Heb je zin om een korte enquête in te vullen over jouw ergernissen op school? Meedoen kost een paar minuutjes van je tijd.

Geschreven door:

anoniem

Datum ingestuurd:

21 maart 2001

Niveau:

3 vwo

Taal:

Nederlands

Woorden:

3784

Opvragingen:

3799 (6 deze maand)

Waardering:

3.3/5 (64 stemmen)

Titel:

Vechten voor overmorgen

Auteur:

Hartman, Evert

Jaar van uitgave:

1980

Aantal pagina's:

253kan verschillen per editie

Auteur:

Hartman, Evert

Geslacht:

man

Nationaliteit:

Nederlands

Geboren:

12 juli 1937

Overleden:

07 april 1994

Informatie:

http://nl.wikipedia.org/wiki/Evert_Hartman

Populaire titels:

1 Sujet

Augustus 1992
Op een avond in augustus werd meneer Van Rhenen, inspecteur van politie, opgeroepen door zijn baas: zojuist was de vierde bomaanslag in veertien dagen gepleegd. Nu bij Tiham Chemicals, een fabriek waar insekticiden werden gemaakt. Maarten, zoon van Van Rhenen, vond het allemaal maar best, die 'chemische rotzooi' mocht van hem voor goed verdwijnen.
Die avond liet hij Astor, de hond, uit. Plotseling hoorde hij gekreun uit de struiken. Iemand riep om hulp, zijn naam was André. Maarten aarzelde even, toen haalde hij de jongen uit de berm en ondersteunde hem. Hij was gewond en op de vlucht. Dan had hij vast en zeker iets met die bomaanslag te maken! Doordat Maarten zijn mond voorbij praatte, kwam André erachter wat hij wist en moest Maarten bekennen dat zijn vader inspecteur van politie was.

Maarten's broer, Eddy, vertelde hem dat hij er via een geheim computerprogramma van zijn vader achter kon komen, hoe de twee van gepakte daders heetten: Gerard Huberts en Claus Lankhorst. Maar van de derde, André, wist hij niets. Toen Maarten de volgende dag boodschappen ging doen, kreeg hij het plotseling erg benauwd. Die André wist nu dat hij te veel wist, daar zouden ze het natuurlijk niet bij laten zitten. Misschien volgden ze hem nu wel! Hij keek achterom, maar kon niets verdachts ontdekken.

Thuis meldde zijn moeder dat er een zekere Joke had opgebeld voor hem, ze zou nog wel terugbellen. En toen Maarten haar aan de lijn had, werd alles nog vreemder, of... verdachter. Maarten kende haar niet, zij hem blijkbaar wel. Ze wilde hem spreken, maar dat kon niet door de telefoon. Ze kon ook niet zeggen waarom. Ze spraken af voor die avond, in een bar. Maarten was bang dat het wat met die bomaanslag, of met André, te maken had en daarom schakelde hij zijn vriend Joost in. Joost zou ook naar die bar komen, maar een eindje van hen af blijven zitten.

Zo gezegd, zo gedaan, maar het bleek nergens voor nodig te zijn. Joke was de zus van André en een fanatieke aanhanger van de ASP, Alternatieve Samenlevings Partij. Ze wilde aan Maarten vragen of hij er niet via zijn vader achter kon komen waar Lankhorst en Huberts zaten. In de krant stond dat ze beiden gewond naar het ziekenhuis waren gebracht, maar in geen enkel ziekenhuis waren ze, volgens Joke, te vinden. Maarten wist niet goed wat hij moest doen. Uiteindelijk zei hij toch "Ja", waarschijnlijk door die betoverende blik in Joke'r ogen...

Maarten haalde Joost naar hun tafeltje en met z'n drieën bleven ze nog wat nakletsen. Opeens kwam er een man naar hen toe, hij greep Maarten vast en riep: "Laat dat meisje met rust, ja?!" Wat Maarten ook probeerde, de man liet niet los. Toen zei Joke plotseling: "Laat los! Of wou je Michel tegenkomen?" Het was een schot in de roos: de man liet Maarten los en verdween. Over Michel deed Joke wat geheimzinnig. "Jullie zullen hem nog wel tegenkomen, misschien," zei ze tegen Maarten en Joost.

