ff n studiebreak

Annemieke blikt terug op dat dagenlange surfen van vroeger. Tegenwoordig ben je binnen een half uur klaar.

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

Geschreven door:

Angelo Terzic [meer]

Datum ingestuurd:

27 maart 2001

Taal:

Woorden:

1.700

Bekeken:

7623 keer (12 deze maand)

Waardering:

2.6/5 (36 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 

Verdiepingsopdracht 1

Bo is een nuchtere man die het hele leven met een glimlach bekijkt. Hij laat nooit echt droevige gevoelens zien; verbergt ze en doet er dan nuchter over. Hij is geen lakse of luie man, maar zorgt er juist voor dat ze niets over hem te mopperen hebben. Bo zijn gedachte is eigenlijk om alles goed voor elkaar te hebben.
Het hele verhaal is eigenlijk een terugblik van Bo, die iets wil vertellen wat hem is overkomen in Bangladesh. In Bangladesh krijgt hij een pakketje aantekeningen van Tommy, die is overleden en van Tommy zijn opa. Die verhalen worden in het boek gewoon verteld. Dus in het verhaal heb je drie vertellers. In het begin maar twee, Bo en Opa, later als het pakketje door Bo is ontvangen, komt Tommy in het verhaal. In het begin heb je niet door wat het verband tussen Bo en een persoon die wat vertelt over zijn ontmoeting met Multatuli en Mata Hari, die later opa blijkt te zijn.
Bo (de eigenlijke verteller) vertelt zijn verhaal in deze tijd, ergens in Nederland. Hij vertelt onder andere over zijn jeugd in Indonesië, zijn schooltijd met Tommy in Nederland, zijn reünie in Nederland met zijn oude klas en zijn tijd als ontwikkelingswerker in Bangladesh.

Ik kon me niet echt goed in het hoofdpersonage verplaatsen want het hele boek is uit delen geschreven, je hebt drie vertellers en door hun verhalen te lezen kom je wat meer over ze te weten, maar ook over de anderen. In het verhaal komen naast Bo nog twee andere belangrijke personages: Tommy en zijn grootvader.
Tommy Vaulant is een schoolmaat van Bo, waarmee Bo zijn jeugd heeft doorgebracht in Malang op Java. Vlak na de oorlog hebben zij hun middelbare school voortgezet in Nederland. Beiden konden echter moeilijk aarden in Nederland. Tommy is eigenlijk een beetje gegroeid tot een man, die af en toe met een paar Amerikaanse woorden dingen probeert te omschrijven. Iemand die goed zijn gedachte in korte zinnen kan omzetten. Hijzelf is meer bezig met de handeling dan met zijn eigen gevoelens. En hij lijkt erg veel op Bo, hij probeert ook zijn zaakjes goed voor elkaar te hebben. Maar Tommy is wel een betere charmeur dan Bo. Dat heeft Tommy van zijn Opa geërfd. Tommy droomt van prachtige stranden, waarnaar hij graag zou willen vluchten als hij uit de rotzooi van alle dag wil ontsnappen. Het strand waar hij overlijdt is één van de top locaties waar hij altijd al graag naar toe had willen gaan. Een andere droomlocatie is Bougainville, één van de Salomons eilanden in de Stille Zuidzee, ten oosten van Nieuw Guinea.
Tommy’s grootvader is een sympathieke, tragische figuur: hij heeft goede bedoelingen, is gevreesd om zijn scherpe pen, maar later geworden tot een ongevaarlijke gek. Of zoals Tommie dat zegt: "Die Opa was een rare orang die altijd gekke en ongepaste dingen zegt." Hij sympathiseert met de ideeën van Multatuli en heeft zeer sociale gevoelens ten opzichte van de Javaan. Hij beweert zelfs dat hij met Mata Hari naar bed is geweest! . Opa schreef zijn aantekeningen vanuit Malang op Java tussen 1934 en 1938. Hij schreef over zijn ontmoetingen met Multatuli en Mata Hari, zijn tijd in Nederland, hoe hij in Indonesië terechtkwam (bootreis) en zijn tijd in Indonesië.
Tommy is een romanticus en zijn verhalen zijn ook vrijwel realistisch, waardoor geloofbaar. Tommy’s grootvaders verhalen zijn moeilijk achter te halen, waardoor niet echt geloofbaar, zoals bijvoorbeeld verhalen over Multatuli en Mata Hari. Bo, Tommy en zijn grootvader zijn karakters omdat je heel veel van ze te weten komt en in het verhaal wordt er veel aandacht besteed aan hun gedachten en gevoelens, hun ideeën en kijk op de werkelijkheid.


