Info over dit verslag
Geschreven door: | |
Niveau: | 5VWO |
Kwaliteit: | ![]() ![]() ![]() ![]() |
Waardering: | ![]() ![]() ![]() |
Taal: | Nederlands |
Woorden: | 2086 |
Opvragingen: | 11 |
Hulpmiddeltjes
Waardering
Gemiddelde waardering: 3 uit 5 (44 stemmen)
Titels van Willem F. Hermans
Au pair (31) 1989 De donkere kamer van Damokles (54) 1958 De elektriseermachine van Wimshurst (0) 1967 De god denkbaar denkbaar de god (0) 1956 De laatste roker (0) 1990 De tranen der acacia's (3) 1949 De zegelring (2) 1984 Een heilige van de horlogerie (1) 1987 Een landingspoging op New Foundland (0) 1957 Een wonderkind of een total loss (2) 1967 Filip's sonatine (4) 1980 Geyerstein's dynamiek (0) 1982 Herinneringen van een engelbewaarder (10) 1971 Het behouden huis (42) 1952 Het evangelie van O. Dapper Dapper (0) 1973 Het sadistisch universum (1) 1966 Homme's hoest (2) 1980 Ik heb altijd gelijk (2) 1951 In de mist van het schimmenrijk (5) 1993 King Kong (1) 1972 Malle Hugo (0) 1994 Mandarijnen op zwavelzuur (0) 1964 Moedwil en misverstand (0) 1948 Naar Magnitogorsk (1) 1990 Nooit meer slapen (29) 1966 Onder professoren (6) 1975 Paranoia (1) 1953 Periander (0) 1974 Ruisend gruis (6) 1995 Uit talloos veel miljoenen (4) 1981
Laatst gewijzigd op 7 april 2001
Paranoia – W.F. Hermans
Verwerkingsopdracht 5
Raad je jouw klasgenoten aan om dit boek te lezen? Motiveer je antwoord.
Beste klasgenoten,
Ik raad jullie ten strengste af om voorlopig dit boek te lezen.
Vanaf het voorwoord, in het boek ‘preambule’ genoemd, heb je al geen flauw idee van waar het heen zal leiden. De schrijver praat over zijn persoonlijke voorkeur van het schrijven op oud, liefst een beetje versleten papier. “Zo denkend houd ik mij bij het schrijven,”, zegt Hermans, “zij het misschien méér bewust dan menig ander, dat geen enkele schrijver zijn papier waardig is. Daarom schrijf ik alleen op papier dat met de rug tegen de muur staat, papier waarvoor zich geen andere mogelijkheden meer opdoen, behalve de kachel.” Hier gaan dan wel zes bladzijden over! Dit voorwoord dat je eigenlijk nergens op kan terugslaan, omdat de rest ervan ook nog eens een verband tussen chaos, wetenschap, taal en de ontwikkeling van de mens waar ik werkelijk geen touw aan vast kan knopen. Ik lees verder in de hoop een verklaring te vinden en tref een schrale troost aan in de laatste zin van deze preambule: “En voor wie dit allemaal te ingewikkeld vindt, voor hem wordt deze preambule dan toch in ieder geval gerechtvaardigd doordat zij in zijn ogen iets zal bezitten van die ‘toets van onnavolgbare krankzinnigheid’ waarover een criticus eens heeft gerept.” Misschien zal ik tenminste ontdekken wat die ‘toets’ is wanneer ik verder zal lezen, maar niets bleek minder waar.
Hierna volgde nog iets vóór de verhalenbundel zelf: het “Manuscript in een kliniek gevonden”. Ook hier kan ik weinig uit opmaken. Het gaat over iemand die in het ziekenhuis ligt omdat hij zijn oor heeft opgeblazen, waarna deze persoon samen met één van de zusters verhuist en vervolgens met haar op een spoordijk loopt. Er volgt onbegrijpelijke overgang naar het volgende ‘deel’ dat vertelt over een kind dat erg gepest wordt omdat zijn lerares een stuk van zijn oor eraf heeft geknipt…
Ik zag geen licht aan het einde van de tunnel, geen verklaring voor deze vreemde inleiding van de verhalen, ook niet nadat ik de verhalen zelf gelezen had. In het ene verhaal sluit de hoofdpersoon zijn vriendin op om zichzelf vervolgens van kant te maken, terwijl in een ander verhaal de hoofdpersoon de chirurg van Hitler is, die half verkoold is teruggevonden na de oorlog en wiens enige werkende lichaamsdeel zijn linkeroog is.
