Scholieren.com vernieuwd! Kun je niet wennen? Oude site.

Heb je zin om een korte enquete in te vullen over Scholieren.com? Meedoen kost een paar minuutjes van je tijd.

Geschreven door:

anoniem

Datum ingestuurd:

5 april 2001

Niveau:

4 vwo

Taal:

Nederlands

Woorden:

1953

Opvragingen:

3472 (1 deze maand)

Waardering:

3.0/5 (11 stemmen)


iets winnen?
Sinds 27 november draait de film Oorlogswinter in de bioscoop. Wij hebben 3 maal het boek van de film en 3 knijpkatten om weg te geven.

Uitgever: Wolters-Noordhoff
Jaar van uitgave: 1999 (eerste druk in 1987)
Plaats van uitgave: Groningen
Aantal bladzijden: 67

OPBOUW:
Het boek is verdeeld in twaalf hoofdstukken. Elk hoofdstuk heeft als titel de naam van de maand waarin het hoofdstuk zich afspeelt. Het begint bij het hoofdstuk AUGUSTUS en eindigt bij AUGUSTUS-OKTOBER. Het hele verhaal speelt zich in omgekeerde volgorde af. Het begint dus bij het eind.
Het verhaal is geschreven in de personale schrijfwijze. Als lezer lees je wat de hoofdpersoon (Barbara Rozemeyer) denkt en voelt. Het verhaal speelt zich af in een stad ‘onder de grote rivieren’ en in de buurt van de grens met België. De gebeurtenissen spelen zich voornamelijk af in het huis van Barbara Rozemeyer en in de school waar zij lesgeeft.

Hoofdpersonen:
∙ Protagonist: Barbara Rozemeyer. Barbara is een zesendertig jarige lerares Frans. Ze kleedt zich als een Parisienne. Ze heeft donkere ogen en donker haar. Haar haar heeft ze, na haar relatie met Guido, gemillimeterd, omdat dat vroeger altijd gebeurde met vrouwen die niet deugden.

∙ Antagonist: Guido Maenhout. Guido is een achttienjarige middelbare scholier. Hij moet dit jaar eindexamen doen. Na dat examen wil hij naar de toneelschool in Amsterdam. Hij heeft een groot talent voor Frans en is van uiterlijk ook heel knap. Zijn uiterlijk heeft maar één foutje: zijn hoektanden zijn onderontwikkeld.

∙ Tritagonist: Beverman. Beverman werkt op dezelfde school als Barbara. Hij is leraar aardrijkskunde. Hij wordt verliefd op Barbara, maar Barbara wil niets van hem weten. Als Beverman de relatie tussen Barbara en Guido ontdekt wordt hij jaloers. Hij wil hun relatie heel graag stukmaken en dat doet hij dan ook.

Samenvatting:
Barbara Rozemeyer heeft een relatie met één van haar leerlingen, Guido Maenhout. Ze hebben beide dezelfde passie: ze houden van Franse literatuur. Guido voert bij Barbara thuis vaak kleine toneelstukjes op en ze bespreken samen de boeken die ze hebben gelezen. Als Guido voor de derde keer geschorst wordt voor roken in het schoolgebouw neemt Barbara het voor hem op. Dit is verdacht want Barbara was altijd sterk tegen roken. Als Beverman (leraar aardrijkskunde) erachter komt dat Barbara een relatie heeft met Guido, vertelt deze zijn ontdekking bij de eerste lerarenvergadering. Alle leraren zijn geschokt. De rector besluit dat Barbara ontslag moet nemen. Hij moet namelijk rekening houden met de reputatie van de school en met het vertrouwen van de ouders. Dus Barbara neemt ontslag. Guido mag wel examen doen. Na zijn examen vertrekt hij naar de toneelschool in Amsterdam. Barbara is alleen.
Ik vind ‘Het rookoffer’ een vreemd boek. Dat komt vooral doordat het bij het eind begint. Dat is heel verwarrend. Het begint ook met een vreemd stukje. Het is een gedachte van de hoofdpersoon Barbara Rozemeyer:
“En wat doen we met haar?’ vroeg de beul. Hij wees op de prinses die handenwringend naar het zacht heen en weer bungelende lichaam van haar minnaar keek. Samen met de galg tekende het zich af tegen de hemel. ‘Haar straf,’ sprak de koning, ‘zal zwaarder zijn: wij laten haar in leven.”
Het duidt goed aan dat Barbara zich ongelukkig voelt, maar om dat te begrijpen moet je wel verder lezen.

