Info over dit verslag
Geschreven door: | anoniem |
Niveau: | 3VWO |
Kwaliteit: | ![]() ![]() ![]() ![]() |
Waardering: | ![]() ![]() ![]() ![]() |
Taal: | Nederlands |
Woorden: | 2348 |
Opvragingen: | 7 |
Hulpmiddeltjes
Waardering
Gemiddelde waardering: 4 uit 5 (80 stemmen)
Titels van Evert Hartman
Buitenspel (13) 1986 De droom in de woestijn (4) 1989 De vloek van Polyfemos (19) 1994 De voorspelling (25) 1993 Gegijzeld (40) 1984 Het bedreigde land (3) 1988 Het onzichtbare licht (16) 1982 Morgen ben ik beter (19) 1987 Niemand houdt mij tegen (12) 1991 Oorlog zonder vrienden (39) 1979 Overval in de nacht (1) 1995 Signalen in de nacht / Nederlandse verzetsroman omnibus (1) 1980 Vechten voor overmorgen (12) 1980
Laatst gewijzigd op 21 maart 2001
Uitgever:
Lemniscaat, Rotterdam
Druk:
Zevende druk, 1997 (1993)
Relatie tussen schrijver en werk
Er zit niet zo'n duidelijke relatie tussen Evert Hartman en dit boek. Maar Hartman schrijft wel degelijk over zijn eigen ervaringen, namelijk toen hij ging studeren in Utrecht. Dit is dezelfde plaats waar Sander ook studeert en Evert Hartman zal ongetwijfeld ook een ontgroeningstijd hebben gehad. Net zoals Sander.
Korte eerste reactie
Wow! Wat een fantastisch boek! Dit was echt een leuk boek om te lezen. Vooral omdat ik zelfs niet het flauwste vermoeden had hoe het af zou lopen. Ik vind ook het onderwerp goed gekozen. Iemand die voorspelt dat je over 14 dagen dood bent. Heel erg origineel en ook nog eens meteen spannend. Dit boek zet je dan ook aan het denken over de dood en dingen die daarmee te maken hebben. Zoals over mensen die een ongeneeslijke ziekte hebben en weten dat ze binnen een korte tijd overlijden.
Samenvatting
Sander Dijkhuizen is een achttienjarige student. Hij is net aan een studie Sociologie begonnen en zit in de ontgroeningstijd. Daarom moet hij allerlei klusjes doen voor oudere studenten. Zoals liedjes uit zijn hoofd leren en de oudere studenten mogen hem pesten. Ze zeggen bijv. dat hij een nuldejaars is. Daarvoor moet hij ook vaak naar de kroeg. Op een avond komt hij ook lichtelijk aangeschoten terug in de studentenflat waar hij woont. Het is dan rond middernacht.
Als hij binnenzit hoort Sander de deurbel. Hij denkt dat het Marijn, zijn buurmeisje, is. Maar het blijkt een onbekende te zijn. Hij heet Hadek en hij zegt dat Sander nog maar veertien dagen te leven heeft. Hij zegt ook dat Sander nu dus nog veertien dagen heeft om afscheid van iedereen te nemen. Sander neemt hem echter niet serieus en daarom zegt Hadek dat hij hem de volgende dag een teken zal geven.
De volgende ochtend wordt Sander bijna door een auto overreden. Hierdoor begint Sander echt in de voorspelling van Hadek te geloven en zo verandert hij van een rustige, oppervlakkig denkende, niet bijgelovige, student in een bange, diep nadenkende gek. Hij krijgt 's nachts nachtmerries over treinen waar hij niet in mag en word angstig voor van alles, vooral voor de dood.
Sander vertelt ook over de voorspelling aan zijn beste vriend Lodewijk, maar die neemt het niet echt serieus en zegt dat Sander het zich allemaal maar verbeeldt en dat hij zich zorgen maakt over niets. Later begon hij Sander te geloven, maar advies kon hij hem niet geven.
