Scholieren.com vernieuwd! Kun je niet wennen? Oude site.

Heb je zin om een korte enquete in te vullen over Scholieren.com? Meedoen kost een paar minuutjes van je tijd.

Geschreven door:

anoniem

Datum ingestuurd:

5 april 2001

Niveau:

4 vmbo

Taal:

Nederlands

Woorden:

2765

Opvragingen:

4830 (1 deze maand)

Waardering:

2.7/5 (13 stemmen)


iets winnen?
Sinds 27 november draait de film Oorlogswinter in de bioscoop. Wij hebben 3 maal het boek van de film en 3 knijpkatten om weg te geven.

proloog
Ik Anton Steenwijk 12 jaar oud woonde met mijn ouders en mijn broer in Haarlem. Het was al ver in de tweede wereldoorlog en het was winter. We wonden in een villa aan de rand van Haarlem, de 2e van links van 4 villa’s. Het was een mooie omgeving en de namen van de huizen Welgelegen, Buitenrust, Nooitgedacht, en Rustenberg straaden rust uit.

Eerste Episode 1945
Op een avond in 1945 zatten we in huis wat voor onszelf te doen, het sneeuwde en Peter zat aan zijn huiswerk, ik las een boek en moeder was aan het breien. Het was koud want de kachel was uit. Moeders tand was kapot maar daar kon in die tijd de hongerwinter niets aan gedaan worden.

Het was al over spertijd toen mijn moeder voorstelde te gaan mens-erger-je-nieten. Toen we net begonnen waren klonken 5 schoten, een schreeuw en nog een schot, mijn ouders keken elkaar aan. Een man werd versleept van de buren die korteweg heten van Nooitgedacht naar ons huis. Het was Fake Ploeg, Hoofdinspecteur van de politie in Haarlem en omstreken, de grootste moffen vriend en moordenaar in Haarlem. Zijn zoontje Fake Ploeg jr zat bij me in de klas, dan snertjong was nog trost op zijn pa ook. Peter die dit alles net als ik en mijn ouders zag gebeuren snelde naar buiten om de man weer terug te leggen waar hij vandaan komt( dit alles onder gescheld van mijn vader die het er niet mee eens is). Eenmaal bij het lijk bleef hij even staan, het leekt wel of hij twijfelde welke kant hij hem heen zou slepen. Hij pakte hem aan zijn benen en begon Ploeg te verslepen richting het huis van de familie korteweg. Toen werd er geroepen ‘halt stop, stehen bleiben’ 3 mannen kwamen aan fietsen. Peter Liet Fakes benen los en rent met het uit Fakes handen gehaalde pistool naar het hek van Korteweg en verdween achter hun huis. De mannen schreeuwen tegen elkaar. 1 ging achter peter aan, de 2e man fietste weg om versterking te halen en de 3e hurkte neer in de berm aan de overkant Na een tijdje stond de straat vol met motoren en wagens, het geschreeuw van de Duitsers het stampen en de machinegeweren die ze bij zich hadden maakte me bang. Een groep komt binnen en kaft en kaften mijn ouders af. De officier vroeg natuurlijk waar de vierde was nadat mijn vader de persoonsbewijzen overhandigd had. ‘Abfuhren’ snauwde de man. We mochten niets meer pakken en werden na een tijdje gescheiden, Ik zag mijn ouders tot aan de vrachtwagens waarachter ze later verdwenen. Ik werd aan de hand genomen en in een DKW gezet. Voor het eerst zat ik in een auto. Het huis werd nadat alle ramen in waren geslagen in de brand gestoken. En Ik ging mee naar het bureau in Heemstede. In de cel zat al een vrouw ze was heel lief voor me toen ik vertelde wat er was gebeurd en hield me stevig tegen haar aan. Ze zei dat ik me niet moest laten gek maken door de moffen en zoiets als wie het gedaan heeft, heeft het gedaan en niet iemand anders. Ze vertelt me ook nog dat ze van een getrouwde man houd die ook van haar houd maar dat de man dat niet weet. De volgende dag werd ik uit de cel gehaald en nadat ik me gewassen had en een goed ontbijt had genoten werd ik op konvooi gezet in een veel te groot uniform met afgeknipte mouwen. Onderweg kwam er een spitefire langs die het vuur opende waarbij 4 gewonde vielen mogelijk doden.

