Info over dit verslag

Geschreven door:

Sabya [meer]

Niveau:

6VWO

Kwaliteit:

Waardering:

Taal:

Nederlands

Woorden:

3949

Opvragingen:

15

Hulpmiddeltjes

Openen in tekstverwerker Openen in tekstverwerker

Printen Printen

Emailen Emailen

Waardering

Gemiddelde waardering: 4 uit 5 (47 stemmen)

Heb je er iets aan gehad? Geef zelf je waardering:
Erg goed bruikbaar
Goed bruikbaar
Bruikbaar
Een beetje bruikbaar
Niks aan gehad

Titels van Harry Mulisch

Laatst gewijzigd op 21 maart 2001

1.2 Jaar van uitgave
De eerste druk was in1992, deze druk is uit 1997, bij de Bezige Bij.

1.3 Bladzijden
Het boek heeft 905 bladzijden.

1.4 Datum
Dit boekverslag is vervaardigd op 5 september 2000.

2. Inhoud en opbouw

2.1 Typering
Dit boek is een filosofische roman. Dit is nogal allesomvattend en dat is het boek ook, maar dat betekent wel dat hierin nog vele andere typeringen schuilgaan, o.a. een liefdesroman, een politieke roman, vriendschapsroman, ontwikkelingsroman en nog andere dingen. De typering heb ik ook aangehouden bij het thema, dat heb ik op het ‘allesomvattende’ gericht, niet op de deelthema’ s.

2.2 Samenvatting
Het eigenlijke verhaal is speelt zich af in een dialoog tussen twee engelen in de hemel. Het is de bedoeling dat een gezant van God naar aarde wordt gestuurd, om de decaloog, het testimonium, de Tien Geboden op te halen. Hiervoor moet eerst een mens met een bijzondere DNA-code worden gerealiseerd, een gezant. Een speciale afdeling in de hemel houdt zich daarmee bezig. Eén van de hogere engelen van die afdeling, ‘Engel 1’ vertelt het verhaal aan een nog hogere ambtenaar, ‘Engel 2’. Telkens gaat het verhaal weer even terug naar die engelen.