Het taalgebruik dat Tessa de Loo gebruikt is niet echt moeilijk. Ze gebruikt haast geen lange zinnen. De dialogen die beschreven worden, zijn natuurlijk geschreven.
“De smiecht! Hij rookt zelf een pijp, voor de klas! Als een van ons hem op de regels wijst zegt hij: een pijp is iets anders. Intussen zitten wij een uur in de rook van zijn gore caramel-tabak.’ ‘Maar heeft niemand hem ooit verklikt?’ vroeg ze verbaasd. ‘Natuurlijk niet’ -hij kuste haar knie en ging weer liggen - ‘wie doet nou zo iets. Trouwens, volgens mij weet de schoolleiding het al lang.’ (Voorbeeld van een dialoog, blz.30)

De titel van het boek vind ik wel goed gekozen. De titel ‘Rookoffer’ verwijst naar het roken van Guido. Hij wordt, doordat hij in de school rookt, tot twee keer toe geschorst. De derde keer dat hij gesnapt wordt, denken de leraren erover om hem niet mee te laten doen met het eindexamen. Hoewel Barbara zelf streng tegen roken in de school is, en dit ook vaker gezegd heeft in het bijzijn van andere leraren, neemt zij het toch voor Guido op. De liefdesrelatie van Guido en Barbara wordt ontdekt doordat Beverman Guido op Barbara’s balkon ziet roken. Haar ontslag is als het ware een offer voor de goede reputatie van de school.

Het onderwerp van dit boek vind ik wel interessant. Het gaat over een liefdesrelatie tussen een lerares en een leerling. Ik geloof dit dat dit vaak voorkomt en ik vraag me eigenlijk wel af wat er in deze tijd zou gebeuren met de lerares. In dit boek wordt de lerares door de rector gezegd dat ze ontslag moet nemen. “De zaak waar het hier om gaat is ook niet verheffend, mevrouw Rozemeyer, helemaal niet verheffend.’ Hij tikte met zijn pen op het bureau. ‘Enfin, hoe u hierover met uw geweten in het reine komt is mijn zaak niet. Ik zal het kort maken. U schrijft deze week nog een ontslagbrief en wij...’ Hij weifelde. ‘Het spreekt vanzelf dat wij u een goed getuigschrift geven. Tenslotte heeft er nooit twijfel bestaan over uw didactische kwaliteiten, integendeel, als al die vakgenoten van u... maar helaas... U moet bedenken:’ -hij boog zich op een vertrouwelijke manier naar haar toe- ‘voor ons is het ook ellendig. Wij moeten maar weer afwachten wat er voor u in de plaats komt.’ Hij schoof zijn stoel naar achteren. ‘Goed, dat is dan geregeld.’
Ik vind het vreemd dat de rector zegt dat het voor hem ook ellendig is om haar te ontslaan. Hij houdt alleen maar rekening met zichzelf. Hij laat Barbara niet eens iets terugzeggen.

De gevoelens die in het boek worden beschreven zijn alleen de gevoelens van Barbara. Je komt niet te weten wat Guido eigenlijk van de relatie tussen hem en Barbara vindt. Het is niet duidelijk te zien of hij echt verliefd is. Barbara is hier ook onzeker over.
‘Op een avond lag hij vermoeid naast haar, beroofd van zijn vitaliteit. Ze spraken over La Nausée van Sartre, dat hij kort daarvoor gelezen had. Hij had veel herkend, zei hij, het gevoel van walging en zinloosheid week haast nooit van zijn zijde. Barbara was verontwaardigd. Dit was een belediging van haar en van het leven zelf! Deze bekentenis moest voortkomen uit jeugdige dweepzucht, uit zijn neiging tot romantiek met een nihilistisch tintje. ‘Het bestaan is niet zinloos,’ zei ze fel, ‘de liefde is de rechtvaardiging ervan.’ Guido haalde zijn schouders op. ‘We worden geboren om te sterven,’ zei hij mat, ‘meer is er niet. Daarom spelen we het leven. We spelen het alsof we erin geloven.’ Barbara zweeg. Wat betekende zij dan voor hem?

Er zijn wel kleine dingen waaruit blijkt dat Guido wel om Barbara geeft. Hij zegt bijvoorbeeld helemaal uit het niets: ‘Je hebt mooie ogen als je naar me kijkt.’
Ook vind ik het lief van hem dat hij, wanneer iemand iets beledigends over Barbara op een ruit tegenover haar huis heeft geschreven, ervoor zorgt dat hij het schoon heeft gemaakt voordat Barbara het kan lezen.
“Daar blijven,’ brulde hij over zijn schouder toen ze hem wilde volgen. Bedremmeld trok ze zich terug in de huiskamer. Ze opende de deuren aan de straatkant. Vochtige kou drong de kamer binnen. Vanaf het balkon zag ze dat, recht onder haar, Guido bij het licht van een straatlantaarn de etalageruit van de ijzerhandel schoon schrobde. Het was een wonderlijk gezicht de lange, tengere gestalte in de uitgestorven straat koortsachtig bezig te zien. De kerk aan de overkant, die meer leek op een kazerne voor militante christenen dan op een toevluchtsoord voor gelovigen, keek misprijzend toe alsof er iets onoorbaars gebeurde. ‘Wat stond er?’ vroeg ze toen hij, nog nahijgend en met een kleur van verontwaardiging, eindelijk tegenover haar zat. Hij ontweek haar blik. ‘Iets waarvan je huisbaas als hij morgenochtend de winkel opent zo zou schrikken, dat hij je op staande voet de huur op zou zeggen.’ ‘Wat stond er dan?’ Hij wreef met zijn handen over zijn kaken en keek met een zekere huiver naar het raam. ‘Dat zeg ik niet.”

