CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

ff n studiebreak

Meiden, laser je binnenste schaamlippen lekker weg joh. Want je vriendje wil een playboypoesje.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

Geschreven door:

Kees van der Pol (Docent) [meer]

Datum ingestuurd:

1 maart 2010

Taal:

Woorden:

4.150

Bekeken:

1172 keer (15 deze maand)

Waardering:

4.0/5 (1 stem)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 


Gebruikte editie voor het boekverslag
Gebruikte druk dichtbundel: 12
Verschijningsdatum 1e druk: februari 2010
Aantal bladzijden: 62
Uitgegeven bij: Arbeiderspers

De aangeleverde flaptekst
Zes jaar na De tussentijd, poëzie die doordrongen was van gemis en verlies na het overlijden van haar dochter, komt Anna Enquist met een nieuwe bundel gedichten. Hoewel dit op zichzelf een gebeurtenis van formaat is, lijkt de titel - Nieuws van nergens - het belang van de bundel nogal te relativeren. Schijn bedriegt. Weliswaar wordt het gewicht van het hier en nu in deze nieuwe gedichten ondermijnd, maar daarvoor komt iets anders in de plaats. In veel van de gedichten wordt de alledaagse werkelijkheid afgepeld tot haar kale existentie. Het naakte bestaan - dat is de actualiteit in deze bundel. Anna Enquist schrijft onverminderd elementaire poëzie. Over de seizoenen en het verstrijken van de tijd, over weer en wind, ouders en kinderen, taal en muziek, verdriet en hartstocht. Over alles wat het leven genadeloos en groots, bitter en zoet maakt.

Het titelgedicht
Het titelgedicht van de bundel is een prachtig modern gedicht over de relativering van het nieuws in het journaal. Omdat het slechte nieuws van elders komt, is het nieuws van nergens. Het is nieuws zonder gezicht ,in tegenstelling tot het slechte nieuws dat Enquist zelf heeft meegemaakt, namelijk het verkeersongeluk van haar dochter zes jaar geleden in Amsterdam.

Nieuws van nergens

Daken schuiven van de huizen, geven
buizen bloot. Geluidloos breken
berken af. In het hart van de orkaan
vertelt zij wat ze ziet, verslaggeefster
van niets. Hulpdiensten, windkracht?
Herkansing in het late nieuws, ze zegt
een slachtoffer met halflang haar,
opstopping, sneeuwalarm.
Haar stem klinkt hoog en bang.
Kijkers gaan koffiezetten, klikken door.
Hier dreigt ontslag, dat zie je zo. Maar
tot het zover is staat op een berg,
te dun gekleed, iemand te briesen
in een microfoon, een eindeloze stroom
met nieuws van nergens.


De opzet van de bundel

De bundel is verdeeld in 5 delen met een titel. Die is afkomstig van een dichtregel die in dat deel is opgenomen. Elk deel bestaat uit een aantal meestal samenhangende gedichten. In totaal staan er 38 gedichten in de bundel.
Deel I “ademloos razen.” : 8 gedichten
Deel 2 “ga je verzitten ben je verloren”: 8 gedichten
Deel 3 “met esdoornhout en paardenhaar” : 8 gedichten
Deel 4 “leegte. Krijtlijnen : 8 gedichten
Deel 5”stoep nog plaveisel” : 6 gedichten

Type gedichten
Enquist schrijft een bundel moderne gedichten.
Het zijn moderne gedichten vanwege de volgende kenmerken:
- Er is geen eindrijm
- Er is geen regelmatige verslengte en een vast metrum
- Er is nauwelijks interpunctie
- Er zijn veel enjambementen
- Er is wel strofenbouw (meestal zijn dit terzetten en disticha) maar het aantal is willekeurig en de volgorde van de strofen is daarin ook niet erg regelmatig

