ff n studiebreak

Meiden, laser je binnenste schaamlippen lekker weg joh. Want je vriendje wil een playboypoesje.

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

Geschreven door:

Kees van der Pol (Docent) [meer]

Datum ingestuurd:

1 september 2010

Taal:

Woorden:

3.000

Bekeken:

716 keer (3 deze maand)

Waardering:

3.4/5 (9 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 


Feitelijke gegevens over het boek
Verschijningsdatum 1e druk: 20 augustus 2010
Gebruikte druk: 1e
Aantal bladzijden: 207
Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar te Amsterdam

Beschrijving van de cover
Op de wat onduidelijke kaft staat de afbeelding van een omgekeerde man, die zijn armen spreidt alsof hij van een duikplank in het zwembad wil springen.

Genre
“Zacht als Staal” is een psychologische roman over de acceptatie van homoseksualiteit, een moeilijke moeder-zoonverhouding en schuldgevoelens.


De flaptekst
Een moeder reist van het Zuid-Afrikaanse platteland naar Amsterdam om het lichaam van haar zoon op te halen. Gedreven door plichtsbesef en schuldgevoel onderneemt ze een bizarre zoektocht door een voor haar onbekende wereld om haar zoons leven en dood te reconstrueren.
Bijgestaan door een cokedealende rasta weet ze een bonte stoet vrienden en bekenden te achterhalen – knipnichten, koffie-moffies, hoerenjongens, rampenjagers. Maar lang niet iedereen draagt haar een warm hart toe en sommigen willen bepaalde feiten liever verborgen houden in de achterkamertjes van het nachtleven. Tijdens haar zoektocht begint Alma te beseffen hoezeer zij zelf heeft bijgedragen aan de ondergang van haar zoon.

Zacht als Staal is de ontroerende en bij vlagen hilarische opvolger van Richard de Nooys debuutroman Zes beetwonden en een tetanusprik (2008), die eerst in het Engels verscheen en in Zuid-Afrika werd bekroond met het Best First Book Award.


Samenvatting van de inhoud
In het voorwoord geeft J.R. Deo aan dat hij een roman over de gebeurtenissen uit 1986 gaat schrijven. De jongen met wie hij kennismaakte in Amsterdam, is in die winter verdronken.
Hij gaat de waarheid over het dodelijk ongeval proberen te achterhalen.
De structuur van de roman is vrij ingewikkeld. [Zie verder hiervoor onder het kopje Structuur.]
Daarom wordt het verhaal van de samenvatting hieronder anders weergegeven dan in de volgorde van de hoofdstukken.

De geschiedenis van Staal
Staal wordt door zijn moeder naar het station gebracht. Hij woont in Zuid-Afrika, maar is homofiel en dat wordt door zijn familie niet geaccepteerd. Hij vertelt over een verhaal dat hij eens heeft geschreven en daarna ingeleverd heeft voor een opstelwedstrijd. Het ging over twee homofiele ezels die later ook door de eigenaar werden “gemolken.” Zijn stiefvader Andries was heel boos geworden om het schunnige verhaal en had alle boeken die een slechte invloed op Staal uitoefenden verbrand en ook het vieze verhaal van Staal was in de brandton terechtgekomen. Ze laten hem testen op zijn homoseksuele geaardheid bij een therapeut in Johannesburg. Hij is onmiskenbaar homo.
Zijn moeder stuurt hem daarom naar Nederland. Op het station gedraagt Staal zich niet zo heldhaftig. Wanneer hij in Amsterdam aankomt, ziet hij één van de eerste dagen de Pool Janusz. Hij is een jongenshoer die zijn lijf verkoopt voor geld. Een van de eerste nachten slaapt Staal in de jeugdherberg bij de Pool. Ze zoenen al met elkaar.

