Boekverslag Ferdinand Bordewijk

Karakter

... 3 4 5 6 7 [8] 9 10 11 12 13 ...

Info over dit verslag

Geschreven door:

anoniem [meer]

Niveau:

6VWO

Kwaliteit:

Waardering:

Taal:

Nederlands

Woorden:

2124

Opvragingen:

7

Hulpmiddeltjes

Openen in tekstverwerker Openen in tekstverwerker

Printen Printen

Emailen Emailen

Waardering

Gemiddelde waardering: 3 uit 5 (39 stemmen)

Heb je er iets aan gehad? Geef zelf je waardering:
Erg goed bruikbaar
Goed bruikbaar
Bruikbaar
Een beetje bruikbaar
Niks aan gehad

Titels van Ferdinand Bordewijk

Laatst gewijzigd op 17 mei 2001

Voorwoord.
Bij het maken van dit werk is gebruik gemaakt van het fragment betreffende Borderwijk, Ferdinand (P28-29) uit de ‘Moderne Encyclopedie van de Wereldliteratuur’ van Prof. dr. A. G. H. Bachrach. Verder ook van het boek ‘Karakter’ van Ferdinand Borderwijk, waaruit ik citaten heb gebruikt. Ik heb mezelf het recht toegeëigend citaten in te korten of lichtjes aan te passen, evenwel zonder dat ze hun oorspronkelijke betekenis verliezen.

Inleiding
Jacob Katadreuffe is de natuurlijke zoon van de deurwaarder Dreverhaven en diens dienstbode Joba Katadreuffe. De moeder is te trots om een huwelijksaanzoek of een gift te aanvaarden. Jacob groeit dus op zonder vader. Maar toch is het besef dat de gevreesde Dreverhaven zijn vader is, altijd aanwezig. De deurwaarder is een geweldenaar in zijn vak en doet alles wat in zijn macht ligt om de carričre van zijn zoon te breken. Zo tracht hij het faillissement van Jacob te bewerken. Hierdoor komt zijn zoon in contact met het advocatenkantoor van Stroomkoning waar Mr. De Gankelaar curator is. Hij krijgt groeimogelijkheden en benut deze tenvolle. Hij maakt kennis met Lorna Te George, die een briljante secretaresse is, maar zijn innerlijke dwang om zijn doel te bereiken verhindert hem om zijn appreciatie en respect om te zetten naar liefde. Zijn doel is nl machtiger worden dan zijn vader, advocaat worden. Met een ijzeren volharding werkt hij door en ondanks de laffe tegenwerkingen van zijn vader haalt hij zijn doel. Maar dan ontdekt hij dat zijn vaders weerstand hem enkel gestaald heeft om zijn doel te bereiken. Dan maakt hij zijn balans op en ziet hij zijn innerlijke armoede. Zowel met zijn vader, moeder, vriend Jan Maan als zijn vriendin heeft hij geen menselijke verhouding weten op te bouwen.

