Info over dit verslag

Geschreven door:

anoniem [meer]

Niveau:

5HAVO

Kwaliteit:

Waardering:

Taal:

Nederlands

Woorden:

2135

Opvragingen:

14

Hulpmiddeltjes

Openen in tekstverwerker Openen in tekstverwerker

Printen Printen

Emailen Emailen

Waardering

Gemiddelde waardering: 3 uit 5 (30 stemmen)

Heb je er iets aan gehad? Geef zelf je waardering:
Erg goed bruikbaar
Goed bruikbaar
Bruikbaar
Een beetje bruikbaar
Niks aan gehad

Titels van Maarten 't Hart

Laatst gewijzigd op 20 april 2001

A. Boekbeschrijving

Auteur Maarten ’t Hart
Titel Ik had een wapenbroeder
Ondertitel -
Ingeleid door -
Uitgever/reeks De Arbeiderspers
Druk 9e
Jaartal van de 1e druk 1973
Wanneer geschreven -
Aantal pagina’s 191
Wel/geen motto’s Geen
Begonnen met lezen op: 17-11-1999
Uitgelezen op: 21-11-1999

SV: Eerste hoofdstuk: ‘De verhoren’

Vanuit zijn cel hoort de verteller soldaten exerceren. Er is sprake van ‘voorlopig arrest’ en van een ‘ongeluk’. Hij vraagt zich af of ‘hij’ – wie hij precies bedoeld is nog niet duidelijk – dood zou zijn. Achteraf blijkt de persoon in kwestie Arthur, een jood en mederekruut van de verteller te zijn. Tussen hen, heeft er seksueel contact plaatsgevonden in de douchecellen van de kazerne. Zij hadden namelijk samen in dienst gezeten.

Door de verhoren komt Ammer Stol, de verteller, te weten dat zijn vriend Arthur wel degelijk dood is. Uit de ondervragingen van de militaire overheid blijkt tevens dat Arthur en Ammer het weekend voor de ‘fatale maandag’ samen in Amsterdam hebben doorgebracht. Arthur zou er zijn opgemerkt in gezelschap van een meisje. Ammer herinnert zich de eerste dag in de kazerne en de kennismaking met zijn kamergenoten waaronder ook Arthur.

In zijn cel droomde de vertellet dat hij door loting schuldig wordt bevonden aan moord in een café. Tijdens de volgende verhoren treedt een opmerkelijk detail naar voren: de zondagavond voor de bewuste maandag zouden Ammer en Arthur opvallend stilzwijgend zijn geweest op hun kamer. Dat weekend wordt bovendien door Ammer als ‘te goed’, ‘te mooi’ en ‘te onwerkelijk’ omschreven.

De verteller herinnert zich een gesprek met Arthur waarin deze uitviel tegen de pacifisten omdat ze volgens hem te dogmatisch (geen tegenspraak duldend)zijn. Ammer is overgeplaatst naar het huis van bewaring waar hij bezoek krijgt van zijn vader die dominee is. Deze blijkt heel wat ruimdenkender te zijn dan Ammers moeders die de homofiele geaardheid van haar zoon een vreselijke zonde vindt.
Ammer herinnert zich een zondagmorgen waarop hij met Arthur was gaan wandelen en deze laatste voortdurend parallellen trok tussen de situatie in de kazerne en die in concentratiekampen. Diezelfde zondag werd Ammer, vrijend met een meisje door Arthur ontdekt.

Ammer wordt door zijn advocaat, die niet erg overtuigd lijkt die te zijn van zijn onschuld, en de psychiater ondervraagt. De verteller herinnert zich een nachtoefening kaartlezen waarbij Arthur zijn Uzi onderweg verloor. Ook denkt hij terug aan een ontmoeting met een jongen in de universiteitsbibliotheek die voor hem piano speelde. Deze ontmoeting lijkt voor Ammer doorslaggevend te zijn geweest als schoonheidservaring.

Tweede hoofdstuk: ‘Kleine oorlog’

Ammer denkt terug aan de oefeningen die door Arthur ironisch ‘kleine oorlog’ werden genoemd. Tijdens een van deze veldtochten intimideerde Arthur een jongen en een meisje. Vervolgens legde hij een verband tussen intimidatie en macht en vertelde hij over zijn experimenten met ratten in het laboratorium en zijn relatie met het meisje Marijke Reehorst.

