Boekverslag Boudewijn Buch

De kleine blonde dood

... 3 4 5 6 7 [8] 9 10 11 12 13 ...

Info over dit verslag

Geschreven door:

anoniem [meer]

Niveau:

5VWO

Kwaliteit:

Waardering:

Taal:

Nederlands

Woorden:

3158

Opvragingen:

17

Hulpmiddeltjes

Openen in tekstverwerker Openen in tekstverwerker

Printen Printen

Emailen Emailen

Waardering

Gemiddelde waardering: 4 uit 5 (185 stemmen)

Heb je er iets aan gehad? Geef zelf je waardering:
Erg goed bruikbaar
Goed bruikbaar
Bruikbaar
Een beetje bruikbaar
Niks aan gehad

Titels van Boudewijn Buch

Laatst gewijzigd op 1 juni 2001

Zakelijke gegevens
Auteur: Boudewijn Buch
Titel: De kleine blonde dood, De Arbeiderspers, Amsterdam, 1985, tevens eerste druk
Genre: Psychologische Roman


Eerste reactie
Keuze
We moeten een boek van de literatuurlijst nemen. Dus toen vroeg ik aan Dhr. Feijten of hij voor mij de boeken wilde toelichten. En toen bleek dat dit boek voor mij het best was om te lezen.

Inhoud
Toen ik begon te lezen zag ik eerst allerlei uitspraken op een pagina staan:

-You're out of touch, my baby. My poor discarded baby. -Mick Jagger

-Too young to really be in love. -Jerry Lee Lewis/Lippman-Dee

-Der Tod ist ein sehr mittelmässiger Porträtmaler. - Goethe/Eckermann

-Die Geschichte rückwärts erzählt. -Novalis

-O Melancholy, turn thine eyes away!
O Music, Music, breathe despondingly. -Keats

-Comme vous le savez, notre société est entièrement liquidée... - Rimbaud

-Wie zich voorstelt dat iets wat hij liefheeft, te niet gaat, zal zich bedroeven; daarentegen zal hij zich verheugen bij de gedachte dat het behouden blijft. -Spinoza

-Liefde (of geen liefde), en ouder worden, en dan de dood. -Gerard Reve

-Een naam van iemand die niet meer bestaat, blijft soms nog lang onder de mensen. -Achterberg

-Ik ben geen vader en ik héb geen zoon. Niets dan een sage is zijn zacht bestaan. -Willem de Mérode

-Tête sacrée! enfant aux cheveux blonds! bel ange! A l'auréole d'or! -Victor Hugo

Ik dacht dat ik later in het boek wel zou begrijpen wat er met deze uitspraken bedoeld wordt. Dus ik ging aandachtig verder met lezen.

En toen kwam ik erachter dat al deze stukjes over het kwijtraken van een geliefd persoon gaan. In “De kleine blonde dood” raakt Boudewijn zijn zoontje Micky kwijt. Ook de vader van Boudewijn, Rainer overlijdt.

Later komt de uitspraak "You're out of touch my baby, my poor discarded baby" terug in het boek op blz. 117, wanneer de ik-persoon nog niet weet wat er met Micky, zijn zoon, gebeurd is.


Verdieping
Samenvatting
Er lopen twee tijden door elkaar. Het ene verhaal gaat over de jeugd van Boudewijn, en dat gaat grotendeels over zijn vader, die aan het eind zelfmoord pleegt. Het andere verhaal speelt zich af als Boudewijn volwassen is en een zoontje heeft, Micky.

