Info over dit verslag
Geschreven door: | |
Kwaliteit: | ![]() ![]() ![]() |
Waardering: | ![]() ![]() ![]() |
Taal: | Nederlands |
Woorden: | 1806 |
Opvragingen: | 4 |
Hulpmiddeltjes
Waardering
Gemiddelde waardering: 3 uit 5 (16 stemmen)
Titels van Connie Palmen
De erfenis (15) 1999 De vriendschap (19) 1995 De wetten (15) 1991 Geheel de uwe (2) 2002 I.M. (9) 1998 Lucifer (2) 2007
Laatst gewijzigd op 20 maart 2001
Ik zei tegen hem dat ik me nog nooit eerder in mijn leven zo niet-eenzaam had gevoeld als nu, met hem, en ik vroeg me hardop af of daar nou geen woord voor was, voor zoals ik me voelde, ik zal niet zeggen helemaal zonder eenzaamheid, maar toch nagenoeg.
‘Wij zijn tweezaam,’ zei hij toen.
Op 14 februari 1998, precies drie jaar nadat Ischa Meijer was overleden, verscheen het boek dat Connie Palmen schreef over hun relatie: I.M. .
Die letters staan uiteraard voor Ischa Meijer, maar ook voor ‘In Memorian’ de titel van het tweede, kortere deel, en voor ‘In Margine’ (wat staat voor: op de rand van de bladzijde), de titel van het veel langere, eerste deel.
‘In Margine’ begint op 5 februari 1991. Twee weken eerder was haar eerste boek ‘De wetten’ verschenen en op 5 februari was ze te gast in het radioprogramma ‘Een uur Ischa’. Nog voor hij zijn eerste vraag afvuurde, was zij er al van overtuigd: ‘Ik weet dat daar mijn man staat’.
Het deel ‘In Margine’ beschrijft uitvoerig de relatie tussen Ischa Meijer en Connie Palmen.
Het deel ‘In Memorian’ ,dat maar een dertigtal bladzijden telt tegenover 312 bladzijden in het totaal, beschrijft de dood van Ischa.
Ischa Meijer was een schrijver, journalist, zanger, toneelmaker, recensent, radiomaker en tv-persoonlijkheid. Was, want op 14 februari 1995, de dag dat hij net zijn tweeëntwintigste verjaardag wou vieren, overleed hij aan een hartaanval.
Maar hij is en blijft de man van Connie Palmen.
Connie Palmen is een bekend Nederlandstalige schrijfster. Geboren in 1955 in het Nederlands Limburg.
Wat het interessante is aan deze schrijfster is dat ze o.a. filosofie heeft gestudeerd. In 1992 rondde ze haar studie filosofie af met een scriptie die ze publiceerde onder de titel ‘Het weerzinwekkende lot van de oude filosoof Socrates’. Het onderwerp is de relatie tussen filosofie en literatuur en meer specifiek de (on)mogelijkheid van de taal om de waarheid uit te drukken.
Haar studie filosofie was dan ook de enige reden waarom ik haar debuut ‘De wetten’ (1991) heb gelezen. Moest het niet op de achterkant van het boek vermeld staan had ik nog nooit iets over Connie Palmen gelezen. Ook voor het lezen van I.M. steunde ik alleen maar op het feit van de studie filosofie omdat daar nu eenmaal mijn interesse ligt.
Naast De wetten, en dit boek heeft ze ook nog ‘De vriendschap’ geschreven. Een boek dat ze heeft geschreven tijdens de relatie met Ischa. De naam wordt dan ook veel vermeld in dit boek. Net als Ischa overleden is in 1995 komt het boek uit.
Naast deze boeken vindt je ook nog ‘Home’ (1997) en ‘De erfenis’ (1999)
Dat boeken van Connie Palmen ongetwijfeld bij de best verkochten boeken van Nederland horen is duidelijk aan de volgende cijfers van maart 1999. Zo werden er 285.000 exemplaren van De wetten verkocht, 455.000 van De vriendschap en van I.M. (dit boek) ongeveer 260.000 exemplaren.
Dat Connie Palmen goed schrijft, is ook duidelijk te zien aan de vele prijzen die ze toegewezen kreeg. Zo kreeg ze de Gouden Bladwijzer van ‘Humo’ voor ‘De vriendschap’, de publieksprijs voor het Nederlands boek ook voor ‘De vrienschap’. De European Novel of the year ’91 voor ‘De wetten’ en nog een aantal anderen.
