geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

ff n studiebreak

Bij klassieke muziek moet je niet aan je grijze oma denken, maar aan YouTube. 5 tips van Lucas en Arthur Jussen.

Geschreven door:

Stijn (4 vwo) [meer]

Datum ingestuurd:

27 april 2001

Taal:

Woorden:

1.900

Bekeken:

11042 keer (16 deze maand)

Waardering:

1.9/5 (21 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 

Vraag 2:
Om een vergelijking te kunnen maken tussen de gegevens in “Literatuur zonder grenzen” en de gegevens in Karel ende Elegast moet je eerst van beide bronnen afzonderlijk weten wat erin staat. Daarom volgt hieronder een samenvatting van de bladzijden 89-94 uit “Literatuur zonder grenzen”.

Middeleeuwen.
De wereld van de middeleeuwen.
Nadat het Romeinse rijk was ingestort begonnen de Middeleeuwen in 500. Er was nog Latijnse literatuur die werd bewaard in kloosters. Dit werd nog aangevuld met Arabische en Islamitische cultuur. Deze was superieur aan de West-Europese cultuur. Buiten de kloosters was er in de periode 400-1000 vrijwel geen belangstelling voor intellectuele zaken. Karel de Grote kon bijvoorbeeld niet schrijven en lezen.

Feodaliteit.
De organisatie in de Middeleeuwen kan feodaliteit worden genoemd, beter bekend als het leenstelsel. Op het vaste land waren er veel conflicten tussen de leenmannen en leenheren. Dit systeem werkte dus staatsontbindend. Karel de Grote moest dus iets gemeenschappelijks hebben. Dat werd het christendom. Elk nieuw onderworpen volk werd bekeerd tot het christendom.

Kerk en Wereld.
Het was niet duidelijk wie er in de middeleeuwen nu de macht had: de koning of de paus. Volgens de paus Bonifatius was het duidelijk dat de wereldlijke vorst ondergeschikt was aan de paus.

Angst voor en verlangen naar de dood.
Voor de middeleeuwer was het leven niet meer dan doorgangshuis voor het eeuwige leven na de dood, waarin je moest zorgen dat je niet door listen van de duivel werd gepakt en daardoor de kans op het eeuwige leven verspeelde. Men leefde dus van de ene kant in angst voor de dood en aan de andere kant verlangde men naar de dood als verlossing van het leven op aarde. Al veranderde deze opvatting in de loop der tijd wel.

Het middeleeuwse geloof.
In het begin was het christendom veel te moeilijk voor de gewone mens omdat er te veel verschijnselen moeilijk mee te verklaren waren. Omdat men bepaalde verschijnselen toch wilde kunnen verklaren voerden de kerk heiligen in. Door de invoer van deze heiligen balanceerde het christendom op de rand van het polytheïsme. Om de mensen aan het Christendom te laten wennen werden oude Germaanse feesten in een Christelijk jasje gestoken en zo gevierd.

Kennis van de wereld.
De kaarten van de middeleeuwen werden gemaakt aan de hand van de bijbel en alles uit de bijbel werd letterlijk overgenomen. Bijvoorbeeld dat Jeruzalem in het midden van de wereld zou liggen. Men vond ook het oosten belangrijk dus werd het oosten altijd boven aan de kaart geplaatst.

De feodaliteit is ook aanwezig in Karel ende Elegast. Karel de Grote was namelijk de leenheer en Elegast was een vazal. Hij leende dus een stuk land van Karel de Grote. In het begin van het verhaal wordt de lezer duidelijk gemaakt dat Karel de Grote Elegast al zijn land had ontnomen.

- ..dat God al mijn bezit, dat ik immers van Hem in leen heb, …
- Ik heb Elegast uit mijn gebied verbannen wegens een klein vergrijp.
- ..want hij bezit land noch leengoed.
- Want ik heb tegelijk ook alle ridders en schildknapen uit zijn gevolg al hun bezittingen
ontnomen
- Iedereen, koning of graaf, hoe rijk hij ook is, staat onder zijn gezag en moet
mij dienen.

De belangrijke rol van het Christendom klopt ook. God, het geloof, speelt een centrale rol in het verhaal. Alle “goede” mensen hechten erg veel waarde aan God. Ze durven zijn bevelen niet uit de weg te slaan. Zo gehoorzaamt Karel de Grote aan het bevel om uit stelen te gaan, terwijl hij eigenlijk niet wil.