De aanleiding voor het verschijnen van de bundel
Op 3 augustus 2001 werd de dochter van Anna Enquist door een vrachtwagen (zonder dode hoekspiegel) in Amsterdam overreden. Sinds dat moment is het leven van de schrijfster veranderd. In haar gedichtenbundel “De tussentijd” schrijft ze gedichten vol verdriet en rouw. Ook in de roman “Contrapunt”komt het motief van de verongelukte dochter voor.
Met de nieuwe bundel gedichten is dat eigenlijk niet anders. Er is misschien een accentverschil, maar nog steeds staan veel gedichten in de bundel in verband met het verongelukken van haar dochter en het gemis dat dit bij de dichteres oproept.
In een interview in De Volkskrant (Magazine) van juli 2005 zegt Enquist over de verwerking van verdriet: “ Bent u “de tussentijd” inmiddels al voorbij?
‘Ik heb die titel voor de dichtbundel over Margit opgevat als de tijd tussen háár dood en de mijne. Dat verandert niet. Het hoogste om in de rest van mijn leven naar te streven is dat ik het op een dag kan verdragen. Dat ik kan verdragen dat het gebéurd is. “Verdragen” is iets anders dan “accepteren”. Dat zou betekenen dat ik erin kan berusten. Zoiets is ondenkbaar; ik zal het nooit accepteren. Maar ik hoop dat ik ooit de gedáchte kan verdragen dat ze er niet meer is. Als dat lukt, heb ik al heel wat bereikt.’

In “Nieuws van Nergens” lijkt de dichteres die fase nu bereikt te hebben.

Bespreking en samenvatting van de inhoud van de bundel

Deel I

De opvallendste gedichten in dit deel zijn de vier januari-gedichten.
In januari het begin van een jaar moet er eigenlijk een periode van nieuwe hoop zijn. Wellicht begint de dichteres daarom ook met deze vier gedichten. In “Tussen oevers” reist de ik-figuur denkbeeldig met haar dochter in de auto
Naast je de lege stoel met het kind zonder rijbewijs
Ouder dan ze ooit was, ernstig profiel, dit uit een ooghoek.


De bestuurster (de dichteres) moet eigenlijk opnieuw beginnen en doorgaan, maar het lukt niet: het gemis is een vertrouwde leegte geworden. Maar het verdriet is dus veranderd. Het gemis is een vertrouwde leegte. Later in de bundel spreekt de dichteres in over Fantoompijn : het verdriet over iets wat er niet meer is.
je stuurt door de nacht
Strekt je hand uit naar rechts en tast in vertrouwde,
In bittere leegte. Voorwaarts, het is januari


In “Tussen talen” schrijft ze:
…... Na zes jaar moet zelfs
de taal van gemis omgezet, je grijpt
naar het woordenboek, zoekt
naar het stilstaande beeld. Een tafel

waar ook ter wereld, drie plaatsen gedekt
en één lege stoel. Dat zielig embleem

van verlangen is na vertaling alleen maar
aanwezig, de droom van bezetting voorbij.


En in het vierde gedicht “Tussentijds” verkruimelt het DNA van de dochter in haren en schilfers. De moeder stuurt met stijve handen van hot naar her ….
Heelt de tijd alle wonden? Nee, maar je raakt wel met de leegte van het gemis vertrouwd.

De tijd is ook een mooi motief in het gedicht “De afsluitdijk”. (de metafoor van de reis door het leven)
wat hier wordt afgesloten kolkt,
briesend op in je hersens. Je loopt
op water, gedenkt grootvaders….

….Dan krimpen de kilometers, de twee-
en dertig. Het uitzicht verdampt,
de tijd is één machtig monument.

Je voeten stampen een beurtzang
Van pijn en verlichting. Je bent.


Deel 2
Het motief van het ongeluk van haar dochter komt ook weer terug in deel 2.
Gedicht “De straatstenen van Amsterdam”

Ze houden de wacht bij stoplichten
op straathoeken waar vrachtwagens
en bussen de meisje neermaaien

Ze dragen lijdzaam de stervenden,
Met hol, onhoorbaar hijgen. Hun geheugen
is versleuteld, maar wat zuij weten

gaat nooit verloren. Soms zetten zij
het in een nacht op een onmachtig,
gruwzaam zwijgen, Baksteen en basalt.

Gelukkig kunnen wij dat zelden horen.