Het was een moeilijke opdracht, vooral omdat eigenlijk niemand ervan af mocht weten. Toch moest Maarten Eddy inschakelen, want hij was, behalve zijn vader, de enige die de code van het geheime computerprogramma wist. Maarten deed net of hij gewoon nieuwsgierig was naar wat er stond. Zo lukte het dan ook dat hij erachter kwam, dat Huberts en Lankhorst op het oude politie bureau zaten, zonder dat Eddy achterdochtig werd.

De volgende dag ging hij naar Joke en vertelde haar wat hij wist, mits ze beloofde geen misbruik van de gegevens te maken. Toen hij haar flat uitliep, zag hij dat er iets mis was: om zijn fiets stonden vijf jongens, sommigen met een wapen. Ze kwamen op hem af en stelde hem voor de keuze: zijn fiets afstaan of dertig piek betalen. Maarten kreeg het benauwd, maar opeens kwam er een kleine, beetje magere man op hen af. Hij vroeg de jongens om Maarten los te laten. Toen ze niet reageerde pakte hij het anders aan. En even later waren alle vijf de straatvechters verdwenen, niet zonder blauwe plekken. Maarten bedankte de man nog en zag toen dat hij bij Joke'r flat naar binnen ging.

De volgende dag ging de telefoon bij Maarten. Het was Joke. Ze vroeg of hij zin had om mee te gaan naar een vergadering van de ASP. Hij zou het wel interessant vinden, zei ze. Maarten stemde toe en vroeg Joke over de man, die hem gisteren had 'gered'. Dat bleek nou Michel te zijn, precies wat Maarten al dacht. Hij zou vast en zeker ook met die bomaanslag te maken hebben.

De vergadering van de ASP vond Maarten inderdaad erg interessant. Hij was er samen met Joke heen gegaan an tot zijn ergernis was Eddy ook verschenen. Er kwamen niet alleen ASP-aanhangers, maar ook verscheidene fascisten van de Nationale Volks Partij. Ze deelden pamfletten uit met daarop 'ASP-weg ermee' en dat soort leuzen. Tijdens de toespraak van Roskam, de leider van de ASP, brak er plotseling paniek uit in de zaal. Uit eén van de bovenste rijen stak rook op: een rookbom! Veel mensen renden al naar de uitgang, toen Eddy plotseling de bom oppakte en ermee naar de uitgang liep. Hij stond weer in het middelpunt van belangstelling en dat kon Maarten niet goed verdragen. Toen hij thuis kwam vertelde zijn vader dat die kerels van de bomaanslag ontsnapt waren, met hulp van buitenaf. Hij snapte niet, hoe ze wisten waar die zaten. En Maarten voelde zich schuldig, hij was immers medeplichtig...

Die maandag, het was de eerste schooldag van het nieuwe jaar, werden Joost en Maarten eruit gestuurd bij Engels, door Jager. Het was heel onrechtvaardig, maar tegen Jager konden ze niet op.
Ruim een week later bereidde Eddy zich voor op zijn les bij Jager. Het was pauze en Eddy wilde vuurwerk en een stinkbom aan het bord maken, zodat, als Jager het bord naar beneden deed, er een enorm spektakel ontstond. En dat gebeurde inderdaad, alleen was Jager meteen de klas weer uit. Na een tijdje kwam meneer Donkersloot Eddy halen. Hij vertelde dat Jager last had van zijn hart, maar dat het toch nog goed af scheen te lopen. Eddy werd van school gestuurd voor een paar dagen.

Voor hij naar huis ging, bracht hij even een bezoekje aan opa en oma Tollens. Met meneer Tollens kon hij altijd goed praten. Ze hadden het over de ASP, meneer Tollens vond het maar niets. De ideeën van de ASP waren milieubewust. Ze wilden het roken verbieden en er zou niet hoger dan zeventien graden gestookt mogen worden. Dat vond hij belachelijk. Ook Eddy was het er niet helemaal mee eens.

Een aantal weken later gingen Maarten en Joost weer naar de schouwburg voor een bijeenkomst van de ASP. Joke was verhinderd die dag. Uit veiligheidsoverwegingen moesten de bezoekers buiten wachten tot Roskam kwam. Het was al ontzettend druk op het plein toen hij er eindelijk was, met zijn twee lijfwachten. Maar plotseling kwam er nog een voertuig het plein oprijden. Eén van de berijders had een machinepistool en begon te schieten, de ander gooide een handgranaat in het publiek en toen verdween de motor. Er heerste grote angst en paniek op het plein. Er bleken vier doden te zijn en veertien gewonden, waaronder Roskam zelf. Een kogel had hem in het hoofd getroffen, nu was hij in levensgevaar. Joost had een lichte hersenschudding en Maarten had wat schrammen opgelopen.

