkelijkheid is het een zeekoe. Een zeekoe die haar zogende jong in de arm neemt lijkt sprekend op een mensenmoeder die een kind de borst geeft.
Op een droefgeestige dat gaat Leonie naar het laboratorium. Ze ontdekt een pot met twee zeekoeien die in de alcohol hangen. Achter deze twee dieren schuilt een derde figuur die door de bruine troebele alcohol niet duidelijk te onderscheiden is. Wellicht een mens? Moet Leonie dit aan de politie meedelen? Ze stelt het nog wat uit.
Op zondag woont Leonie een dienst bij in de christelijk-gereformeerde kerk. Tijdens de preek kan ze goed nadenken.
Gedurende het proces wordt Thomas beschuldig van twee delicten:
- de moord op Jenny
- het ontvreemden van farmaceutische preparaten (drugs) uit zijn laboratorium
Er wordt een aantal getuigen gehoord, onder wie Lambert. Hij is van mening dat Thomas en Jenny de kasten met drugs op het laboratorium hebben leeggehaald. Hij is van de narcoticabrigade en heeft al herhaaldelijk contact gehad met Jenny. Ook meneer ‘Sommig Mens’ wordt gehoord. De advocaat van Thomas toont echter aan dat hij allerlei onjuistheden vertelt.
Dan komt de baas van Thomas aan het woord. Hij acht het uitgesloten dat Thomas de drugs heeft gestolen. Als Leonie van dit misdrijf zou worden beschuldigd, zou hij het onvoorwaardelijk geloven.
Leonie kan niet horen welke straf de officier van justitie eist. De advocaat wijst erop dat de officier zich baseert op de verklaringen van de kroongetuige (= meneer ‘Sommig Mens’). Deze verklaringen zij echter absoluut onjuist gebleken. Uitspraak over veertien dagen.
Vlak voor Kerstmis komt Thomas plotseling thuis. Hij heeft een plaat van Schumann voor haar meegenomen. Hij vertelt waarom hij niets aan Lambert heeft verteld (‘ik vertrouwde hem niet, hij had iets gehad met Jenny’). Hij vertelt ook waarom hij wanhopig verliefd was geworden op Jenny (spiegelbeeld, leuke lach, lange zwarte nagels, vertelt roerend over twee abortussen). Leonie zegt dat ze zeker weet dat hij de moord heeft gepleegd, omdat ze de vrouw bij de zeekoeien heeft gezien. Thomas wil haar niet geloven en ze besluiten samen te gaan kijken. Thomas houdt vol dat het Jenny niet kan zijn; hij heeft in de fatale nacht gezien dat ze het laboratorium uitkwam via de nooduitgang en de brandtrap. Ze droeg een zware tas en stapte in een auto die door Robert werd bestuurd.
Nu wordt ook duidelijk waarom Thomas steeds heeft gezwegen: hij is niet alleen afgewezen, maar ook misbruikt en ‘dat doet zo ongelofelijk veel pijn….daar kun je niet over praten.’
De kleren van Jenny zijn in het lab gevonden, omdat ze zich daar heeft verkleed. Ze heeft haar witte laarsjes aangehouden.
Als Thomas naar de pot gaat kijken, komt Lambert binnen. Thomas komt brakend weer terug. Lambert gaat ook kijken. Het blijkt dat niet Jenny maar de vrouw van Robert in de pot zit. Jenny is ervandoor met het malle mutsje van de vrouw van Robert op; dit gebeurde in de onweersnacht toen het sneeuwde (dat wil zeggen toen het populierenpluis door de lucht vloog). De oude buurvrouw van Robert wordt er door de politie bijgehaald om de identiteit van het lijk vast te stellen.
Lambert vertelt aan Leonie waarom hij Jenny zo aantrekkelijk vond: ze had sex-appeal.
De vrouw van Robert is zeer waarschijnlijk in het lab met een pistoolschot omgebracht.
Waarom heeft Thomas steeds gezwegen? Deze vraag houdt Lambert nog steeds bezig. Hij denkt dat Thomas zweeg, omdat hij op de een of andere manier schuldig is.
Lambert vindt Leonie erg aardig en hij vraagt of hij bij haar mag aankloppen als Thomas ooit mocht verdwijnen. Leonie wijst hem af.
Thomas vraagt aan Lambert waarom hij zo fanatiek achter hem aan heeft gezeten. Leonie heeft een psychologische verklaring. Lambert was namelijk ook verliefd op Jenny. Hij is net zo hard op zijn bek gevallen als Thomas en is ‘toen zo woedend geworden, dat hij had willen doen, maar niet durfde, waarvan hij denkt dat Thomas het wel gedurfd heeft.’ Als Thomas en Leonie naar huis lopen, denkt de laatste aan ‘dat vervloekte kerstfeest’ dat speciaal uitgevonden lijkt om mensen te kwellen die naar een geboorte verlangen die nooit zal komen. Ze vertelt Thomas dat de gynaecoloog haar geen enkele hoop meer heeft gelaten.

