Geschreven door: | anoniem |
Datum ingestuurd: | 10 april 2001 |
Niveau: | 4 havo |
Taal: | |
Woorden: | 3545 |
Opvragingen: | 26020 (1 deze maand) |
Waardering: |


We hebben 5 exemplaren van Road To Revolution, de nieuwe live dvd van Linkin Park, om weg te geven!
Inhoud
1 `Een koffer naar Ratanak brengen 'Egon Wagter komt aan met een koffer in Ratanak, de hoofdstad van Ratanakiri, een land in de buurt van Vietnam. Hij moet die koffer volgens instructie tien uur later afgeven op een parkeerplaats. Hij neemt zijn intrek in Holiday Inn en gaat vervolgens op verkenningstocht in de stad, waar het verkeer een chaos is. Hij maakt veel foto's, kennelijk met de bedoeling een alibi op te bouwen. Ook brengt hij een bezoek aan de omgeving van de gevangenis, waar men elke vrijdagochtend ter doodveroordeelden onthoofdt. Daar was ook Herbert Doornenbosch ter dood gebracht wegens drugssmokkel. Hij denkt aan de risico's die hij zelf loopt met zijn koffer vol drugs, die hij in opdracht van een zekere Axel transporteert tegen een honorarium van veertigduizend gulden.
In een restaurant praat hij met een stel Australiërs, die hij weer ontmoet in de disco Concorde, waar iedere westerling wel komt bij zijn bezoek aan Ratanak. Als hij uit de disco vertrekt, geeft hij de manke jongen die op zijn auto heeft gepast een biljet van twintig dollar. Dan is het tijd om zijn koffer uit het hotel te halen. Zonder hindernissen komt hij op de afgesproken plaats, waar hij precies op tijd en met het juiste wachtwoord wordt aangesproken door een vrouw, een Amerikaanse lijkt hem. De vrouw valt flauw en als hij haar heeft bijgebracht, raken ze aan de praat. Ze erkennen beiden doodsbang te zijn, omdat ze nog nooit zoiets gedaan hebben. Als Egon de koffer naar de auto van de vrouw heeft gebracht, valt ze hem in de armen. De spanning van het moment ontlaadt zich in een omhelzing. Ze praten wat, heel vertrouwelijk, maar zonder hun naam te noemen. Dan stapt elk in de eigen auto.
2 `Vrienden 'Dit hoofdstuk speelt dertig jaar eerder. Egon, net veertien geworden, vertrekt naar een zomerkamp in de Ardennen, aan het riviertje de Ourthe. Hij maakt daar kennis met Axel van de Graaf, een jongen die ook pas veertien is, maar die alles durft en die succes heeft bij de meisjes. Egon wordt een beetje verliefd op Marjoke Heffels, maar Axel koppelt hem aan een ander meisje, Vera, waar Axel al mee gevrijd heeft. Later organiseert Axel voor zichzelf en Egon een vrijpartij met Vera en haar zus Florrie in de tent van de meisjes. Ze worden gesnapt door de leiding, maar Axel is allerminst onder de indruk. Egon voelt zich `voor eeuwig beroofd van iets'.
Als hij derdejaars student geologie is, ontmoet Egon Axel weer. Deze is na een vertraagde middelbare schoolopleiding, eerstejaars rechten. Hij is meteen toonaangevend lid van het beruchte dispuut `de Grim'. In het dispuutshuis is het voortdurend feest met drank, drugs en vrouwen en Axel is het middelpunt van dit alles. Egon hoort ook verhalen dat Axel niet alleen betrokken is bij drugshandel, maar ook bij mensensmokkel. Hij aarzelt daarbij niet misbruik te maken van medestudenten, die vaak tegen de lamp lopen. Een jonge journalist, Michiel Polak, schrijft er een artikel over, overigens zonder namen te noemen.
Axel raakt uit beeld, als Egon voor zijn doctoraalscriptie onderzoek doet in Zuid-Amerika, maar hij loopt hem weer tegen het lijf als hij naar de Ardennen gaat als begeleider van een groepje eerstejaars studenten. Axel brengt hem weg met de auto. Ze hebben een lang gesprek over moraal, over schuld en onschuld; indirect geeft Axel toe dat hij handelt in heroïne. Daarna verdwijnt Axel weer uit zijn leven.