Staal moet natuurlijk wel aan het werk: hij heeft in het vliegtuig het adres van twee homofiele kappers gekregen en hij meldt zich daar. Martijn en Dirk zijn twee onvervalste nichten met flauwe grappen over seks. Hij wordt hun veeghulp. Staal is ook nieuwsgierig naar andere zaken in het homocircuit. Zo bezoekt hij de “darkroom van de Cockring”, een homoclub, en hij wordt daar bezocht door Thierry, een homofiele steward. Met hem gaat hij mee naar huis en hij wordt de minnaar van deze oudere man. Ook blijft hij Janusz ontmoeten, die intussen ook flink aan de drugs is. Bij één van hun uitstapjes ontmoet Staal nog een andere Zuid-Afrikaan, de even oude Rem. Deze wordt ook wel Deo (God genoemd) Hij noemt zichzelf de rampenjager. Ze gaan later zelfs met zijn drieën naar Frankrijk op vakantie. Rem is geen homo en ergert zich wel een beetje aan het gedrag van de twee. Ze laten zich kaal knippen, waardoor ze niet meer voor homo’s maar voor skinheads worden aangezien
Staal en Janusz gaan op een winteravond stappen en komen krakers tegen. Die maken hen uit voor fascisten en Janusz wordt dan heel boos. Maar de krakers laten zich niet onbetuigd en slaan Janusz neer. De zachtaardige Staal wordt nu zo boos dat hij een stoeptegel pakt en die op het hoofd van een van de krakers kapot slaat. Daarna verdwijnt hij in de nacht. Deo gaat in de homokringen naar hem en Janusz op zoek. Janusz vertelt wat er is gebeurd tot het moment dat Staal in de nacht was verdwenen.

Uit het verslag in hoofdstuk 1 (van politieman Vroegop) blijkt dat Staal in de ijskoude gracht dood is aangetroffen. Volgens hem is er geen sprake geweest van een misdrijf, zodat de opsporing gestaakt is.

De zoektocht van Alma
Alma komt in Amsterdam aan en het is een erg slechte dag met veel regen. Ze heeft twee koffers bij zich die al op de eerste dag door een monnik worden gestolen. Gelukkig wordt ze geholpen door een grote neger die haar helpt de weg te wijzen naar het politiebureau. Daar moet ze zich melden, omdat ze het lichaam van haar zoon Staal wil zien. De grote neger is tegen betaling bereid haar als gids de weg te wijzen door de wereldstad. Hij zorgt voor onderdak in een goedkoop bordeelhotel en wijst haar verder de weg naar de oude vrienden van Staal. Zo gaat ze langs bij de steward Thierry die haar nog niet wil ontvangen, omdat hij net terug is van een vlucht. Die avond spreken ze af. Ook gaat ze langs de kappers Martijn en Dirk die aanvankelijk erg boos op haar zijn, omdat ze haar zachtaardige zoon niet heeft geaccepteerd. Ze zeggen ook dat Staal in Amsterdam gecremeerd moet worden en niet in Zuid-Afrika waar hij niet eens gewenst was.

Alma zet de zoektocht naar het verleden van Staal voort en wil bijvoorbeeld in een pornobioscoop zien hoe mannen het met elkaar doen, ook wil ze een rondleiding in de seksclub en de darkroom waar Staal Thierry heeft ontmoet. Ze koopt er later nog een fles wijn die ze aan Thierry geeft. Ze vindt het een heel aardige man van wie ze best begrijpt dat Staal op hem verliefd is geraakt. Thierry zegt dat hij nauwelijks seks heeft gehad met Staal en dat hij min of meer een vader-zoonrelatie met hem had, maar dat is niet zo. Later vertelt Thierry aan Deo (en de lezer ) dat Staal zo geil als boter was en het met iedereen wilde doen. Een van de laatste hoofdstukken is gewijd aan de plechtigheid bij de crematie van Staal. Deo houdt ook een toespraak en ook Alma verklaart daar haar liefde aan haar zoon.

De verslagen van de getuigen jaren later
Deo heeft een aantal mensen uit het verleden van Staal opgezocht en heeft met hen een interview. Zo kan de lezer te weten komen wat er gebeurd is. Er is een gesprek met de therapeut die hem in Johannesburg heeft getest en zich eigenlijk (jaren later) schaamt voor de methode die ze toentertijd hanteerden.

Een ander gesprek is met zijn zusje Elana. Zij was in haar gedrag meer een jongen dan Staal. Die maakte zich op met haar make-upspullen en zong de nummers van Abba na. Hij werd door zijn twee stiefbroers o.a. Wessel gepest. Dat waren juist echte machomannen die in het leger tegen Angola hadden gevochten. Elana onthult dat Wessel ervoor gezorgd had dat hij een weekend in het leger werd getest. Daarna was Staal behoorlijk aangeslagen teruggekomen.