Het boek gaat over Boudewijn Büch en zijn relatie met zijn vader en zijn zoontje. En het begint als Boudewijn op schoolreisje gaat naar Nijmegen. Ze zullen ook even naar Duitsland gaan, maar dat mag absoluut niet van zijn vader. Hij heeft een trauma aan de oorlog overgehouden en is daardoor anti-Duits. Als ze eenmaal bij de Duitse grens zijn moet Boudewijn bij zijn leraar op Nederlands grondgebied blijven. Als Boudewijn opeens een zeldzame vlinder ziet vliegen gaat hij er achteraan om hem voor zijn vader te vangen. Als hij hem te pakken heeft blijkt hij in Duitsland verdwaald te zijn. Twee Duitse douanebeambten houden hem aan en brengen hem terug naar de rest van de klas. Als zijn vader, die eerst dolblij is met de vlinder, het verhaal hoort trapt hij de vlinder dood en schreeuwt: 'Ik wil geen Duitse vlinders'. Het duurt een week voordat hij weer met Boudewijn praat. In het derde hoofdstuk gaat Boudewijn met zijn vader op Prinsjesdag naar de gouden koets kijken. De vader van Boudewijn vereerde het koningshuis enorm. Als ze gaan kijken zingt en schreeuwt de vader van Boudewijn uit volle borst mee, maar op het andere moment valt hij de gouden koets aan. Iedereen scheldt hem uit en verklaart hem voor gek. Hij wordt op het politiebureau een tijdje vastgehouden. In het vijfde hoofdstuk wordt er meer verteld over het vreemde gedrag thuis en dan vooral van zijn vader. Als hij een keer zomaar vertrekt zonder iets te zeggen, gaat een broertje van Boudewijn in de kamer van zijn vader kijken. Hij heeft daar in een kast gekeken die voor iedereen verboden was. Hij zag daar foto's van concentratiekampen en gemartelde mensen. Als zijn vader terugkeert van zijn reis, merkt hij dat er iemand in de kast is geweest. Zijn vader wordt woedend en Boudewijn's broertje wordt geslagen en geschopt. Daarna wordt ook verteld dat op een decemberdag voor kerst zijn vader naar beneden komt. Hij vertelt dat hij geen kerst wil vieren, later zegt hij dat hij helemaal geen feestdagen meer wil vieren. De reden hiervoor wordt niet gegeven. Als later op eerste kerstdag de vader van Boudewijn een toefje slagroom op het toetje ziet wordt hij laaiend en schreeuwt : 'Ik heb gezegd geen feest, dus geen slagroom !'. In hoofdstuk acht moet Boudewijn een lange tijd naar een inrichting in Brabant, "niet omdat ik gek was, maar omdat mijn ouders het gek vonden dat ik gek werd van hun huwelijks-leven" (p.81). Hij beleeft daar een vreselijke tijd en mag daar praktisch niets. Het ergste vindt hij nog dat hij daar niet mag lezen. Na bijna een jaar mag hij weer naar huis. Daar krijgt hij erg last van zijn buik. De doktoren denken dat het niets ernstig is, maar later raakt hij in coma. Hij had last van een blindedarmontsteking, maar die is nu geknapt en het is een buikvliesontsteking geworden. Hij krijgt van zijn vader de mooiste dingen.

In het volgende hoofdstuk wordt verteld over Onkel Jakob, die in de Tweed Wereldoorlog is mishandeld en daardoor 'gek in zijn hoofd' is geworden.

Vele jaren later, zijn ouders zijn intussen gescheiden, ontvangt Boudewijn een brief van zijn moeder. Die stuurt hem een kopie van een rouwkaart waarin staat dat zijn vader gestorven is. Hij rouwt erg om de dood van zijn vader. Twee weken na zijn dood ontvangt hij een brief van zijn vader. Twintig vellen vol. De brief grijpt hem erg aan. Enkele zinnen neemt hij over, maar hij verbrandt de brief (blz.128/129).

Hij hoort van een dokter dat zijn vader zelfmoord heeft gepleegd. Voordat zijn vader stierf is hij nog een keer naar hem toe geweest. Het wordt een emotioneel gesprek. Boudewijn vertelt dat hij homoseksueel is en een vrouw van hem in verwachting is. Zijn vader en diens (vijfde) vrouw worden woedend.

Het tweede verhaal gaat over Micky. Hij woont bij Boudewijn en de eerste hoofd stukken gaan over Micky en Boudewijn. Ze gaan naar Artis, naar de oma van Boudewijn, op vakantie naar Italie. In Artis vraagt Micky Boudewijn de oren van zijn kop. Ze beleven een gezellige tijd samen en later wil hij hem terug brengen naar Mieke. Als Mieke daar bezopen op de bank ligt, zoals wel vaker, besluit Boudewijn dat Micky voorlopig maar bij hem moet wonen. Onderweg en thuis is Micky misselijk en kotst alles onder. In hoofdstuk elf gaat Boudewijn voor een paar dagen, naar Parijs met vrienden. De avond voordat hij naar Parijs gaat, spreekt hij voor het laatst met Micky, die ondertussen blijft logeren bij Gerda, een vriendin van Mieke: (blz.147) "Hij kraaide door de hoorn terug: 'Breng je iets voor me mee uit Parijs? Van Gerda mag ik nog een glas chocomel drinken voordat ik naar bed moet. Daaaag.' " Ondanks dat Boudewijn tegen Gerda heeft gezegd dat ze Micky absoluut niet aan Mieke mee mag geven, doet ze dat toch. Als Micky bij Mieke is, knapt er iets in zijn hersenen en valt daarna van de trap. Hij ligt in coma. Als Boudewijn uit Parijs terugkomt hoort hij het verhaal en gaat naar Mieke en scheldt haar de huid vol. Daarna gaat hij naar het ziekenhuis. De dokter legt hem uit dat het gezwel in zijn hoofd is geknapt. Hij vertelt ook dat zijn zoon eigenlijk dood is en dat het geen zin meer heeft om hem in leven te houden(blz.119). Boudewijn besluit na veel nadenken en verdriet om de behandeling te stoppen (blz. 136). Hij heeft veel moeite met het verwerken van zijn verdriet. Hij besluit om Micky te laten cremeren. Hij kwelt zichzelf hier nog meer mee, hij wil dat er geen spoor meer van Micky op aarde blijft bestaan. Boudewijn wil in zijn eentje op de crematie zijn. Omdat Boudewijn gek is op de Rolling Stones, net als Micky, werd op de begrafenis het lievelingsnummer van Micky 'Out of time' gedraaid. Later, zes jaar na de dood van Micky, bezoekt hij het crematorium nog een keer om een artikel te schrijven. Hij beseft dan dat hij de dood van Micky nog steeds niet verwerkt heeft.