Het is niet moeilijk dit gedicht te interpreteren. De omgeving treurt mee als er iemand op noodlottige wijze om het leven komt. Het verdriet is als fantoompijn. (“Fantoom”)

Het is een woord voor pijn die geen
bestaansrecht heeft: je lijdt aan
een afwezigheid, je snakt met hart
en huid naar wat er eerst nog was.

Wat afgesneden is dringt zich bedrieglijk op,
je strekt je armen blind naar
de verzaagde voet, een leegte
het verdwenen kind. Het is een naam

voor wat zich voordoet in de zestien
meter van de ziel: een spookbeeld snelt
de doelmond in en doet alle verlies
teniet, maakt alles goed.


Wanneer iemand een lichaamsdeel moet missen, is er vaak sprake van fantoompijn. Je hebt pijn aan de plek die er niet meer is. De dichteres heeft dat ook: met hart en huid mist ze haar dochter (met innerlijk gevoel en lichamelijk gevoel mist ze haar)
Je doet net alsof je afgezaagde voet ( hier je kind ) er nog is, maar er is alleen maar leegte. Fantoompijn doet zich voor in het strafschopgebied van de ziel. [het is een bekend gegeven dat Anna Enquist een liefhebber van voetbal en een fan van Feyenoord is. Het motief komt later in de bundel nog een keer terug.]
Het oproepen van het beeld van de dochter betekent een score en maakt het allemaal weer even goed. De herinnering aan iemand maakt namelijk alles goed.

Deel 3
In dit deel worden voornamelijk gedichten gepresenteerd die te maken met het gezamenlijk musiceren van de moeder en de dochter. Muziek spelen is ook een vorm van verwerking van verdriet. In een interview in De Volkskrant Magazine van 2 juli 2005 vertelt de dichteres : Sinds haar dood ben ik weer echt begonnen met pianospelen. Vooral om mezelf af te leiden. In het begin ging ik fuga’s studeren, heel moeilijke technische dingen die niet veel gevoel oproepen. Zo dwong ik mezelf om me even te concentreren op iets anders.’ Inmiddels speelt ze ook muziek die wél gevoel oproept. Vaak samen met haar man, die professioneel cellist is. ‘We hebben met vrienden een strijkkwartet. Die vrienden zijn ons ook direct na haar dood komen ophalen om samen te spelen. Die eerste avonden heb ik geen woord gezegd, maar wel gespeeld. Dat deed me goed. Je wordt even uit de werkelijkheid getild. Je bent met elkaar in contact, woordeloos maar intens.’
‘Margit was een uitstekende muzikante. De laatste avond dat ik haar gezien heb, hebben we nog samen gemusiceerd; zij op hobo, ik op piano. We hebben samen het adagio van Cimarosa gespeeld. Dat hebben we later ook op de begrafenis gedraaid. Ze verongelukte een maand voor 11 september. Ik zat die dag piano te studeren, toen er een vriendin belde. “Je moet onmiddellijk de televisie aanzetten. Er is iets vreselijks gebeurd”. Ik dacht alleen maar: “het zal wel”en heb gewoon doorgespeeld..Het kon me geen bal schelen.’

Dat motief van het verwerken van het verdriet komt het beste naar voren in het aan Rutger Kopland opgedragen gedicht.

Vraag, antwoord vraag

Hier huilen we op oud hout
elke dag. We spannen de strijkstok.
Met onze vrienden. Samen. Alleen.

We spelen. Waar luister je naar,
Zegt Rudi, wat zoek je? Wij strelen.
Wij zetten voorzichtig kracht

op de snaar. De klank die past
bij haar stem zoeken we, de toon
die haar tevoorschijn tovert.

En wat je zoekt vind je?
Vraagt Rudi. Bijna. Hij knikt.
Bijna. Misschien morgen.


Ook mooi in dit thema is het gedicht “Een dikke jager”.
De moeder houdt van Elvis Presleymuziek, die de dochter heeft gespeeld. (o. het nummer Hound Dog) Na haar dood is er een moment van herdenking in Amsterdam. Als de moeder een Elvisfan op de fiets voorbij ziet komen (als een jager) brengt hij de dode dochter weer tot leven. (vgl het sprookje van Roodkapje, het tot leven brengen door de jager van Roodkapje)

De oude singles van haar moeder: “Hound Dog”
“Blue Suede Shoes”. Ze luisterde en zocht
op het klavier de tonen. Alles stond
in “Greatist Hits.” Ze zong ze nooit.