Bespreking.
In 'Karakter' is het belangrijkste thema zelftucht. Katadreuffe doet er alles aan om zijn intellect uit te breiden. Het begint al zeer vroeg met de aankoop van een reeks boeken. p17 ‘Het waren boeken die gezien mochten worden, geen romannetjes, degelijke lectuur allemaal, plant- en dierkunde, de wonderen der aarde, de wonderen van het heelal. Het liefst was hem een Duits lexicon waaraan de laatste delen ontbraken. … Het baantje in een boekhandel was het enige baantje dat hem enige bevrediging gaf, want te hooi en te gras kon hij nu zijn kennis vergroten.’ Hij leert met de bedoeling kennis op te doen. Pas later heeft zijn streven naar kennis de bedoeling om boven zijn stand uit te komen. p25’ Al wat hij wist, en hij wist uit het lexicon heel wat, veel meer dan andere jonge mannen van zijn stand en ouderdom. Heel precies wist hij twee dingen: laag beginnen en weg van zijn moeder.’ En p39 ‘Ik wou graag meer weten, toen heb ik die boeken gekocht en zo mezelf een boel geleerd.’ Hij ziet dat hij meer waard is dan de mensen van zijn stand en dat hij meer kan bereiken dan zijn moeder, die ondanks haar capaciteiten niet uit haar milieu kon raken. Maar zijn verblijf bij zijn moeder houdt hem tegen om op te klimmen op de sociale ladder. Het is alsof zijn moeder hem in de weg staat. Ook de moeder voelt dit zo aan, Katadreuffe moet het huis uit om te kunnen groeien in de maatschappij, hij moet zelf zijn weg vinden, 'ík heb het ook gemoeten'. Pas op het einde vergaart hij kennis met de bedoeling om zijn vader te overtreffen. p62' Maar het wekte ook zijn eerzucht die man (zijn vader) op zij te komen, voorbij te streven.' Als zijn kennis te kort schiet voelt hij dit aan als een nederlaag. p49’Hij voelde zich vernederd wanneer De Gankelaar hem een fout deed verbeteren.’ en p50 ’Het kwam sporadisch voor dat Katadreuffe het veld moest ruimen voor Juffrouw Te George, maar het gaf hem telkens een gevoel van ellende.' Om zijn achterstand op de anderen in te halen, werkt hij 's morgens vroeg, 's avonds laat, de zaterdagmiddag en de zondag. Want p49 '…vanaf de plek in dit kantoor, moest hij omhoog groeien.' Zelfs zijn geschrift moet eraan geloven, p57 ’ Zijn schrift had nog teveel het onbeholpene, het meer getekende dan het geschrevene van de beginneling. Maar wacht maar, hij zou tonen dat de toekomst niet in hoofdzaak afhing van een schrijfhand, hij had nog andere pijlen op zijn boog.' Op alle vlakken wil hij zichzelf ontplooien, in conversaties, in de omgang,… Als zijn groei gestuit wordt door tegenslagen, dan baalt hij, p104 'Maar hij, hij wou vooruit, ňndanks het faillissement.' Door het faillissement raakt hij belangrijk studiemateriaal kwijt. Daarna voelt hij zich p114 '…waardeloos. Hij voelde zich in het diepst van zijn gemoed heel nederig en ook wat verslagen.' Maar eens de depressie te boven gaat hij nog zo vlug vooruit en ook zijn ambitie stijgt met rasse schreden. p129 'Hij moest haar voorbijstreven, hij had niet meer de eerzucht haar plaats te vervullen, dat was en opwelling geweest, zoals ook de plaats vervullen van Rentenstein. Zijn ambitie lag verder en ging niet ňver haar plaats, maar erlangs.'
Zijn gevoelsleven wordt dus bepaald door de hoeveelheid van vergaarde kennis. Hoe meer hij studeert, hoe gelukkiger hij zich voelt.
Maar al die inspanning en het gebrek aan rust eisen hun tol. p134'In de lente begon Katadreuffe tekenen van vermoeienis te vertonen, zijn gebit en gestel was zwak. Hij voelde zich niet in orde en zag er slecht uit.'. p172 'Alles overheersend was zijn gevoel van hondse moeheid.' Als hij vrijwel verplicht wordt om af en toe eens te ontspannen, voelt hij dit aan als een nederlaag. Zijn zelftucht neemt dus zulke extreme vormen aan dat hij er fysiek onder leidt. Door zijn zwakke lichaam, krijgt hij het ook moeilijker om zich te concentreren, dit zorgt ervoor dat hij zijn studie vermindert, maar indien zijn geest niet onder zijn mentale arbeid zou leden, dan zou hij gewoon even hard doorgaan, zonder om te kijken naar de lichamelijke gevolgen, hij wil en moet vooruit. Het lijkt alsof zijn ambitie zodanig groot is, dat hij zijn dromen zo snel mogelijk wil verwezenlijken. En als dit niet lukt zijn ze voor eeuwig bedolven.