Om te beginnen geeft Engel 1 in het kort weer hoe de grootouders van de gezant bij elkaar worden gebracht om zijn ouders te realiseren. Belangrijk is daarbij dat de moeder van de vader van de gezant Joods was. Zij woonde in Duitsland en werd op bevel van haar latere man uiteindelijk gefusilleerd. Haar man was een Oostenrijker, die fanatieke nazi werd in de Tweede Wereldoorlog. Dit verleden blijft één van de hoofdpersonen, Max Delius, achtervolgen. Hij heeft samen met zijn moeder in kamp Westerbork gezeten, maar ontsnapte aan de dood en werd opgevoed door pleegouders. Zijn moeder is gefusilleerd, denkt hij.
De moeder van de gezant was gemakkelijker te realiseren, want haar ouders waren allebei Nederlanders. Het verhaal begint met een provocerende telg uit een oud, aristocratisch geslacht (Onno Quist). Hij gaat weg van een familiefeest vanuit Den Haag naar Amsterdam. Hij lift uiteindelijk mee met Max en ze worden de beste vrienden aller tijden. Al snel blijkt bovendien dat ze op dezelfde dag verwekt zijn. Op een dag, wanneer Max een boek voor Onno wil kopen, ziet Max, een vrouwenverslinder, Ada zitten in de achterkamer van de boekwinkel, waar zij cello zit te spelen. Op slag ontwikkelt zich een relatie. Ada gaat
de pil slikken. Na een poosje loopt deze relatie echter stuk op de botheid van Max, wanneer hij op zoek gaat naar zijn ouders.
Vervolgens komt een relatie van Ada met Onno tot stand tijdens een reis van Max naar Duitsland. Ada moet op een gegeven moment cello spelen in Cuba op een revolutionair feest. Max en Onno gaan ook mee. In de laatste nacht gaat Onno vreemd, terwijl Ada en Max op het strand zijn. Ada heeft dan in zee seks met Max, zodat de gezant verwekt is! Als Ada
bij Onno komt, voelt zij zich schuldig en vrijt ook met hem.
Na een poosje is Onno jarig, en als verjaarscadeau vertelt Ada hem, dat haar menstruatie al een week te laat is. Ze weten echter niet van wie het kind is, dat wil zeggen dat Max en Ada het niet weten en Onno denkt dat het van hem is. Snel trouwen ze. Na vijf maanden geluk verongelukt Ada en raakt in coma. Met haar kind is alles echter goed. Het ziet er naar uit,
dat zij niet meer wakker zal worden. Na nog eens vier maanden wordt het kind via een keizersnede de wereld in gehaald. Het zal worden opgevoed door Max, die astronoom is en een baan bij de radiotelescopen van Westerbork heeft gekregen en Sophia, de moeder van Ada. Meteen al bij de geboorte blijkt dat het een bijzonder kind is. Het huilt nauwelijks en
zijn uiterlijk is uitzonderlijk mooi.
Reeds als een heel jong kind onderneemt Quinten zwerftochten rond het appartement in het kasteel waar zij wonen. Hij bouwt goede banden op met de andere bewoners en leert van hen veel dingen die hem interesseren, zoals lezen en van alles over architectuur, vooral nadat hij een droom heeft gehad over een immens gebouw dat het midden van de wereld zou zijn. Hij kan pas laat praten, maar dan wel meteen heel goed. Het eerste woord dat hij zegt terwijl hij wijst op een grafsteen, is “obelisk”, wat hij heeft geleerd van één van de bewoners. Zijn vader is ondertussen wethouder geweest en staatssecretaris geworden en Onno ziet zijn zoon niet zo vaak meer. Ada ligt nog steeds in coma. Op een dag overlijdt een de vrouw waar Onno een relatie mee heeft door bruut geweld, terwijl bovendien een politiek foute achtergrond uit het verleden (deelname aan revolutionair congres op Cuba) aan het licht komt. Dan verdwijnt Onno. Hij trekt naar het buitenland. Een tijd later overlijdt ook Max aan een meteoriet, die de engelen op hem af hebben gestuurd omdat hij het geheim van het heelal als astronoom doorheeft.
Dan vertrekt Quinten om zijn vader te zoeken. Hij begint met zoeken in Italië, omdat hij daar architectuur wil bekijken, op zoek naar de gelijkenis met zijn steeds terugkerende droom over de Burcht, een gebouw, waar zich het midden van de aarde bevindt. Daar vindt hij op het plein voor het Pantheon, een gebouw dat hem fascineert door een gelijkenis met de Burcht, zijn vader. Nadat zij zich herenigd hebben, leven zij samen in Rome en vervolgt Quinten zijn geheime zoektocht. Hij komt er achter dat zich in het “Sancta Sanctorum”, de allerheiligste tempel in Rome, de decaloog (de Tien Geboden) moet bevinden. Die ruimte is zwaar afgesloten, maar Quinten komt er in dankzij wat slotenmakers- kennis die hij heeft geleerd van een bewoner van het kasteel. Onno en Quinten breken daar dus samen in. Geheel tegen Onno’ s verwachtingen in, vinden ze inderdaad twee grote platte stenen, vol met vuil. Onno vergeet echter zijn wandelstok. Daarom vluchten ze met het eerste het beste vliegtuig naar Israël. Daar bekijken ze de tempels nadat ze het testimonium hebben achtergelaten in de kluis van het hotel. Op een terras denkt Onno Max’ dood veronderstelde moeder te zien en daarmee de treffende gelijkenis met Quinten en dus Max’ ware vaderschap van zijn zoon. Hij zegt niks tegen Quinten, maar gaat op onderzoek uit. Maar terwijl hij weg is, kijkt Quinten naar buiten, waar alles rustig en stilstaand lijkt te worden. Twee van de muren van zijn kamer veranderen in een deel van de Burcht, terwijl een raaf (ex-huisdier van Onno) hem de weg wijst door de Burcht. Hij komt eerst bij de kluis, waarvan hij opeens de combinatie weet. Hij haalt de stenen eruit. Hij loopt weer een heel eind door de Burcht en komt dan in een ronde ruimte. Daar zit een vrouw te bidden, die wanneer ze omkijkt, Ada blijkt te zijn. Opeens, terwijl hij in het midden van de ruimte staat, vliegt het vuil weg van de tafelen en vliegen de letters lichtgevend de lucht in, steeds hoger... Onno wordt wakker, komt erachter dat Quinten en de decaloog verdwenen zijn, en belt Sophia. Zij vertelt hem dat Ada kort geleden gecremeerd is, en het blijkt dat zij is gedood (actieve euthanasie) op het moment dat Onno en Quinten de Tien Geboden stalen.