Tien jaar later is hij voor zijn promotieonderzoek in de Andes. Daar ontmoet hij zijn toekomstige vrouw, Adriënne. Ze trouwen wel met elkaar, maar de verhouding staat vanaf het begin onder druk, omdat Adriënne Axel blijkt te kennen en bovendien (en uiteraard) met hem naar bed is geweest. Egon krijgt wat kleine onderzoeksbaantjes aan universiteiten, maar hij moet leraar aardrijkskunde worden om in zijn levensonderhoud te voorzien. Na een paar jaar ontmoet hij Axel weer. Die blijkt inmiddels opgeklommen te zijn tot maffiabaas. Korte tijd later wordt Axel gearresteerd voor zijn aandeel in een schietpartij, waarbij hij zelf ook gewond raakt. Hij wordt wel veroordeeld tot negen jaar, maar uiteindelijk `smolt de straf weg als sneeuw voor de zon'. De journalist Michiel Polak schrijft weer over Axels misdaden, maar nu met naam en toenaam. Als Egon en Adriënne na veertien jaar huwelijk scheiden, koopt Egon een kleine flat. Korte tijd later leest hij over een expeditie naar een geologisch interessant gebied. Hij kan deelnemen, maar moet daarvoor ƒ 40.000 betalen. En die heeft hij niet.
3 `Oum Phen' Na de vondst van twee lijken op een parkeerterrein in Ratanak bezoekt de Nederlandse journalist Michiel Polak de hoofdstad van Ratanakiri. Een van de slachtoffers is Egon Wagter, de andere dode, een vrouw die in het bezit bleek van een gestolen Nederlands paspoort, is niet geïdentificeerd. In gezelschap van George Mijnsherenland, secretaris van de Nederlandse ambassade, die de taal beheerst, bezoekt Michiel de hut van de moeder van Oum Phen. De laatste, de jongen die op de auto van Egon heeft gepast, is gearresteerd en veroordeeld voor de dubbele moord. Hij zal de komende nacht worden terechtgesteld. Het enige bewijs tegen de jongen is geweest dat hij een biljet van twintig dollar op zak had. Polak heeft ook een gesprek met generaal Sophal, de dictator van Ratanakiri. Polak beseft dat de generaal in Oum Phen een gemakkelijke dader heeft gevonden, maar dat hij weet dat de invalide jongen niet eens de kracht heeft om een moord te plegen. De generaal heeft er echter alle belang bij de verhoudingen met Nederland niet verder te verstoren na de terechtstelling van Doornenbosch. Daarom maakt hij van de dode Egon Wagter een slachtoffer en geen drugssmokkelaar. Polak krijgt toestemming de executie van Oum Phen bij te wonen. De autoriteiten hopen duidelijk dat de journalist positief zal schrijven over het gebeurde, want op het hoofdbureau van politie krijgt hij de foto's te zien die na de misdaad zijn gemaakt. Het wordt Polak steeds duidelijker dat Oum Phen die nooit gepleegd kan hebben. Hij denkt terug aan het gesprek dat hij voor zijn vertrek uit Nederland met Alex de Graaf gehad heeft; die had toegegeven dat Egon in zijn opdracht in Ratanak was, maar de identiteit van de vrouw had hij niet prijsgegeven. 's Avonds bezoekt Polak het parkeerterrein waar Egon en de vrouw vermoord zijn en ter plekke besluit hij niet naar de executie te gaan.