Onderzoek van de verhaaltechniek
- schrijfstijl
Zijn schrijfstijl is heel helder en hij gebruikt niet onnodig veel woorden. Wel gebruikt hij af en toe ouderwetse woorden. Zo las ik op blz.185 "het emaille bordje", waardoor ik eerst e-mail dacht te lezen, maar dat had men toen nog niet, dus het moest iets anders zijn. Er is ook af en toe sprake van snel tijdsverloop, bijvoorbeeld in het begin van hoofdstuk 11. De schrijver blijft zeker niet te lang hangen op situaties, en doordat het boek steeds tijdsperiodes afwisselt, blijft het zeker spannend.
Ik heb in het boek nog twee leuke woordspelingen gelezen: (blz.160) " 'Ik ben niet geirriteerd,' zei ik geergerd." en (blz.173) " 'Wie bent u?' 'Ik ben mijn vaders zoon: Boudewijn.'

- de ruimte
De belangrijkste ruimte waar het verhaal zich afspeelt zijn: de omgeving van Wassenaar rond zijn ouderlijk huis, mijn geboorteplaats Voorschoten komt ook nog twee keer in het boek voor. Verder speelt het boek zich af in zijn woonplaats in Amsterdam, en de vakantie in Italie. Er lopen twee verhalen in een andere tijd door elkaar, de tijd waarin Boudewijn opgroeit thuis, en wanneer hij zelf een zoon heeft.
In hoofdstuk 13 wordt verteld dat Micky dood is, maar in hoofdstuk 14 gaat het over de jeugd van Micky. Luguber is de volgende passage op pagina 143: " 'Ik ga naar bed. Dek je hem even toe?' Micky vond ik een een diepe slaap. Beer boven op zijn hoofd. Een bed vol speelgoed. Hij ademde regelmatig, met zijn mond halfopen." Dit was namelijk exact de manier waarop Micky een hoofdstuk terug klinisch dood in het ziekenhuis lag.

- de verhaalfiguren
Aan het begin van het boek wordt opgemerkt dat iedere gelijkenis van figuren in dit boek met bestaande personen moet worden beschouwd als toeval. De ik-figuur in dit boek heet Boudewijn, maar de lezer kan dus niet aannemen dat deze figuur dezelfde is als de auteur. Hij is een round-character, want je komt heel veel over hem te weten. Wat later in het verhaal komt meer over zijn jeugd en zijn gevoelens aan het licht. Hij kent zijn vader heel goed. (blz.151) "Naar geen man heb ik meer gekeken dan naar mijn vader. Ik kende op den duur alle (...) Mijn moeder zei dikwijls: 'Zoals jij je vader kent! Je lijkt wel een psycholoog. Soms denk ik dat jij je vader langer kent dan ik.' "
Zij vader speelt een hele belangrijke rol in dit boek. Hij heeft last van een oorlogstrauma. Hierdoor doet hij hele vreemde dingen. Hij kan bijvoorbeeld ontzettend boos worden en dan slaat hij alles kort en klein in het huis. Op een gegeven moment als hij dronken is geworden, gaat hij echt vreemd doen (p.154). Hij begint op de piano te rammen, en flipt. Boudewijn's moeder komt thuis en is woedend op Boudewijn, omdat die hem drank had gegeven, en ze kondigt aan dat Boudewijn naar een tehuis zal moeten, als het zo door gaat.
Uiteindelijk pleegt de vader zelfmoord. Hij is van joodse afkomst en heeft in de oorlog veel gedaan voor Nederland. Hij is aan de ene kant erg tegen Duitsers en laat dat ook goed blijken, maar aan de andere kant treedt hij wel hard en miltaristisch op. Hij is een flat-character, omdat zijn persoon niet verder wordt uitgewerkt.
In het tweede verhaal hebben zijn zoontje Micky en Mieke een belangrijke rol in het verhaal. Micky overlijdt later in het boek. Mieke is de vroegere lerares van Boudewijn en ze moeder van Micky. Zij zijn allebei ook flat-characters. Micky is altijd nieuwsgierig en speels. Mieke is (vooral in het laatste deel van het boek) altijd dronken en ruziemakend.