Het bijzondere aan het schrijven van Connie Palmen is niet zozeer het verhaal, maar de betekenis die erachter zit.
Een verhaallijn moet je dus niet gaan zoeken in dit boek. Het zijn gewoon opeenvolgingen van gebeurtenissen. De een na de andere. De dialogen tussen hun twee, hun denken en doen. De vele reizen naar o.a. Connie haar favoriete land Amerika en nog zoveel andere dingen.
De belangrijkste dingen die in het boek gebeuren is dan ook de relatie tussen Connie en Ischa die steeds verder uitbloeit en gebaseerd is op pure liefde en een paar overleden personen. Natuurlijk deze van Ischa Meijer, maar ook van de ouders van Ischa Meijer en daarnaast nog, na de dood van Ischa, de dood van Connie’s vader.
Het is dus niet het verhaal wat erachter steekt dat er voor heeft gezorgd dat ik steeds ben blijven doorlezen want wat interesseert mij nu dat ze naar Amerika vliegen om daar gezellig een vakantie te houden zonder dat er iets bijzonders gebeurt. Het is de betekenis die het zo boeiend houd. De kleine stukjes die je op vele plaatsen vindt die je tot nadenken zetten of waar je van zegt: ‘Dit klopt, dit is waar’.
Een paar voorbeelden zijn:
‘Zodra je een paradox tegenkomt moet het denken meestal nog beginnen,’ zeg ik weleens tegen Ischa. ‘Denken doe je toch om een toestand van verscheurdheid op te heffen, om een oplossing te vinden voor het conflict dat je iets wel en niet wilt.
blz. 191-192
Denken is nooit onpersoonlijk. Hoe abstract het ook kan worden, het denken begint als een poging om een persoonlijk probleem op te lossen.
blz. 56
Schrijvers, acteurs, entertainers, dansers, dichters en hoeren, ze begeven zich allemaal op het immense podium waar de wet van het alsof regeert. Ze doen dit omdat alleen het alsof hun de mogelijkheid biedt om de waarheid te zeggen. Op het podium van de fictie is de onthulling van de waarheid niet bedreigend of teleurstellend, want fictie maakt de schrijver en de speler onaantastbaar, juist omdat ze de pretentie van de waarheid hebben laten varen.
blz. 30
En zo van deze stukjes vindt je nog veel meer in het boek.
Buiten al deze klein stukjes die soms bijzonder goed zijn is het tweed deel van het boek bijzonder goed. ‘In Memorian’ dat de dood van Ischa beschrijft gevolgd door de dood van haar vader.
Het is moeilijk te beschrijven hoe ik het stuk vind. Het enige wat ik kan zeggen is mooi. Echt waar mooi.
Als je weet uit het vorige deel hoeveel zij van hem houdt en dan het stuk leest waarin hij doodgaat en hoe zij met deze enorme pijn omgaat, dan krijg je er toch wel een raar gevoel van. Zo was het toch bij mij. ’t Is moeilijk uit leggen. Daarvoor moet je het boek echt lezen, maar hier is een stukje dat ik goed vond.
Links van mij zit mijn broer Jos. Hij zit achter het stuur van mijn auto en rijdt ons naar Amsterdam, waar Ischa is. Af en toe slaat hij een hand voor zijn mond en huilt, van ontzetting. Ik heb met hem te doen . Ik ben stom en dof, alles in mij zwijgt, uit angst en verbijstering. Heel af en toe huil ik zachtjes, om het toe te laten, maar het gaat niet goed, het doet heel erg pijn, in mijn borst.
‘Huil toch,’ smeekt mijn broer.
Ik zeg niks. Ik kan niks zeggen . Ik moet naar Ischa, dat is het enige wat ik wil, bij Ischa zijn. Het is een van de laatste momenten van mijn komende tijd dat ik nog iets wil, maar dat weet ik dan nog niet. Ik begrijp mijzelf niet. Ik begrijp het uitstel van de pijn niet. Stiekem hoop ik dat ik kan toveren en dat hij weer levend wordt als ik eenmaal bij hem ben en hem kus. Ja, ik weet zeker dat ik op het onmogelijke hoop, dat ik hem uit de dood kan halen, wakker kan kussen en dat ik pas kan huilen als me dat niet zal lukken, als ik niks meer te willen heb.
blz. 284
Het is een mooi boek. Een boek dat niet voor iedereen zal weggelegd zijn, maar toch voor de meeste wel verstaanbaar is. Lees het eens, het is echt de moeite waard.
