geef je mening
Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.
ff n studiebreak
Maandag begint de nieuwe Weg Over Rozen! Hier vast al het tergende, romantische, schokkende, suïcidale en strontvervelende uit seizoen 1 op een rij.
A). Samenvatting:
Het verhaal wordt verteld door de ik-persoon. Hij is een Nederlandse jongen maar geboren in India. Zijn vader is administrateur van de onderneming Kebon Djati. Zijn moeder en Sidris, (Oeroegs moeder) zijn tegelijk zwanger en trekken veel met elkaar op. Oeroegs vader, Deppoh is een mandroe, hij werkt op de theeplantage.
De ik-persoon en Oeroeg groeien samen op en onlangs de verschillen tussen de Oosterling en de Westerling zijn ze elkaars beste vriend. Ze doen alles samen en zijn onafscheidelijk. De ik-persoon krijgt thuis niet veel liefde. Zijn vader is vaak weg en zijn moeder bemoeid zich niet veel met hem. Zijn vader wil liever niet dat hij met Oeroeg omgaat. Hij vindt dat het ik-persoon er te veel Indisch van wordt en de Nederlandse taal verleerd. Vanaf nu krijgt de ik-persoon thuis les van mijnheer Bollinger in Nederlands en wordt hij klaargemaakt om naar de lagere school te gaan. (Oeroeg kijkt altijd zwijgend toe naar deze lessen)
Op een avond gaat de ik-persoon samen met zijn ouders, mijnheer Bollinger, Deppoh en een aantal vrienden naar Telaga Hideung, de zwarte meer. Ze varen op een vlot en plotseling breekt het vlot in tweeën. De ik-persoon valt in het water.
Als hij wakker wordt hoort hij dat Deppoh hem heeft proberen te redden maar daarbij zelf verdronken is. Het ik-persoon heeft een schuldgevoel. Oeroeg heeft nu geen vader meer en zijn familie gaat verhuizen, daarom komt hij als huisjongen bij het ik-persoon inwonen. Oeroeg gaat nu samen met de ik-persoon naar school in Soekaboemi. De vader van de ik-persoon betaalt Oeroegs school. Na een tijdje gaan de ouders van het ik-persoon scheiden. Moeder gaat op reis, met mijnheer Bollinger, en hij blijft alleen achter met zijn vader. Gerard wordt de nieuwe employé. Oeroeg en het ik-persoon vinden Gerard een interessante jongen en gaan soms ook met hem mee het oerwoud in. Als het ik-persoon bijna 11 jaar is krijgt zijn vader verlof en gaat reizen. Hij vindt dat het ik-persoon naar Holland moet maar dat wil hij niet. Voor zijn verjaardag nodigt hij op verzoek van zijn vader 2 Hollandse jongens van school uit. Aan de manier waarop zij met Oeroeg omgaan, ziet hij voor het eerst hoe anderen tegen een desajongen aankijken, als een ondergeschikte. Hij vindt het maar raar en vraagt zich af waarom. De vader van het ik-persoon besluit dat hij in India blijft en bij Lida gaat wonen. Lida komt uit Holland en heeft een klein pensionnetje. Oeroeg blijft op de onderneming. De ik-persoon en Oeroeg spijbelen vaak om bij elkaar te kunnen zijn. Nu maken zij kennis met andere jongens en het leven op straat.
Omdat Lida altijd al erg op Oeroeg gesteld was en hij op de onderneming niet goed wordt verzorgd komt ook Oeroeg bij Lida wonen. Lida hoort dat het goed gaat met Oeroeg op school en stelt voor om hem naar de MULO te doen, zodat hij later arts kan worden. De vader van de ik-persoon ziet hier niets in en Lida besluit het dan maar zelf te vergoeden.
Na een jaar komt vader weer terug. Hij heeft een nieuwe vrouw meegenomen, Eugenie. De zomervakantie brengt de ik-persoon op de onderneming door. In september verhuizen Lida en Oeroeg naar Batavia, waar Lida een pension heeft overgenomen. Oeroeg gaat naar de MULO en het ik-persoon naar het HBS en gaat wonen in een internaat.