Marijn vindt het verhaal van Hadek ook vreemd, vooral omdat zij die avond net thuiskwam, toen Hadek weggegaan moest zijn. Maar zij had Hadek niet gezien en ook de huisbaas die de hele tijd in de gang stond had hem ook niet gezien.
Sander is ook lid van een club, Aliquando. Daar ontmoet hij Karin, een derdejaars student. Hij vertelt haar zijn verhaal en zij neemt hem serieus. Maar volgens haar kan hij ook een hallucinatie hebben gezien.
Sander beleeft in de loop van het boek steeds meer vreemde dingen. Hij is bijvoorbeeld een keer in de bibliotheek en ziet daar een boek over de dood. Geschreven door H. Dekkers, dit zou de afkorting van Hadek kunnen zijn.
In de kroeg waar alle Aliquando-leden meestal komen gaan ze een keer geesten oproepen. Ze krijgen inderdaad contact met een geest die Fredo heet. Die vertelt hen dat Sander binnenkort zal overlijden.
Ook wordt Sander een keer bijna door een taxi overreden als hij dronken naar zijn woning fietst. Het kenteken van de taxi blijkt niet te bestaan en ook hierdoor wordt Sander weer alleen nog maar banger.
Op een gegeven moment durft Sander zelfs niet meer een kind dat bijna verdrinkt te redden. Dit komt omdat hij dan bang is dat Hadek hem dan zal vermoorden. Hij kreeg ook steeds vaker angstaanvallen en hij hoorde zelfs een keer stemmen in zijn hoofd die zeiden dat hij niet in een bepaalde trein mocht instappen.
Op een gegeven moment ontmoet hij toevallig Danielle. Danielle is een meisje uit de brugklas en die voelt meteen dat hij ergens bang voor is. Ze heeft ook een tante die Angela heet. Die lijkt als twee druppels water op Marijn. Sander vertelde zijn verhaal ook aan Angela. Die zij dat hij niet bang moest zijn voor de dood, anders zou hij alleen nog maar meer angstiger worden.
In het begin vindt Sander het moeilijk om dat advies op te volgen. Maar als hij Danielle en Angela steeds vaker ziet (door toeval) gaat het toch steeds beter met hem. Elke keer als er iets gebeurd weten Danielle samen met haar tante Sander te helpen. Het lijkt wel alsof Danielle een beschermengel voor Sander is.
Op een gegeven moment vertelt Lodewijk Sander over een stukje dat hij in de krant heeft gelezen. Het gaat over een gestoorde pyromaan die Hans de K. heet. Volgens Lodewijk is dit Hadek. Maar omdat het steeds beter gaat met Sander, gelooft hij hem niet.
Als Sander die avond samen met Marijn naar een feest van Lodewijk gaat ontstaat er brand. Sander is dan helemaal niet meer bang voor de dood en hij redt zelfs nog Marijn uit de vlammen. Als ze even later op het dak zitten staat Danielle toevallig samen met haar tante op straat. Ze vertelt hen waar ze naartoe moeten. Zo komen Sander en Marijn nog heelhuids thuis terecht.
Na dit geval was zijn angst compleet verdwenen. Hij was niet meer bang voor de dood en hield van het leven. Om Danielle hiervoor te bedanken wil Sander haar een cadeau geven. Omdat Sander alleen het adres van haar school heeft gaat hij daar naartoe. Maar daar blijken ze haar niet te kennen. Toch weet hij zeker dat ze daar op die school (het Bomanscollege) zit.
Hierdoor blijven Sander maar ook de lezer met veel vragen zitten.
Evaluatie
Personages
Hoofdpersoon:
Sander Dijkhuizen: een achttienjarige student die net is begonnen aan zijn studie sociologie. In het begin is hij zelfverzekerd, maar nadat hij van Hadek heeft gehoord dat hij in veertien dagen dood zal zijn wordt hij een "Pietje Fobietje". Hij begint overal wat achter te zoeken. Aan het einde van het boek wordt hij dankzij zijn vrienden en zijn eigen wilskracht gelukkig weer vastberaden en zeker van zichzelf.