- de vertelwijze
Het verhaal wordt bekeken door de ogen van de hoofdpersoon, Boudewijn. Dit is dus een ik-perspectief. Alles wordt in de verleden tijd verteld.
Op zoek naar thematiek

- hoofdgedachte (thema)
Drie thema's staan in dit boek centraal: oorlogstrauma van de vader, de homoseksualiteit van de hoofdpersoon en de dood van 'de kleine blonde'
Een ander thema wat niet zo duidelijk naar voren komt, maar wat wel degelijk een rol speelt, is de eenzaamheid van Boudewijn. Hij verliest namelijk eerst zijn vader, dan zijn zoon en Mieke. Er blijft niemand over.

- welke tekstgedeelten zijn typerend
Ik laat van de drie verschillende thema's een typerende tekstgedeelte zien.

- Oorlogstrauma van de vader
Als de familie in hoofdstuk negen naar een natuurgebied gaat, blaast een van de zonen een kikker op. Zijn vader wordt hier verschrikkelijk kwaad over en leest de zonen voor uit een boek waarin de verschrikkelijkste dingen worden vertelt over de martelingen van Joden. Zo komt hij steeds weer terug op Duitsers, omdat hij een oorlogstrauma heeft.

- homoseksualiteit van Boudewijn
In dit boek wordt niet heel erg veel teruggekomen op dit thema, maar als hij een kind krijgt met Mieke, wordt er wel vreemd opgekeken. Mieke ziet het ook niet goed zitten, een homo met een kind, maar dat zegt ze wanneer ze heel erg dronken is.

- De dood van Micky
Als Micky klinisch dood in het ziekenhuis ligt, beslist Boudewijn na lang overdenken, dat de behandeling gestaakt mag worden. Zijn stoffelijk overschot wordt gecremeerd. Boudewijn wilde dit, omdat er niks van Micky over mocht blijven. Op deze manier wil hij zichzelf straffen. Ook mogen er geen vrienden bij de crematie aanwezig zijn, ook een straf.

- wat is het verband tussen de titel en het thema
De titel slaat op het zoontje van Boudewijn. Die had blond haar en ging al heel jong dood, vandaar 'de kleine blonde dood'. De titel slaat op het dode kind thema.
Dit komt ook letterlijk terug in het boek op blz. 157:
".... Soms schrik ik 's nachts wakker van het idee dat je een auto-ongeluk krijgt. En dan is die kleine blonde dood. De kleine blonde dood, dat is een mooie boektitel...."
Uiteindelijk gaat die kleine blonde ook dood.
Plaats in literatuurgeschiedenis

- Wanneer is het werk voor het eerst gepubliceerd
De kleine blonde dood werd geschreven tussen 1977 en 1985. Enkele kleinere fragmenten verschenen eerder in de essaybundel van de auteur, Een kleine blonde dood (1982). Deze fragmenten werden daarvoor afgedrukt in het Leidse universiteitsblad Mare (1980-1981) en zijn hier opgenomen in hun bewerkte, definitieve vorm.

- Wat weet je van de schrijver
De schrijver werd geboren in Den Haag en groeide op in Wassenaar. Zijn lagere-schooltijd werd enkele malen onderbroken door langdurige perioden van ziekte en een verblijf in een jeugdpsychiatrische inrichting. Nadat zijn ouders waren gescheiden, bleef hij bij zijn moeder wonen. Met zijn vader, die lijdt aan een oologstrauma, had hij geen contact meer. In Leiden studeerde hij Duits en Nederlands. Gedurende enige tijd was hij voorzitter van de landelijke studentenwekgroep homoseksualtiteit.
Boudewijn Buch ging na zijn studie werken voor kranten en tijdschriften, en ook voor radio en televisie. Na met het schrijven van gedichten begonnen te zijn, volgden later verhalen, romas en essays. Zijn schrijverschap ziet hij als een vorm van therapie, Zijn werk draagt een sterk autobiografisch karakter. De ik-figuur in het werk van Buch komt niet exact overeen met de schrijver, omdat hij dingen verandert of weglaat.
In 1993 werd van dit boek, De kleine blonde dood, een film gemaakt door regisseur Jean van Velde.