Weken vol spanning gingen voorbij. Zou Roskam het halen? Toen kwam het verlossende bericht op de radio, dat hij buiten levensgevaar was en waarschijnlijk weinig nadelige gevolgen aan zijn verwondingen zou ondervinden. Voor Maarten, Joke en Joost was dit als een wonder.
Die winter gingen Maarten en Joke met Mariska (Maarten's kleine zus) en Eddy naar Joke'r ouders. Op de terugweg begon het te sneeuwen en het duurde niet lang, of de auto zat vast in de sneeuw. Van een medeslachtoffer hoorden ze dat de gasleidingen op vier plaatsen waren ontploft, waarschijnlijk werk van de NVP. Er zat niets anders op dan lopen naar het dichtstbijzijnde benzinestation. Met een speciaal ingezette bus kwamen ze uiteindelijk thuis. Daar werd het er niet beter op: in huis was het ook ijskoud.

November 1997

Er was veel veranderd in deze vijf jaar. De ASP haalde een meerderheid in het parlement en had veel nieuwe wetten ingevoerd. Niemand mocht warmer stoken dan zeventien graden, behalve mensen boven de vijfenzestig, zij mochten niet hoger dan achttien graden. Nu was Eddy bij zijn grootouders. Hij was inmiddels energietechnicus en kwam bij meneer en mevrouw Tollens de verwarming tot een hoger maximum installeren. Dat moest hij wel slim aanpakken, want als zijn grootouders tijdens een controle gesnapt werden, moesten ze een week lang terug naar twaalf of veertien graden.

Doordat mevrouw Tollens zich die middag versprak, kwam Eddy erachter dat meneer Tollens een voorraadje sigaretten had, zo'n vijftienhonderd pakjes. Roken was in die tijd ook verboden geworden en toen dat bekend werd, had meneer Tollens dus een vrachtje sigaretten ingekocht. Eddy kreeg een pakje mee, maar omdat hij niet rookte gaf hij het aan Mariska. Bij Mariska in de klas ontbrak Joop Simons, hij was voor de derde keer zijn persoonsplaatje vergeten en zat nu bij de schoolcontroleur, ook wel 'chipvreter' genoemd. Iedereen boven de zes jaar was verplicht een persoonsplaatje, dat al je persoonlijke gegevens droeg, om te hebben. Bij openbare gebouwen werd door middel van computers geregistreerd wie er binnen kwam en buiten liepen 'chipvreters' rond om te controleren of iedereen zijn persoonsplaatje bij zich had. Mariska en haar vriendin Lianne liepen de kamer van de schoolcontroleur binnen om hem om te praten, zodat Joop niet een week naar het internaat moest. Gelukkig lukte dat.

Meneer Van Rhenen leed ook onder de macht van de ASP. Omdat hij niet fanatiek genoeg was, werd hem zijn functie bij de politie (nu AOD, Algemene Opsporings Dienst, genoemd) ontnomen, maar hij mocht een administratieve functie aanvragen. Nu moest hij ook zijn auto inleveren, omdat hij niet die niet meer per se voor zijn werk nodig heeft.

Een tijdje later, toen Mariska en Lianne met een sigaret in het plantsoen zaten, kwam Lianne met vervelend nieuws. Haar moeder was zwanger en dat terwijl ze al drie kinderen had. Ieder vierde kind werd bij de ouders weggehaald en in een Gemeenschappelijk Adoptie Centrum geplaatst. Als de ouder een boete betaalden van vijfentwintigduizend gulden, mochten ze het kind tot het vijfde jaar bij zich houden.

Mariska moest het haar moeder vertellen, misschien wist die een oplossing. En bij toeval hoorde Eddy het. Hij kwam naar Mariska'r kamer en vertelde dat hij aan geld kon komen. Hij zei niet dat hij sigaretten aan meneer Tollens zou vragen en die zou verkopen op de zwarte markt. Ze waren nu al zo'n zes gulden per stuk waard en de prijs steeg nog steeds. Ook Mariska was op het idee gekomen om de paar sigaretten die ze nog had te verkopen. Dat had ze niet moeten doen, want dezelfde dag nog, werd ze voor de schoolcontroleur geroepen. Mariska werd gefouilleerd en hij ontdekte eén sigaret. Ze kwam ervan af met iedere dag van deze week een werkstuk in te moeten leveren.

