Info over dit verslag
Geschreven door: | |
Niveau: | 4HAVO |
Kwaliteit: | ![]() ![]() ![]() |
Waardering: | ![]() ![]() ![]() |
Taal: | Nederlands |
Woorden: | 1106 |
Opvragingen: | 3 |
Hulpmiddeltjes
Waardering
Gemiddelde waardering: 3 uit 5 (18 stemmen)
Titels van Maarten 't Hart
De aansprekers (9) 1979 De droomkoningin (9) 1980 De Jacobsladder (11) 1986 De kroongetuige (86) 1983 De nakomer (6) 1996 De ortolaan (8) 1984 De scheltopusik (1) 2003 De steile helling (1) 1988 De versnijdenis (1) 1982 De vlieger (12) 1998 De zonnewijzer (27) 2002 Een vlucht regenwulpen (23) 1978 Het longvolume (1) 1982 Het psalmenoproer (3) 2006 Het uur tussen hond en wolf (6) 1987 Het vrome volk (3) 1974 Het woeden der gehele wereld (20) 1993 Ik had een wapenbroeder (6) 1973 Laatste zomernacht (10) 1977 Laatste zomernacht & De kroongetuige (1) 1983 Lotte Weeda (7) 2004 Mammoet op zondag (1) 1977 Stenen voor een ransuil (6) 1971 Verzamelde verhalen (1) 1992
Laatst gewijzigd op 20 april 2001
Auteur: Maarten ’t Hart
Titel: Een vlucht regenwulpen
Druk: Dit boek komt uit de “grote lijsters” serie uit 1990
Uitgeverij: Wolters-Noordhoff
Plaats: Groningen
Jaar: 1990
Eerste druk: 1978
Aantal pagina’s: Het boek heeft 205 bladzijden waarvan er 197 bladzijden tot de tekst behoren. De rest is informatie over het boek en de schrijver.
Indeling: Het boek heeft korte en lange hoofdstukken met allemaal een eigen titel.
Samenvatting:
Maarten, de ik-persoon, had voordat hij naar school ging geen vrienden en was steeds thuis. De eerste keer dat hij naar het dorp ging merkte hij dat hij pleinvrees had. In dat dorp werden zijn amandelen geknipt maar hij wist niet waarom. Hij ging enige tijd later naar de lagere school, maar voelde zich daar alleen en buitengesloten. Hij kon wel goed leren en werd door het schoolhoofd alleen op een kamer gezet waar hij goed kon leren. Hierdoor werd hij gepest door de rest van de klas en in een driftbui ging hij zelfs drie jongens te lijf die hem achtervolgden. Hij raakte steeds meer van de klas afgesloten. Na de lagere school ging hij naar de middelbare school waar hij verliefd werd op Martha. Hij kwam dat najaar in de redactie van de schoolkrant waar hij haar ontmoette. Hij durfde haar echter niet aan te spreken. Hij ging op advies van een vriend in de bibliotheek werken waar hij haar tegen zou kunnen komen, maar dit liep ook niet af zoals hij gepland had. Op de dag van de diploma-uitreiking kwam Maarten te laat en probeerde hij haar daarom toch nog te ontmoeten in de kerk waar ze altijd heen ging. Aangezien dat niet zijn kerk was, kreeg hij hevige ruzie met zijn vader, die streng gelovig was. Toen hij toch besloot te gaan, kwam hij haar wel tegen, maar schrok ze en vluchtte weg. Daardoor ging hij twijfelen: "Wat kon het voor nut hebben verlost te worden door Christus en na je dood naar de hemel te gaan als zij toch alleen maar bang voor je was en voor je wegvluchtte” Later zag hij haar ook nog op een reünie, waar hij een paar woorden met haar wisselde. Maarten ging biologie studeren. Vlak na zijn examen overleed zijn vader. Hij ging bij zijn moeder wonen, maar deze overleed helaas vlak na zijn doctoraalexamen. Vlak voor de dood van zijn moeder kwamen er twee ouderlingen van de kerk waaraan zijn moeder iets te vertellen had. Aangezien ze keelkanker had ging dit moeilijk. Ze wilde een zonde bekennen en de ouderlingen zeiden dat ze niet in de hemel zou komen. Hierdoor werd Maarten zo boos dat hij opnieuw een driftbui kreeg en de twee ouderlingen aanviel. Toen werd hij hoogleraar in de biologie. Op het moment dat het boek begon plukte hij druiven in zijn kas voor kennissen. Op de receptie van die kennissen kwam hij de zuster van Martha tegen en raakte met haar in gesprek. Hij nodigde haar uit