Volgens Katadreuffe houdt zelftucht hoofdzakelijk zelfstudie in, geen tijd voor ‘persoonlijke beuzelarijen ’. p163 ' Geen enkele stoornis mocht hem doen afwijken van zijn doel.' Maar zijn sociaal leven kent dan ook de gevolgen, hij heeft geen tijd om een sociaal leven uit te bouwen, hij kent enkel zijn werk en zijn studie. Slechts af en toe komt zijn moeder zijn leven binnengeslopen, dit geldt ook voor zijn vriend Jan Maan. Volgens Katadreuffe sluit ambitie een sociaal leven uit. p196 'Het hele leven der academie ging langs hem heen, ook dat van de studentenbonden. Maar hij miste het niet, zijn enig doel was slagen.' Als hij toenadering doet tot het andere geslacht, voelt hij zich slecht en vraagt hij zich af wat hij moet doen. p106 '...gedreven door een zwakke, zonderlinge angst. Hij werd gedreven naar iets duister, het was tevens onmiskenbaar aangenaam. Hij voelde zich alsof hij thans de verkeerde weg opging.' Hij heeft een gevoel van genegenheid en zijn basisverlangen naar aandacht steekt ook de kop op, maar zijn geweten vertelt hem dat die weg de verkeerde weg is. Liefde en verliefdheid stuiten zijn ambitie. Na de eerste persoonlijke ontmoeting met Mevr. Te George voelt Katadrueffe p108 'zichzelf weinig tevreden'. Alsof hij zijn 'zwakke' kant heeft laten winnen. Maar als hij die genegenheid voor Mevr. Te George onderdrukt, heeft hij hartzeer. Als hij ontdekt dat ze verloofd is, stort hij bijna in elkaar. p144 'Ik ben misselijk van de koppijn, zei Katadreuffe. Hij jokte niet, hij zag er slecht uit, hij had een folterende pijn boven één van zijn ogen. De hele zondag voelde hij zich ellendig, niet om de pijn, maar omdat het al zover met hem was.' Katadreuffe voelt zijn emotioneel gedrag aan als een zwakte. Hij ontdekt dat zijn doel om vrouwen uit zijn leven te houden -om situaties als deze te vermijden-, onmogelijk is. Hij ontdekt dat hij toch niet alles in de hand heeft.

Door de drang naar die zelftucht ontstaat een gedeformeerde werkelijkheid, ontstaan uit de poging om de wereld in bedwang te houden. De wereld waarin hij leeft is gebaseerd op ambitie en onrechtstreeks ook de haatliefde verhouding met zijn vader. Deze wereld is te simplistisch, al de relaties in zijn wereld worden als overbodig beschouwd, terwijl in het echte leven relaties heel belangrijk zijn en de wereld van de personen die het beleven bepalen. Katadreuffe denkt dat hij door de ultieme zelftucht, de wereld en zijn toekomst kan beheersen. Door het slijpen van zijn persoonlijkheid (opdoen van kennis), denkt Katadreuffe in het leven te slagen. Hij probeert het gevaar van de ongrijpbaarheid van het leven te beheersen door zichzelf in de hand te houden en persoonlijkheid te creëren. Door alleen aandacht te besteden aan het rationele probeert hij het emotionele te onderdrukken. Hij bezoekt zijn moeder minder, probeert zijn vader en Mevr Te George te vermijden. Maar hij beseft niet dat hij al die emoties onderhuids verbergt, maar niet verwerkt. De tijd versterkt die gevoelens alleen maar, tot er een uitbarsting komt. Dit is juist hetgene dat hij wilde vermijden, want dan wordt er niet meer gedacht, het rationele wordt uitgeschakeld en er kunnen dingen gebeuren, die niet gewild of voorzien waren omdat het emotionele overheerst. Door het emotionele te verdringen, krijg je een emotieloze wereld, terwijl emoties de wereld overheersen. Het wereldbeeld van Katadreuffe is dus gedeformeerd. Op het einde beseft hij dat hij in menselijk opzicht tekort schiet, dat tucht niet voldoet om te slagen in het leven. Met een beetje meer menselijkheid van zijn vader en hemzelf had hij misschien minder moeite gehad om zijn doel -advocaat worden- te bereiken. Door zijn zelftucht denkt hij zijn wereld te kunnen bepalen, het maakt hem onafhankelijk. Er is maar 1 persoon in de wereld van Katadreuffe die hem nog onderuit kan halen en dat is Dreverhaven. Dus moet Katadreuffe met behulp van zijn zelftucht proberen onder de invloed van zijn vader weg te raken.