- Met tegenzin verzet ik me tegen zijn bevel, aangenomen dat het inderdaad van hem is.
Koning wees verstandig en ga uit stelen. Wordt een dief, want dat is Gods
wens.
- Gods bevel kan ik niet naast me neerleggen.

Over de rest van de onderwerpen op blz. 89-94 wordt in het boekje niet gesproken. Je kunt dus niet zeggen of er wel of geen overeenstemming is.

Vraag 3:
a) Een genre is een groep literaire werken met één of meer gezamenlijke kenmerken. Een verhaalfamilie is een verzameling verhalen met gemeenschappelijke genre kenmerken. Verhaalfamilies over Karel de Grote werden Karelepiek genoemd. Het genre van de Karelepiek was ’chansons de geste’. Dat zijn liederen over heldendaden. In Karel ende Elegast is dat ook het geval. Het is namelijk Elegast die de held in het verhaal speelt.

b) Een thema, is datgene dat steeds terug keert in het verhaal. In Karel ende Elegast is dat het geloof. Het geloof speelt een centrale rol in het verhaal. Je kunt bijna geen bladzijde lezen waarop de naam God, in welke context dan ook, niet vermeld staat.

Vraag 4:
a ) De taal waarin het verhaal is geschreven is het Middelnederlands.

b ) Het verhaal is in de Middeleeuwen, ongeveer in de 12e eeuw, opgeschreven. Rond 800 is het verhaal ontstaan. Wat opvalt is dat er dus een groot tijdverschil tussen het ontstaan en het opschrijven van het verhaal zit.

Vraag 5:
a ) Een motief is een betekenisvol verhaalelement dat in de literatuur herhaaldelijk wordt aangetroffen. Een bepaalde zelfde gebeurtenis, handeling of voorwerp speelt dus op verschillende plaatsen en in verschillende situaties een rol in het verhaal. In Karel ende Elegast zijn dat bepaalde kleuren, het getal drie en ook de zijde is een motief.

b ) drie: - Het getal drie is een heilig getal. Het getal drie verwijst naar de Goddelijke Drie-eenheid. Als iets dus in drieën voorkwam was dat altijd iets speciaals. Voor de personen in Karel ende Elegast was het ook een teken dat God zich tot hen richtte. Al het goede kwam in drieën.

Plaatsen waar “drie” duidelijk aanwezig is:
- De engel geeft Karel drie keer het bevel om uit stelen te gaan.
- De vrouw van Eggeric wil dat hij haar vertelt waarom hij al drie
nachten en dagen niet kan eten en slapen.

Plaats waar de “kleur” van belang is:
- als Karel Elegast tegenkomt in het bos draagt Elegast een zwart harnas.
Zwart is de kleur van het kwaad.

Plaatsen waar de “zijde” een aanwezig is:
- Elegast sluit een kruis met zijn rechterhand, zoals het hoorde. - Elegast vangt het bloed van de vrouw van Eggeric in zijn rechterhand op. - In het geloof speelt rechts ook een rol. Jezus zit namelijk aan de rechterhand
van God.

c ) De positie van de vrouw in Karel ende Elegast is ondergeschikt. Daarvan zijn twee voorbeelden te geven. De vrouw van Eggeric wordt geslagen door haar man. Later wordt dezelfde vrouw aan Elegast uitgeleverd nadat deze de tweestrijd van Eggeric heeft gewonnen. In deze situaties is duidelijk te zien dat de vrouw niets te zeggen heeft. In de voorhoofse ridderroman, waartoe ook Karel ende Elegast behoort, was er namelijk geen eerbied voor de vrouw.

d ) Een sprookje is een verzonnen vertelling waarin onnatuurlijke dingen gebeuren. Dit is ook het geval in Karel ende Elegast. Elegast kan namelijk toveren. In een pikdonker kasteel wist hij namelijk zo waar het speciale zadel van Eggeric lag. Dan heb je ook nog een engel die tot Karel spreekt en God die het gehele kasteel laat slapen. Dit zijn allemaal voorbeelden van onnatuurlijke dingen die niet echt kunnen gebeuren. Al kun je over die laatste twee weer twijfels hebben.