Tijdens een nachtelijke oefening ‘verkrachten’ Arthur en Ammer een wachtpost. De herinneringen aan de ‘kleine oorlog’ blijven Ammer bestoken. Sergeant Eelwout, een viriel en strijdlustig man, bleek goed met Arthur te kunnen opschieten, en Ammer herinnert zich hoe hij langzaam jaloers begon te worden.

Derde hoofdstuk: ‘De grafkelders’

Ammer krijgt toestemming om naar de begrafenis van zijn grootvader te gaan. Door toedoen van de doodgraver weet hij te ontsnappen en verstopt zich vervolgens in de grafkelders. Hier denkt hij grondig na over het ‘ongeluk’ met Arthur maar opnieuw slaagt hij er niet in om tot een slotsom te komen omtrent zij schuld of onschuld. Eenmaal het kerkhof ontvlucht, ontmoet hij zijn oude vriend Maarten, een bioloog, die hem uitnodigt met hem mee naar huis te gaan. Aan Maarten vertelt Ammer wat er in de kazerne is gebeurd: hoe het ‘ongeluk’ heeft plaatsgevonden, enz. Over de gebeurtenissen in Amsterdam rept hij evenwel met geen woord.

Opdat Maarten zijn homoseksualiteit beter zou begrijpen noteert Ammer drie gebeurtenissen uit zijn leven die al te maken hadden met verkleedpartijtjes en waaraan hij door toedoen van zij strenggereformeerde en dogmatische moeder niet mocht deelnemen.
Ammer besluit dat hij de voorvallen in Amsterdam maar ronduit aan Maarten moet vertellen.
De bewuste vrijdag en zaterdag die aan het ‘ongeluk’ voorafgingen trok Ammer in travestie met Arthur de stad in. De pruik en de dameskleren verschaften Ammer een ongekend geluk en voor het eerst voelt hij zich zichzelf. Ammer heeft de schuilnaam Annette aangenomen en onderweg ontmoeten ze Marijke Reehorst. Het meisje waarmee Arthur werd gezien was bijgevolg niemand anders dan Ammer.

Op zondagmorgen reden Arthur en Ammer naar het ouderlijk huis van Arthur. Daar vielen harde woorden tussen de twee vrienden: Arthur verweet Ammer namelijk zijn zwak karakter en sprak zijn afschuw uit over de aanhankelijkheid van zijn vriend. Ammer was diep geschokt maar op weg naar de kazerne werd het geschil min of meer bijgelegd. ’s Maandags werden er in de kazerne schietoefingen georganiseerd. Wanner de revolver van Ammer niet afgaat roept hij de sergeant. Plots hoort men twee schoten. Arthur ligt dodelijk gewond op de grond.

B. Leesverslag.

- Wat voor soort boek is het?
A. Het is een non-fictionele tekst, alles kan
echt gebeurd zijn.

B. Realistisch, zie motivatie A.

C. Het genre is homofilie, omdat er een verhouding tussen twee van hetzelfde geslacht beschreven wordt.

D. De sfeer in het boek is raar, je weet dat er iets gebeurd is, maar je komt er tot het einde niet achter wat…

B. De spanning is opgebouwd door:
- de continue vraag van de hoofdpersoon aan zichzelf, ‘heb ik het gedaan of niet…?’.

- En het Annette-mysterie blijft open staan tot aan het einde, je komt niet te weten wat er nou eigenlijk gebeurd is in Amsterdam.

C. De woordkeus was niet makkelijk en niet echt moeilijk, de letters waren wel groot. Het was al met al goed te doen.

- Wat vind je van het boek?
Ik vond het boek makkelijk te lezen door de grootte van de letters. Het is ook een spannend boek. De verteller houdt je het hele boek in spanning en vertelt je pas op de laatste bladzijde hoe en waar de moord is gebeurd. Dat stimuleert dus wel om door te lezen. Het is ook een boek waarin alles echt gebeurd zou kunnen zijn.

Het verhaal zelf vond ik zelf een beetje verwarrend met al die flashbacks, maar na een tijdje went dat. Ik vond het ook erg origineel dat het verhaal andersom werd verteld. Is weer eens wat anders. Kortom, een aanrader.

