Scholieren.com vernieuwd! Kun je niet wennen? Oude layout.

Heb je zin om een korte enquete in te vullen over Scholieren.com? Meedoen kost een paar minuutjes van je tijd.

Geschreven door:

anoniem

Datum ingestuurd:

5 april 2001

Niveau:

2 vmbo

Taal:

Nederlands

Woorden:

1401

Opvragingen:

9491 (3 deze maand)

Waardering:

3.2/5 (141 stemmen)


iets winnen?
Sinds 27 november draait de film Oorlogswinter in de bioscoop. Wij hebben 3 maal het boek van de film en 3 knijpkatten om weg te geven.

Genre: Historie

Hoofdpersoon: Rudolf Wega
Belangrijkste bijpersonen:
Leonardo Fibonacci
Mariecke
Carolus
Nicolaas Dom Anselmus
Dom Johannis
Dom Thaddeus Peter
Frank Fredo Het verhaal speelt zich af: onderweg, van Keulen naar Guinea
Het verhaal speelt zich af in: 1212 (middeleeuwen)
Het duurt: ongeveer 2½ maand

Belangrijkste probleem: Rudolf wordt met de materie-transmitter (tijdmachine) naar de Middeleeuwen geflitst, als proefkonijn om één middag te gaan kijken naar een middeleeuws riddertoernooi. Maar door een verkeerde berekening komt hij terecht in 1212. Daar ontmoet hij Leonardo Fibonnaci die op weg is naar Pisa (Italië). Rudolf vertelt wie hij is. Hij vertelt dat hij een riddertoernooi wil bijwonen in Montgivray. Leonardo verteld dat hij te laat is voor het toernooi.
Samen praten ze nog wat. Dan komt Rudolf erachter dat het al bijna tijd is om terug- geflitst te worden. Hij gaat op de plek staan waar hij dadelijk terug geflitst zal worden. Maar dan ziet hij in de verte een grote groep zingende kinderen aankomen. Dan passeren ze Rudolf trekkend aan zijn kleren. Een grote jongen duwt Rudolf van de plek af waar hij teruggeflitst zal worden. Dan is de jongen er niet meer. Snel gaat Rudolf op de steen staan, en begint te tellen, maar er gebeurt niks. Hij is verloren, in het verkeerde tijdperk gestrand.
Dan besluit Rudolf om mee te gaan met de kinderen, samen met Leonardo. Leonardo legt Rudolf uit dat het een kinderkruistocht is, en de kinderen op weg zijn naar Jeruzalem om het te bevrijden van de Saracenen. De kinderen zijn net uit Keulen vertrokken en zullen bij Guinea de zee oversteken doordat de leider, Nicolaas, zijn armen zal spreiden en de zee droog laten vallen.
De kinderkruistocht hield stil bij Spiers, waar de poorten gesloten werden en de kinderen niet toegelaten werden. De priester van Spiers stond op het dorpsplein te preken: God zal jullie straffen als je de kinderen niet te eten geeft. De burgers van Spiers trokken zich er niet veel van aan.
Het kinderleger sloeg een kamp op aan de oever van de Rijn. Vele kinderen probeerde wat vis te vangen als eten, maar ze raakte te ver van de oever en verdronken. Hij had net wat gedronken toen er een kind om hulp riep. Rudolf, die zwemles had gehad, zwom er naar toe en haalde het kind uit het water. Hij zag er nog een en wilde er naar toe zwemmen toen hij een opmerkelijke jongen het kind uit het water zag halen.
Die dag had Rudolf zo'n 6 kinderen uit het water gered. Hij keerde terug naar Leonardo. De avond klokken luidden en iedereen ging slapen. Hij werd gewekt door druppels water, het regende en onweerde. Rudolf trok zijn windjack aan, dat waterafstotend was. Een bang meisje kwam dicht tegen Rudolf aanzitten. Rudolf kon niet meer doen dan haar beschermen. Ze scheen Mariecke te heten.
De kinderen zagen toe hoe de kerktoren van Spiers werd geraakt door de bliksem en vlam vatte. Omliggende huizen vatten ook vlam. De burgers van Spiers begonnen met blussen. Veel bleef er niet over van de huizen.
De burgers van Spiers kwamen de volgende dag de poort uit met grote manden voedsel en zetten die voor het kamp. Nicolaas bedankte de burgers en de kinderen kregen voedsel.

Ze trokken verder langs de Rijn. Die avond wilde Rudolf van de groente die nog over was uit Spiers soep maken. Hij ging op zoek naar een pannetje, en vond er een bij een groepje jongens, Peter, Frank en Fredo. De jongens gingen mee naar het kampvuurtje van Rudolf. Peter was de opmerkelijke jongen die ook een aantal kinderen uit het water had gered.
Rudolf vond de organisatie van de tocht slecht en ging zich daarom met de organisatie bemoeien. Hij zei tegen de leiders dat er jachtploegen moesten komen en vissers, ordebewakers en leerlooiers. Eerst voelde de leiders Dom Johannis, Dom Anselmus en Nicolaas daar niet veel voor. Maar toen kwam een mooi geklede jongen, Carolus, van edel bloed bij hem kwam staan. Toen de toekomstige koning van Jeruzalem ook aan Rudolfs kant stond, gingen de leiders erover denken. De eerste week bleven ze op een punt, en werden de plannen van Rudolf uitgevoerd.