De jongens komen in de puberteit. Oeroeg verandert en zet zich ertegen af dat hij een desajongen is, hij doet zich voor als halfbloed. Hij krijgt nieuwe vrienden en betrekt de ik-persoon daarbij. Oeroeg lijkt in die tijd volwassenen terwijl het ik- persoon nog puberteitsproblemen heeft. Ze ontmoeten meisjes en bij een van hen, Popi, leren zij dansen. Zondags zijn ze vaak met zijn tweeën en maken ze lange wandelingen. Dan praten ze over school, sport, meisjes en heel soms over hun toekomst. De ik-persoon wil ingenieur worden en Oeroeg arts.
Na een voorval met een paar meisjes van het pension besluit Lida dat Oeroeg naar hetzelfde internaat als het ik-persoon gaat. Hier voelt Oeroeg zich niet thuis. Hij is de enige inlander hier en dat wil hij juist niet. Vanaf nu groeien de ik-persoon en Oeroeg langzaam uit elkaar. Oeroeg ziet de ik-persoon als ‘een van de Europeanen’ en krijgt een nieuwe vriend, Abdullah. Oeroeg trekt steeds meer naar Abdullah toe en gaat minder met de ik-persoon om.
In de vakanties gaat de ik-persoon naar Kebon Djati en naar Telaga Hideung, maar daar voelt hij zich niet meer thuis, het is erg verandert en zonder Oeroeg is het niet compleet.
Na de MULO gaat Oeroeg naar de artsenschool in Soerabaja en het ik-persoon hoort alleen nog iets over hem via Lida. Lida is nog steeds heel betrokken bij Oeroegs school. Oeroeg is heel betrokken geworden bij de inlanders en heeft veel kritiek op hoe er met hen omgegaan wordt, vooral op medisch gebied, dit blijkt uit brieven die Lida de ik- persoon laat lezen. Lida vertrekt ook naar Soerabaja.
De ik-figuur slaagt op zeventienjarige leeftijd voor zijn eindexamen en bespreekt de toekomst met zijn vader. Hij wil graag ingenieur worden en gaat nog datzelfde jaar naar Delft om te studeren. Voor zijn vertrek gaat hij naar Soerabaja om afscheid te nemen van Oeroeg en Lida. De ik-figuur merkt dat nu alles anders is. De vertrouwelijkheid is er niet meer en het bezoek eindigt met een felle discussie over de Nederlandse onderdrukking.
De volgende dag vertrekt hij naar Europa en gaat studeren in Delft. Maar er komt oorlog (de tweede wereld oorlog) en hij stopt met zijn studie. Na de oorlog maakt hij zijn studie af en solliciteert in India. Onlangs de oorlog verlangt hij terug naar zijn geboorteland en hij is benieuwd naar Oeroeg. Daar heeft hij niks meer van gehoord. Wel hoort hij dat zijn vader dood is.
Hij gaat naar India en zoekt naar Oeroeg maar kan hem niet vinden. Hij komt vlak bij zijn oude woonplaats en gaat mee met een patrouille naar Kebon Djati. Hij gaat naar het meer en ineens staat er een inlander achter hem. Hij denkt dat het Oeroeg is maar er is niets van de oude Oeroeg over. De inlander staat voor hem met een getrokken revolver: 'Ga weg,' zei hij in het Soedanees, 'ga weg, anders schiet ik.
Je hebt hier niets te maken.' Is het werkelijk Oeroeg? De ik-persoon weet het niet, hij is zelfs het vermogen verloren om hem te herkennen. ‘Ik kende hem, zoals ik
Telaga Hideung kende - een spiegelende oppervlakte.
'Is het te laat?
De tijd zal het leren.
B). Analyse
Titelverklaring:
Het verhaal draait om Oeroeg. Ik denk dat de schrijver daarom het boek Oeroeg heeft genoemd.