In die tijd werd meneer Tollens ziek. Toen het niet beter werd, is hij naar het ziekenhuis gegaan voor een onderzoek. Na een aantal dagen kreeg hij een brief waarin stond dat hij, gezien zijn omstandigheden, het advies kreeg zich te wenden tot het Algemeen Centrum voor Euthanasie. Mensen boven de vijfenzeventig jaar (meneer Tollens was zevenenzeventig jaar) werden immers niet meer in een ziekenhuis opgenomen. Meneer Tollens mocht dan wel ongeneeslijk ziek zijn, maar naar dat Algemeen Centrum voor Euthanasie ging hij niet. Dan bleef hij maar thuis, wachtend op de dood.

Eddy besloot eens langs te gaan bij Maarten en Joke, die inmiddels samenwoonden. Maarten was er niet en Joke wilde net boodschappen gaan doen. Ondertussen kon Eddy wel even naar de verstopte gootsteen kijken, vond ze. Terwijl hij daar mee bezig was, ontdekte hij echter iets belangrijks. Het was een bundeltje papier waarin werktekeningen, foto's en een landkaart met cijfercodes zaten. Er stond op de landkaart: 'COORD MD' en 'PUNT 13.3.93' en 'GH2, CL3, WB3 en AH2'. Eddy dacht diep na. Toen wist hij het: de plannen voor de ontploffingen van de gasleiding, nu bijna vijf jaar geleden! Het was dus toch de ASP geweest!

Maarten zou naar een PMO-cursus gaan. Die cursus was alleen voor ASP-leden en er werd uiterst geheimzinnig over gedaan. Toch had meneer van Rhenen opgevangen dat er met die cursus iets mis was, dat er daar met je werd geknoeid. Maarten wilde die onzin niet geloven en familie van Rhenen kon niet voorkomen dat hij er toch heenging. Er was inderdaad iets mis met die cursus, iets waar ook Maarten niets van af wist. Bij iedere cursist werd 'vrijwillig' bloed afgenomen en ondertussen een PHI in de hersenen geplaatst. Een PHI was een stof waarmee de AVD, de Algemene Veiligheids Dienst, de voormalige cursisten kon lokken. Als er bij de AOD op een bepaalde knop gedrukt werd, reageerde de stof in de hersenen daarop, door naar het hoofdkantoor van de AVD te gaan. De persoon in kwestie kon zich er naderhand niets van herinneren. Ook bij Maarten was dit gebeurd.

Een aantal dagen later stierf meneer Tollens, hij had bijna geen pijn geleden. Tijdens zijn begrafenis liep Maarten weg. Waarom? De PHI was in werking getreden. Eddy en Mariska, die nu ook was ingelicht, kwamen er niet uit wat de codes op de landkaart betekenden. Van Harm, Eddy's vriend, kregen ze het adres van Borgstein, een professor, misschien dat die iets wist. De professor liet hen een apparaat zien, dat computer storingen kon opwekken. De computer zou dan een week niet te programmeren zijn. Dat was, net als de plannen voor die bomaanslag, een ideaal wapen tegen Roskam! De volgende dag, toen Eddy gecontroleerd werd en zijn persoonsplaatje negatief aangaf, werd hij meegenomen naar het hoofdkantoor van de AOD. Daar hoorde hij dat van de PHI, van een andere opgepakte. Later moest hij naar de AVD, waar ze rare vragen stelden. Opeens wist hij het: zijn persoonsplaatje was negatief door het apparaat van Borgstein, maar daarom was hij hier niet. Ze wisten dat hij de plannen had! Eddy ontsnapte uit het hoofdkantoor en wist maar eén vluchtadres: meneer Borgstein.

Vandaar kon hij Mariska waarschuwen, haar persoonsplaatje was ook kapot. En ze moesten de plannen hebben. Lianne wilde die wel gaan halen. Maar toen ze terug kwam, bleek dat de AVD de plannen al gevonden had. Meneer Borgstein vond dat Eddy en Mariska moesten vluchten naar het buitenland. Maar eerst wilde Mariska naar Joke en Maarten, ze moest ze waarschuwen voor de PHI! Joke vond dat het beter was als Maarten en zij ook zouden vluchten, ze waren niet veilig meer.