Na een aantal dagen kwamen ze bij de stad Rottweil aankwamen. Liet Rudolf in één nacht 800 broden bakken, door 5 mensen. Een wonder. Als ze verder trekken stijgt het aantal zieken. En de scharlaken dood is opgetreden. Rudolf weet met zijn kennis de ziekte te bestrijden. Dan wordt Rudolf van ketterij beschuldigd. Een heel proces volgt, de doodstraf staat hem te wachten maar Dom Thaddeus weet hem te redden. Na een lange gevaarlijke reis door de Alpen komen ze op de Poolvlakte. De kinderen beginnen de hoop te verliezen. Als ze de Poolvlakte over zijn sterft de kleine Carolus.

De kinderen zouden nog één gebergte over moeten, de Apennijnen, voordat ze eindelijk bij de zee zouden zijn. Toen ze bij de zee aankwamen steeg de spanning in het kamp. Nicolaas zou voor het wonder van de zee eerst een hele dag bidden en vasten. Dom Anselmus was naar de stad gegaan. Rudolf liep Dom Johannis huilend tegen het lijf. Dom Johannis was helemaal overstuur, hij legde uit aan Rudolf dat ze de kinderen en Nicolaas hadden bedrogen. De zee zal niet wijken maar er zouden 5 schepen zijn die de kinderen naar Noord-Afrika zouden vervoeren, en daar zouden ze verkocht worden als slaven. Rudolf vertelde ook het verhaal aan honderd anderen kinderen. Die morgen de kinderen de toegang tot de schepen zullen verbieden, zodat ze niet als slaven verkocht zouden worden. Het nieuws ging als een lopend vuurtje over het hele kamp. Nicolaas kwam de tent uit, hij liep naar de zee en hief zijn handen er gebeurde niks. Toen kwam Dom Anselmus het kamp binnen lopen om te vertellen dat God een ander wonder had gestuurd, 5 schepen. Dom Anselmus werd door woedende kinderen in stukjes gescheurd.

Afloop:
Dit zou het einde van de kinderkruistocht zijn. Maar de burgers van Genua vonden het niet goed dat ze op het strand zouden blijven. Ze zouden met gewapende soldaten tot over de Alpen terug kunnen trekken. Dom Johannis nam de organisatie voor de terugreis op zich een grote groep kleintjes wilden wel mee terug naar velen wilden verder trekken. Rudolf trok ook mee verder, Leonardo ging op bezoek bij zijn ouders in Pisa. Rudolf trekt verder tot het einde van Italië, waar er een metalen doosje wordt gevonden uit de toekomst. Een boodschap uit de toekomst
Dolf gaat terug naar de 20ste eeuw.

Beoordeling: Het is een moeilijk boekspannend boek met kei harde stukken. Waar je heel goed in mee kunt leven. Het loopt gedeeltelijk goed af. Het is een heel klein beetje fantasie, maar weinig humor.

Thea Beckman (Rotterdam 23 juli 1923) is terecht beroemd als schrijfster van historische jeugdboeken. Vele boeken werden bekroond in binnen- en buitenland door volwassenen- en kinderjury’s. Voordat zij aan een nieuw boek begint, reist zij veel en duikt helemaal in de geschiedenis rond haar onderwerp. Vooral de Middeleeuwen boeien haar. Vaak wordt bij de middeleeuwen gedacht aan de heldhaftige daden van ridders en koningen, maar Thea Beckman schrijft, evenals in haar niet-historische boeken, liever over het leven van gewone mensen. Zij begon al in 1947 met schrijven, maar kwam pas tot ontplooiing als schrijfster toen haar kinderen groot waren. Ook had zij toen tijd om andere oude dromen in vervulling te laten gaan: studeren. In 1981 studeerde zij af in de sociale psychologie. Naast al dat werken heeft zij ook nog een aantal hobby’s: reizen (het liefst zonder vast plan), piano spelen (je kunt je er goed in uitleven), en haar katten. Thea Beckman is er gesteld op haar onafhankelijkheid. En is dan ook blij met haar beroep waarin niemand haar vertelt wat ze moet doen.

Werk: (o.a.) Met Korilu de griemel rond (1972; Zilveren Griffel); Kruistocht in spijkerbroek (1973; 1974 Gouden Griffel; 1976 uitgeroepen tot beste historisch jeugdboek) Mijn vader woont in Brazilië (1974); Geef me de ruimte (1976); Triomf van de verschroeide aarde (1977); Het rad van fortuin (1978); Wij zijn wegwerpkinderen (1980); Hasse Simonsdochter (1983); Wonderkinderen (1984); Kinderen van moeder aarde (1985); Het helse paradijs (1987); De val van de Vredeborch (1988); De gouden dolk (1988); Het wonder van Frieswijck (1991; kinderboekenweekgeschenk); Het gulden vlies van thule (1991); De stomme van Kampen (1992); De doge-ring van Venetië (1996).

Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.

Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.

zoeken
geef je mening: Jij en je geld

Wat voor geldtype ben jij?


Wat ik heb aan geld, geef ik direct uit

Als ik iets wil en ik heb geen geld dan leen ik het

Ik spaar eerst voordat ik iets koop

Ik denk goed na voordat ik geld uitgeef

Ik vind het best moeilijk om mijn geld uit te geven, ik spaar liever


Meer weten over jezelf en je geld? Doe dan mee aan het Scholieren onderzoek van het Nibud en steun zo kinderen in arme landen!

nieuwsbrief

Elke maand onze nieuwsbrief in je mailbox?