Bijfiguren:
Hadek: dit blijft een beetje een mysterieuze figuur in het boek van Hartman. Deze man heeft aan Sander voorspelt dat hij hem over veertien dagen zou komen halen. Hij heeft een net pak en is de tegenstander van Sander. Hij zorgt er dan ook voor dat het voor Sander moeilijk wordt om zijn probleem op te lossen door hem telkens te confronteren met de dood. Zoals bijvoorbeeld een bijna auto-ongeluk.
Daniëlle en haar tante Angela: dit zijn de helpers van Sander, ze zorgen ervoor dat hij zijn angst overwint en dat hij weer een normaal leven kan lijden. Ook over hen wordt weinig verteld in het boek. Je weet alleen wel dat Daniëlle waarschijnlijk in de brugklas zit en dat Angela sprekend op Marijn lijkt. Het lijken wel een soort beschermengelen van Sander omdat ze hem altijd net op tijd redden als het dreigt uit de hand te lopen. Zoals wanneer ze hem de weg wijzen uit de brandende flat van Lodewijk.
Ik denk dat ik net zo zou reageren als Sander als ik zou horen van de een of andere gek dat ik niet zolang meer te leven had. Ik denk dat ik ook helemaal gestrest zou worden van dat idee. Maar ik denk wel dat ik het ook aan mijn ouders zou vertellen. Ook al zouden ze dan ongerust worden. Ook zou ik het aan mijn vrienden en vriendinnen vertellen, net als wat Sander deed want die kunnen je tenminste (proberen te) helpen.
Thema / Onderwerp
Het thema van het verhaal is de angst om de dood die Sander moest proberen te overwinnen.
Dit heeft te maken met de dood, onzekerheid, angst, ongeloof en waanzin.
Dit vind ik in dit boek wel een interessant thema, maar ik denk niet dat ik normaal echt snel een boek over de dood zou lezen. Daar krijg je zo'n grafstemming van. (Ik heb dit boek eigenlijk gelezen omdat Melanie zei dat het een leuk boek is en omdat Hartman het had geschreven.)
Gebeurtenissen
Sander Dijkhuizen krijgt op een avond van een of andere mysterieuze man te horen dat hij nog maar veertien dagen te leven heeft. Dat vind ik nogal ongeloofwaardig, ik denk niet dat zoiets in het echt gebeurt. Alleen als je een of andere gestoorde gek tegenkomt kan het zijn dat zoiets gebeurd. Maar anders niet. En ook het deel over Daniëlle die samen met haar tante Angela altijd net op tijd is om Sander te helpen is nogal ongeloofwaardig. Dit kan in het echt nooit. Maar ik denk dat het dan ook een soort beschermengelen zijn en het hangt er net vanaf of je erin geloofd of ze bestaan of niet. Nou en volgens mij bestaan ze niet. Toch zou zoiets wel in het echt kunnen gebeuren als je een beetje in bovennatuurlijke dingen en toevallige gebeurtenissen geloofd. Ik denk dan ook dat het wel mogelijk is, maar dat het niet snel zal gebeuren.
Verder zitten er wel genoeg verschillende gebeurtenissen in dit verhaal dat het blijft boeien en ze hangen ook wel logisch samen.
Opbouw
"De voorspelling" is chronologisch verteld. Het begint bij het begin. Dit heet ab avo. Er zitten verschillende kleine spanningsbogen in zoals wanneer hij op een eiland is gezet door andere leden van Aliquando. Je vraagt dan af of hij er nog wel afkomt. Samen vormen die kleinere spanningsbogen een grote spanningsboog. Dat is of Sander de veertien dagen overleeft of dat Hadek hem dan inderdaad zal gaan halen.
