
|
Geschreven door: | |
Datum ingestuurd: | 24 april 2001 |
Niveau: | 4 vwo |
Taal: | |
Woorden: | 1810 |
Opvragingen: | 8262 (44 deze maand) |
Waardering: |
Titel: | Mariken van Nieumeghen |
Auteur: | |
Jaar van uitgave: | 15e eeuw |
Aantal pagina's: | 48 |
Moeilijkheidsgraad: |
|
Thema: | |
Verfilmd als: | Mariken van Nieumeghen |
Auteur: | |
Nationaliteit: | Nederlands |
Populaire titels: |
|
| ... | |
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() | |
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() | |
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() | |
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() | |
32. Mariken van Nieumeghen | ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() | |
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() | |
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() | |
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() | |
... meer | |


Externe gegevens:
Het boek Mariken van Nieumeghen is geschreven in de Rederijkerstijd. De Rederijkerstijd is ontstaan in Frankrijk; er werden verenigingen opgericht, chambres de rétorique. In Vlaanderen werden vergelijkbare soorten verenigingen opgericht; rederijkerskamers. Ze werden al snel verenigingen van letterkundigen, georganiseerd als een gilde. Er werden festivals o.a. voor literatuur georganiseerd, landjuwelen. De organiserende rederijkserkamer gaf een opdracht uit, vaak een omstreden onderwerp, waardoor het toneel de functie kreeg van opinievorming. De schrijver van dit boek is onbekend. Wel is het waarschijnlijk dat de schrijver uit Antwerpen kwam. Dit komt door de Brabantse en Vlaamse accenten, de vertrouwdheid met Antwerpen en de zinspelingen op het devies van de Antwerpse rederijkers.
2 Interne gegevens
a) Samenvatting:
Mariken!
Mariken: Wat ghelieft u, heer oom?
Die oom: Hoort kint, slaet mijnder woorden goom:
Ghi moet nae Nimmeghen nemen u vertreck
Om ons provande te halen; …dat u ghereyt.
Heer oom, tot uwer onderdanicheit
Kent mi bereet; ick wil gaen mynder strate
Zo begint het verhaal over Mariken. Een knap meisje dat bij haar oom Gijsbrecht, een vrome priester, leefde. Mariken was de dochter van Gijsbrechts overleden zuster. Mariken deed het huishouden voor hem en zorgde erg goed voor hem, zoals in het citaat hierboven te lezen is.
Gijsbrecht vraagt aan Mariken of hij wat boodschappen voor hem wil doen. Ze zal in Nijmegen moeten blijven overnachten, omdat het te donker is om terug te lopen als ze klaar is met de boodschappen. Ze zal kunnen overnachten bij een tante van haar.
Als Mariken na het halen van de boodschappen bij haar tante aankomt, spreekt die haar grof toe. Ze weigert Mariken een nacht in haar huis te laten slapen. Mariken is erg overstuur en gaat weg uit Nijmegen. De duivel komt naar haar toe als ze aan de kant van de weg zit.
Mariken: Hulp God, hoe verscrick ick!
Wat mijns, ick en weet van mi selven nauwelijck,
Met dat ick dien mensche ben aenschouwelijck.
Hulpe, hoe flauwelijck vervalt mi therte!
Die duvel: Schoon kint, en vreest grief noch smerte;
Ik en sal u hindere, grief noch quaet doen,
Maer ick ghelove u, wildi na mijnen raet doen
Ende met mi gaen, wilt dit onthouwen nauwe,
Ick make u eer lanc der vrouwen vrauwe.
Mariken: Vrient, ick sitte nu rechs also ghesint,
So beroert ende soo ontstelt van engienen
Doer die schimpighe woerden, die ic sonder verdienen
Heb moeten lijden: hoere, schueke ende teve!
Dies ic mi alsoe lief den viant overgheve
Als Gode, want ick sitte half sonder sin.
De duivel maakt natuurlijk van dit verwarde meisje gebruik en neemt haar in zijn macht. Ze moet hem zijn liefde geven en hij zal haar allerlei kunsten leren. Alleen de zwarte kunst leert hij haar niet, want dan wordt zij machtiger dan hij. Ze verandert zelfs haar naam in Emmeken omdat de duivel, ook wel Moenen genoemd, dat graag wil.
Marikens tante had trouw gezworen aan de graaf Adolf, die zijn vader graaf Arend van Gelre opgesloten had. Als deze wordt vrijgelaten, ziet Marikens tante geen andere uitweg dan zelfmoord te plegen.
Ondertussen zijn Mariken, nu dus Emmeken geheten, en Moenen naar Antwerpen gereisd, waar ze samen met Moenen veel leed aanricht. Moenen had Mariken ook beloofd haar de zeven kunsten leren; astronomie, geometrie, aritmetica, logica, grammatica, musica en retorica.