En als je het leest, vraag je dan niet af waarom er zoveel details in worden weergeven en waarom Connie Palmen wat voor meeste als uiterst privé wordt beschouwd het allemaal zomaar opschrijft in een boek. Waarom ze intieme dingen die anderen niets eens durven vertellen zomaar neerschrijft. Vraag het je niet af, want het antwoord staat achteraan in het boek. Op de laatste bladzijde.
Vanaf de eerste zin van I.M. ben ik bang voor de laatste.
Vlak voor zijn tweede geboorte- en sterfdag begin ik weer met schrijven. ‘s Ochtends klap ik dat mechanische schrijfbloc open en doe het enige waarin ik zin heb, waarnaar ik verlang.
Het zal worden wat ik ervan maak.
Voordat die ene zin op het scherm verschijnt die me iedere dag weer in haar volle betekenis raakt, hoor ik een piep. Het is mijn animistische ziel die deze piep beschouwt als een begroeting en dan groet ik terug, dan begroet ik de Ischa die ik aan het maken ben.
‘Press any key to continue’, is die zin en het antwoord dat ik Ischa aan mij laat geven.
En dat doe ik dan ook.
Amsterdam, december 1997
blz. 311-312
insane-
Als extra voeg ik hier nog een aantal citaten uit het boek bij die ik persoonlijk goed vond:
Mensen die maar blijven wachten op het geluk, die wachten op iets wat nooit komt. Geluk ligt niet voor het oprapen. Het is niet het grote, geheime geschenk dat het leven voor iedereen in petto heeft en ergens voor jou verborgen houdt om op het juiste moment aan jou uit te reiken, omdat je er recht op hebt. Niemand heeft recht op geluk.
[blz. 214]
De jeugd van je liefde is een vrijplaats. Nooit weer zul je zo veel kansen krijgen en grijpen om het spel eerlijk te spelen, om zo weinig mogelijk te verhullen, om je bekend te maken aan degenen op wie je verliefd bent dan in die eerste maanden; Je neemt het risico om de waarheid te zeggen, misschien omdat je denkt dat je nog weinig te verliezen hebt, misschien omdat je zeker weet dat het dit keer alleen lukt als je het open speelt, als je het niet doet zoals je gewend bent.
[blz. 20]
Rouw heeft niks met geluk of ongeluk te maken. Geluk en ongeluk behoren tot het gebied van lukken en mislukken, tot het gebied dat behoort tot je keuze, macht, verantwoordelijkheid, competentie, talent, tot het gebied waarin je handelt en actie onderneemt. Het is het gebied waarvan de poort dichtgaat bij je eigen dood, maar niet bij de dood van anderen.
[blz. 310]
Ik herinner me het geluk.
Het was zo groot dat het pijn deed.
[blz. 41]
Fantasie is een luxe. Fantasie is voor mensen met hoop, voor mensen die werkelijk, en met alle realiteit van dien, hopen dat ze datgene waarover ze fantaseren, ooit zullen krijgen.
[blz. 300]
Het is een vergissing te denken dat ieder leed zijn eigen pijn heeft. Die pijn, dat was dezelfde vuile hond als altijd en net als altijd leek het alsof hij me nooit meer zou verlaten.
[blz. 272]
Schrijvers, acteurs, entertainers, dansers, dichters en hoeren, ze begeven zich allemaal op het immense podium waar de wat van het alsof regeert. Ze doen dit omdat alleen het alsof hun de mogelijkheid biedt om de waarheid te zeggen. Op het podium van de fictie is de onthulling van de waarheid niet bedreigend of teleurstellend, want fictie maakt de schrijver en de speler onaantastbaar, juist omdat ze de pretentie van de waarheid hebben laten varen.
[blz. 30]
‘Zodra je een paradox tegenkomt moet het denken meestal nog beginnen,’ zeg ik weleens tegen Ischa. ‘Denken doe je toch om een toestand van verscheurdheid op te heffen, om een oplossing te vinden voor het conflict dat je iets wel en niet wilt.
[blz. 191-192]
Denken is nooit onpersoonlijk. Hoe abstract het ook kan worden, het denken begint als een poging om een persoonlijk probleem op te lossen.
[blz. 56]
Tussen waarheid en schrijven botert het niet.
Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.
Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.




Openen in tekstverwerker
Printen
Emailen