Stiefbroer Wessel wordt ondervraagd. Hij geeft aan dat hij Staal maar een “mietje ‘vond. Zijn vader Kees bleek ook homofiel te zijn. Toen hij door Alma met een pianist in een vervelende houding betrapt was, wilde ze van hem scheiden. Ze was daarna met de vader van Wessel, de weduwnaar Andries, getrouwd. Deze had al twee zoons, die heel stoer waren. Wessel geeft toe dat ze zijn stiefbroertje vaak hadden gepest zogenaamd om hem weerbaar te maken. Hij vertelt ook over zijn relatie in het leger die hij had gevraagd iets aan de geaardheid van zijn stiefbroer te doen.

De legerarts zegt dat hij dingen heeft gedaan bij homo’s in het leger die eigenlijk niet door de beugel konden, maar soms moet je het gezag gewoon gehoorzamen. Er waren diverse therapieën om homo’s te genezen. Een van de wreedste was de aversietherapie, waarbij homo’s pornofoto’s van mannen te zien kregen en vervolgens een flinke stroomstoot toegediend kregen. Zo mochten ze seksueel genot met mannen en lust niet met elkaar associëren. Het experiment was niet goed gelukt bij Staal en deze had lang een mentale terugslag gekend.

Een van de homofiele vrienden van Martijn en Dirk, Guido, geeft nog een relaas over het homocircuit waarin Martijn en Dirk verkeerden. Ze leefden er seksueel nogal op los in die tijd en dat had toch gevolg dat beiden aan aids overleden waren. Dat speelde zich allemaal af na de dood van Staal. Dirk was volgens Guido ook verliefd op Staal geweest.

In het allerlaatste hoofdstuk geeft Deo zijn mening over wat er gebeurd is in 1986. Na de actie met de stoeptegel was Staal weggelopen, want hij was bang geweest dat hij achtervolgd zou zijn. Hij was het ijs in de grachten opgegaan , in de richting van de brug. Daarna was hij in een door eenden opengehouden wak gegleden en door de kou bevangen geraakt. Er was dus inderdaad geen sprake van een misdrijf geweest. Staal was door een noodlottig ongeval om het leven gekomen.

In de allerlaatste ogenblikken had hij gedacht aan de plaats Nietverdiend in Zuid-Afrika, waar een man hem gewenkt had. Daarna werd alles warm en licht. Zijn dood is daarmee symbolisch te verklaren: die was eigenlijk ook niet verdiend. Het was immers een heel zachtmoedige jongen.

Titelverklaring
“Zacht als Staal” heeft betrekking op de ongeveer 20-jarige hoofdpersoon van de roman.
Hij woont in Zuid-Afrika waar zijn familie zijn homoseksuele geaardheid niet accepteert. In het hoofdstuk waarin zijn zusje Elena over hem verslag doet, geeft ze aan dat hij een zachtaardige jongen is die veel meisjestrekken vertoont. Hij vertrekt naar Nederland, waar hij ook opvalt door zijn uiterlijk.
Het is een heel vriendelijke jongen en zijn homovrienden (Thierry, Martijn en Dirk noemen hem vaak prinses.) Frappant is dat hij om het leven komt, nadat hij juist een woede-uitbarsting heeft gehad, omdat krakers hem en zijn Poolse vriend Janusz uitschelden voor fascisten, Hij pakt een stoeptegel en slaat de kraker op zijn hoofd. Daarna vlucht hij. Op dat moment was Staat dus juist hard als staal.

Structuur
De structuur van de roman is vrij ingewikkeld.
In het voorwoord zegt de “schrijver/verteller” J.R. Deo dat hij een roman gaat schrijven over het leven van Staal, die hij verder vaak “Prinses”noemt. Hij heeft die jaren geleden in Amsterdam ontmoet. In 1986 is Staal omgekomen, omdat hij verdronken is in het ijskoude grachtwater.

Daarna wordt het verhaal van Staal in 23 hoofdstukken verteld, waarbij de verteller zich niet aan de chronologische volgorde houdt. Hij zegt erbij dat elk hoofdstuk een motto heeft dat afkomstig is uit de grafrede die hij gehouden heeft voor Staal.
Het verhaal begint met een verslag van de politieman Vroegop die vertelt hoe het lijk van Staal is aangetroffen in de gracht.

Daarna zijn er hoofdstukken die het verhaal en de reis van Staal weergeven: het vertrek van Staal uit Zuid-Afrika, zijn aankomst in Amsterdam, zijn intreden in het homocircuit met Janusz, zijn kennismaking met de homokappers en Thierry, zijn dood.