Na ruim zes jaar wil Emmeken terug naar Nijmegen. Om haar familie te bezoeken, met name haar oom Gijsbrecht. Als ze in Nijmegen aankomen, is het de dag van de Mariaprocessie. Emmeken wil graag naar het wagenspel van Mascheroen, de advocaat van Lucifer, kijken.
Moenen: Hulpe, Modicack, hoe ick blaecooghende werde;
Dit meysen crijht berou den balch al vul.
Ga wi yewers int scoonste vander steden
Een kanne wijns meten.
Emmeken: Laet mi met vreden.
Ende vliet van mi, fel viant boos!
Weemi, dat ic u oyt verkoos
Ende aenriep u, verghetende die Godheit ontfermhertelic.
Och, och, ick crighe sulcken berouwen hertelijc,
Dat mi therte sal besluyten, och ick beswilte,
Mijn cracht faelgeert mi.
Emmken luistert verder en moet huilen vanwege haar zonden. Deze tranen geven aan dat de duivel zijn macht over haar verliest. Moenen is hier natuurlijk niet blij mee, hij neemt haar mee de lucht in en gooit haar naar beneden. Emmekens oom, die in de buurt was, herkend haar als ze bewegingsloos op de grond ligt. Hij denkt dat ze dood is.
Emmken wil graag voor haar zonden boeten. Dagelijks leest ze met haar oom in de bijbel. Ze gaan ook naar de priester van Nijmegen, deze weet echter geen manier om Emmeken te laten boeten. Emmeken en haar oom Gijsbrecht gaan daarna naar Keulen. Moenen volgde hen op enige afstand, hij kon hen niet naderen en hen niets doen vanwege de bescherming van God. Ook de bisschop weet niet op welke manier voor Emmeken deze zonden moet boeten. Er staat niets anders op dan naar Rome te gaan, naar de paus. Daar biecht ze haar zonden bij de paus.
De paus: Nu hoort naer dbescheet:
Mi waer leet, ende twaer ooc wel om deeren
Dat yemant verloren ware, constment ontberen,
Ende God soudts oock niet gheerne ghehingen.
Siet, dare sijn drie yseren ringhen;
Den meesten suldi haer sluiten aenden hals,
Dander, sonder veel ghescals,
Sluyt die aen haer armen, wel vast ende stranghe,
Ende die rhingen moet si draghen also langhe
Tot datse versleten sijn, of datse van selfs af vallen.
Dan werden haer sonden vergheven met dallen;
Niet eer en salsi los ende quijt sijn.
De paus geeft haar dus drie ringen, die moet ze om haar hals en twee armen doen. Ze zullen afvallen als ze doorgesleten zijn en haar zonden zijn dan vergeven. Mariken gaat samen terug met haar oom naar Nederland waar ze in het klooster gaat van de bekeerde zondaressen in Maastricht. Mariken leeft zo vroom en ondergaat zo’n zware boetedoening dat de engel Gabriël, door God gezonden, de ringen bij haar afdoet. Ze leeft hierna nog twee jaar.
b) Thema:
Zelfs een doodzonde kan door vertrouwen in Maria vergeven worden.
c) Motieven:
- Trouw aan God
- Godsdienst; Rooms-katholieke geloof
- Maria
- Parabel: het wagenspel van Masscheroen.
d) Personages:
- Mariken: Mariken is een meisje van ongeveer 15 jaar. Ze trouw aan het Rooms-katholieke geloof. In haar trouw aan het geloof is ze erg volhardend: tijdens haar jaren met Moenen blijft ze vasthouden aan har naam en ze toont berouw. Ze schijnt een knap meisje te zijn, omdat twee “drinkebroers” in de kroeg haar zo noemen en ook Moenen laat dit blijken. Ze zondigt 7 jaar, dan zit ze nog 7 jaar in het klooster en dan sterft ze. Ze wordt dus 31, even oud als Christus.Dit klopt alleen niet helemaal met het boekje: r 1112- 1113 (vertaalde tekst) Hierna leefde hij (de oom van Mariken) nog 24 jaar; zolang hij leefde bezocht hij zijn nicht ieder jaar een keer. Dit kan dus niet want dan zou Mariken ouder geworden zijn. Mariken is een karakter; ze ontwikkelt zich, want ze krijgt spijt en ze beseft dat wat ze doet fout is.
- Moenen: Moenen is een mensgeworden duivel. Zijn taak is zielen te winnen voor de hel. Omdat hij een duivel is, heeft hij een lichamelijk mankement. Deze duivel mist een oog: r 211-213 Mariken: Hoe heeti, vrient? Die duvel: Moenen metter eender ooghe, die wel bekent es met veel goede ghesellen. Hij heeft een hele slechte aard, hij geniet ervan om mensen leed te berokkenen. Hij doet tegen Mariken wel heel aardig, maar dit is alleen om haar ziel te winnen.