Vraag 6:
Elegast is een rechtschapen ridder die het vanaf het eerste moment voor de koning opneemt. Elegast weigert bij de koning te gaan stelen toen Karel, die zich Adelbrecht noemde, dat voorstelde. Op zich in dat niet zo raar, maar wel als je bedenkt dat Karel Elegast al zijn leengoed had ontnomen. Voor Elegast zou het de diefstal dus wraak kunnen zijn, maar dat doet hij dus niet. Als Karel het verraad van Eggeric wil wegwuiven reageert Elegast woedend. Elegast had namelijk, op de kamer van Eggeric, te horen gekregen dat Eggeric een aanslag op de koning wilde plegen. Als hij dit dan aan Adelbrecht (=Karel) vertelt, vertelt Adelbrecht dat het allemaal wel mee zal vallen en dat hij zich daar echt niet druk om moet maken. Elegast vindt dat belachelijk. Op het eind van het verhaal zet Elegast zijn leven op het spel om de eer van de koning te verdedigen. Elegast krijgt een beloning voor zijn gedrag. Hij krijgt eerherstel en krijgt een familieband met de koning. Eggeric is een ontrouwe ridder. Hij zou als leenman zeer trouw moeten zijn aan koning. Juist hij organiseert samenzwering om Karel te vermoorden. Dieper dan dat kan een ridder niet zinken. Ook heeft Eggeric geen eerbied voor zijn vrouw. Als zijn vrouw namelijk wil weten wat er nu met hem aan de hand is, is een klap in haar gezicht het antwoord dat ze krijgt. Eggeric wordt gestraft voor zijn daden. Hij wordt in de tweekamp gedood en daarna eerloos gehangen. Karel, de koning van heel zijn rijk, is vol onbegrip om uit stelen te gaan. Hij ziet geen enkele noodzaak om uit stelen te gaan. Pas nadat de engel drie (!) keer aan Karel heeft bevolen om uit stelen te gaan geeft hij pas gehoor aan het bevel. Hij wil het bevel van God namelijk niet ondermijnen. God is heel belangrijk voor Karel, zoals God voor iedereen in de Middeleeuwen belangrijk was. Karel is geen koning zonder gevoel. Als hij uit stelen gaat en beseft hoe moeilijk Elegast het heeft, die elke dag uit stelen moet gaan, heeft hij medelijden met Elegast.

Vraag 7:
Het verhaal Karel ende Elegast is geen historisch betrouwbaar beeld van Karels tijd en lotgevallen.. In een eerder beantwoorde vraag (4) bracht ik al onder de aandacht dat er een groot verschil zat in de tijd van ontstaan en opschrijven van het verhaal. Allerlei elementen zijn in de tussenliggende periode ingeslopen. De beschrijving van de handelingen, levensgewoonten, omgangsvormen, kleding, bewapening, zal een beeld geven van de tijd van de verteller en niet die van Karel. Ook de christelijk levenssfeer zal in de loop van de tijd nadrukkelijker zijn geworden. De belangrijkste bron van dit verhaal is Vita Karoli Magni Imperatoris. ( het leven van Karel de Grote) In dit boek wordt Karel beschreven als vorst van orde en recht, verdediger van de Kerk en beschermer van wetenschap en cultuur.
De Brabantse dichter Jan van Boendale schreef ooit met felheid dat wat er in het verhaal van Karel ende Elegast stond niet waar was. Dat kon hij alleen zo ontkennen als hij ervan overtuigd was dat het merendeel van de bevolking het verhaal geloofde.
Boendale ging zoeken in het Latijn. Hij kon nergens vinden dat hij uit stelen ging en de morele waarheid zou ook niet kloppen. Een koning zou namelijk niet uit gaan stelen. Er was ook een groot verschil in hoe Karel echt was en hoe hij was tijdens het stelen. Je hebt dus met twee dingen te maken. Doordat het verhaal van mond tot mond werd verteld veranderde het een heleboel. Na vierhonderd jaar kan het verhaal dus nooit z’n oorspronkelijke vorm hebben behouden. Daarnaast heb je nog de zaak van Jan van Boendale die heeft aangetoond dat er helemaal niets van een stelende Karel de Grote bekend is.
Je zou de historiciteit kunnen beschrijven als een minuscule historische kern aangevuld door sprookjes en volksverhalen.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.