Genre:
Het boek is een psychologische roman. Dat komt omdat iedereen heel goed weet hoe de vriendschap tussen de ik-figuur en Oeroeg in elkaar steekt. Het is goed te merken dat vooral Oeroeg erg veranderd qua karakter. Dit laat hij ook merken tegenover de ik-figuur. Deze verandering en het verwateren van de vriendschap tussen Oeroeg en de ik-figuur doen mij besluiten dat het hier gaat om een psychologische roman.
Motieven:
Cultuur.
Een van de motieven uit dit verhaal is cultuur. De twee vrienden groeien uit elkaar door het verschil in cultuur. Toen ze klein waren accepteerden zij dit allebei.” Op een gegeven moment keert Oeroeg zich tegen zijn vriend, en ziet hem als vijand waar tegen hij moet vechten.
Vriendschap.
Het andere motief uit dit verhaal is vriendschap. In dit verhaal zie je hoe hecht een vriendschap kan zijn, zeker vanuit de ik- persoon gezien is dit zeker het geval. Hij is meer gehecht aan Oeroeg dan aan zijn ouders, die hem ook eigenlijk een beetje aan zijn lot overlaten. Zijn vader is streng, en het ik-persoon brengt weinig tijd met hem door.
- De invloed van de buitenwereld op de vriendschap tussen twee jongens.
- De verschillen tussen twee culturen en de bijkomende problemen in die tijd.
- De puberteit.
Thema:
Cultuurverschillen die voor veranderingen zorgen in de vriendschap. Door allerlei dingen wordt de hechte band tussen de ik-persoon en Oeroeg steeds minder. Door de cultuurverschillen tussen beide jongens heeft Oeroeg iets ontwikkeld waardoor hij zich tegen blanken is.
Opbouw:
De opbouw is heel simpel, het is namelijk één grote flashback, maar dan wel in chronologische volgorde. In die flashback zitten weer kleine terugblikken, deze zorgen voor de nodige spanning. De opbouw past heel goed bij het verhaal, het geeft in mijn ogen de vriendschap perfect weer. Je maakt alles door de ogen van één personage mee, namelijk Johan. De gebeurtenissen bevatten, onder andere door de goede opbouw, weinig onduidelijkheden. Ik vond het verhaal eigenlijk al vanaf het begin boeiend, omdat Johan vertelt dat hij een verslag wil schrijven van zijn jeugd. De lezer weet dus al dat het een bijzondere jeugd was, en dan wil je er graag meer van weten.
Personages:
Ik-figuur (round character)
De ik-figuur is gedurende lange tijd bevriend met de inlandse jongen Oeroeg. Ondanks de verschillen in afkomst, ziet de ik-figuur Oeroeg als zijn gelijke. Na de lagere school gaat de ik-figuur naar het internaat van de HBS in Batavia. In deze periode beginnen Oeroeg en hij uit elkaar te groeien. Dit betreurt hij zeer. De relatie met zijn ouders is niet bijzonder goed, Oeroeg is zijn enige vriend.
Oeroeg (round character)
Oeroeg is een inlandse jongen, van dezelfde leeftijd als de ik-figuur. De vriendschap met de ik-figuur verloopt lange tijd goed. Op latere leeftijd krijgt hij grote moeite met de cultuurverschillen. Hij distantieert zich steeds meer van wat Europees is en sluit vriendschap met een jongen van Arabische afkomst. Oeroeg studeert voor arts en gaat later bij het Rode Kruis werken.
Vader (flat character)
De vader van de ik-figuur is een drukke zakenman. Hij is administrateur. Vader heeft weinig contact met zijn zoon en bemoeit zich weinig met de opvoeding. Als hij van zijn vrouw scheidt, stuurt hij zijn zoon naar een pension in Soekaboemi. Later hertrouwt hij en krijgt zijn vrouw Eugenie nog twee kinderen.
Moeder (flat character)
De moeder van de ik-figuur is vaak ziek en verveelt zich op Kebon Djati. Ze heeft een verhouding met meneer Bollinger en vertrekt later met hem naar Europa.