Afwisselend zijn er hoofdstukken die de zoektocht van Alma Nel in Amsterdam beschrijven. Ze wordt gegidst door de cokedealer Wesley die ze Hantrop noemt ( hand-er-op). Dit deel eindigt in de beschrijving van de crematieplechtigheid, waarbij ze haar zoon haar liefde verklaart.

De derde verhaallijn wordt gevormd door de verslagen van de gesprekken die Deo heeft gevoerd met mensen die Staal hebben gekend en die hij nodig heeft om zijn boek over Staal te kunnen afmaken: de therapeut die hem in Zuid-Afrika heeft onderzocht, zijn zusje Elana, zijn stiefbroer Wessel, de legerarts die experimenten heeft uitgehaald met hem en Thierry.
In die gesprekken wordt steeds een interview perspectief gehanteerd, waarbij de ondervraagden hun mening over Staal aan Deo geven. Dat is wel een bijzonder perspectief.
In de zoektocht van Alma lijkt een personaal perspectief met auctoriale elementen gebruikt te zijn, maar in de hoofdstukken waarin Staal zijn weg zoekt in het leven, wordt hij steeds door Deo met je aangesproken, alsof Deo over hem vertelt.

Al met al zijn de verhaalopbouw en het perspectief vrij ingewikkeld. Je moet als lezer echt goed opletten en als het ware “in het boek komen.” In het begin is het lastig om de diverse personen uit elkaar te halen, maar dat went wel snel. Het verhaal is spannend genoeg.


Het motto
Elk hoofdstuk heeft een motto. Dat is volgens de schrijver/verteller afkomstig uit de toespraak die hij voor Staal heeft gehouden bij de crematieplechtigheid.

Het motto voor het gehele boek is ook daaruit afkomstig.
De stad is als een gouden trechter waarin wij allen rondjes draaien naar de tuit.

Opdracht
Richard de Nooy draagt het boek op aan zijn moeder.
Voor mijn moeder, die mij ook was komen halen.

De tijdlagen van het verhaal
Er worden vrijwel geen data en jaartallen genoemd. In het voorvoord van Deo geeft hij aan dat hij de geschiedenis zal vertellen van Staal die in 1986 in Amsterdam heeft plaatsgevonden. Een enkele keer wordt er een gegeven genoemd dat met die tijd te maken heeft (bijvoorbeeld het optreden van bandjes en de organisatie van de Elfstedentocht.
Maar in de hoofdstukken die de gesprekken weergeven van mensen die Staal hebben gekend (bijvoorbeeld de therapeut, de legerarts, zijn zusje, zijn stiefbroer) blijkt dat ze geïnterviewd worden door Rem (Deo) Dat vindt waarschijnlijk jaren later plaats wanneer Deo besloten heeft een roman over het leven van Staal te schrijven.

Er zijn dan enkele tijdlagen te onderscheiden:
- Het vertrek van Staal uit Zuid-Afrika
- De aankomst en zijn verblijf in Amsterdam
- De aankomst van zijn moeder Alma na zijn dood op zoek naar het verleden van haar zoon
- Het moment dat Deo jaren later onderzoek doet naar het leven van Staal

Het decor van de handeling
Er zijn twee decors:
Het eerste is het Zuid-Afrikaanse stadje Zeerust waar Staal in het gezin van Alma en Andries opgroeit. Homoseksualiteit wordt daar niet geaccepteerd en Staal wordt door zijn moeder naar Amsterdam verbannen.

Het tweede decor is het homocircuit van Amsterdam in de jaren tachtig. Daarin voelt Staal zich meer dan thuis. Hij heeft een oudere vriend Thierry, maar ook een Poolse jongenshoer Janusz. In Amsterdam komt Staal in de winter van 1986 om het leven.

Uitgewerkte thematiek
Het is niet moeilijk aan te geven welke thema’s van belang zijn in de tweede roman van Richard de Nooy.