Het enige wat ik werkelijk begreep van het hele boek was dat dit een verhalenbundel is met twee bindende elementen tussen de verhalen zelf: de hoofdpersonen bedenken voor hun problemen nog gecompliceerdere oplossingen en bovendien zijn het dezelfde karaktergestoorde hoofdpersonen die óf zelf dood gaan óf op andere wijze met de dood worden geconfronteerd.
Ik wil dit boek niet bestempelen als slecht, maar het is voor iemand van mijn leeftijd simpelweg niet te begrijpen. Smijt het boek dus niet de prullenbak in maar laat het lekker wegstoffen in je boekenkast en haal het er over een jaar of tien uit om het weer te lezen en proberen te begrijpen, want ik kan mijzelf niet wijsmaken dat een schrijver van dit kaliber een flutboek heeft geschreven.
Eigen mening
Om te beginnen vind ik dat “Preambule” duidelijk apart staat van de andere vijf delen van het boek. Dit komt omdat het stuk als enige geschreven is in de ikfiguur, waarbij duidelijk blijkt dat Willem Frederik Hermans zélf aan het woord is. Ook staat het los van de andere delen doordat er geen verhaallijn in zit, terwijl dat in de vijf verhalen wel zo is (al is die voor mij niet altijd even duidelijk).
De personages in Paranoia moeten, volgens de ik in de Preambule “niet zozeer worden beschouwd als geestzieken, maar als figuren die ten prooi zijn gevallen aan hun eigen waan of aan die van de anderen. Zij kunnen niet ‘inzien waarom het ene gebeuren zou en het andere niet’ en klampen zich wanhopig vast aan datgene wat blijft en in hun ogen een ‘systeem’ vormt.
De beeldspraak, beschrijvingen, dialogen en andere stilistische middelen die Hermans, gebruikt, worden meestal gebruikt in functie van de thema’s en ideeën die hij in ieder van zijn verhalen wil presenteren. Het is bijvoorbeeld opvallend hoe de mentale ‘desintegratie’ van de hoofdpersonen telkens weer uitloopt in de beschrijving van hun omgeving. Ook de gebrekkige dialogen duiden vaak op een langs elkaar heen praten, waarin de letterlijke en figuurlijke betekenissen van woorden door elkaar gaan lopen. De personages mogen dan psychisch gestoord zijn, de door hen waargenomen ‘werkelijkheid’ is echter minutieus weergegeven, zij het op een totaal misvormde manier, waardoor een verwarrend surrealistisch effect ontstaat. Door zo te werk te gaan toont Hermans aan dat zijn personages in een vervalste wereld lezen, zoals in ‘Preambule’ werd gesteld, waarin het verschil tussen hallucinatie en realiteit niet altijd even helder is. Dit vormt naar alle waarschijnlijkheid het meest verwarrende element van het boek.
Dankzij het Lexicon van Literaire Werken begreep ik al heel wat meer over het boek en kan ik het ook beter waarderen. Ik blijf er echter bij dat het voor iemand van mijn leeftijd die gewoon zijn ontspanning leest, zonder ervoor grote naslagwerken te pakken om het boek nader te bestuderen, niet te vatten is.
Samenvatting
Manuscript in een kliniek gevonden
Het verhaal wordt verteld door een naamloze ikfiguur, die heel waarschijnlijk in een psychiatrische inrichting verblijft of is geweest. Voordat hij daar kwam, lag hij een tijdlang in het ziekenhuis, nadat hij slachtoffer was geworden van een pesterij die uitliep in de ontploffing van een met fosfor bewerkte lucifer in zijn oor. Hijzelf beschouwt dat als een aanslag. Hij ziet zichzelf namelijk als iemand die de Waarheid en voor wie men daarom bang is.