Toen we aankwamen lachten de officieren om mijn kleren maar daar werd gelijk een einde aan gemaakt door de generaal die de trap afkwam lopen. Ik moest meekomen naar boven waar ik nieuwe kleren kreeg en voor het eerst sinds jaren met chocola in aanraking kwam, het meisje dat de chocola kwam brengen fungeerde tevens als tolk omdat de generaal Duist was. Na dat ik mijn verhaal gedaan had en de generaal boos was geworden omdat ik in een cel was opgesloten en omdat ik op konvooi was gestuurd in deze tijd van de oorlog toen er zoveel beschietingen waren, werd ik na een uur door mijn oom opgehaald. Mijn oom, Van Liempt was dokter en had een vrouw en geen kinderen. zij woonden in een mooie villa in Amsterdam.

Tweede episode 1952
De rest is naspel. Toen er na de bevrijding nog geen bericht van mijn ouders en Peter was ging mijn oom op onderzoek in Haarlem. Hij belde bij korteweg aan maar die gaven geen thuis (al waren ze er wel), toen heeft hij zijn informatie bij Beumer het huis Welgelegen gewonnen; Mijn vader en moeder waren nooit in gevangenschap geweest, maar de zelfde avond gefusilleerd, tegelijk met 29 andere gijzelaars. Wat er met Peter was gebeurd wist niemand dus er was nog hoop. Meneer en mevrouw Beumer hadden het zien gebeuren, gelukkig trad hij niet in details. Ik had het gevoel alsof ik het al die tijd al geweten had.
Niet als een goede maar ook niet als een slechtte leerling doorliep ik mijn gymnasium waarna ik medicijnen ben gaan studeren. Er waren nu al veel oorlogsfilms en boeken maar ik lees ze niet omdat het me niet interesseerde.
Toen ik in 1952 2ejaars student was kreeg ik een uitnodiging voor een feestje in Haarlem, bij een studiegenoot. Sinds 7 jaar was ik niet meer in de stad geweest. Aanvankelijk wilde ik niet gaan, maar het bleef maar in mijn hoofd spelen. Op weg naar Haarlem in de tram, voelde ik me alsof ik voor het eerst naar de hoeren ging. Toen ik bij het huis was aangekomen en al een tijdje in de achtertuin wat aan het luisteren over verhalen over Korea was, voelde ik me niet echt best. Ik ging een blokje om en zo kwam ik bij mijn ouderlijk huis. De 3 andere huizen stonden er nog altijd. Ik zag ons huis in mijn verbeelding weer voor me. Ik keek naar de plek waar Ploeg ooit op het visgratenmotief in de straat had gelegen. Ik liep verder, tot ik in het raam van welgelegen een mevrouw zag staan. Toen ik goed keek zag ik dat het mevrouw Beumer was. Ze zwaaide. Nadat ik even binnen had gezeten en meneer Beumer ondertussen zo dement als een deur had aangetroffen, vertrok in na een gesprekje waar het monument op de kade tersprake kwam. Mijn ouders namen zouden er in gegraffeerd moeten staan. Ik ging kijken en trof een monument ment met 31 namen aan waaronder die van mijn ouders. Nooit meer zou ik terug willen naar deze rot plek. Ik ben niet meer terug naar het feest geweest maar ben direct naar huis gegaan. Thuis vroeg ik waarom mijn oom en tante me nooit verteld hadden van dat monument, maar dat hadden ze wel gedaan. Ze zijden dat ik ze gezegd had dat die stenen me gestolen konden worden.

Derde episode 1956
Als geen goede student maar ook geen slechte vervolgde ik mijn studie. Toen ik na mijn kandidaatsexamen in 1953 op kamers in het centrum ging wonen en het huis van mijn oom en tante verliet betekende dit een nieuwe start voor mij. Het was een donkere kamer boven een viswinkel. Ik had ondertussen al heel wat vriendinnen op de doorgezakte bank gehad.
De tweede helft van 1956 was een luilekkerland voor de krantenlezers: krach in Polen, schandalen in de koninklijke familie, Frans-engelse aanval op Egypte, landing van Fidel Castro op Cuba. Er was in Nederland een opstand tegen het communisten omdat de Russen Boedapest waren binnengerold. Overal door de stad trokken razende meutes, die alles vernielden wat met communisten te maken had, van hun boekhandel tot de ruiten van hun woningen,- daarbij geholpen door de pers, die adressen publiceerde. Bij zo’n rel, toevallig bij mij voor de deur, stond opeens Fake Ploeg jr. met een grote grijze kei voor de deur. Ik vroeg of hij even boven komt, ik had het nog niet gezegd en ik had al spijt. Hij legde de kei op mijn vleugel, we drinken wat en Fake draaide een sigaret. Nadat ik de kachel had ontstoken en wat te hebben gepraat over opleidingen en zo hadden we het over de dood van mijn ouders en zijn vader. Ik vond dat er een verschil was tussen de dood van zijn vader en die van mijn ouders. ‘Wat is het verschil?’ vroeg Fake boos. ‘Mijn ouders zijn onschuldig’. ‘Mijn vader ook’ Op den duur werd ons meningsverschil een conflict, waarop Fake de kei van de vleugel pakt en hem naar mijn hoofd slingerde. Mis, Zo in de spiegel die achter me hing. Ik hoorde Fake na een regenbui van scherven de trap aflopen.