Hij kwam het dichtste bij toen zij al
dood was. Warme dag. Haar vrienden
treurden in het Vondelpark. Een fietser
loerde langzaam rond, jagend naar haar.

De glitters waren van zijn pak gesleten,
maar het kon niemand ontgaan: daar
reed Elvis Presley in zijn nadagen


Deel 4
In deel 4 zijn enkele gedichten die eruit springen.
In het gedicht Oud is de teneur min of meer dat oudere mensen niet zo moeten zeuren, maar op zondag van hun kinderen moeten genieten, terwijl ze in de tuin zitten.
In “Rembrandt en Saskia” beschrijft ze het schilderij in het Rijksmuseum, waarop de afbeelding van Rembrandt staat die Saskia schildert.
[…] hij schildert, maar wat schildert hij?

Niet hoe zij was maar wat zij dacht,
wat zij achter de ezel zag, wat zij
vertelde met die blik -een toegangsbiljet
tot doffe rouw: een zelfportret.


Het is duidelijk waarom Enquist dit schilderij kiest: ook Saskia verloor enkele kinderen, voordat ze zelf heel jong (29 jaar oud) stierf. De doffe rouw uit de laatste versregel betreft dus hetzelfde verdriet dat de dichteres heeft getroffen.

In dit deel staan ook twee voetbalgedichten. Enquist is een voetbalfan (zoals gemeld van Feyenoord) In het gedicht “Als” legt ze de connectie tussen vreugde bij het voetballen en het ophalen van herinneringen aan haar overleden dochter. Een overwinning kan tijdelijk het verdriet doen vergeten (kanker, getrokken kiezen, kaal hoofd en de dood)

Als ze winnen zullen ze elkaar omhelzen
liggend in het gras, zingen ze liedjes
in de bus en gaan ze nog niet naar huis
nog lange niet, want als ze winnen

dekt een feloranje hemel alle wanhoop toe
en wist kwetsuren uit. Gezwellen slinken
en verloren kiezen staan weer gaaf
in het gebit. Wie kaal was krijgt een kop

vol haar. De doden komen terug: de vader
van Dirk Kuyt, de vriend van Engelaar. Als
ze maar winnen danst mijn dochter
door het huis en hangt de vlaggen uit.


In “1974” wordt gerefereerd aan het verlies van Nederland tijdens de WK-finale tegen Duitsland. Maar het kan de vader en moeder op dat moment niet zo heel erg schelen, want in 1974 is namelijk ook de dochter”met dijen als broodjes” geboren.
Maar […..]
…. We hadden
gewoon niet opgelet. Hoe dom, overmoedig
onachtzaam waren wij. In dat feestelijk jaar
werd het scherpste verlies in gang gezet


Wat is het verlies van een voetbalwedstrijd vergeleken bij het verlies van een kind? Bij deze laatste strofe moet ik denken aan de beroemde zin uit `Insomnia`van J.C. Bloem “ “ `Elk wezen is zwanger van de dood, elk zijn is tot niet-zijn geschapen”

Deel 5
Dit deel begint met het titelgedicht “ Nieuws van nergens.” (een mooi gedicht dat slecht nieuws van elders in het journaal sterk relativeert.)
Een naar voetbal verwijzend gedicht is hier “ Een lied voor de wasvrouw” : een ode aan de vrouw die altijd de kleren van de spelers wast, en zonder te mopperen de vlekken uit hun kleren haalt.

De bundel besluit met drie gedichten onder de titel “ Sneeuw.” De eerste strofe van het eerste gedicht luidt:
We stapten naar buiten in een nieuwe
stad; even was ik niet de enige met alles
kwijt. We herkenden stoep nog plaveisel.


Sneeuw bedekt immers het verleden. Dat geldt deze keer ook voor de anderen. In de laatste strofe hoopt de dichteres op meer sneeuw.