Aan het eind van het verhaal probeert Engel 1 zich nog in te zetten voor de redding van de mensheid, maar het mag niet baten, de mens is gedoemd zichzelf uiteindelijk te gronde te richten.

2.3 Tijd
a. Het verhaal dat verteld wordt door de Engel loopt van 1967 tot 1985; de tijd van de revolutionairen, opkomst van linkse groeperingen en van de koude oorlog en zijn effect in Nederland. Het grotere verhaal in dit boek, namelijk het verhaal over het pact met de duivel dat de mens heeft gesloten, duurt van +/- 1580, wanneer Francis Bacon een collectief contract met de duivel sluit, tot 1985, het moment dat het testimonium naar de hemel teruggebracht is.

b. De verhaaltijd is dus eigenlijk heel lang, maar het verhaal wat ons verteld wordt duurt +/- 20 jaar. De leestijd is ongeveer 35 uur.

c. Een van de belangrijke vertragingen in het boek is ‘Hij stokte…de stemvork…’ op blz. 126-128; daarin beginnen Ada en Max met heel innig vrijen en dan onderbreekt Max dat op een enorm brute manier als Onno voor de deur staat. Dat is het keerpunt in hun relatie, die tot dan toe zo innig lijkt en vanuit het perspectief van de lezer ‘meant to be’ is, op dat moment breekt hun relatie en begint een nieuw gedeelte dat nodig is voor het goede verloop van de gebeurtenissen; de relatie tussen Ada en Onno, die nodig is om Onno de rol in Quinten' s leven te geven die nodig is. Voor de lezer was het tot nu toe wel te volgen, het uiteindelijke doel is nog vaag, maar je denkt dat je het allemaal volgt; Max en Ada moeten samen zijn om het kind te verwekken, maar dan komt dit en nu dan is alles weer los; je weet niet wat er gaat gebeuren, je hebt geen houvast meer. Maar wat deze passage ook zo belangrijk maakt is dat hier een aantal fundamentele dingen worden gezegd, hier kom je voor het eerst iets te weten over de aard van hun relatie, over Ada’ s ongefundeerde verlangen naar een kind van hem. Je kan er uit opmaken dat het nog niet afgelopen is qua gevoelens, want die zijn er nog, dat wordt ook duidelijk. Eigenlijk is dit het fundament: de relatie tussen Ada en Max waaruit Quinten moet voortkomen. Want na dit stuk gebeurd zijn allemaal dingen die nodig zijn voor de precieze afwerking, maar de basis is nu gelegd; hun lot staat als het ware vast, doordat Ada dit gedrag van Max niet vindt kunnen, maar nog wel om Max geeft en dat is precies wat later nodig is voor Quinten' s verwekking, zonder dat Onno en Ada uit elkaar gaan. Dit klopt ook als je kijkt naar het feit dat Max met een van de meest nobele motieven wegging; de zoektocht naar zijn vader. Maar Ada wist dit niet en besluit dus, eigenlijk onterecht, bij hem weg te gaan, maar dat was wel weer de bedoeling van dit alles.

d. Op blz. 539 zit een versnelling: ‘Ook voor…hij werkloos.’; hierin wordt kort het verloop van de politiek in Nederland geschetst.

e. Ik heb geen noemenswaardige flashbacks kunnen vinden.