Vanaf de veranda van zijn woning (die dus ook zijn kamer in een inrichting kan zijn) heeft hij uitzicht op de school waar hij twintig jaar geleden een traumatische gebeurtenis beleefde. Door toedoen van de ikfiguur werd toen een onschuldige jongen gestraft voor een vechtpartij met een ongelukkige afloop. Wegens die valse getuigenis wordt de ikfiguur door de leerlingen uit de groep verstoten. Hierin ziet hij alleen maar een versterkend bewijs dat hij anders is dan anderen. De enige persoon bij wie hij solidariteit zocht was Annie de Koning, een weesmeisje dat net als hij voortdurend werd gepest; helaas begreep zij hem niet.
Op een dag komt het tot een vechtpartij tussen de ikfiguur en de jongen die hij als schuldige had aangewezen. De ikfiguur doodt de jongen en hij wordt nog meer door de anderen geïsoleerd. Dit geeft hem weer een "Übermensch"-gevoel.
In de kliniek probeert hij de gebeurtenissen op een rijtje te zetten.
Paranoia
De mensenschuwe Arnold Cleever woont alleen op een kamertje in Amsterdam, drie jaar na de oorlog. Hij heeft het in zijn hoofd gehaald, dat hij in de oorlog een SS-er was en dat hij nu gezocht wordt. Het blijkt echter, dat hij gedurende de hele bezetting in datzelfde kamertje heeft gewoond, omdat hij aan het begin van de oorlog met zijn compagnie het bevel had gekregen de strijd op te geven, voordat ze een Duitser hadden gezien. Hij voelde het alsof hij hiermee een misdaad had begaan en hij begon zich steeds zonderlinger te gedragen (hij ging plotseling fluisteren, omdat hij dacht dat hij aan de soldatenziekte shellshock leed) en hij had het idee dat iedereen het op hem gemunt had. Hij begon angstaanjagende stemmen te horen uit het kamertje naast hem.
De huisbaas, Gorraay, probeert Arnold eruit te werken, omdat hij in het huis een fabriek wil gaan beginnen. Arnolds vriendin Anna, die ondanks zijn psychische problemen bij hem blijft (ze kan door haar uiterlijk geen ander krijgen), steunt Arnold en zegt hem, dat Gorraay hem er door de woningnoodwet nooit mag uitzetten.
Op zolder vindt Arnold een pistool en hiermee worden zijn SS-gevoelens verder versterkt. Zonder reden sluit hij Anna dagenlang op in het kamertje naast hem en geeft haar slechts wat brood en water. Tenslotte schiet hij Gorraay dood, steekt zijn kamer in brand (waardoor Anna in het kamertje ernaast stikt door de rook) en pleegt zelfmoord door uit het raam te springen.
Het behouden huis
De hoofdpersoon is een naamloze Nederlander die in een groepje buitenlandse partizanen strijdt aan het Oostfront tegen de Duitsers. Hij raakt geïsoleerd van zijn medestrijders, omdat hij hen niet kan verstaan. Op een gegeven moment verovert zijn groepje een luxe badplaats. De hoofdpersoon zondert zich af van zijn groep en gaat een mooie villa in, die naar het blijkt nog niet zo lang geleden bewoond was. Hij installeert zich heel geriefelijk, hopend dat hij hier zijn hele leven kan blijven. Het enige wat hem zorgen baart is een kamertje dat als enige op slot is en waar hij niet in kan komen. Diezelfde dag nog heroveren de Duitsers het dorp en eisen de woning op. De hoofdpersoon doet zich voor als de eigenaar en ontvangt de Duitsers hoffelijk.
Op een dag komt er een echtpaar langs dat beweert de eigenaar van het huis te zijn. De hoofdpersoon ziet zijn gerieflijk bestaan bedreigd, en schiet de man neer. Even later wurgt hij de vrouw. Hij verbergt de lijken. Dan ziet hij dat er een sleutel steekt in het kamertje dat voorheen altijd op slot was. In het kamertje ziet hij een dove oude man zitten, temidden van tientallen aquaria. Hij sluit de oude man op om te voorkomen, dat deze tegen hem gaat getuigen.