Ik wachtte op meer, op vlokken, die onhoudbaar
zonder aanzien van de persoon die ik was, mijn ogen
gingen belagen, binnendringen, bevriezen.


Het laatste gedicht uit deze bundel, het derde van “Sneeuw” luidt:

Om over naar huis te schrijven niets
dan weinig appels dit jaar. Geen zon
zeker, vorst in de lucht. Bomen weten.

Mij schort het daaraan. Zelfs misgrijpen
is er niet bij als het grijpen je vreemd
werd. Ik opende gister de kofferbak.

drie volle tassen met boodschappen
van dagen terug. Hun geduld
maakte indruk, toch liet ik ze staan.
Hoewel de zomer gedaan is, ligt hier
een sneeuwhoop die weigert te smelten.


Met dit gedicht krijgt de bundel een cyclisch einde. Vier gedichten van januari openen de bundel, drie gedichten over “ sneeuw” beëindigen hem. Maar in alle zeven gedichten klinkt door het “ vallen in het vertrouwde gat van het gemis.” Het verdriet is vertrouwd geworden, waarschijnlijk nog niet verwerkt. “ De sneeuwhoop weigert te smelten. “

Beoordeling door scholieren.com
“Nieuws van nergens” is een indrukwekkende bundel moderne gedichten van Anna Enquist. De bundel geeft een beeld van de stap die ze gemaakt heeft in het verwerkingsproces van de dood van haar dochter. Er zit een duidelijk verschil in de toon van deze gedichten en die van de bundel “de tussentijd.” Het verdriet is nu vertrouwd geworden, het is een fantoompijn. Iets is er niet meer, maar je voelt de pijn ervan nog steeds.
De meeste gedichten zijn recht toe, recht aan geschreven, zonder rijm, wel met veel treffende metaforen. Soms zijn die aan het voetballen ontleend. Een enkele keer denk je aan een cliché.
Anna Enquist is een voetbalfan. Dat is goed te zien in het gedicht “1974” (Nederland verliest de finale op het WK en het is het jaar waarin Margit wordt geboren. Dat had een slecht voorteken moeten zijn)
Je moet voor het analyseren van de gedichten dus wel enige voorkennis over Anna Enquist hebben. Maar voor vwo-scholieren, die immers één nummer poëzie op hun literatuurlijst moeten zetten, is het een zeer bruikbaar nummer. Wanneer je er dan een paar boeken bij zoekt, waarin de dood van een kind ook centraal staat, dan heb je een mooi gespreksthema voor je mondeling) [Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan `Liefdesdood`van Oscar van den Boogaard]


Recensies
In De Volkskrant zegt Erik Mentveld op 05-02-2010 Is het mogelijk om het scherpste leed dat een mens kan overkomen zo pregnant onder woorden te brengen dat het voor anderen na te voelen en daardoor wellicht enigszins dragelijk wordt? Ongetwijfeld, al is het de gevaarlijkste taak die een dichter zich kan stellen. Anna Enquist probeerde het in haar vorige bundel De tussentijd (2004), waarin de dood van een dochter en de verwerking daarvan centraal staan. Zes jaar later doet ze in Nieuws van nergens opnieuw een poging. […..]
Soms wordt de woede en de neiging de megafoon te hard te zetten de dichteres te machtig, en klinkt ze schril, zoals in '” De straatstenen van Amsterdam', waarin 'bussen de meisjes neermaaien.'
Soms ook laat ze zich verleiden tot sentimentaliteit, of tot clichés als 'de tijd die alles wat je lief-/hebt rooft en ooit vernielen zal' of voor de hand liggende beelden, zoals in de reeks over een amateurstrijkkwartet, dat symbool staat voor het geschonden muzikale gezin dat 'huilend op oud hout' nog de toon zoekt 'die haar tevoorschijn tovert'.
Ondanks een aantal schrijnende strofen bevat deze bundel daardoor teleurstellend veel gedichten die weliswaar mededogen bewerkstelligen met het verdriet dat eronder ligt, maar nauwelijks waar het om te doen lijkt:'even was ik niet de enige met alles / kwijt'.