2.4 Ruimte
a. Het verhaal speelt zich af in; de hemel, Amsterdam, Den Haag, Groot Rechteren, Leiden, Cuba, Rome en nog andere plekken. Maar eigenlijk is het een universele roman, die zich eigenlijk afspeelt op een hoger niveau, het universele.

b. Er komen erg veel belangenruimten in het verhaal voor. Een voorbeeld is de belangenruimte op blz. 232/233: ‘terwijl hij…je gewenst?’ Daarin zien Ada en Max een vallende ster en Ada wenst dan een kind, tot haar eigen verbazing. Op dat punt zorgt de
voorzienigheid, alias ‘Engel 1’, dat zij door Max bevrucht wordt, tegen de (tegen)natuurwet van het anticonceptiemiddel in. Het grappige is hier dat je de belangenruimte kan aanwijzen als een soort oorzaak van de verwekking, maar dat is natuurlijk niet zo, want het is het werk van hogere machten, dus is de waarschijnlijkste mogelijkheid dat die twee (vallende ster en hogere machten) één zijn.

2.5 Personen
a. In het verhaal, zoals het verteld wordt door de engelen, draait het het meeste om Quinten. Maar als je naar het verhaal op zich kijkt, vind ik dat het heel erg gaat over Onno en Max, ik zal ze daarom alledrie behandelen.

Onno: Een hele intelligente man, maar hij weet niet zo goed wat hij met zichzelf aan moet. Hij verzet zich tegen de streng christelijke ouders, met name zijn vader, die zijn hele leven veel aanzien heeft genoten. Dit uit zich in zijn zwartgallige uitlatingen en zijn slonzige uiterlijk, ook richt hij alles, met een ironische toon, op zichzelf. Hij worstelt veel met het nut van zijn leven, waarbij hij vaak teruggrijpt naar de bijbel, vaak op sarcastische wijze. Hij gaat op een gegeven moment, net als zijn vader, de politiek in en wordt zelfs minister en hij wordt begraven onder het werk. Daardoor verwaarloosd hij Quinten en ook Ada duwt hij zo naar de achtergrond. Als zijn relatie met Helga dan ook nog zo bruut beëindigd wordt en hij in politiek opzicht uitgerangeerd lijkt, is het te veel voor hem en hij vlucht naar het buitenland, alles achterlatend. Daar probeert hij de brokstukken van zijn denken aan elkaar te lijmen, in de vorm van een brief naar zijn vader. Alles waar hij zich aan vast hield is dan weggevallen, inclusief de eretitel, waar hij veel van zijn prestige op baseerde.

Max: Een astronoom, die je vrouwenverslaafd kan noemen. Hij worstelt erg met zijn verleden en dit heeft veel invloed, o.a. wordt zijn relatie met Ada daardoor indirect verbroken. Ook zijn eenzaamheid wordt verminderd door zijn vriendschap met Onno, maar dit neemt een andere wending als hij met Ada geslapen heeft en Quinten heeft verwekt, want dan draait dat om in schuldgevoel en hij voelt dat het niet meer hetzelfde zal zijn als in hun ‘golden days’. Op het leven van Quinten heeft hij eigenlijk niet zoveel invloed, hoewel hij wel zijn vader en verzorger is. Hij heeft vele interessante kanten, maar die komen niet tot zijn recht, wat zich vooral illustreert in de manier waarop hij aan zijn komt; eindelijk heeft hij de ontdekking gedaan, waar hij steeds al over dacht en dan wordt hij simpelweg uit de weg geruimd, zonder betekenis, behalve als verwekker van de uitverkorene.