C. Achtergrondinformatie.

- Korte levensbeschrijving van de auteur en de voornaamste publicaties:

Op 25 november 1944 wordt Maarten ’t Hart te Maassluis geboren; zijn ouders zijn streng gereformeerd. Van 1957 tot 1962 bezoekt hij de middelbare school te Vlaardingen. Aangezien hij met een HBS-diploma niet voor een literaire richting kan kiezen op de universiteit laat hij zich in Leiden inschrijven in de afdeling biologie. Het is ook tijdens zijn studententijd dat hij zijn geloof verliest.

In 1967 huwt hij en in 1968 legt hij het doctoraal examen af. Van ’68 tot ’70 vervult hij zijn militaire dienstplicht, waarvan een groot deel gewijd is aan onderzoek naar het gedrag van ratten.

Op 1 januari ’70 komt Maarten ’t Hart als wetenschappelijk medewerker in dienst van de afdeling Ethologie van het Zoölogisch Laboratorium van de Rijksuniversiteit van Leiden, waar hij zich voornamelijk bezighoudt met een studie over het doorkruipgedrag van de driedoornstekelbaars. Met deze studie zal hij trouwens in ’78 tot doctor in de wiskunde en natuurwetenschappen promoveren.

In ’71 verschijnt ’t Harts eerste boek (onder het pseudoniem Martin Hart) Stenen voor een ransuil, dat hij voor de Reina Prinsen Geerlingsprijs instuurt en waarmee hij een eervolle vermelding behaalt.

In ‘73 verschijnt Ik had een wapenbroeder, eveneens onder het genoemde pseudoniem. ’t Harts eerste romans kennen vrijwel een vrij gering commercieel succes en zijn uitgever De Arbeiderspers weigert zelfs een derde roman, Een vlucht regenwulpen, uit te geven. Pas na zijn opmerkelijke studie Ratten (’73) wordt aan het literaire werk van Maarten ’t Hart meer aandacht geschonken.

In ’74 verschijnt de verhalenbundel Het vrome volk, die het jaar daarop bekroond wordt met de Multatuliprijs. In ’76 verschijnt de eerste essaybundel Mammoet op zondag. In de periode ’76-’78 schrijft Maarten ’t Hart opmerkelijk veel recensies en allerhande artikelen, o.a. voor NRC Handelsblad en Vrij Nederland. In ’77 verschijnt de eerste novelle van Maarten ’t Hart: Laatste zomernacht. In ’78 wordt een tweede essaybundel uitgebracht, De som der misverstanden, en in datzelfde jaar verschijnt ook de roman Een vlucht regenwulpen, waarmee de auteur bij het grote publiek doorbreekt. Dit boek zal in ’81 door Ate de Jong worden verfilmd.

In ’79 worden de essaybundel Ongewenste zeereis en de roman De aansprekers gepubliceerd. De roman De droomkoningin verschijnt in ’80 en de verhalenbundel De zaterdagvliegers in ’81. In ’82 wordt het ophefmakende essay De vrouw bestaat niet, in ’83 gevolgd door een nieuwe essaybundel, Het eeuwige moment en de roman De kroongetuige.

In ’84 wordt De ortolaan, een novelle, als boekenweekgeschenk uitgegeven. In datzelfde jaar verschijnt ook Maarten ’t Harts autobiografie onder de titel Het roer kan nog zes maal om. In ’85 en ’86 verschijnen respectievelijk de verhalenbundel De huismeesters en de roman De Jacobsladder.

De roman Het uur tussen hond en wolf (’87) is in wezen ’t Harts verslag van een conflict met Hans Bakx – die zijn visie op de zaak geeft in Midas’ tranen.

In De steile helling (’88) wordt het decor opnieuw gevormd door ’t Harts geboorteplaats Maassluis. De talloze herdrukken van alle werken van Maarten ’t Hart – zo kende Een vlucht regenwulpen zowat vijftig herdrukken in een periode van ongeveer zeven jaar – bewijzen welk een enorme, door geen enkel Noord- of Zuid-Nederlands (levend) auteur overtroffen populariteit hij op dit ogenblik geniet. Naast literatuur en biologie heeft Maarten ’t Hart nog één andere grote passie: de muziek.

- Tot welke stroming behoort hij?
Tot de ethologen, het gaat hier in dit boek om de gedragsleer.