Deppoh (flat character)
Deppoh is de vader van Oeroeg. Hij is de mandoer van de administrateur. Hij overlijdt bij een reddingsactie van de ik-figuur.
Sidris (flat character)
Sidris is de moeder van Oeroeg. Ze is de vriendin van de moeder van de ik-figuur. Sidris is bijzonder trots op haar zoon, zelfs nadat hij geadopteerd wordt door Lida.
Lida (flat character)
Lida is de pleegmoeder van Oeroeg. Ze is pensionhoudster is Soekaboemi. De ik-figuur verblijft enige tijd in haar pension en later komt Oeroeg er ook logeren. Lida is een voormalige verpleegster uit Nederland. Ze ontfermt zich over Oeroeg en zorgt ervoor dat hij kan studeren. Ze interesseert hem voor de medische wereld.
Meneer Bollinger (flat character)
Meneer Bollinger is de privé leraar van de ik-figuur. Hij krijgt een verhouding met zijn moeder. Later vertrekt hij met haar naar Europa.
Gerard Stokman (flat character0
Gerard vervangt meneer Bollinger en sluit al snel vriendschap met de ik-figuur en Oeroeg. Hij neemt ze vaak mee op expedities en varkensjachten.
De tijd:
Het verhaal is chronologisch geschreven.
Het is een terugblik, eigenlijk is het een grote flashback. In het begin en het eind is er een klein stukje van hoe het ik-persoon er nu over denkt, dat is in de tegenwoordige tijd geschreven. De rest is in het verleden tijd geschreven.
Er wordt ongeveer 25 jaar verteld, vanaf de geboorte van de ik-persoon totdat hij weer teruggaat naar India, hij is dan ongeveer 25.
Perspectief:
Het verhaal heeft het perspectief van de verteller als ik-figuur.
Dit kun je zien uit bijvoorbeeld: •'OEROEG WAS MIJN VRIEND. Als ik terugdenk aan mijn kindertijd en mijn jongensjaren, verschijnt zonder uitzondering het beeld van Oeroeg in mij, als was mijn herinnering gelijk aan een van die toverplaatjes die we vroeger plachten te kopen, drie voor een dubbeltje: geelachtig glanzende stukjes met lijm bestreken papier, waarover men een potlood krassen moest, totdat de verborgen voorstelling aan het daglicht kwam. Zó komt ook Oeroeg tot me terug, wanneer ik me verdiep in het verleden.'
Ruimte:
Het verhaal speelt zich af in India, waar de ouders van de ik-figuur een onderneming hebben in Kebon Djati, diep in het bergland van Preanger. Wanneer het verhaal zich afspeelt valt niet duidelijk te zeggen, maar waarschijnlijk in de jaren 40, omdat de ouders van de ik-figuur op een gegeven moment terugkeren naar Nederland, iets wat veel Nederlanders na 1945 deden, toen Indonesië voor onafhankelijkheid streefde.
De ik-figuur is gaan studeren in Delft, dus waarschijnlijk is hij dan zo rond de 20/25. Dan valt op te maken dat uitgaande dat het ik-figuur na de oorlog nog een keer terugkeert naar India, dus zeg maar 1947, de tijd loopt van zeg maar 1920 tot 1947, dus ongeveer 25/27 jaar.
Spanning:
Een korte spanning in het verhaal is als de ik-persoon in Indië terugkeert en de vraag is dan of hij Oeroeg zal vinden en ook herkennen.
Die vraag wordt beantwoord op het einde van het verhaal. Hij ontmoet Oeroeg (hij denkt tenminste dat het Oeroeg was) bij het Telaga Hideung.
Een andere soort spanning is de vraag waarom de ik-persoon zijn vriend Oeroeg kwijt raakt. Als je het boek hebt uitgelezen dan weet je het.