In Trouw oordeelt Jamita Monna: In ’Nieuws van nergens’, haar eerste bundel sinds zes jaar, krijgt dat noodlottige ongeval opnieuw een plek in het gedicht ’De straatstenen van Amsterdam’. […..] Of ik ooit nog door Amsterdam kan fietsen zonder aan die gillende stenen te denken, vraag ik me af. Daarbij zijn eigenlijk alle gedichten in deze bundel doortrokken van een geharde pijn.
Nog altijd voel je hier de aanwezigheid van de dochter, én het gemis aan haar. Maar er is iets veranderd. Het gat dat is geslagen heeft een contour gekregen en is bij het leven gaan horen, het verdriet is niet meer rauw maar vertrouwd. Het is vooral de leegte die vorm krijgt, ’Wat afgesneden is dringt zich bedrieglijk/ op,’ heet het in ’Fantoom’. Er wordt geprobeerd om dat wat tot stilstand is gekomen een plek te geven terwijl alles verder gaat. In de openingscyclus gebeurt dat vrij letterlijk: een auto rijdt in een schemerzone, de bestuurder reikt met haar hand naar de bijrijderstoel ’en tast in vertrouwde,/ in bittere leegte’. Nu het verdriet vertrouwd is geworden, volstaan ook oude woorden niet meer: „Na zes jaar moet zelfs / de taal van gemis omgezet.”
Enquists toon is inderdaad verschoven. Na de rauwe wanhoop uit ’De tussentijd’ klinkt ’Nieuws van nergens’ uitgebeend – mager als de moeder uit ’Alt’, wier knokkels het aanrecht schampen. Met fikse slagen bikt ze in de taal, grof houwt ze haar woorden uit, harde, hoekige woorden, er is ’geweld’, ’woede’, een orkest ’drenst’, iemand moet een deur ’opentrappen’. Voor verkleinwoorden die alles een zachtere aanblik kunnen geven is geen plaats, zomin als voor andere taalkundige fijnslijperij of verrassende metaforen. Ze balanceert hier en daar op de rand van het cliché, maar hoedt zich ervoor al te makkelijk de voor de hand liggende beelden op te rapen.
Zes jaar geleden sloeg ze ’Met vlakke hand () rijm en ritme het raam uit’. Nu is het geloof in de klank terug en wordt met ’oud hout’ en ’strijkstok’ gezocht naar de toon van de dochter. De muziek is het onmiskenbaar verbindende element en lange, vertragende klanken geven de gedichten te midden van de woede een zekere rust.
Misschien is de poëzie in ’Nieuws van nergens’ een weinig subtiele, zonder al te veel omhaal van woorden gaan de gedichten recht op hun doel af. En dat doel mag gerust ook letterlijk opgevat worden, want de bundel bevat nogal wat aan het voetbal ontleende beeldspraak – het wat flauwe ’de zestien meter van de ziel’ –, namen van voetballers (Dirk Kuyt, Orlando Engelaar) en gedichten als ’1974’, het jaar waarin Nederland in de WK-finale verloor van Duitsland en tegelijk het jaar waarin de dochter geboren werd. De verloren wedstrijd was een voorbode van naderend onheil: „Hoe dom, overmoedig,/ onachtzaam wij waren. In dat feestelijk jaar/ werd het scherpste verlies in gang gezet.”
Enquist heeft er bij mijn weten nooit een geheim van gemaakt fan te zijn van Feyenoord, een ploeg die wel met ’werkvoetbal’ wordt geassocieerd. Hard werken, geen show, maar doelpunten maken en doorgaan. Iets vergelijkbaars geldt voor de poëzie van Anna Enquist. Het is opnieuw bijna ondraaglijk om te lezen. Maar dat de dichter zich ondanks het in alles aanwezige gemis staande heeft weten te houden en uit kale taal een monument heeft gehouwen van leegte, dat raakt.