- Welke andere, verwante auteurs behoren tot die stroming?De Zweedse auteur Hjalmar Söderberg. (Dokter Glas)

D. Interpretatie.

- Wat voor soort tekst is dit?
Expressief, omdat hij zo zijn gevoelens uit over zijn eigen homoseksualiteit. (Die overigens gevormd is in zijn jeugd. Hij
werd opgevoed door erg strenggereformeerde ouders.) Het gevoel ‘anders’ te zijn, dat in veel variaties in zin werk terugkeert, gaat gepaard met de eenzaamheid, die zowel gevoelens van verdriet als van geluk oplevert. Dit thema valt dus ook in dit boek te herkennen.

- Wat weet je van de hoofdpersoon?

A. De twee belangrijkste personages in dit boek zijn: Ammer Stol en Arthur Holm. Om hen draait alles in dit boek.

B. De hoofdpersonen zijn karakters, omdat ze een aanzienlijke karakter ontwikkeling doormaken. De gebeurtenissen rond hun
relatie, en de ‘moord’.

C. Belangrijkste karaktereigenschap van: Ammer: Hij is ontzettend sterk, mentaal gezien.

Arthur: Hij is een dominante man, Kan goed leiding geven. Hij dwingt respect af.

D. Er zijn geen opvattingen.

E. Het wordt niet helemaal duidelijk uit welk milieu de ene hoofdpersoon, Ammer, Komt. De andere hoofdpersoon komt uit een
Joods milieu, redelijk streng.

F. De hoofdpersoon probeert uit te vechten met zichzelf of hij nou wel of niet Arthur dood heeft geschoten.

G.
- Ammer maakt een ontwikkeling door, hij is een man maar is in tweestrijd omdat hij zich ontzettend goed en gelukkig voelt in vrouwen kleding.

- Arthur is homo maar heeft een kleine neiging tot hetero-zijn, daarmee doel ik op het zoenen van en met Annette (Ammer dus).

- Wie zijn er verder nog belangrijk?

A. Marijke Reehorst:
Haar naam bevat al en duidelijke aanwijzing voor haar zachtaardige karakter. Ze is een schuchter en aanhankelijk meisje dat Arthur aanbidt en alles voor hem over heeft. Arthur vergelijkt haar letterlijk met Ammer als hij een uitspraak doet over zachtmoedigen en waartoe ook zij in staat zijn.

Sergeant Eelwout:
Kan op het niveau van de secundaire personages zowat als tegenhanger van Marijke worden beschouwd. Niet toevallig maakt hij veel indruk op Arthur met wie hij trouwens goed kan opschieten. Hij is de man van de daad die bewondering weet af te dwingen. Zijn droom is om ooit naar Vietnam te gaan en daar op een heldhaftige manier te sneuvelen. Ook hij is, zoals Arthur, een leidersfiguur.

Ammers moeder:
Is uiterst dogmatisch (duldt geen tegenspraak), zelfs op het gevoelloze en het onmenselijke af. In het licht van Ammers neiging tot travestie heeft zij een zeer belangrijke rol gespeld in de opvoeding van haar zoon. Door haar dominerende houding hoort ze thuis aan de zijde van Arthur.

- Hoe zijn de onderlinge verhoudingen?
A. Arthur, is dood, dus hij heeft geen invloed op het doel van Ammer, namelijk met zichzelf in het reine komen over de kwestie ‘heb ik Arthur gedood, of heb ik Arthur niet gedood’.
De verdere personages hebben ook geen invloed.

B. Tussen Arthur en Ammer veranderen de verhoudingen wel degelijk, Arthur overlijdt.

C. De karaktereigenschappen van Ammer worden alleen beïnvloedt door zijn moeder, en dat was al in zijn jeugd.

- Wat is de focalisatie?
Het is een ik-verhaal, verteld door de protagonist (hoofdrolspeler/voorvechter) Ammer Stol.

- Voor het verhaal begint…
A. De titel is: Ik had een wapenbroeder.
Betekenis: Ammer, had een vriend in militaire dienst die overleden is.

B. Is er niet.
C. Is er niet.
D. Is er niet.

- Hoe zit het boek in elkaar?
Zie samenvatting.

- Wat is het thema van het boek?
A. Homofilie, zie punt 1, van D. Interpretatie.

B. De hoofdbewering is, volgens mij, ‘homofilie kan veel eenzaamheid en problemen met naasten meebrengen’.

C. Het deelthema is eenzaamheid, want hij voelt zich nu al het ware verlaten door iedereen nu hij in de gevangenis zit.

Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.

Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.