4 `Marcie's Gems' Het perspectief in dit hoofdstuk ligt bij Arthur, zoon van David en Marcie. Hij heeft een oudere broer Jason. De plaats van handeling is Massachusetts. Arthur studeert journalistiek en Engels in een klein universiteitsstadje, waar zijn moeder hem bezocht, vlak voordat ze verdween. Arthur denkt terug aan dat bezoek en hij beseft dat er signalen waren in het gesprek waar hij onvoldoende op gereageerd heeft. Marcie was altijd een buitenbeentje geweest, als moeder, die vaak heel vertrouwelijk met hem sprak en ook in de manier waarop ze haar leven inrichtte. Ze bezat een collectie stenen uit de hele wereld en uit alle geologische tijdperken. Ze was vaak zo in haar verzameling verdiept dat ze alles om zich heen vergat, ook haar echtgenoot. Ze opende een winkeltje in stenen, dat volgens David gedoemd was te mislukken omdat hun woonplaats veel te klein was. David kreeg gelijk en wilde dat ze de winkel verkocht, omdat hij al tienduizenden dollars aan haar had voorgeschoten. Er ontstond een conflict waarvan ook Jason en Arthur getuige waren. Marcie zei dat ze het geld dan wel ergens anders vandaan zou halen. Twee dagen na dat gesprek was ze verdwenen. Was ze weggelopen om de ondergang van haar winkeltje, Marcie's Gems te ontlopen, om haar slechte huwelijk achter zich te laten? Is ze terug naar haar geboorteland Nederland? Er zijn wat getuigenverklaringen, maar elk spoor loopt dood. Haar paspoort ligt gewoon in haar bureau en de politie ontdekt dat ze bepaalde zaken al eerder op een onverklaarbare manier gefinancierd heeft. Na twee jaar is ze nog steeds Spoorloos. David verkoopt het huis en Marcie's papieren worden opgeruimd, waaronder een adresboekje met de namen van kinderen waarmee ze indertijd in de Ardennen had gekampeerd; daar was haar liefde voor stenen begonnen. Arthur neemt het mee samen met de steen die het begin is geweest van haar verzameling, een stuk olivijnbasalt.
5 `De grot' Dit hoofdstuk speelt tijdens het Ardennenkamp. Egon en Marjoke hebben zich afgescheiden van de rest. Ze vertellen elkaar van alles over hun familie, hun liefhebberijen. Marjoke blijkt Axel allang te kennen, maar ze wil niet over hem praten. Ze bouwen samen een dam in de Ourthe en fantaseren daarbij, totdat ze gehaald worden om aan een excursie deel te nemen. Ze dalen af in de grotten van Hurennes, waar ze het Venster zien: een breukvlak tussen twee geologische tijdperken die honderd miljoen jaar uit elkaar liggen: kalkzandsteen en olivijnbasalt. Het geheel maakt diepe indruk op Egon en Marjoke. Maar als Egon zich later op de dag weer wil aansluiten bij Marjoke, dringt Axel zich tussen hen in.
Karakteristiek
De bouwstenen voor de intrige heeft Krabbé ontleend aan de geschiedenis van recente drugsmisdrijven. De staat Ratanakiri lijkt als twee druppels water op Singapore met z'n strenge bestraffing van drugssmokkel. Het verhaal van de Nederlander Herbert Doornenbosch die onthoofd is, nadat hij is betrapt, doet denken aan een werkelijke gebeurtenis van een aantal jaren geleden: het voltrekken van de doodstraf aan Johannes van Damme die gesnapt werd met een hoeveelheid drugs in zijn bagage. De naam Ratanakiri is ontleend aan de naam van een provincie van Cambodja. Een afrekening binnen de maffia in de omgeving van Loosdrecht is de basis geweest voor de beschrijving van de gebeurtenissen in dezelfde omgeving, waarbij Axel gewond raakt in een vuurgevecht (blz. 84). Zo vertoont Axel de Graaf veel overeenkomst met de drugsbaron Klaas Bruinsma die, voordat hij werd doodgeschoten, jarenlang nadrukkelijk naar buiten trad als maffiabaas.
De spanning in deze thriller ontstaat, doordat Krabbé voortdurend partjes informatie achterhoudt. Al meteen in het begin weet de lezer dat Egon ergens bang voor is: de angst ruiste als een verliefdheid door zijn bloed (blz. 5). Ook is duidelijk dat het parkeerterrein ermee te maken heeft: maar het parkeerterrein verlamde hem (blz. 6). Wat er aan de hand is, blijft onduidelijk. Er zijn versluierende vooruitwijzingen: Ze [brommers] wrongen zich door openingen die er niet waren, schoten rakelings langs auto's en fietsers. Het meisje van de receptie had gelijk: het was levensgevaarlijk. Maar er kon hem niets gebeuren. Er kon hem pas om elf uur iets gebeuren (blz. 12). In de loop van het verhaal komen de ophelderingen, soms overeenstemmend met de vermoedens van de lezer, maar er zijn ook verrassingen. Steeds vallen vroegere voorvallen of uitspraken in het slot: de lezer herinnert ze zich en hij interpreteert ze samen met het nieuwe gegeven tot hij op de volgende vraag of onduidelijkheid stuit.