Vierde episode 1966
In 1959 Deed ik artsexamen en ging ik me specialiseren in de anesthesie. Ik huurde een grote verdieping in de buurt van het leidseplein. Een met veel ramen waardoor er veel licht in de tent kwam. Mijn eerste vrouw ontmoette ik in 1960 tijdens de kerstvakantie in Londen. Overdag wandelde ik door de stad, ging naar musea en winkelde wat af, ’s avonds bezocht ik meestal een concert. Toen ik op een regenachtige middag de Westminster Abbey was binnen gelopen, waar ik nooit geweest was. En Saskia de Graaf zag staan was alles al beslist. Het was de blik in haar ogen dat haar onweerstaanbaar maakte. We bestede samen de dag, en maakte een afspraak om elkaar in Amsterdam te ontmoeten. Een jaar na onze eerste ontmoeting trouwden we waar bij mijn oom niet meer bij aanwezig kon zijn omdat hij een auto ongeluk had gehad. In 1962 werd onze kleine geboren, een meisje en ze heette Sandra.

Saskia moet naar een begrafenis van een vriend van haar vader, hij kende hem uit de oorlog. Ik ging mee en Sandra ook. In de kerk waar ik niemand kende werd een dienst gehouden en na afloop was er een receptie. Meneer de Graaf die een tafel van mij en Sandra en Saskia vandaan zat praten wat met oud verzetsstrijders, 1 van de mannen hoorde ik iets over een aantal schoten zeggen, ‘Eerst schoot ik hem in zijn rug, toen in zijn schouder en in zijn buik, terwijl ik hem voorbij fietste’ wat mij direct met het verleden verbinden. Ik liep naar de man in kwestie toen vroeg of er ook een 4e een 5e en een 6e schoot kwam. De man kijkt me geschrokken aan en vraagt ‘ hoe weet jij dat nou?’ Na dat ik verteld had dat ik daar woonden en dat mijn ouders en broer waren omgekomen. De man ondertussen 3 keer roder dan voorheen, nam me aan mijn arm mee naar buiten, waar ze op een bankje gingen zitten. Hij stelde zich voor als Cor Takes. Hij had de aanslag samen met een vrouw gepleegd, Truus Coster heette ze. Ze deden zich voor als een verliefd stelletje, toen kwam Ploeg langs fietsen. Takes haalde hem in en schoot 3 keer, waarop Ploeg ter val kwam. Truus stapte af en schoot hem nog 2 keer tussen de schouders. Ze fietste weg en verwachte niet dat Ploeg nog zou schieten. Takes zag het aankomen en schreeuwde maar het was al te laat Ploeg had haar in haar rug geschoten en Truus kon niet meer verder. Ze werd door de moffen gepakt en later in de duinen gefuseerd. Dit alles werd Takes en mij wat veel en we zaten een beetje op het bankje te janken, waarop we commentaar van mevrouw de Graaf kregen. Naderhand ging ik nog met Saskia en Sandra naar het strand, maar dat deed me ook geen goed.

Een dag later ging ik bij Takes op bezoek. Hij woonde in een rommelig huis met volle asbakken op tafel en fietsen in de gang. Het stonk er en het was een gruwelijke bende op de kamer bij Takes. Takes had het gevoel dat het nog steeds oorlog was want hij had mij nagetrokken bij mijn schoonvader en hij had nog steeds een geweer in huis. Dit geweer was ook het moordwapen op Ploeg, Het wapen dat Truus altijd had gebruikt. Takes vertelde dat hij altijd van Truus had gehouden maar dat zij niets van een getrouwde man met kinderen moest hebben. Ik bedacht me dat ik met haar in de cel had gezeten in Heemsteden. Takes probeert van alles om de dingen die Truus me verteld had me te laten herinneren, maar het lukte me niet.