Quinten: Hij is de figuur waar het om draait; hij heeft De Opdracht gekregen en zijn leven staat dan ook bijna uitsluitend in het teken daarvan; wat hij meemaakt en is, is grotendeels bepaald door wat zijn opdracht is in dit leven. Je kan hem ook eigenlijk niet echt als persoon, want hij wordt alleen gedreven door zijn voorbestemming en als zijn opdracht is voltooid, vertrekt hij ook naar de hemel. Als persoon is hij heel erg intelligent en is geobsedeerd door zijn droom over de Burcht en dat drijft hem tot veel leerwerk van zijn medebewoners en uiteindelijk tot zijn zoektocht naar zijn vader, oftewel naar het testimonium. Hij is een behoorlijk goddelijk wezen, doordat hij ontzettend beschermd wordt en dat zorgt dat hij zich voor veel dingen niet interesseert. Zijn leven is zo ontzettend gemanipuleerd dat je niet meer echt van een persoon kan spreken. Zijn moeder is voor hem erg belangrijk, zij wordt aan het eind zelfs gelijkgesteld aan Maria, zij is zijn oorsprong en ze zijn heel nauw met elkaar verbonden, zodat ze uiteindelijk samen terugkeren naar de hemel.

b.
De Grote Baas
‘Engel 2’
‘Engel 1’
Oswald Brons Sophia Brons

Max Ada Onno
Bewoners van Groot Rechteren Quinten

2.6 Vertelwijze
De vertelwijze in ‘Ontdekking van de hemel’ is auctoriaal, het verhaal wordt verteld door een engel die verslag uitbrengt aan zijn meerdere. Hij beziet alles letterlijk van bovenaf en gaat zelfs nog verder; hij is grotendeels de drijvende kracht achter het verhaal.

2.7 Structuur
a. Het verhaal is als volgt ingedeeld; het heeft vier delen, het begin van het begin, het einde van het begin, het begin van het einde en het einde van het einde. Alle delen beginnen met een (soort van) intermezzo en eindigen ook met een bespreking van de Engelen, ze overzien het verhaal en geven stukken informatie over de achtergronden en motivaties. Ook wordt in deze stukken veel duidelijk over de Hemel en hoe deze in elkaar zit. Tussen die twee stukken zijn er hoofdstukken, waarin verteld wordt wat er met de hoofdpersonen gebeurd.

b. Eigenlijk is het begin informatief, omdat je te horen krijgt wat er aan de hand is en het verhaal wordt gewoon vanaf het begin af aan verteld, met informatie over de oorzaken en de achtergronden van de hoofdpersonen etc. Maar als het begint heb je geen idee waar het nu eigenlijk echt om draait, dat wordt pas heeeeel langzaam duidelijk, ook grotendeels tijdens de dialogen van de Engelen.

c. Het einde is in zoverre gesloten dat datgene wat gebeuren moest gebeurd is, het testimonium is teruggebracht, maar het lot van de wereld is nog niet duidelijk; er worden vele dingen voorspeld, maar eigenlijk is die toekomst niet ingevuld, er zijn slechts voorspellingen, terwijl het eigenlijk juist draait om wat er gebeurt als God de wereld verlaat en niet om dat hij het doet, maar dat is ook subjectief.