Barbara heeft niet alleen last van deze graffiti-schildering op de ruit, maar ook op school tekenen leerlingen dingen op het bord. Zo treft ze op een dag een krijttekening aan waar een rij blote jongetjes in opgewonden toestand vragen, ‘wanneer zijn wij aan de beurt?’ Ook krijgt ze brieven van ouders. Dit vind ik heel zielig voor Barbara. Mensen die hier niets mee te maken hebben gaan zich ermee bemoeien. Tessa de Loo geeft hiermee een goed voorbeeld van hoe mensen zijn; ze bemoeien zich overal mee.

Het eind van het boek is niet echt speciaal. Je weet de afloop van het verhaal namelijk al en het begin is niet zo bijzonder. Het is jammer dat er aan het eind niet nog iets onverwachts gebeurt. Ik vind het zo een beetje te saai eindigen.

POSTMODERNISTISCHE KENMERKEN:
Het eerste postmodernistische kenmerk in het boek ‘Het rookoffer’ is een magisch element op de eerste bladzijde van het boek:

“En wat doen we met haar?’ vroeg de beul. Hij wees op de prinses die handenwringend naar het zacht heen en weer bungelende lichaam van haar minnaar keek. Samen met de galg tekende het zich zwart af tegen de hemel. ‘Haar straf,’ sprak de koning, ‘zal zwaarder zijn: wij laten heer in leven.
Voor de prinses was er tenminste nog een gepast toevluchtsoord, het klooster, en haar uitverkorene was, door zijn dood, solidair met het grote sterven in haar dat een aanvang nam.

Ook komt er in dit boek New Journalism voor. Tessa de Loo schrijft over Guido die verschillende toneelstukjes opvoert. De toneelstukjes die hij speelt zijn gebaseerd op boeken die hij heeft gelezen. Zo speelt hij op de laatste dag dat Barbara en hij samen zijn een stukje uit het boek Chéri:
‘Guido deed het sjaaltje om zijn hals en nam de houding van een zelfverzekerde, elegante vrouw aan. Én je moet niet denken dat hij me ook maar één advies zal geven!’ zei hij met een hoge stem. ‘Je bent nog steeds twaalf jaar , jij.’ Hij draaide zich een halve slag om , zodat hij tegenover de denkbeeldige vrouw kwam te staan. Het sjaaltje ging af. Het leek of hij nu zichzelf werd: hij streek met zijn hand over zijn voorhoofd en keek de ander droefgeestig aan. (...) Dat hij een stukje uit Chéri had gespeeld kon geen toeval zijn: via Chéri hadden zij elkaar leren kennen. Dat hij juist dit fragment gekozen had was evenmin toeval: hier verliet Chéri, na een korte hereniging, voor altijd zijn vroegere minnares. Was dit Guido’s manier om afscheid te nemen?’

Dat Barbara dit fragment vergelijkt met hun relatie is het kenmerk faction: Feiten worden gemengd met fictie.
De toneelstukjes die Guido opvoert zijn, denk ik, een vorm van originaliteit is onmogelijk. De toneelstukjes zijn als het ware op een leukere manier herschreven. (pastiche)

Tessa de Loo maakt ook gebruik van spot. Zo vergelijkt Barbara de rector met een pinguïn. ‘Er zijn mensen aan wie je in een oogopslag kunt zien tot welke diersoort ze in hun vorige leven behoorden. Johannes Maria Mutserts, de rector, was een pinguïn. Hij droeg bij voorkeur zwarte kostuums met wit gesteven overhemden. Zijn hoofd zat, bij gebrek aan hals, ingeklemd tussen zijn opgetrokken schouders, en zijn zwarte haar, waarvan de inplant diepe inhammen vertoonde aan weerszijden van een scherpe punt, werd zorgvuldig gepommadeerd naar achteren gekamd.’

De vorm van het boek is, geloof ik, ook geheel postmodernistisch. Het boek is namelijk helemaal in omgekeerde volgorde verteld.

Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.

Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.

zoeken
geef je mening: Jij en je geld

Wat voor geldtype ben jij?


Ik vind het best moeilijk om mijn geld uit te geven, ik spaar liever

Ik spaar eerst voordat ik iets koop

Ik denk goed na voordat ik geld uitgeef

Als ik iets wil en ik heb geen geld dan leen ik het

Wat ik heb aan geld, geef ik direct uit


Meer weten over jezelf en je geld? Doe dan mee aan het Scholieren onderzoek van het Nibud en steun zo kinderen in arme landen!

nieuwsbrief

Elke maand onze nieuwsbrief in je mailbox?