- In hoeverre is dit werk typerend voor de schrijver
Typerend voor zijn werk is dat eenheid wegvalt. In dat licht moet ook het thema van het dode kind worden gezien. De vroeggestorven zoon van de ik-figuur wordt gecremeerd en zijn as wordt over de zee uitgestrooid. De eenheid is uiteengevalleen in stofdeeltjes.


Verwerkingsopdracht:
Past dit werk in de destijdse stroming?

- Wat weet je van de tijd waarin het werk geschreven werd (tijdvak en stroming)
Het boek is geschreven tussen 1977 en 1985. Toen ontstond er postmodernisme: de kunstenaar is vrij om te kiezen uit de verschillende stijlen en stijlcombinaties. Samen geven al die stijlen een beeld van de versplintering van de moderne tijd. Voor de proza geldt vooral de nieuwe ontwikkeling: van gelaagd proza waarin een subtiel spel gespeeld werd met verbeelding en werkelijkheid, tot het zeer realistische, makkelijk leesbare verhaal.

- In hoeverre is dit werk typerend voor de tijd
In dit boek is er niet echt sprake van postmodernisme, want er komen niet veel verschillende stijlcombinaties voor. Een groot deel van wat je leest is gesproken. Alles wat niet tussen aanhalingstekens staat zijn de gedachten van Boudewijn. Deze gedachten zijn heel helder geformuleerd (blz.58): "Mijn vader was hoofd, of onderhoofd - daar ben ik nooit achter kunnen komen- van de Reservepolitie. Een typisch produkt van de koude oorlog ..." Over het algemeen is het zeer realistisch geschreven en het is goed leesbaar. In dat opzicht sluit dit boek beter aan bij de al eerder genoemde ontwikkeling voor de proza.
Verder was opvallend dat er in dit boek iets terug komt, dat al in de jaren zestig gedaan werd. Het samenbrengen van popmuziek in de literatuur. Dit speelt natuurlijk niet in het hele boek, het gebeurt alleen in de laatste hoofdstukken, waarin het over Micky gaat en de Rolling Stones. Micky heet niet voor niets zo, dat lijkt immers erg veel op Mick Jagger. Er wordt in die laatste hoofdstukken veel verteld over de muziek, die uiteindelijk ook op de crematie gedraaid wordt (blz. 168) : "De naald kraste dwars over de plaat. De muziek stond te zacht. Na de laatste maten van nummer twee van kant twee - 'High and dry' - klonk zijn lievelingsnummer. Toen het bijna afgespeeld was, begon de kist te dalen..."
In de jaren zestig was er zo'n stroming onder dichters, en zij noemden zich de beat poets.


Beoordeling
Dit boek is heel goed geschreven, want ik las er zo doorheen. De schrijver weet je aandacht vast te houden. Dit doet hij ook door middel van de twee verhaalslijnen die door elkaar lopen. Er gebeurt heel veel in dit boek. Aan het einde is er zelfs sprake van een heel erg snelle wisseling van gebeurtenissen. Dat maakt het verhaal zo spannend en aangrijpend. Het einde vindt dan ook heel abrupt plaats, maar in feite is het boek wel af. Het is als een puzzel die uiteindelijk helemaal gelegd is.
Die vader is soms helemaal niet te begrijpen en dit moet er voor zorgen dat het boek diepzinnig is, en op een gegeven moment dan begrijp je ook de situatie tussen Boudewijn en zijn vader. Dat kost wel een paar hoofdstukken.

Het thema van het boek heeft me wel aan het denken gezet. Want deze gezinsituatie zou in meer huizen na de tweede wereld oorlog voor kunnen komen, en dat is toch de vraag hoe zij daarmee omgegaan zijn. En door dit boek kun je zien wat voor invloed een oorlog heeft, zelfs erna en daarna... Het taalgebruik is helder. Af en toe gebruikt hij typische tijdgebonden namen, zodat het verhaal gedateerd overkomt. Dat vind ik positief, want het gaat er om dat dit verhaal zich na de tweede wereldoorlog afspeelt.
Het verhaal wordt ook heel realistisch gemaakt door bepaalde gebeurtenissen, zoals op prinsjesdag wanneer zijn vader de gouden koets aanvalt.

Al met al kan ik zeggen dat ik het een leuk boek vind.

Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.

Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.