In het eerste hoofdstuk veroorzaken de verwijzingen naar de tijd en het tijdsverloop een spanning alsof er een tijdbom tikt: Egon liep langs de volleyballers, en keek op zijn horloge. Kwart voor vier. Nog zeven uur en een kwartier (blz. 17). Krabbé houdt wel voortdurend de aandacht vast, maar gebruikt geen provocerende middelen om spanning op te wekken; het is ook geen angstige spanning, het verhaal verloopt eerder kalm, ondanks de vreselijke dingen die erin beschreven worden. Ook de indeling in vijf hoofdstukken staat in dienst van de spanningsopbouw. Door het afbreken van de verhaallijn aan het eind van elk hoofdstuk, en vooral door de wisselende tijdlagen, zijn pas op de laatste pagina alle stukjes van de puzzel op hun plaats gevallen. Soms wordt de lezer ook een tijd met opzet misleid. Als Egon in het eerste hoofdstuk in gedachten voortdurend met Doornenbosch bezig is, gaat de lezer vermoeden dat Egon een zelfde lot beschoren zal zijn: ‘[!] 441; het rangnummer van Herbert Doornenbosch, die grote, schonkige, in zijn onaantrekkelijkheid zo menselijke man! de eerste en nog steeds enige blanke die Ratanakiri het gewaagd had het hoofd af te slaan.' (blz. 15). Op het moment dat onthuld zou kunnen worden wat er met Egon gebeurt, breekt hoofdstuk 1 af en gaat het verhaal dertig jaar terug in de tijd.
Met vele kleine motieven verbindt Krabbé personen en situaties. Overigens herkent de lezer deze soms pas bij herlezing. Een direct herkenbaar motief is het keilen van steentjes over het water, zodat ze springen over de oppervlakte. Arthur doet dat met zijn moeder Marcie en hij verbaast er zich over dat ze dat kan (blz. 146). In hoofdstuk 5 (blz. 175) spelen Egon en Marjoke hetzelfde spel; daar heeft Marcie het dus geleerd. Een meer verborgen motief is dat van de partnerkeuze van Marcie en Egon. Ze hebben beiden een echtgenoot gekozen die leek op hun eerste geliefde. Arthur constateert namelijk dat zijn vader David lijkt op de jongen op een oude foto van het Ardennenkamp, kennelijk Egon. En de journalist Polak, die de foto's van de lijken bekijkt, ziet in de onbekende vrouw de gelaatstrekken van de voormalige echtgenote van Egon; de lezer weet later dat dit Marcie/ Marjoke moet zijn. Dit motief komt op precies dezelfde wijze voor in De aanslag van Harry Mulisch.
Er is een alwetende verteller, die in elk hoofdstuk het perspectief kiest van één van de personages.