Het verhaal is niet chronologisch, maar dat spreekt eigenlijk voor zichzelf. Het verhaal heeft een indeling gebaseerd op het vertellen door Bo en het voorlezen van de aantekeningen van Opa en Tommy. Elke keer als Opa 'aan het woord is' staat er (Malang, Java, 1934-1938) boven en de letters zijn cursief. Bij Tommy soms alleen cursief en soms cursief en een titel erboven. Bo heeft 'gewone tekst'. Het hele boek, behalve het einde, is een climax. De drie verhalen worden in het loop van het verhaal steeds meer met elkaar verweven; je komt steeds meer te weten over de ene persoon, omdat ze elkaar steeds aanvullen. De anticlimax zit in het einde als Bo Madeleen uitzwaait.
Zoals ik al zei is het hele verhaal een terugblik. Ook blikken Tommy en Opa natuurlijk de hele tijd terug. De geleiding van de gebeurtenissen is opgedeeld in delen. Elk deel wordt verteld door een van de drie karakters. Door die delen te lezen kom je steeds meer over de personages te weten. Het verhaal is fragmentarisch. Je leest een reeks gebeurtenissen die niet direct en op het eerste gezicht niet heel duidelijk met elkaar verbonden zijn. Je krijgt een heleboel informatie over alle drie de personen maar toch kom je heel weinig te weten over hoe ze denken. Ondanks dat het hele verhaal een terugblik is kom je geen dingen tegen die je niet had kunnen weten, je krijgt altijd precies op het juiste moment de juiste informatie.
Het hele verhaal is verteld in de ikpersoon, je kunt hierdoor niet echt in de hoofden van Tommie en Opa kijken, maar omdat ze een heleboel vertellen kom(t) je / Bo een heleboel te weten over de gedachtegang van Tommie en Opa.

Het boek bevat weinig open plekken. Het is een verhaal opgebouwd uit stukjes en elk stukje vertelt over een bepaalde periode uit iemands leven. Zoals bijvoorbeeld in de hoofdstuk twee wordt alleen over Tommy’s grootvader verteld. Het is een stukje uit de memoires. Het volgende hoofdstuk vertelt alleen Bo of Tommy zijn verhaal. De tijd verschilt dus per hoofdstuk: de dagboeken van opa zijn geschreven tussen 1934 en 1938, daarin schrijft hij over zijn leven vanaf 1882 tot 1938. Het verhaal van Bo loopt van 1936 tot 1974. Tommy’s verhalen eindigen in december 1972.

De vertelde tijd in dit verhaal met een verteltijd van honderdvijftig bladzijden is drie keer een heel leven. Elke keer treedt er een tijdvertraging op wanneer er een belangrijke gebeurtenis in het verhaal beschreven wordt. Bijvoorbeeld de ontmoeten van Opa met Multatuli of Mata Hari, Bo hoort van het slippertje van Madeleen en Tommie enz.


Het thema van het boek is hoe een ontwikkelingswerker meer te weten komt over het leven van een goede vriend door het lezen van zijn aantekeningen en die van zijn vriend zijn opa na zijn dood. Het boek bevat voornamelijk verhalen, gedacht en belevenissen van de drie personages, namelijk Tommy, Tommy’s grootvader en Bo (zijn jeugdvriend).

Thematiek

Dromen:
Alle drie hoofdpersonen zijn dromers die hun gedachten en belevenissen opschrijven. Alleen Bo is schrijver in die zin dat zijn stukken gepubliceerd worden. Alle drie hebben ze hun idealen voor een betere wereld, maar naarmate je ouder wordt, merk je dat je idealen nooit werkelijkheid kunnen worden. De ideale wereld bestaat nu eenmaal niet en daar kan niemand iets aan doen. Ook de goedbedoelde ontwikkelingshulp van Nederland aan Bangladesh zijn weggegooid geld, de wereld zal er niet beter op worden. Slechts in gedachten kun je naar het paradijs, naar Bougainville.