3. Motieven en thema

3.1 Motieven
*technische ontwikkeling: -(blz. 10) ‘Ook wij…gebieden ook’
-(blz. 8) ‘Zij hebben…finesses ontcijferd.’
-(blz.244) ‘Dat komt…hun techniek.’
*verstoorde relatie: -(blz. 10) ‘Binnen afzienbare…worden toegerold.’
-(blz.246) ‘…dat Lucifer…heeft verkocht.’
*aan hun lot overlaten: -(blz.435) ‘Dus gaan…tot machines.’
- (blz. 899) ‘Wij hebben…behalve Lucifer.’
*uitverkorene: -(blz.237) ‘Maar tegelijkertijd…VIP-procedure besloten.’
-(blz.431) ‘Daar was …onze afgezant.’
*manipulaties: -(blz.241) ‘-Die heb…ander gekregen.’
-(blz.234) ‘Maar dat…hem aantrok.’
*goddelijke wetten: -(blz. 237) ‘Bezorg ons…terug.’
-(blz. 841) ‘<
3.2 Thema
Omdat de mensen door hun technische ontwikkeling hun relatie met de Hemel verstoord hebben, besluit God hen aan hun lot over te laten en zorgt dat een uitverkorene, met behulp van vele manipulaties van zijn omgeving, de goddelijke wetten terugbrengt naar de hemel.

3.3 Titel
De titel ‘Ontdekking van de hemel’ is, zoals meer motieven, verbonden met meerdere gebeurtenissen. Het belangrijkste is de verbinding met het thema van het boek; omdat de mensen zoveel dingen, die god heeft geschapen, ontrafelen en zo bij wijze van spreken de hemel ontdekken, haalt de hemel snel nog de goddelijke wetten terug van aarde, voor het te laat is en de hemel echt ontdekt wordt. Behalve dit essentiële verband, zijn er ook nog een aantal plaatsen aan te wijzen in het verhaal waar het duidelijk terugkomt. Quinten’ s droom van de Burcht, die hem ertoe aan zet op ‘avontuur’ te gaan, is eigenlijk ook de zoektocht naar de hemel, hij vraagt zich steeds af waar het gebouw is, en hij vindt het als hij het testimonium terugbrengt, dan ontdekt hij de Burcht, ofwel de hemel. Het komt ook heel opvallend terug bij Max’ dood, als hij gedood wordt op het moment dat hij de hemel ontdekt. Dit is niet heel essentieel voor het verhaal, maar het geeft wel het doel van de hemel aan; niet ontdekt te worden en het geheim voor zich te houden.

4. Persoonlijke mening

4.1 Mooiste gedeelte
Het leukste gedeelte vind ik het beginstuk, waarin de vriendschap tussen Max en Onno opbloeit. Ik moest er wel over nadenken, want de ‘grote boodschap’ van het boek zit niet vooral daar, maar voor mezelf vond ik dit stuk het allerleukste aan het boek. In dit stuk komt zo goed naar boven wat de waarde van vriendschap kan zijn, zij zijn beiden erg slim en worden door elkaar gestimuleerd tot hogere dingen. Zij komen op een gegeven moment in de fase dat het voelt alsof je een tweede persoonlijkheid erbij hebt gekregen, in de vorm van een vriend. Dat is zo bijzonder, ook omdat je weet dat het eigenlijk gedoemd is om voorbij te gaan, want zo’n intense vriendschap kan bijna alleen ontstaan als je beiden ongebonden bent, dat zie je aan het feit dat eerst Onno zijn relatie ‘opgeeft’ voor Max en dat Max Ada laat stikken, omdat hij op zoek gaat naar zijn verleden, op aanraden van Onno. Het leukste ervan is het gevoel van vrijheid dat eruit springt; vrijheid om jezelf te ontwikkelen en elkaar aan te vullen, zonder allerlei prioriteitsproblemen, dat alles zo vanzelf gaat. In hun vriendschap claimen ze elkaar ook niet, zoals vaak in liefdesrelaties gebeurt. Voor mij was dit stuk het leukste om te lezen, omdat voor mij vriendschap erg belangrijk is en het doet me erg denken aan de dingen waar ik nu mee bezig ben.