Homoseksualiteit was blijkbaar in de tachtiger jaren in Zuid-Afrika niet veel minder dan een gevreesde ziekte. Omdat Staal zo openlijk voor zijn seksuele geaardheid uitkwam, testen hadden uitgewezen dat hij inderdaad homo was, zijn stiefbroers hem flink pestten en zelfs een experiment in het leger met hem lieten uithalen, was Staal na het schrijven van een seksueel getint opstel over twee homofiele ezels door zijn moeder Alma en stiefvader Andries naar Amsterdam verbannen. In het Amsterdam van de jaren tachtig is hij helemaal geen probleemgeval meer: er is namelijk een flink actief homocircuit in Amsterdam, waar Staal zijn erotische gevoelens naar hartenlust kan botvieren: vooral met Janusz, de Pool die door zijn vader ook al met een opdracht naar Nederland is gestuurd nl. om het graf van zijn heldhaftige opa te bezoeken.
Wanneer Staal in een darkroom de steward Thierry ontmoet, gaat hij met hem mee en hij wordt zo het luxe speeltje van Thierry. Toch blijft hij ook andere seksuele contacten zoeken.
Ook voelt hij zich wel thuis bij de homofiele kappers Martijn en Dirk. Toch wordt het verblijf in Amsterdam hem noodlottig. Na een onverwacht kordaat optreden tegen hem lastig vallende krakers , slaat hij genadeloos toe, waarna hij spoorloos verdwijnt. Hij verdrinkt in een koude nacht in de gracht.

Zijn moeder Alma (naam van de oermoeder) gaat op zoek naar de mensen die Staal hebben gekend. Ze wordt gekweld door schuldgevoelens. Zij is er immers verantwoordelijk voor dat Staal in Zuid-Afrika getest is, aan een experiment onderworpen en ten slotte door haar naar Amsterdam verbannen. Ze wil heel graag weten hoe het in het homocircuit toegaat, bezoekt een pornobioscoop en wil zelfs een rondleiding in een gayclub. Ook bezoekt ze met hulp van de cokedealer Wesley de homofiele kappers Martijn en Dirk en ze maakt kennis met Thierry.
Ze doet het allemaal uit een schuldgevoel en ze krijgt de kans om het tijdens de begrafenis een klein beetje recht te zetten. In een zelfgemaakt gedicht verklaart ze haar zoon haar liefde voor hem. Op die manier krijg je als lezer medelijden met de vrouw die indirect schuldig is aan de dood van haar zoon.


Het zijn de belangrijkste twee motieven die in de roman worden uitgewerkt.
De motieven op een rijtje:
- Homoseksualiteit
- Queestemotief
- Moeder-zoonverhouding
- Angst
- Schuldgevoel
- Drugswereld
- Noodlot dat toeslaat

Beoordeling scholieren.com
Richard de Nooy schrijft een heel originele roman, zowel qua structuur als inhoud. De verhaalopbouw is in die zin origineel met twee verhaallijnen die door elkaar lopen, waarin voor en na de dood van Staal de doorlopende rode draad is en een derde lijn die jaren later moet spelen.

De inhoud, het verwerpen van homoseksualiteit, wordt ook een heel openhartige wijze weergegeven. Maar het is al met al een spannend verhaal geworden, dat zelfs trekken heeft van een whodunit of whydunit. Die spanning weet De Nooy tot het laatst toe te bewaren. Bovendien zijn de dialogen waarin soms het verschil tussen het Nederlands en Zuid-Afrikaanse idioom van Staal en Alma komische effecten heeft, prettig om te lezen.

De roman is zeker de moeite van het lezen voor de literatuurlijst waard. Scholieren moeten wel bedenken dat er in sommige scènes onverhuld over seks met mannen wordt gesproken.

De amusementswaarde van de roman is voor scholieren van havo en vwo ruim voldoende. De literaire waarde voor de scholieren.com-lijst is m.i. twee punten.


Over de schrijver en eerder gepubliceerde werk
Bron: website uitgever
Richard de Nooy (1965) groeide op in Johannesburg, maar woont al ruim twintig jaar in Amsterdam. Hij studeerde Journalistiek aan Rhodes University in Zuid-Afrika en Psychologie aan de Universiteit van Amsterdam.
Zijn debuutroman, Six Fang Marks and a Tetanus Shot, werd in 2007 bekroond met de University of Johannesburg Prize for Best First Book en werd in 2008 in vertaling uitgebracht als Zes beetwonden en een tetanusprik.
Hij ontving in 2009 een stimuleringsbeurs van het Fonds voor de Letteren om zijn tweede roman in het Nederlands te schrijven. Een originele Engelse versie van hetzelfde verhaal ligt ook in het verschiet.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.