Plaats/ruimte
Het boek speelt zich op vele plaatsen in de wereld af, o.a. Rotterdam, Den Haag, Nieder-Ingelheim, Malang, Dacca, Wenen en New York. Globaal onderscheid je Nederland (ca. 1890, 1950 en 1974), India (1900 - 1940) en Bangladesh (1971 - 1974). In de diplomatenkring lijkt de wereld een dorp, iets wat ook in de andere boeken van Springer telkens benadrukt wordt. Bo's belevenissen in Dacca lopen als een rode draad door het boek. Bo woont er eerst in een hotel, later in een kantoor.

Ruimtebeschrijvingen hebben als functie om het verhaal zo goed mogelijk geloofbaar te maken. Door een goede ruimtebeschrijving kunnen de lezers zich de situatie beter voorstellen, waardoor ze zich beter in het verhaal kunnen verplaatsen. Zoals bijvoorbeeld ruimtebeschrijving van opa (Johan de Leeuw) toen hij Mata Hari leerde kennen. Ook al is het een beetje moeilijk te geloven toch krijg je een beter beeld van de situatie, waardoor het verhaal aanneembaar is.

In het verhaal is het verband tussen plaats en thematiek heel belangrijk. Vooral Dacca is het vaste punt van het verhaal, maar ook plaatsen van de belevenissen van opa Johan de Leeuw.

Secundaire Literatuur:

Er zijn vele positieve kritieken geleverd over het boek Bougainville. Bijvoorbeeld een stukje uit het Haarlems Dagblad (23.01.1982):”Springer is een schrijver die volkomen ten onrechte weinig gelezen wordt. Bougainville is daar het zoveelste bewijs van. Uitstekend van stijl, doordacht aan constructie, rijk aan motieven en steeds weer draaiend om dat oude spel tussen droom en werkelijkheid.’’.
En ook het Nieuwsblad van het Noorden is erg positief. Nieuwsblad van het Noorden (16.11.1981): ‘’Het is Springer gelukt over deze toch waarlijk niet door de Literatuur verwaarloosde thematiek een roman te schrijven, waarvan je beslist niet kunt beweren dat het allemaal al eens eerder zo gezegd is. Dat is al heel wat.”.
Hij wordt ook met enkele andere schrijvers vergeleken:
“Net als Elsschot is Springer een schrijver die emoties behoorlijk op afstand houdt.” Uit Vrij Nederland (21.11.1981).
 “De toon doet denken aan Carmiggelt, Nescio, Elsschot; in de historische gedeelten aan François Haverschwidt (Piet Paaltjens).” Uit De Volkskrant (26.02.1982)
Er zijn echter ook negatieve kritieken, bijvoorbeeld De Groene Amsterdammer (11.11.1981): “Want hoe lenig Springer de verteltechniek ook hanteert – wát hij te vertellen heeft valt nogal mager uit.”.
Ook door de Provinciaalse Zeeuwse Courant (24.10.1981) zijn negatieve kritieken geleverd. “De eerste hoofdstukken van het boek zijn buitengewoon goed en boeiend. Superieur Proza, en enorm goed volgehouden Understatement, en mede daardoor een flinke dosis humor (waar ik zelf niet zoveel van merkte); vaak bijtende ironie. (…) Helaas is het slot van het boek iets minder goed, hoewel het compositorisch een perfecte afsluiting van de roman vormt.”.
Maar over het algemeen overheerst: Eindelijk dan weer de nieuwe Springer van een ongekende kwaliteit.”(De Tijd, 23.10.1981).

Stijl:
Het boek is in een heldere stijl geschreven. De zinnen zijn niet erg lang, er wordt weinig beeldspraak gebruikt en het woordgebruik is niet zo moeilijk. Sommige tafereeltjes die betrekking hebben op de ontwikkelingshulp zijn meesterlijk beschreven. Springers stijl zou je ironisch-realistisch kunnen noemen. (De rest: thematiek, personages, ruimte etc. zijn in de voorafgaande modules beschreven)

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.