Moenen is een type, hij is altijd slecht en ontwikkelt zich niet.
e) Opbouw:
Het boek Mariken van Nieumeghen heeft een hele duidelijke opbouw: een proloog, en dan 13 hoofdstukken, een nawoord (in het laatste hoofdstuk, heeft geen aparte titel) en het boek eindigt met Amen. De hoofdstukken beginnen allemaal met Hoe… Hoofdstuk 4 bijvoorbeeld: Hoe Marikens moeye haer selven dye kele afstack.
f) Ruimte en tijd:
Er wordt niet speciaal aandacht aan de omgeving besteed. Het boek speelt zich voornamelijk af in Antwerpen en Nijmegen, maar Mariken komt ook in Venlo, Keulen Rome en Den Bosch. Het verhaal verloopt volledig chronologisch en continu.
Het boek begint ergens rond de bevrijding van hertog Arend van Gelre, in 1471 en eindigt zo’n 30 jaar later.
g) Vertelvorm:
Het boek heeft een auctoriale vertelvorm. Dit wordt duidelijk in alle stukjes proza: Aldus es Mariken van haer heer oom ghescheiden ende tot Nieumeghen gegaen, daer si cochte van als dat haer oft haren oom nootelijc wesen mochte. Dit is duidelijk een alwetende verteller.
3 Nadere Bespreking
Er worden in dit toneelstuk aspecten naar voren gebracht stammend uit verschillende periodes. Zo komt de schoonheid voornamelijk naar voren in de Renaissance. Uit de Middeleeuwen zin echter de meeste aspecten terug te vinden: om te beginnen is het verhaal erg theocentrisch: de Duivel speelt een belangrijke rol, maar ook God, Jezus en Maria zijn zeker niet onbelangrijk. Een tweede aspect is de trouw aan God; Mariken zondigt eerst door met de Duivel mee te gaan, maar ze blijft toch trouw aan God en als ze merkt dat het echt verkeerd is wat ze doet, doet ze er alles aan om vergiffenis te krijgen van God. Het verhaal is tevens moralisch; Mariken krijgt namelijk berouw en vraagt om vergeving. Het gemeenschapsgevoel bij dit boek wordt verklaard doordat de schrijver anoniem is. Ten slotte komt memento mori duidelijk naar voren: r 802- 803 Mer hoe si meer geplaecht sijjn, hoe meer wreden, niet denckende op deewighe doot vol gheweens. Het verhaal is dus geschreven in de overgangstijd tussen de Middeleeuwen en de Renaissance.
Het verhaal is voor het grootste deel geschreven in de vorm van een toneelstuk. Er zijn echter ook stukken proza tussen de toneelteksten doorgeschreven, het is mogelijk dat dat is om de tekst geschikter te maken als leestekst.
Het is duidelijk dat dit verhaal is geschreven in de Rederijkerstijd. Er zijn verschillende kenmerken uit deze tijd te vinden. Zo wordt er aandacht besteed aan de vorm van de tekst. Een voorbeeld hiervan is het refrein van Mariken, en de stockregel in dit refrein: r 532, 541 en 550 Doer donconstighe gaet die conste verloren.
Het boek is ook gebaseerd op de waarheid. Dan wordt in de ondertitel al duidelijk: De waerachtige ende seer wonderlijcke historie van Mariken van Nieumeghen die mehr dan seven jaren metten duvel woende ende verkeerde. En ook wordt het geconcludeerd in de op een na laatste alinea: r1127- 1129 In dese manieren, Gods vriendnen vercoren, so es dit ghebuert hiet tevoren, sonder faute al eest dat den menigen luegelijc dinct. Ook wordt de waarheid duidelijk uit het noemen van plaatsnamen. Het enige vreemde hieraan is dat Mariken zegt dat ze in drie uur maar net van Venlo naar Nijmegen kan lopen, maar dit is ongeveer 60 kilometer, dus dat is onmogelijk.
In het verhaal is aardig wat symboliek terug te vinden. De Duivel heeft altijd een gebrek, in dit boek is Moenen de Duivel en die heeft maar één oog. Verder is er alleen maar getallensymboliek: De zeven staat voor de zeven jaren zondigen van Mariken, voor de zeven jaren boetedoening en ook voor de zeven vrije kunsten; r203-205 Die seven vrie consten: rethorijcke, musijcke, logica, gramatica ende geometrie, arithmetica ende alcemie… De drie staat voor drie personen bij wie ze wil biechten; de priester van Nijmegen, de Bisschop van Keulen en de Paus.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons dan weten.

Jarenlang organiseerde Scholieren.com de Docent & Conciërge van het Jaar verkiezing. Het werd tijd voor een ode aan deze geweldige mensen. Die is er nu.
a d v e r t e n t i e

Wat ga jij later doen voor je poen? Het liefst wil je een uitdagende baan met een goed salaris. Misschien iets met economie en biologie. Met mensen werken, in een team van experts of als zelfstandig ondernemer. Niet alleen op kantoor, maar ook buiten aan de slag. Wil je weten hoe? Check www.beleefbuiten.nl, doe mee met de actie en win een VIP-dag!
a d v e r t e n t i e