Krabbés taalgebruik wordt gekenmerkt door eenvoud en directheid, ook in sfeerbeschrijvingen en dialogen. Beeldspraak gebruikt hij spaarzaam, maar wel heel doelmatig. Overal klonk daar muziek, uit verschillende luidsprekers, hij reed liedjes uit en weer in (blz. 22). Hij opende de deur naar het balkon en de hitte, die hij even vergeten was, viel over hem heen als een barnsteendruppel die hem eeuwig zou vasthouden. (blz. 7)
Interpretatie
De grot is meer dan een thriller. Krabbé vindt trouwens dat hij helemaal geen thrillers schrijft. In een interview zegt hij daarover: `Ik heb niks te maken met thrillers. Dat genre vind ik totaal oninteressant.' (De Stem, 11-11-1997). Hoe dan ook, De grot is niet een zoektocht naar de dader, het lezen van deze roman is vooral een zoektocht naar de beweegredenen van de hoofdpersoon om zich bloot te stellen aan zoiets riskants als drugssmokkel in een land waarop die misdaad de doodstraf staat. Egon maakt vanaf het begin niet de indruk van iemand die leeft aan de zelfkant van de samenleving, hij is geen normloze figuur, eerder het tegendeel: een brave burger. Hij handelt kennelijk ook niet uit wanhoop. Wat of wie drijft hem dan? Pas in het laatste hoofdstuk komt het volledige antwoord. Toch is er in het eerste deel wel een begin van een antwoord; Egon heeft ook iets over zich van verlangen naar het onbekende, wat zijn verblijf op die plaats met die bagage niet helemaal raadselachtig maakt. Opvallend in dit verband is dat Egon als karakter niet breed wordt uitgewerkt, hij krijgt geen achtergrond van familie of vrienden. Dit geldt ook voor de andere personages. In voornoemd interview gaat Krabbé zelf op dit aspect van zijn schrijverschap in: `Het gaat mij louter om de schoonheid van de constructie. Ik schrijf geen sociale romans.' Er is in de roman sprake van een driehoeksverhouding: Egon- Marjoke- Axel. Deze driehoek, beseft de lezer achteraf, is de ruggengraat van de roman. Al in het prille begin van de verhouding tussen Egon en Marjoke heeft Axel zich tussen hen gedrongen, maar dat weet de lezer pas op de laatste pagina. Door de ogen van de journalist Polak, die de foto's van het misdrijf bekijkt, ziet de lezer dat twee geliefden elkaar hebben gevonden terwijl ze sterven. Alleen is dan nog niet duidelijk dat het om Marjoke gaat.
Egon en Marjoke (Marcie) zijn verwant in hun voorliefde voor geologie, die ontstaan is in de Ardennen en die bezegeld is door een gebaar dat Krabbé op p. 180 als volgt beschrijft: Egon ging bij de wand staan. Hij legde zijn hand over de grens van het wit en het zwart [= het geologisch Venster]. Marjoke stond bij hem. Ze legde haar hand naast de zijne. Ze keken elkaar aan. Ze waren ongelooflijk dicht bij elkaar. Deze handeling in de grot bepaalt als het ware hun levensloop en is tevens de verklaring van de titel. Vanzelfsprekend kan de lezer ook denken aan een verwijzing naar de grotmythe van Plato, waarin schimmen op de wand voor werkelijk worden aangezien. Maar nergens, niet in een motto, niet in een verwijzing of woordspeling, verwijst Krabbé naar Plato.
Net als Egons huwelijk is dat van Marcie mislukt, niet met dramatische explosies van gevoelens, het is gewoon vastgelopen door het ontbreken van wederzijdse gevoelens. Egon en Marcie kennen maar één hartstocht, hun geologische interesse, maar ze zien geen kans hun ambities in die richting waar te maken. Egon strandt in het leraarschap, terwijl hij wetenschapper had willen worden en Marcie's winkeltje in stenen wordt alleen bezocht door een handjevol belangstellenden, niet door kopers. Om te ontsnappen aan hun uitzichtloze bestaan blijven ze, zonder het van elkaar te weten, hun `geologische droom' koesteren. En omdat ze geen van beiden geld hebben, moeten ze daarvoor een misdaad plegen. Ze zijn niet op de hoogte van elkaars bestaan en dus ook niet van hun plannen. Beide personages zullen het beseft hebben, vlak voor ze stierven, de lezer weet het in het laatste hoofdstuk.
Tussen Egon en Axel bestaat een bijzondere verhouding. Axel gebruikt de ander niet alleen voor zijn misdadige praktijken, hij is ook op hem gesteld. Egon is voor hem de `toetssteen' voor zijn durf, hij ziet hem als `de afgevaardigde uit de wereld van de lafbekken.' Gevoelens als die van Egon zijn Axel volkomen vreemd. Hij is de geboren misdadiger, zou je kunnen zeggen, de verpersoonlijking van het kwaad. Al op jonge leeftijd antwoordt hij op de vraag wat hij later wilde worden: `Mislukken.'
Misschien kun je Axel en Egon zien als elkaars spiegelbeeld, of anders gezegd, als de negatieve en positieve afdruk van een foto, zoals Dorbeck en Osewoudt in De donkere kamer van Damokles van W.F. Hermans, een auteur door wie Krabbé naar eigen zeggen benvloed is.