Recensenten :
"Detective vol schijn en wezen." Wim Vogel Haarlems Dagblad, 11 februari 1983,

leder jaar, vlak voordat de zomervakanties beginnen, bevat de boekenbijlage van Vrij Nederland uitsluitend informatie over detectives. En terecht, want het schijnt dat een kwart van wat er ter wereld aan fictie wordt geschreven tot de misdaadliteratuur behoort. In de laatste aflevering, die van juni i 982, schreef Maarten 't Hart het te betreuren dat er een splitsing is opgetreden in het schrijven van fictionele verhalen en romans: Op moord en liefde zijn gewone en misdaadromans uiteengegaan. Niettemin kan de eerste soort heel wat van de tweede leren: flitsende dialogen, beschrijvingen van de ruimte en bovenal de manier waarop de spanning wordt opgebouwd. Wanneer je het werk van Maarten 't Hart toetst op deze uitspraken dan blijkt dat hij al veel van zijn wensen gerealiseerd heeft. Zijn boeken munten sinds jaar en dag uit door snelle en geestige dialogen, ruimte wordt door hem altijd uitvoerig en met veel oog voor details beschreven en aan spanning, die eenvoudige wens te willen weten hoe iets afloopt, ontbreekt het maar zelden. In De kroongetuige combineert 't Hart deze kwaliteiten met de specifieke kenmerken van de literaire roman: de uitvoerige psychologie van de verhaalfiguren. En het resultaat liegt er niet om! De kroongetuige is een goed geschreven, soms humoristisch en altijd spannend boek waar allerlei voor onze samenleving relevante zaken in mee spelen, zodat het boek door zeer velen gewaardeerd zal worden.