Meneer Borgstein zorgde voor een vluchtauto en ze mochten zijn apparaat mee, om de grenspost 'uit te schakelen'. Na een paar dagen was het zover. Alles was klaar om te vluchten. Het apparaat van Borgstein kwam goed van pas; onderweg kwamen ze een controle post van de AOD tegen en ook bij de grens deed het apparaat zijn dienst. Alles leek goed te gaan, totdat Maarten niet meer verder wilde. Zijn PHI begon weer te werken. Eddy deed zijn best hem tegen te houden en uiteindelijk moest hij hem bewusteloos slaan om mee te krijgen. Daar stonden ze dan. Weg uit dat nare land met al zijn regels en controles.

2 Verhaalanalyse

2.1 Grondmotief
De belangrijkste gedachte waarop dit boek is gebaseerd is vechten voor de samenleving. Dat geldt zowel voor het eerste deel (1992) als voor het tweede deel (1997). In het eerste deel vechten Maarten en Joke voor een betere samenleving, dat wil zeggen: minder werkeloosheid en milieuvervuiling, meer energiebesparing en een betere volksgezondheid. Na vijf jaar hebben ze dat bereikt en dan zijn het anderen die in opstand komen. Dit keer zijn het Eddy en Mariska die de samenleving beter willen maken. Zij willen af van al die vreselijke regels en controles die een persoonlijke vrijheid onmogelijk maken.

2.2 Ruimte
Het verhaal speelt zich af in Nederland in een redelijk grote stad. Ik kan niet zeggen in welke stad en ook in welk landsdeel van Nederland. Het is in de buurt van een polder, maar dat zegt niet veel. Het maakt ook niet uit in welke stad. Wel is het belangrijk dat het om een stad gaat. Want in de stad dringen ideeën het eerste door en daar heb je ook de meeste last van bijvoorbeeld de controles die werden uitgeoefend.

2.3 Tijd
Het verhaal bestaat uit twee delen en speelt zich ook af in twee verschillende tijden. Het eerste deel begint in augustus 1992 en eindigt in februari 1993. Het tweede deel begint in november 1997 en eindigt in juni 1998. Beide delen spelen zich af in de toekomst, ook het eerste deel. Voor ons is 1992 het verleden, maar in 1980, toen Evert Hartman "Vechten voor overmorgen"
schreef, was 1992 wel degelijk de toekomst.
Hoewel de er niet veel tijd tussen deel eén en deel twee van "Vechten voor overmorgen" zit, is het tijdsverschil toch heel belangrijk. Want in die vijf jaar zijn er veel dingen veranderd. Eigenlijk is de hele samenleving op zijn kop gezet. Ik snap niet dat dat in zo'n korte tijd kan gebeuren.

2.4 Figuren
De hoofdpersonen verschillen in beide delen. In het eerste deel is Maarten de hoofdpersoon. In het tweede deel is Mariska dat. Ik heb hier nog over getwijfeld. Eerst dacht ik namelijk dat Eddy de hoofdpersoon was, maar bij nader inzien heb ik toch voor Mariska gekozen. Mariska is immers feller (en misschien strijdlustiger) dan Eddy en het grondmotief van dit boek is vechten voor een betere samenleving. Maarten van Rhenen is een idealist. Als hij een idee heeft, wil hij dat uitvoeren en nog goed ook. Dat is overduidelijk te merken aan hoe hij bezig is met de ASP. Alles wat de ASP zegt, zegt Maarten ook. Hij vecht ervoor en steunt de ASP zoveel mogelijk, wat niet iedereen zo erg op prijs stelt. Verder is Maarten een erg stille jongen. Maar zodra iemand iets tegen hem heeft, bijvoorbeeld een andere mening, dan wordt hij pissig. Hij kan daar niet goed tegen en wil dan het liefst meteen van onderwerp veranderen. Ook met Eddy kan hij niet goed overweg. Hun opvattingen over de ASP (en andere dingen) zijn dan ook totaal verschillend.
Mariska van Rhenen is een felle meid. Als ze iets onrechtvaardig vind, wil ze daar meteen wat aan doen. Daarom doet ze soms verkeerde dingen (wel voor een goed doel), waar ze dan niet goed over na heeft gedacht. Ze ook heel strijdlustig en rechtvaardig, net als Eddy, maar hij denkt eerst na voor hij wat doet.

