
CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.
geef je mening
Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?
ff n studiebreak
Experiment: geen Twitter, mail en Whatsapp meer voor Nina. Wel faxen, brieven in enveloppen en ouderwetsch bellen.
A. Formele gegevens
1. Schrijver: Boudewijn Büch
2. Titel: Het dolhuis
3. Plaats en jaar van uitgave: Amsterdam 1998
4. Jaar van eerste uitgave: 1987
5. Aantal bladzijden: 183
6. Genre: Roman
B. Eerste reactie
1. Ik heb dit boek gekozen omdat ik de titel en de omslag wel interessant vond. Ook had ik er al wat over had gelezen in een uittreksel.
2. Ik vond het wel een goed boek, alleen wat ingewikkeld want alles staat door elkaar geschreven.
C. Samenvatting
Winkler is negen jaar oud en hij heeft een goede band met zijn ouders en met zijn broers. Hij houdt veel van zijn vader, maar deze relatie is zeer eigenaardig. Winklers moeder verwijt vader vaak dat hij verboden gevoelens voor hem koestert voor zijn zoon. Winkler gaat vaak met zijn vader vissen bij de Zonnehoekbeek. Op een dag drukt vader de ontklede Winkler tegen zich aan, maar schrikt. Hij twijfelt of hij er wel goed aan doet om zo met zijn zoon om te gaan. Winkler beseft nog helemaal niet dat hij iets doet wat niet kan, maar hij houdt van zijn vader en dit hoort er gewoon bij.
Een jaar later moet Winkler naar Huize Kindervrede, zijn moeder zegt dat het een vakantiekolonie is maar het is gewoon een gekkenhuis Bij aankomst wordt hij opgevangen door zuster Makela, die hem patiëntje Brockhaus noemt. Winkler protesteert meteen, want hij is niet ziek. Dit kost hem zijn eerste oorvijg en er zullen er nog veel volgen. Het verblijf is gekenmerkt door diverse lichamelijke en geestelijke straffen. De patiëntjes mogen niet spreken of lezen en ze moeten drie keer per dag naar de kerk. Als Winkler op een dag dubbele corvee moet uitvoeren, moet hij samen met Tommie aardappels schoonmaken en ontpitten. De aardappels moeten vervolgens in pannen met kokend water gedaan worden. Tommie laat daarbij per ongeluk het mesje in de pan vallen. De kok dwingt hem het mesje eruit te halen en Tommie valt in de pan met kokend water. Zuster Makela geeft Winkler de schuld. De jongens besluiten een club op te richten voor Tommie, die voor hun een soort geheime held is geworden.
In de winter mag de verwarming in het tehuis helemaal niet hoog. Dit zou volgens de zusters leiden tot zelfbevlekking en opstanden. Als Winkler een brief aan zijn vader schrijft, mag hij alleen maar leuke dingen schrijven. Gesprekken met de psychiaters leveren niets op, ze willen weten wat er precies gebeurde als Winkler met zijn vader ging vissen, maar op de duur beseft Winkler dat hij beter niets kan zeggen. Enkele dagen na zijn laatste behandeluur mag Winkler naar huis. Hij moet allen met de trein naar huis. Op het perron verbaast Winkler zich over de vriendelijkheid van de mensen om hem heen, dat is hij allemaal niet meer gewend.
Als hij thuis komt, lijkt de relatie met zijn vader definitief te verbroken te zijn. Zijn moeder wil niet dat ze nog in een ruimte alleen samen zijn. Winkler moet zelfs alleen eten. In de jaren daarna heeft Winkler moeite met het opbouwen van relaties. Hij is vaak depressief, doet een zelfmoordpoging en bezoekt een hoop therapeuten. Niemand kan hem helpen. Op advies van zijn vriendin Evelien bezoekt Winkler het gekkenhuis en gaat naar het graf van Tommie. Tommie’s graf is echter al weg gehaald en later komt hij de steen ergens anders tegen. Ook het gekkenhuis is verandert, namelijk in een bejaardentehuis.
Als Winkler na afloop van een bijeenkomst van een geografische dispuut per trein terug reist, neemt er een man naast hem plaats. Het is Joop van Barten. Winkler kent hem niet, hij werkte wel in Huize Kindervrede. Enkele dagen later krijgt Winkler een brief van Joop, waarin hij een brief van Winkler mee stuurt die Winkler ooit aan zijn vader had geschreven, maar die nooit verstuurd was.