Tijd
Het verhaal speelt zich in deze tijd af. Het zou netzo goed nu gebeurd kunnen zijn. Tussen het begin en het eind verlopen maar een paar dagen, ongeveer twaalf. De vertelde tijd zijn dus ongeveer twaalf dagen en de verteltijd is 265 bladzijden. Er zijn geen grote sprongen in de tijd. Soms wel van een paar uur en maar af en toe sprongen van een dag. Er komt ook een terugblik in voor, namelijk dat Sander terug denkt aan vroeger toen hij door kinderen werd bedreigd. Het verhaal is dus niet-continu verteld. Maar het is nog wel logisch doordat het aaneengesloten verteld is en niet in fragmenten. Er komen namelijk geen lange stukken met sprongen of terugblikken in voor.
Het boek van Hartman heeft een open einde, omdat de veertien dagen nog niet om zijn weet je niet of het goed afloopt met hem en je weet ook niet hoe het nou zat met Daniëlle. Je weet dus niet of Sander het wel overleefde en ook alles rond Hadek en Daniëlle en haar tante blijft een mysterieus raadsel. Sander heeft dan ook nog geen oplossing op zijn probleem gevonden. Hij weet nog steeds niet of hij nu dood gaat of niet. Maar hij is er in ieder geval niet meer bang voor.
Taalgebruik
Het is een makkelijk te lezen boek, met volop dialogen hierdoor wordt het ook makkelijk om te lezen. Ook kan je je goed inleven doordat je ook leest over hoe Sander over de dood en alles denkt. Eigenlijk denkt hij een beetje zoals elk normaal mens hierover. Dit past ook goed bij het onderwerp, want de bedoeling van het boek is ook wel een beetje dat je hierover nadenkt.
Eindoordeel
Mijn mening is nog steeds hetzelfde gebleven, namelijk dat dit een fantastisch boek is. Dat komt bijvoorbeeld doordat het zo'n spannend boek is. Dat kan ook niet anders want het onderwerp is ook heel spannend. Je weet dat er een voorspelling is gedaan dat Sander over veertien dagen dood zou zijn. Doordat Hadek, die dit voorspelde, een beetje een mysterieuze figuur blijft vraag je je echt af of Sander het overleeft en hoe hij anders vermoord wordt. Ik zat dan ook bijna op het puntje van mijn stoel toen ik het stukje over het geestenoproepen in hoofdstuk 5 las. Daarin kwam duidelijk naar voren dat een geest die Fredo heette voorspelde dat Sander de eerste was die zou overlijden. En omdat je niet weet of dat echt zo is, wordt het hierdoor alleen nog maar spannender.
Het boek zet je ook aan het denken. Over de dood en hoe het is als je weet dat je nog maar kort te leven hebt. Je weet dan wel dat je dood gaat maar niet wanneer. En ook niet of je inderdaad wel doodgaat omdat er nog een heel erg kleine kans bestaat dat je misschien langer blijft leven. Ik heb zoiets nog nooit zelf meegemaakt, maar het lijkt me verschrikkelijk. Het is dan ook heel begrijpelijk hoe Sander hierover denkt. Hij gaat zich afvragen wat hij nog wil doen in die veertien dagen en hoe hij misschien dood gaat, zodat hij dat kan verkomen om toch nog langer te kunnen leven. Dat doet hij ook in hoofdstuk 8 als hij met de trein gaat. Hij is elke keer bang dat ze ergens tegenop botsen of dat ze van een brug vallen en dat soort dingen. Gelukkig weet Daniëlle hem dan gerust te stellen.
Ik heb in de tweede klas geleerd dat er altijd wel een minpuntje aan een boek zit, maar ik vond het nogal moeilijk omdat bij dit boek te vinden. ( Dit boek is immers niet voor niets bekroond door de Nederlandse Kinderjury in 1994.) Toch is het me gelukt. Een, weliswaar, klein minpuntje is dat het boek een open einde heeft. Dat vind ik normaal altijd heel erg irritant. Bij dit boek is dat echter niet zo erg, omdat het belangrijkste was dat Sander niet meer bang was voor de dood en gewoon kon verder leven. Dus dit was nog niet zo erg, maar toch had ik wel graag geweten of Sander het echt zou hebben overleefd of niet.
Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.
Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.




Openen in tekstverwerker
Printen
Emailen