Intussen hebben de Russen het dorp weer ingesloten en zijn alle officieren die in het huis waren, behalve de kolonel, gesneuveld. De hoofdpersoon trekt zijn partizanenuniform weer aan en houdt de kolonel in de kelder gevangen. Hij waarschuwt de oude man dat het tij weer is gekeerd en verlaat tenslotte het huis om zich bij de partizanen aan te sluiten.
Tegen zijn zin in dringen de partizanen het huis binnen en vernielen en bevuilen alles. In het kamertje van de oude man zijn alle aquaria kapotgeslagen. Onderlinge vechtpartijen breken uit; de chaos is compleet. De Duitse kolonel wordt gemarteld. Wanneer de ikfiguur buiten is, ontneemt hij de dode eigenaar diens fototoestellen. Wanneer hij zich omdraait ziet hij de lijken van de vrouw, de oude man, en de kolonel aan een boom hangen.
De verteller loopt met de partizanen weer weg. Op het laatste moment gooit hij nog een handgranaat het huis in waardoor het nog verder wordt vernield. Hij voelt dat hij door deze actie heel populair zal worden onder de partizanen. Wanneer hij zich omdraait naar het huis, komt het hem voor alsof het aldoor komedie heeft gespeeld en zich nu pas laat zien zoals het in werkelijkheid is: "een hol, tochtig brok steen, inwendig vol afbraak en vuiligheid."
Glas
De hoofdpersoon is Teuchert, een arts die in een vergeten kliniek werkt, waar onherkenbaar verminkte nazi’s zo lang mogelijk in leven worden gehouden. Eén van de als vermist opgegeven patiënten zou niemand minder dan Adolf Hitler zelf zijn. Dat beweert althans de jonge verpleegster Elena, die later Teucherts minnares wordt. Het vreselijk verbrande lichaam werd destijds naar de kliniek gebracht door twee Duitse officieren, Daumler en Krantz. Krantz beweert altijd een communistische spion te zijn geweest. Nadat Teuchert van de directeur van de kliniek hoort, dat Elena stiekem seksuele gemeenschap heeft gehad met het verminkte lichaam van de Führer, begint hij iedereen te wantrouwen, vooral Elena, die in verwachting blijkt te zijn. Teuchert weet niet wie de vader van het kind is, hijzelf, de directeur of Krantz, met wie zij allemaal een relatie heeft gehad. Of zou het de Führer kunnen zijn? Teuchert liquideert zowel de directeur als Krantz en zoekt daarna Elena op die naar een klooster in Sevilla is gevlucht om daar haar kind ter wereld te brengen. Ook Daumler heeft, verkleed als monnik, onderdak gevonden bij de kloosterorde die bereid is zich te ontfermen over het, eventuele, kind van de Führer.
Lotti Fuerscheim
Bernard, die sinds een tijdje in Amerika woont, wordt geobsedeerd door de naam "Lotti Fuehrscheim" die volgens hem een voorspelling inhoudt. Volgens hem zou ook de bijbelfiguur Absalom niet het slachtoffer van zijn lange haar zijn geworden, als hij het Nederlandse woord kapsalon had gekend. Zo denkt Bernard dus ook dat "Lotti Fuehrscheim" ergens op rijmt.
Zijn broer Gerard tracht hem van zijn fixatie af te brengen. Maar Bernard is onverzettelijk. Volgens hem vormen woorden en namen de sleutel tot de werkelijkheid, welke hij wil ontraadselen. Gerard, evenals een psychiater en een filosoof, kunnen Bernard niet overtuigen van zijn dwaling en uiteindelijk raakt deze volkomen verstrikt in zijn eigen hersenspinsels, als " een profeet die de waarheid heeft ontdekt, omdat de taal die hij spreekt zó bovenaards en onbegrijpelijk is, dat niemand tot tegenspraak komt”.
Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.
Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.




Openen in tekstverwerker
Printen
Emailen