voor een concert in de schouwburg en die uitnodiging nam ze aan. Op weg naar huis kreeg hij een dwanggedachte die hem vertelde dat hij nog maar twee weken te leven had. Toen hij vervolgens een andere auto aanreed, zag hij dat als vingerwijzing van de dood. Dat werd nog eens versterkt doordat hij in zijn laboratorium zijn hand verwondde. Maarten ging vervolgens naar een congres in Bern in Zwitserland en werd opgevangen door een vrouwelijke collega. Hij logeerde samen met Adriënne bij Ernst, een andere collega. De volgende dag maakten ze met z'n drieën een bergtocht. Maarten merkte dat hij verliefd was op Adriënne en ergerde zich aan het gedrag van Ernst, die steeds vriendschaplijker met Adriënne omging. Maarten stemde in met het plan een moeilijke afdaling te maken, omdat hij wist dat hij Adriënne daarmee een plezier deed, die van bergbeklimmen hield. Maar de afdaling was te moeilijk voor hem en hij viel naar beneden. Hij wist zich echter nog net vast te grijpen aan een richeltje. Toen hij van de schrik bekomen was schreef hij bij een café een ansichtkaart aan de zus van Martha om hun afspraak af te zeggen.
Indeling van het boek:
Het boek is verdeeld in 23 hoofdstukken die niet genummerd zijn.
Hoofdpersoon:
De hoofdpersoon uit het boek is Maarten.
Maarten is een jongen. Hij maakt moeilijk contact met anderen. Hij is 30 jaar en hoogleraar biologie. Toen zijn ouders nog in leven waren haatte hij zijn vader en hield hij van zijn moeder, zoals hij later ook van Martha zou houden, een meisje van zijn school. Hij is erg geïnteresseerd in vogels en de natuur. Mede door zijn eenzaamheid, heeft hij last van pleinvrees en dwanggedachten, die hem wijs weten te maken dat hij binnen twee weken dood zal zijn. Hij is over het algemeen uiterst rustig, maar kan plotseling een woedeaanval krijgen. Vaak maakt hij vaar- of schaatstochten door het rietland vlak bij zijn huis, waar hij alleen kan zijn met zijn gedachten. Over zijn uiterlijk staat weinig in het boek vermeld.
Belangrijkste bijpersonen:
De belangrijkste bijpersonen zijn Maarten's moeder, Martha en
Adrienne
Maarten's moeder is een rustige, teruggetrokken vrouw. Ze praat weinig en gehoorzaamt vooral aan de wil van haar man. Ze doet haar taak zonder te klagen. Maarten kijkt graag naar hoe ze haar haar borstelt en verbaast zich dan over haar schoonheid. Ze sterft, vlak nadat Maarten zijn examen gedaan heeft, aan keelkanker. Maarten krijgt door de wrede dood van zijn moeder een afkeer van God en het geloof.
Martha is een meisje van Maarten's school. Maarten is vreselijk verliefd op haar maar durft haar dit niet te vertellen. Hij verzint allerlei manieren om dichter bij haar in de buurt te komen, maar zij wijst hem af. Ze loopt heel rustig, iets wat Maarten zo buitengewoon bijzonder aan haar vindt. Ze heeft krulhaar en een blos op haar wangen. Meisjes die op haar lijken, ook al is het maar een beetje, hebben een grote aantrekkingskracht op Maarten. Doordat het verhaal in de ik-vorm geschreven is kom je niets te weten van haar gevoelens, maar lees je alleen hoe Maarten naar haar kijkt.
Adrienne is een collega van Maarten. Ze is een Frans-Zwitserse biologieleraar. Ze heeft kort, krullend, zwart haar. Ze is vriendelijk. Op een gegeven moment merkt Maarten dat hij verliefd op haar is, maar tot zijn spijt gaat zij steeds om met een andere collega.
Eigen mening:
Ik vond het beslist een mooi boek, alleen is het wel een rommeltje van flashbacks. Je weet op den duur niet meer of je nu in het verleden bevindt of in de toekomst en wanneer het werkelijkheid is of wanneer het zich in Maarten’s hoofd afspeelt.
Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.
Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.




Openen in tekstverwerker
Printen
Emailen