Over de dichteres en eerder gepubliceerd werk

Bron: website uitgever
Anna Enquist (19 juli 1945) studeerde piano en psychologie. Ze was lange tijd als docente verbonden aan het Sweelinck Conservatorium en werkte in de periode 1988-2000 als psychoanalytica voor een in Amsterdam gevestigd instituut. Zij is nog steeds werkzaam als psychoanalytica.
Enquist debuteerde in 1988 met enkele gedichten in Maatstaf en publiceerde in 1991 haar eerste bundel Soldatenliederen, die zowel bij kritiek als publiek groot succes oogstte en bekroond werd met de C. Buddingh’-prijs. In 1993 en 1994 verschenen achtereenvolgens Jachtscènes (Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs) en Een nieuw afscheid, die eveneens juichend ontvangen werden en herdruk op herdruk beleefden.
Zomer 1994 debuteerde zij als prozaschrijfster met de roman Het meesterstuk, die werd bekroond met de Debuutprijs en waarmee ze de stap zette naar een zeer groot lezerspubliek. Begin 1997, een jaar na haar vierde bundel Klaarlichte dag, verscheen haar tweede roman Het geheim, die het succes van haar debuut nog overtrof. Voor deze roman kreeg zij bovendien de Trouw Publieksprijs.
Voorjaar 1999 verscheen met De kwetsuur haar eerste verhalenbundel, najaar 2000 met De tweede helft haar vijfde dichtbundel. In datzelfde jaar waren haar vier eerdere bundels al bijeengebracht in één band onder de noemer De gedichten 1991-2000. Ook haar poëzie is inmiddels in vele tienduizenden exemplaren verkocht. In 2002 was zij de auteur van het Boekenweekgeschenk De ijsdragers. Nadien kwam nog een bundeling monologen uit onder de titel De sprong en een zesde dichtbundel De tussentijd.
Met de verschijning van De thuiskomst, een historische roman over de echtgenote van zeevaarder en ontdekkingsreiziger James Cook, publiceerde zij in 2005 haar eerste roman in ruim acht jaar. De thuiskomst werd genomineerd voor de NS Publieksprijs en won een Franse literaire prijs, de Prix du Livre Corderie Royale.

In 2008 verscheen haar vierde roman, Contrapunt. Deze roman vertelt het verhaal van een vrouw die de Goldbergvariaties van Bach instudeert om haar verdriet te baas te blijven. Niet alleen de inhoud maar ook de vorm van de roman is in sterke mate bepaald door deze technisch zeer moeilijke variaties.
In 2010 verscheen haar zevende dichtbundel, Nieuws van nergens.
De bekendheid van Anna Enquist beperkt zich niet tot het Nederlandse taalgebied. Vertalingen van haar werk verschenen in onder meer Duitsland, Zweden, Frankrijk, Engeland, Italië, Spanje, Denemarken, Zweden, Polen, Bulgarije, Hongarije, Tsjechië, Turkije, Armenië, Israël en India.

BIBLIOGRAFIE

1991: Soldatenliederen (poëzie)
1992: Jachtscènes (poëzie)
1994: Een nieuw afscheid (poëzie)
1994: Het meesterstuk (roman)
1996: Klaarlichte dag (poëzie)
1996: Een avond in mei (herdenkingstoespraak t.g.v. 4 mei)
1997: Het geheim (roman)
1999: De kwetsuur (verhalenbundel)
2000: De gedichten 1991 - 2000 (poëzie)
2000: De tweede helft (poëzie)
2001: Tussen boven- en onderstem (CD samen met pianist Ivo Janssen; preludes van Chopin met voorgelezen poëzie door Anna Enquist)
2002: Hier was vuur (poëzie)
2002: De ijsdragers (Boekenweekgeschenk)
2002: De erfenis van meneer De Leon, pianomuziek uit Het geheim (CD samen met pianist Ivo Janssen; alle pianowerken uit Het geheim en voorgelezen passages door Anna Enquist)
2003: De sprong (monologen)
2004: De tussentijd (poëzie)
2005: De thuiskomst (historische roman)
2005: Alle gedichten (poëzie)
2006: Lawines van steen (CD samen met pianist Ivo Janssen, pianomuziek van Prokofjev)
2008: Contrapunt (roman)
2010: Nieuws van nergens (poëzie)

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.