Als Winkler in Tunis is, hoort hij dat zijn vader is overleden. Op de begrafenis spreekt hij met mevrouw Sprong. Zij vertelt hem dingen over de liefde tussen de vader van Winkler en Winkler, en dat het hele dorp wist wat zijn vader allemaal uitspookte. Het gesprek hield hem bezig, hij wilde weten waarom hij nu precies naar Huize Kindervrede was gestuurd, maar elke keer als hij hierover met zijn moeder wil praten, zegt zij dat hij het verleden moet laten rusten. Het had niets met zijn vader te maken, hij was gewoon een nerveuze en onhandelbare jongen, vond zijn moeder. Winkler brengt opnieuw een bezoek aan mevrouw Sprong en zij vertelt hem over de tijd dat zij bij de familie kwam wonen. Zij had al jaren voor het huwelijk van Winklers ouders een verhouding met de vader van Winkler, daarom kwam zij bij hun inwonen als een soort huishoudster. Ze vertelt dat Winklers vader alleen gelukkig kon zijn als hij anderen pijn deed.
Winkler gaat naar zijn moeder en vertelt het verhaal van mevrouw Sprong. Hij vraagt waarom ze niet van zijn vader gescheiden is als hij toch alleen maar pijn en verdriet kon veroorzaken. Zijn moeder onthult dan uiteindelijk de waarheid. Als 15-jarig meisje was ze een hoer en zijn vader had haar uit de prostitutie gehaald. Hij bleek een ziekelijke seksuele behoefte te hebben. Als zijn moeder zijn vader zou verlaten, dan zou zijn vader overal vertellen dat zij een hoer was geweest.
Alles is in dit verhaal door elkaar vertelt, zonder enkele rekening te houden met de tijdsvolgorde.
D. De Verhaaltechniek
1. Het verhaal is lyriek. Dit houdt in dat er in het verhaal heel veel gevoelens zijn beschreven en daar ook dus de nadruk op ligt.
2. De ruimte: het speelt zich af in Den Haag, tussen de jaren 50 en nu.
De opening: het is een opening in een handeling. Er wordt verteld van de treinreis van Winkler toen ie naar Huize Kindervrede reed.
Het einde: het is een gesloten einde, Winkler weet eindelijk wat er allemaal echt is gebeurd.
Het is geen chronologisch verhaal. Alles wordt door elkaar vertelt. Er zijn de hele tijd flashbacks en flash-forwards
3. Het hoofdfiguur is Winkler. Winkler was vroeger een beetje nerveus en gespannen. Door dat hij naar het tehuis moest is bij hem het een en ander verandert. Voor die tijd was hij heel open, daarna heel erg gesloten. Hij kan niet echt goede relaties meer opbouwen en is heel erg depressief. Over zijn uiterlijk wordt niks vertelt. Alleen over toen hij in het tehuis zat, toen moest ie dunne, witte kleding dragen. En hij drinkt en vloekt veel. Dit is een type.
Vader Brockhaus: hij is zeer oversekst. Hij wil van alles doen met iedereen en het maakt hem niet uit hoe en wanneer. Hij vindt het leuk om mensen te kwetsen. Ook hij is een type, want ook over hem wordt niet veel vertelt.
Moeder Brockhaus: een ongelukkige vrouw, wat dus ook een type is.
4. Het boek is in 2 delen verdeelt. Het eerste deel begint met “Winkler Brockhaus en de dag”, het tweede deel is “Winkler Brockhaus en de nacht”. Ieder hoofdstuk is weer in kleine hoofdstukjes ingedeeld. Deze worden aangegeven met een * en het gaat meestal tussen een flashback en een flash-forward, of andersom.
5. De vertelwijze is het Personaal verhaal. Alles wordt gezien door de ogen van Winkler, maar het is geen ik-figuur.
E. Thematiek
1. De hoofdgedachte: Winkler kan de gebeurtenissen in het Huize Kindervrede en alles erom heen van vroeger, niet verwerken.