Het aanvullend samengaan van twee tegengestelden of min of meer gelijkgerichten zou een standvastige eenheid kunnen voortbrengen, maar zorgt meestal voor een onoverbrugbaarheid. Katadreuffe en zijn moeder zijn dan de gelijkgestemden. p25 ’Hij hield wel van haar en zij van hem. Maar ze pasten niet samen.’ p47 'Hij was het kind van zijn moeder, niet van zijn vader. En Hij had geen warme aard, maar iets trok hem: toch, ondanks alles, haast tegen zin in, naar zijn moeder.' Alle mensen die zowel Joba als Jacob kennen, herkennen vrijwel onmiddellijk dezelfde vurige ogen. Ook het grote eergevoel komt van zijn moeders kant, Joba weigerde met een zelfde trots de huwelijksaanzoeken als Jacob de doodsteken van zijn vader. p197 ' Hij hield van zijn moeder, maar op den duur begonnen ze elkaar te irriteren.' Ze zijn zo gelijkend maar van een echt intieme band is er geen sprake, enkel een wederzijds respect en verantwoordelijkheidsgevoel. ' De sociale contacten worden als afzonderlijke gegevens beschouwd. Ze worden in enkele woorden omschreven en vormen daarna een verhaal op zichzelf, bijna los van het boek. Enkel de relatie tussen Katadreuffe en Dreverhaven speelt een rol in het verhaal. Katadreuffes relatie met Mvr.Te George, Jan Maan, zijn moeder,… spelen geen belangrijke rol.

Men noemt Ferdinand Borderwijk de voornaamste vertegenwoordiger van de nieuwe zakelijkheid in onze literatuur. Zijn kernachtige stijl en het milieu, waarin veel verhalen zich afspelen, geven hiertoe de aanleiding. Het zakelijke advocatenmilieu laat niet toe om verbloemende woorden te gebruiken, hoe minder adjectieven hoe beter. Het zakelijk beschrijven laat minder plaats over voor een uitgebreide karakterschets. De beschreven personen in het boek worden ook meer als types dan als karakters aanzien. Jan Maan de communistische vrouwengek, Dreverhaven de harteloze deurwaarder. Mevr. Sibilco, het hedendaagse 'domme blondje'… De relaties zijn zodanig complex om te omschrijven dat er verschillende boeken nodig zouden zijn om er één te omschrijven, maar door een sfeer te creëren zorgt Borderwijk ervoor dat de lezer helemaal geen interesse heeft naar de omschrijving van de relatie, maar enkel naar de gevolgen en/of de oorzaken ervan. Niet zozeer de uitdrukking van de gevoelens zijn belangrijk, wel de trefkracht die ze hebben. p47 ' "Zo," had ze gezegd. Het was weinig, maar het klonk beter dan "je doe maar". ' De moeder zegt zo weinig, en toch laat Borderwijk de lezer zoveel begrijpen. In die enkele woorden laat de moeder haar goedkeuring blijken, terwijl ze evengoed een heel gesprek zou hebben kunnen beginnen. De relatie tussen Katadreuffe en Dreverhaven is zeer belangrijk in het boek, maar die leidt slechts enkele malen tot een confrontatie. Hun relatie wordt dus meer onderhuids beleefd, zelfs als Dreverhaven in de verste verte niet in zijn omgeving aanwezig is, voelt Katadreuffe hem toch. De indruk die Dreverhaven achterlaat, lijkt te blijven bestaan en de ruimte te overheersen. Zijn angst voor zijn natuurlijke vader zorgt voor zijn streven.

Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.

Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.