4.2 Andere boeken
Ik ken Harry Mulisch’ stijl en die komt in dit boek zeker terug, maar dan is dit wel de kroon op zijn werk, in die trant dat al zijn veelvoorkomende thema’ s in ‘De ontdekking van de hemel’ samenvallen onder het universele thema. Ik herken ook wel veel dingen; het intellectuele van zijn boeken; de hoeveelheid getoonde kennis die van de bladzijden druipt, zijn fascinatie met het klassieke en voor zoveel andere dingen komen hier bij elkaar.

4.3 Persoonlijke mening
Afgezien van de eigenlijke boodschap van het boek, heb ik heel ontzettend veel bewondering voor de manier waarop Mulisch verbanden legt tussen werkelijk alle gebeurtenissen en dingen in het verhaal. Dat doet hij zo ingenieus dat hij zo al die lagen creëert en al die verbanden, op deze manier heb ik dat nog nooit meegemaakt. Meestal als boeken heel erg geënsceneerd zijn, vind ik ze niet zo meeslepend en voel ik niet echt mee met het boek, hoewel ik wel de opzet wel kan bewonderen, maar Mulisch heeft echt iets te zeggen en dat zorgt ervoor dat je toch geïnteresseerd blijft. Verder heeft hij het zo aangepakt, dat de grote lijn van het boek heel erg geënsceneerd is, maar in het verhaal zelf ruimte is voor verrassingen, doordat de lezer niet weet wat er gebeuren gaat en doordat hij zulke intrigerende personages schept. Het woord totaalroman is zeker van toepassing op dit boek, Mulisch neemt het hele bestaan onder de loep en toch blijft het leesbaar en grotendeels toegankelijk en dat vind ik een grootse prestatie. Ik had wel het gevoel dat er dingen waren die ik niet echt kon plaatsen en dat frustreerde me af en toe wel een beetje, maar ik denk ook dat je het boek nooit helemaal kan begrijpen, omdat het boek existentiële zaken aan de orde stelt en je aanzet zelf de antwoorden te vinden. Buiten dat denk ik dat doordat Mulisch zoveel verbanden legt, en zoveel lagen creëert, je ook de dingen oppikt die jou aanspreken, de dingen, die jou iets zeggen en dat heeft erg te maken met ontwikkeling. Zelf heb ik het gevoel dat als ik het boek over tien jaar weer zou lezen en daarna weer, ik er steeds nieuwe dingen en inzichten uit zou halen en steeds meer verbanden zou begrijpen en misschien ook wel dat er dingen zijn die je minder aanspreken, omdat je daar op dat moment niet zo mee bezig bent.
En over het verhaal zelf, ook dat vind ik heel goed gevonden en uitgewerkt, als je ervan uitgaat dat de bedoeling van het boek is zijn denken over de relatie tussen mensen, techniek en god weer te geven, dan doet hij dat in een zeer pakkende vorm, er is een balans tussen het voorbestemde, van bovenaf geregelde, en (de illusie van)het spontane. In het verhaal worden menselijke relaties ook heel erg goed uitgetekend en soms doorgetrokken naar een hoger niveau, zoals bij Ada en Quinten.
.Persoonlijk had ik niet zo’n boodschap aan Mulisch’ onderliggende visie op de mens en zijn ondergang, dat gedeelte interesseerde me dan ook het minst, hij geeft heel mooi existentiële dingen aan, maar zijn antwoord daarop spreekt me niet aan en dat was af en toe dus niet zo interessant, maar het deed gelukkig geen afbreuk aan de diepte van het verhaal.
Al met al vind ik dat Mulisch in zijn boek erg hoog grijpt, maar dat ook waarmaakt en ondertussen niet de rest van het verhaal verwaarloost; het is niet òf dit òf dat, bij Mulisch is het èn dit èn dat. En een schrijver die dit op zo’n mooie manier kan, is in mijn ogen niets minder dan een topschrijver.

Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.

Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.