Rekening houdend met die zeer velen zou het wel bijzonder flauw zijn als ik het plot van de roman uitvoerig uit de doeken zou doen. U zult van mij dus niet te lezen krijgen wie er verantwoordelijk voor is dat Jenny Fortuyn, een ruim twintigjarige bibliothecaresse, spoorloos verdwijnt. Leonie is de echte hoofdpersoon van de roman. Niet alleen doordat we driekwart van het verhaal door haar ogen meemaken, maar voor- al doordat de auteur door háár het eigenlijke thema gestalte geeft. Dat thema zou, enigszins uitgebreid, als volgt kunnen luiden: man en vrouw voelen zich na een twaalfjarig kinderloos huwelijk schuldig ten opzichte van elkaar. Er ontstaat een crisis, omdat de man verliefd wordt en beschuldigd wordt van moord. Het alleenzijn dat daardoor ontstaat werkt voor beiden zuiverend en bevat de kiem voor een huwelijk dat wellicht niet langer kinderloos zal blijven' Gegeven dit thema is het begrijpelijk dat 't Hart rijkelijk strooit met motieven die we ook uit ander werk van hem kennen: schuldgevoel, jaloezie, het bedrieglijke van de werkelijkheid. Dát Thomas immers iets met Jenny Fortuyn gehad heeft, staat voor Leonie vast. Maar wat? Zij komt er achter dat Jenny met haar voorkeur voor popmuziek, voor drugs, voor cafés, voor slordigheid, voor promiscuïteit niet het type is waar Thomas voor valt. Thomas beweert dan ook verliefd te zijn op haar spiegelbeeld (overigens een opvallend leidmotief), hij klampt zich aan een illusie vast en heeft daardoor niet in de gaten dat de werkelijke Jenny een heel andere vrouw is. 'Zij is als Vrouwe Fortuna, grillig, onberekenbaar en slimmer dan diegene die zij betovert. Met haar opvallende witte laarsjes lijkt zij op Angéla uit De droomkoningin die ook tijdelijk een man wist te bekoren. Niettemin heeft de pseudo-verhouding, heeft de ontrouw die halverwege blijft steken, ook een zuiverend effect op Thomas. Hij realiseert zich dat hij ook verliefd op Jenny geworden is, omdat zij wél kinderen krijgen kan, dat bewijzen immers haar twee abortussen, zodat Jenny en Leonie behalve elkaar spiegelbeeld ook nog elkaar tegenpolen zijn. Helemaal spreekt Thomas zich echter niet uit. Op het einde van de roman blijkt hij veel meer te weten dan iedereen vermoedde; hij blijft een zwijgzame, wat mysterieuze figuur. Veel meer inzicht krijg je in Leonie. Zij bezoekt alle cafés waar Thomas met Jenny geweest is, zij wil alles van haar weten: hoe was ze, wat dacht ze, wat deed ze, wie kende ze? Leonies zoeken krijgt allengs de allure van een op zoek zijn naar antwoorden op voor haar essentiële, welhaast existentiële vragen. Wat is de zin van haar kinderloos bestaan? Wat is de basis van hun kinderloos huwelijk? Als zij op haar tochten in een vrouwenhuis belandt, waar Turkse vrouwen overigens de afwas doen, zegt zij tot haar eigen verbazing en in ieder geval tot verbijstering van de feministische vrouwen: 'Het leven Is de som van alle tegenslagen, van alle verdriet datje ervaart, en het hebben van kinderen hoort zo hevig bij tegenslag en verdriet dat het is alsof je aan de buitenkant van hei leven staat als ze er niet zijn.' Een kind zou voor haar de zingeving van haar leven betekenen, zou voor haar alles in evenwicht brengen. En het is Thomas die zijn onvruchtbare vrouw uiteindelijk toch de laatste mogelijkheid voorstelt: een reageerbuisbaby. Tijdens zijn hechtenis heeft hij een bericht daarover uit de krant gescheurd en zorgvuldig in zijn portemonnee bewaard. Dezelfde portemonnee overigens waaruit Jenny de sleutel ontvreemdde van Thomas' laboratorium. Zodat ook op dit niveau voldoende spiegeleffecten en contrasten aanwezig zijn. Het is overigens wel vreemd dat Thomas dat bericht heeft kunnen uitscheuren, want op pagina 70 lezen we dat hij absoluut geen krant mag lezen!

De kroongetuige bevat, zoals welhaast iedere detective, een klassieke structuur: de vijf hoofdstukken houden zich keurig aan de inhoudelijke eisen die al door de oude Grieken eeuwen ,geleden zijn geformuleerd tot en met de catharsis, de zuivering in het laatste hoofdstuk toe.
De enige variatie die 't Hart zich veroorlooft is de eerder genoemde verandering in de vertelsituatie. In deze klassieke roman heeft ook alles weer een functie, gebeurt er niets zomaar. Met kennelijke instemming parafraseert de schrijver een opmerking van Willem Frederik Hermans (en van de bijbel) dat in een klassieke roman alles betekenis heeft, dat geen mus ter aarde valt zonder de wil van God, de wil van de schrijver. Veel van de kritiek die 't Hart de laatste jaren op zijn werk gekregen heeft (te weinig engagement, te sentimenteel, overbodige beschrijvingen, zwakke stijl), zal na lezing van De kroongetuige verstommen. Want afgezien van het soms wat al te gemakkelijke effect (het vrouwenhuis, de rechercheurs, opmerkingen over Hannemieke Stamperius (is Hannes Meinkema?)is deze nieuwe versie van het oude spel van schijn en wezen nergens oppervlakkig, maar integendeel spannend, boordevol flitsende dialogen en in een verrassend zakelijke stijl geschreven.

't Hart schrijft; maar blijft-ie? Door Ad But, Winschoter Courant, 19 februari 1983.

Maarten 't Hart als detectiveschrijver. Als zo- velen voor hem, heeft deze auteur van Het vrome volk, Een vlucht regenwulpen en andere manifesten tegen de kille doodsdrift van gereformeerde opvoeders uit de eerste helft van deze eeuw, de vorm van het detectiveverhaal gekozen voor een publicatie van de meest uiteenlopende ideeën. 't Hart heeft geen moeite met het componeren van een aanvaardbaar verhaal. Evenmin ontspoort hij opvallend in een consistente bewijsvoering. Allemaal prima dus.