Laatste episode 1981
In 1967 scheiden ik van Saskia waarnaar ik in 1968 met Liesbeth trouwde. Liesbeth kende ik van het ziekenhuis, waar ze part time in de administratie werkte. We kregen een jaar later een zoon, Peter. Ik had elke nacht last van nachtmerries en het bleek dat de oorlog me altijd nog bezig had gehouden, ondanks al die jaren die er intussen verstreken waren. Ik uitte mijn gevoelens niet of nauwelijks waardoor ik op een dag een aanval kreeg van al het opgekropte leed. Liesbeth belde een dokter die mij een slaap injectie gaf waardoor ik de volgende dag verkwikt wakker werd. Omdat mijn dochter Sandra wel eens wilde weten wat er met haar opa en oma en haar oom gebeurd was ging ik met haar naar het ‘huis’. De plek waar het huis stond was bezet door een nieuw huis dat vermoedelijk in de zestigerjaren gebouwd was. De andere drie huizen waren nog aanwezig maar wel verbouwd. Niemand woonde er meer van de tijd dat ik hier woonde. Ook bekeken we het monument waar de namen van ouders op stonden. Later bezochten we het graf van Truus in de duinen.
Tijdens mijn nachtmerrie nachten bedacht ik me ineens weer in vlagen wat Truus me verteld had in de cel. Dat een getrouwde man van haar hield en dat zij ook van hem hield. Ik heb een hele zoekactie naar Takes ondergaan maar hem niet kunnen vinden, hij woonde ergens anders en hij had niets meer bij zijn vrienden van zich laten horen.

Op een zaterdag in november 1981 had ik gigantische kiespijn, ik besloot de tandarts in te schakelen. De man zee dat hij weg moet om te demonstreren tegen kernwapens, maar als ik meeliep zou hij mijn kies wel behandelen. Ik stond niet achter de actie, maar omdat ik verging van de pijn heb ik het toch gedaan. De tandarts was binnen 3 minuten klaar en ik had nog een demonstratie van een paar uur voor mijn kiezen. Samen met mijn zoon en de tandarts gingen we op weg naar de demonstratie, waar Peter al snel een vriendje zag en in de menigte verdween. Even later kwam ik Sandra en haar vriendje nog tegen, ze was inmiddels 19 en was al zwanger.

Ik liep nog wat rond tot er een vrouw tegen me aanloopt die zich verontschuldigde. Op het moment dat we elkaar aankeken herken ik haar, het was mijn buurmeisje, Karin die Ploeg voor onze deur heeft gelegd. We praten wat en we kwamen op het moment dat ze me gaat uitleggen waarom ze Ploeg juist bij ons voor de deur gelegd hadden, want de andere buren waren 2 oude mensen.
Ze vertelde dat haar vader bang was zijn hagedissen kwijt te raken, hij had zo zijn best gedaan ze de hongerwinter door te krijgen en de andere buren hadden joden in huis. Ik sta versteld, ’zijn mijn ouders vermoord voor een paar van die hagedissen?’. ‘ja, hij wist niet dat het zo uit de hand zou lopen en heef ze ook allemaal kapot getrapt toen je ouders en je broer doodgeschoten waren’. ‘Was mijn broer dood geschoten?’ ‘ja, bij ons in de kamer’. ‘Hij was bij ons achtergekomen en bedreigde ons. Hij zou ons doodschieten omdat wij Ploeg bij jullie voor hadden gelegd’. ‘Hij werd door de Duitsers opgemerkt en die hebben hem door het raam dood geschoten’. ‘Mijn vader is na de oorlog in 1948 naar Nieuw-Zeeland geëmigreerd, hij was als de dood dat je wraak kwam nemen’ zei Karin. ‘ Daar heeft hij zelfmoord gepleegd omdat hij niet met de gedachten kon leven dat jou ouders voor die stomme hagedissen zijn omgekomen’.
Ik verdroeg het niet langer ‘Dag Karin’ ‘neem me niet kwalijk, maar ik eeh.. het gaat je goed’ ik liep weer verder in de demonstrerende massa. Even later zag ik Peter weer, riep hem en we lopen verder naar het vertrekpunt. Mijn schoenen sloffen en het is of zij wolkjes as opwerpen, ofschoon nergens as te zien is.

Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.

Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.

zoeken
geef je mening: Jij en je geld

Wat voor geldtype ben jij?


Ik spaar eerst voordat ik iets koop

Wat ik heb aan geld, geef ik direct uit

Als ik iets wil en ik heb geen geld dan leen ik het

Ik vind het best moeilijk om mijn geld uit te geven, ik spaar liever

Ik denk goed na voordat ik geld uitgeef


Meer weten over jezelf en je geld? Doe dan mee aan het Scholieren onderzoek van het Nibud en steun zo kinderen in arme landen!

nieuwsbrief

Elke maand onze nieuwsbrief in je mailbox?