C. leeservaring:
Thema:
Het onderwerp van het boek was redelijk duidelijk. Ik vond het taalgebruik in sommige delen van het verhaal wel erg moeilijk. Ik heb dyslexie dus daar zou het misschien iets mee te maken kunnen hebben. Wanneer het boek werd uitgedeeld dacht ik: Oh, dit wordt een makkie. Maar toen ik eenmaal begon met lezen viel het me wel tegen. De plaatsen waar alle gebeurtenissen plaatsvinden vond ik niet altijd even makkelijk te herkennen. Het boek heeft me aan het denken gezet. Vooral om de reden dat z’n goede een vriendschap tussen Nederlandse planterszoon en een Indische onderschikte eerst zo goed was en later zo slecht af liep. Ik denk dat dat komt omdat, wanneer je klein bent het niet uitmaakt hoe iemand er uit ziet of wat iemands afkomst is. Als je meer verstand van dingen krijgt en weet dat je meer macht en meer aanzien hebt dan de ander dat je je dan terug trekt van de vriendschap die er is.
Gebeurtenissen:
Omdat ik het best een moeilijk boek vond om te begrijpen en te lezen vond ik de verhaal lijn ook niet altijd even duidelijk. Het boek beschrijft in een flashback de jeugd van de ik-persoon en Oeroeg, hun gezamenlijke opgroeien in Indië en het uit elkaar groeien.
Het boek gaat over een periode die belangrijk is voor de Nederlandse geschiedenis: de jaren voor de oorlog laten het oude koloniale Indië zien, met de blanke Europese minderheid die de autochtone (zwarte) bevolking discrimineert.
Opbouw:
Ik vond de bouw niet altijd even makkelijk, soms moest ik dan ook een alinea opnieuw lezen om het verhaal goed te begrijpen. Dit laatste kwam waarschijnlijk doordat het verhaal langzaam op gang komt. Ik vond dat het allemaal wel wat sneller had gemogen. Ik vond de tekst iets te gedetailleerd. Over sommige onderwerpen ging de tekst te lang door en over andere onderwerpen ging het juist heel snel.
Personages:
Ik kon me redelijk goed inleven in de personages, ze werden dan ook erg precies beschreven. Ik bewonderde Oeroeg in het begin om zijn zorgeloosheid, maar op het eind vond ik hem te naïef. Ik zou nooit zo’n goede vriend aan de kant zetten. Ik vond dat ook een beetje onvoorspelbaar, maar dat maakte het wel interessant.
De enigste personages die ik sympathiek of vrolijk vond waren de ik-persoon, maar vooral Gerard Stokman, vooral om zijn mening over gelijkheid en dat je nooit ruzie moet maken.
Ik vind Oeroeg geen held, maar wel een jongen die volhoudt na alles wat er is gebeurd. Na de dood van zijn vader, raakt hij als het ware ook zijn moeder kwijt, omdat Oeroeg bij de ik-persoon komt te wonen. Hierdoor ziet hij zijn moeder nauwelijks en is hij van haar vervreemd.
Taalgebruik:
Ik vind het taalgebruik in het boek best moeilijk, dit komt misschien omdat het verhaal zich in Indië afspeelt. Er komen vaak Indische termen in voor, maar die worden soms door het zinsverband duidelijk gemaakt. In bepaalde zinnen werden zoveel lastige woorden gebruikt dat ik de woorden maar ging opzoeken in een woordenboek anders snapte ik er totaal niks van. Ik vind het niet echt een boek voor de jeugd omdat er z’n moeilijke woorden worden gebruikt.
Spanning:
Ik vind het verhaal niet spannend. Het enige spannende stukje vind ik wanneer ze naar het Zwarte Meer gaan. Wanneer de ik-persoon in het water valt en de vader van Oeroeg hem red en daarbij zelf overlijd. Je weet niet wat je te wachten staat, dat maakt het stukje spannend. Het verhaal zie je door de ogen van de ik-persoon. Ik vind het erg mooi dat je het verhaal door de ogen van hem ziet, het geeft je een gevoel dat je er zelf ook bent.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.