En toch is De kroongetuige een boek met een luchtje. Het is het luchtje van een verkeerd verpakt artikel. De vorm is die van een detective, de inhoud deels niet. 't Hart heeft in het - overigens beslist niet opzienbarende - verhaal een aantal bijlijnen geweven, waardoor een oneigenlijke inhoud in de gebruikte verpakking is terecht gekomen. Nu zou dat nog niet zo'n bezwaar zijn als die zijsprongen niet essentieel waren. Maar de ideeën van 't Hart, die de essentie van zijn schrijverschap inhouden, bevinden zich juist in die oneigenlijke stukken: als krenten in de mayonaise. En aangezien daarin geen krenten horen, blijft bij uitzeven een wat glibberige substantie over: eenheid zonder vorm, zich schikkend naar waar het invalt. Zo zit De kroongetuige in elkaar: een skelet van denkbeelden omvleesd met een stroperig verhaal. En toch smakelijk. (....)

Wie nu precies wat gedaan heeft houdt 't Hart tot de laatste bladzijden verborgen. Ook de titel blijft lang onverklaard en is op het laatst nog meerduidig. Een uitstekende compositie. Nu de krenten: 't Hart doet meer dan alleen over zijn personen praten, hij laat ze ook bizarre dingen doen. Leonie spant wel de kroon met haar reacties op de vrouwenpraatgroep waarvan Jenny ook nogal eens deel uitmaakte. 't Hart maakt haar kinderloos en laat haar intens droevig fulmineren tegen vrouwen die strijden voor vrije abortus en die praten over postnatale depressies.

Verder neemt hij stelling tegen de dierproeven in het laboratorium, waar een medewerker geen trek meer heeft in het laten hongeren van ratten die met drugs tot kannibalisme moeten worden opgewekt. Hij schijnt zich te ergeren aan muziek van Schumann, aan stropdassen (naar Jillenius' zeggen opgevoerd door de Noormannen, om wie de regels overtrad onmiddellijk te kunnen opknopen), aan vrouwen die met zichzelf bezig zijn - in tegenstelling tot de Turkse vrouwen in het vrouwenhuis die met de afwas bezig zijn - aan geldverspilling in het wetenschappelijk werk en aan nog zoveel zaken waarvoor een gewoon mens zich nauwelijks de tijd gunt zich er aan te ergeren.

Daarbij komt dat het hele thema, trouw in lief en leed, nogal abstract wordt behandeld. De relatie tussen Leonie en Thomas blijft een merkwaardige: de auteur overtuigt nergens in het waarom van de wederzijdse trouw. Alle argumenten om deze relatie te beëindigen worden aangevoerd en toch... Nou ja, ook 't Hart is niets menselijks vreemd. Voeg daarbij de vaak wrakke dialogen, de wat vreemd aandoende behoefte van de schrijver om via zijn personages de erudiete figuur uit te hangen en de soms dilettantistische taalvormen (betrekkelijke bijzinnen die met 'welke' beginnen, de puntjes achter een niet afgeronde dialoog, de te pas en te onpas gebruikte stoplappen als 'Nu, ja, wacht' en dergelijke, en de soms theoretiserende en abstracte innerlijke monologen) en het zal duidelijk zijn dat 't Harts roman een rommelig geheel te zien geeft. Rommel met daartussen wat fraaiigheid, een bekend verschijnsel bij deze auteur.

In een recensie van zijn verhalenbundel De zaterdagvliegers constateerde ik al dat 't Hart te veel heeft geschreven om nog met een krachtig boek te kunnen komen. Het blijkt nu een juiste constatering geweest te zijn. 'Wie schrijft die blijft' is een bekende zegswijze; bij 't Hart zou het wel eens zo kunnen zijn, dat hij met zijn doorschrijven zichzelf wegschrijft. En dat is jammer, hij kan - als hij zichzelf de nodige beperkingen weet op te leggen - nog jarenlang mee als een redelijk interessante auteur.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons dan weten.

zoeken



Gelukkig heeft Scholieren.com nu elke vrijdagmiddag film.

geef je mening: Sinterklaas

Hoe vier jij Sinterklaas?



» resultaten poll