Axel van de Graaf is de kwade genius in de roman, hij stuurt en manipuleert de andere personages, die niet kunnen ontsnappen aan zijn invloed. Hij neutraliseert als het ware de eigen wil van de ander, terwijl deze zich toch volledig bewust is van wat er gebeurt. Ook in Het gouden ei komt zo'n kwade, sturende kracht voor, Lemorne, maar die opereert in het verborgene. Axel doet alles openlijk. Iedereen weet wie hij is en wat hij doet, toch is hij nagenoeg onaantastbaar door te leven volgens `Axels wet': `Jij kent het leven niet Egon. Dat is pakken wat je pakken kunt. Nooit iets vragen, dat brengt mensen op het idee om het niet te geven. Nooit bang zijn. Angst is een verkeerd gebruik van intelligentie. Pakken. De lafbekken pakken weinig, de brutalen veel. Dat is de wet van het leven. De wet van het wetboek is vernis.' (blz. 74)Er is maar een enkel zwak moment in zijn optreden (blz. 128), verder is hij het `volmaakte kwaad': Ik help de mensen hun fouten te maken, maar ze maken ze zelf (blz. 73).Hij is de duivel zelf zou je bijna zeggen, maar niet in de gestalte van een afschrikwekkende figuur, meer het type van de duivel die optreedt in middeleeuwse verhalen, zoals Moenen uit Mariken van Nieumeghen. Net als deze Moenen met z'n ene oog is Alex op een gegeven moment te herkennen aan een lichamelijk gebrek. Na de schietpartij gaat hij hinkend door het leven, alsof hij een bokkenpoot heeft: Hij liep nog steeds mank, wat zijn vreesaanjagende uitstraling verhevigde (blz. 91). En net als in andere verhalen waarin de duivel of een van zijn handlangers optreedt, zijn er mensen die hun ziel aan de duivel verkopen om te bereiken wat menselijkerwijs onbereikbaar is: in dit geval een blik werpen door een geologisch Venster.
De gebeurtenissen, de ontmoetingen, de beslissingen die de personages nemen, worden gestuurd door het toeval. Het duidelijkst komt dit naar voren in een overpeinzing van David, de zoon van Marcie: Een kind op een strand pakt een handvol zand en gooit het weg. Hoe groot was de kans dat die zandkorrels nog eens bij elkaar zouden komen voor een handje zand? Nul. Maar hoe groot was dan duizend jaar geleden die kans geweest? Ook nul. Toch waren ze bij elkaar gekomen. Er was iets gebeurd wat niet had kunnen gebeuren. Zo was het met alles. Een voetstap die werd gezet, een druppel die uit een kraan viel, een vogel die op een tak ging zitten! nooit meer zou het precies zo gebeuren, nooit had het kunnen gebeuren. Maar als de wereld bestond uit gebeurtenissen die niet konden gebeuren, waarom zou Marcie dan niet terugkomen?' (blz. 163)
Kritiek
Arjan Peters: `Zonder er met uitroeptekens, kapitalen of vette letters extra aandacht voor te vragen, strooit Krabbé met mooie zinnetjes die de stroevere en onhandige exemplaar wegpoetsen.'(de Volkskrant, 7-11-1997)
Peter Steinz: `Als verteller is Tim Krabbé dwingend als de alleenheerser van Ratanakiri, hij laat niet los tot hij je naar het eind gesleurd heeft. Timing, het doseren van spanning, de afwisseling van natuurlijk klinkende dialogen en monologues intérieurs! Krabbé is er een meester in, net als in het karakteriseren van zijn personages. Hij is een Nederlandse John Irving die in eenvoudige zinnen grote emoties weet op te roepen.'(NRC Handelsblad, 14-11-1997)
Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.
Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.

...
8. De grot
9. De grot
10. De grot
11. De grot
12. De grot
13. De grot
14. De grot
15. De grot
16. De grot
17. De grot
18. De grot
... meer

Wat voor geldtype ben jij?
Meer weten over jezelf en je geld? Doe dan mee aan het Scholieren onderzoek van het Nibud en steun zo kinderen in arme landen!