2. Motieven:
Vader-zoonrelatie: Winkler heeft een goede relatie met zijn vader. Ze gaan vaak samen vissen en Winkler houdt van zijn vader. Deze relatie heeft wel echter tot gevolg dat Winkler naar een inrichting moet. Hij heeft seksueel contact met zijn vader en dat weet het hele dorp. Winkler is nog veel te jong om te begrijpen dat het niet goed is. Als hij terug komt uit het tehuis, dan is de band met zijn vader helemaal weg. Zijn moeder wil niet dat ze niet meer bij elkaar in de buurt komen.
Dood: Winkler is getuigen van Tommie’s dood. Hij is hier erg van onder de indruk en hij richt ook de Heilige Tommie club op. Als Winkler ouder is, zegt hij steeds dat ie dood wil. Hij zegt wel eens dat hij getrouwd is met de dood. Hij denkt elke minuut van de dag aan de dood. Ook de dood van zijn vader maakt veel indruk op hem, en als hij mevrouw Sprong heeft gesproken, overlijdt zij drie weken later.
Eenzaamheid: in het tehuis mag Winkler niet praten of lezen. Hij is heel vaak aan het dagdromen en hij voelt zich heel eenzaam. Hij snapt niet waarom hij is opgenomen en er komt ook nooit iemand langs. Als iedereen in het weekend met zijn ouders weggaat, zit Winkler alleen in het tehuis omdat niemand hem komt opzoeken. Ook later is hij vaak eenzaam. Al zijn vriendinnen lopen na een tijdje bij hem weg en dan is hij weer alleen. Hij gaat ook vaak op reis voor zijn werk, ook dan is hij alleen.
Liefde: Winkler houdt van zijn vader en hij houdt, later, ook van zijn vriendinnen. Hij snapt helemaal niet waarom zijn vader zo vreemd doet als Winkler uit het tehuis is en hij het ook niet leuk. Zijn vriendinnen laten hem ook steeds in de steek.
Seks: Winklers vader bleek een ziekelijke seksuele behoefte te hebben. Het maakte niet uit met wie: kleine jongens, oude vrouwen... Winklers vader had eerst wat met Mevrouw Sprong, daarna met Winklers moeder. Volgens haar was hij ook geen vreemde bij de hoeren. Ook had hij seks met Winkler en een keer met een van Winklers broers.
Verleden: Winkler heeft heel veel moeite met wat er in het verleden is gebeurd. Hij blijft er maar steeds over nadenken en daarom is hij ook zo depressief.
Het thema is eenzaamheid en het motief is nare jeugdherinneringen.
3. Titelverklaring: Het boek heet Dolhuis. Dat staat voor gekkenhuis.
Als Winkler weer thuis is, komt er een Belgisch meisje logeren bij hun. Als Winkler haar een keer vraagt of zij zijn vriendin wil zijn, zegt zij dat dat niet mag van Brit, omdat Winkler in een “Dolhuis” heeft gezeten.
G. Beoordeling
1. Deze verhaalselementen spreken mij het meeste aan: de tijd dat Winkler in het tehuis zit, dat vind ik wel een zielig stukje en de tijd dat Winkler net uit het tehuis is.
2. Het stuk dat me het meest aanspreekt is wanneer Winkler er eindelijk beetje bij beetje er achterkomt wat er nou precies is gebeurd. Dit spreekt me het meest aan omdat hij naar jaren tegenwerking en geheimzinnig van anderen er eindelijk achter komt, zodat hij het verleden kan afsluiten.
3. De volgorde van het boek heeft een negatieve werking op me. Hierdoor kun je het soms wat moeilijk volgen en de schrijver moet niet zoveel schrijven hoe het in de inrichting was, maar meer over de gevoelens van Winkler in die tijd, en als ie ouder is.
4. Dit boek kun je niet echt met anderen boeken vergelijken. Dit is een boek wat echt over een persoon gaat, wat ie vroeger heeft meegemaakt en wat hij meemaakt als ie ouder is. En dat hebben niet veel boeken.
5. Het is een goed thema, ook een beetje herkenbaar.
6. Het taalgebruik is wel goed. Niet te moeilijk, maar ook niet van die hele gemakkelijke zinnen.
7. Mijn eindoordeel is: het is wel een goed boek, maar het moet chronologischer vertelt worden en er moeten af en toe wat spannender stukjes in.
8. Ik zou een ander best aanraden om dit boek te lezen, omdat je er toch wel iets van kunt leren. Zoals dat je nooit iets voor je kinderen moet achter houden als ze iets vragen waarom iets is gebeurt enz
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.