In dit boek komen veel bijfiguren voor, zowel karakters als typen en soms zelfs enkele 'namen', figuren die verschillende keren genoemd worden, maar die niet direct in het verhaal voorkomen. Bijvoorbeeld Claus Lankhorst en Gerard Huberts.

Een aantal karakters zijn:
Eddy van Rhenen, hij maakt constant grapjes, maar kan, als het erop aankomt toch heel serieus zijn. In het tweede deel is hij serieuzer dan in het eerste. Dat is dan ook logisch, want in het tweede deel is hij de strijder voor een betere samenleving. In het eerste deel was hij allen toeschouwer, een stuk minder serieus dus.

Joke Hameling, ook een fanatieke ASP-er, lijkt in het begin behoorlijk zelfverzekerd, maar in de loop van het verhaal (vooral aan het einde), blijkt dat ze dat helemaal niet is. Als Maarten haar niet had leren kennen, was hij vast en zeker veel minder fanatiek voor de ASP geweest. Hij had zich er dan natuurlijk wel tot aangetrokken gevoeld.
Meneer Tollens, de enige man die van het begin af aan tegen de ASP was. Hij heeft niet geknokt tegen de ASP, maar als hij nog jong was, weet ik zeker dat hij dat wel gedaan zou hebben, net als Eddy. Hij en Eddy konden ook heel goed met elkaar praten, over alle dingen eigenlijk.

Een aantal typen uit "Vechten voor overmorgen" zijn:
Meneer Van Rhenen, hij werkt bij de politie (later AOD) en is een stille man. Daardoor let hij goed op en dat is nuttig voor het speurwerk, dat hij moet verrichten.
Mevrouw Van Rhenen, een bezorgde moeder, die het beste met haar kinderen voor heeft.
André Hameling, de broer van Joke. Hij moet de idealen van de ASP bereiken en deinst niet terug voor geweld.
Michel Dupont, een onderwereldfiguur, die, net als André, niet terugdeinst voor geweld en fanatiek voor de ASP is. Hij is de 'leider' van het groepje dat steeds achter de bomaanslagen zit en later hoofd van de AOD.
Lianne, Mariska'r vriendin. Zij is niet zo strijdlustig, maar wel altijd bereid om te helpen als dat moet.
Mevrouw Tollens. In het eerste deel denkt zij dat de ASP niet zo hard van stapel zal lopen als meneer Tollens telkens roept.
En Thomas Borgstein, de uitvinder van het apparaat waarmee computerstoringen op te wekken zijn. Dat apparaat maakt vluchten mogelijk en zou uiteindelijk voor de ondergang van Roskam moeten zorgen. Borgstein is een aardige, ietwat vreemde man en hij is fel tegen Roskam en de ideeën van de ASP. Hij vecht op zijn manier voor een samenleving zoals die vroeger was en dat is door in het diepste geheim uitvindingen te doen (zoals dat apparaat), waarmee hij Roskam uiteindelijk kan verslaan.

3 Ervaring
Mijn ervaring met dit boek is positief, waarschijnlijk omdat "Vechten voor overmorgen" zich in deze tijd afspeelt, al is het in de toekomst. Bovendien komt er veel dialoog in voor en er wordt niet meer beschreven dan nodig is.
Dit verhaal van Evert Hartman is duidelijk fictioneel. Ik geloof namelijk niet dat onze samenleving zó kan veranderen als in "Vechten voor overmorgen" en zeker niet in vijf jaar tijd. Hartman wil waarschuwen voor alle (milieu-)problemen in ons land, maar hij geloofde tijdens het schrijven ook niet dat het ooit zo ver zou komen als hij in zijn boek aan het beschrijven was.

Mijn persoonlijke mening over de ASP was in het begin wel aardig. Het leek er inderdaad op dat de ASP de Nederlandse samenleving wilde veranderen met haar linkse ideeën. Hoewel ik sommige dingen toch te ver vond gaan, waren andere ideeën best aardig. In het tweede deel komt er een heel andere ASP te voorschijn. De linkse ideeën zijn veranderd in rechtse methoden. Ik snap niet dat de ASP in 1997 nog steeds aan de macht was. De meeste burgers vonden haar ideeën toch al lang niet meer leuk?

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons dan weten.

zoeken



Gelukkig heeft Scholieren.com nu elke vrijdagmiddag film.

geef je mening: Sinterklaas

Hoe vier jij Sinterklaas?



» resultaten poll