
CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.
ff n studiebreak
Annemieke blikt terug op dat dagenlange surfen van vroeger. Tegenwoordig ben je binnen een half uur klaar.
geef je mening
Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?
Feitelijke gegevens over het boek
Verschijningsdatum 1e druk: januari 2010
Gebruikte druk: 1e
Aantal bladzijden: 237
Uitgeverij: Atlas te Amsterdam
Beschrijving van de cover
Op de voorkant staat een vrouw die //meisje dat als ware met haar hoofd tegen een muur rust.
Genreaanduiding van het boek “
In Wonderland” is een psychologische roman over schuld, wraak en vergeving.
Opdracht
Voor H.
Daarmee zal zonder twijfel bedoeld worden Hans Krikken, de echtgenoot van Christine Otten die in 1994 werd gearresteerd vanwege vermeende banden met de Rarabeweging.
De flaptekst
U hoeft zich geen zorgen te maken, mevrouw. U wordt nergens van verdacht. Uw man ook niet. U hebt geen advocaat nodig. Maar in het belang van het onderzoek kunnen we niet zeggen waarom we hier zijn, wat we zoeken.’
Met die woorden van rechter-commissaris Van Loohuizen vallen modejournaliste Caroline Dusart en haar man, de columnist Herman Catz, van het ene op het andere moment in een kafkaëske werkelijkheid. In alle vroegte doorzoekt een team van rechercheurs en een politiehond hun woning, zonder dat Caroline en Herman weten waarom. Maanden later volgt de officiële verdenking: betrokkenheid bij terroristische aanslagen.
Nu, veertien jaar later, wil regisseur David Klein een speelfilm maken over de geruchtmakende zaak die het leven van Dusart en Catz destijds compleet overhoophaalde. Opnieuw worden ze op de proef gesteld. Terwijl Herman in het verleden duikt, vergeet Caroline het liefst. Maar een onbestemd schuldgevoel achtervolgt haar en ze besluit rechter-commissaris Van Loohuizen, die de leiding had over het politie-onderzoek, op te sporen. Dat is het begin van een spannende en verwarrende zoektocht naar waarheid en een kat-en-muisspel dat draait om schuld, wraak en vergeving.
In wonderland is gebaseerd op ware gebeurtenissen.
Motto
Er zijn twee motto’s.
If a man is truly present among his surroundings, he must be thinking not of himself but of what he sees, He must forget himself in order to be there. And from that forgetfulness arises the power of memory. It’s a way of living one’s life so that nothing is lost. (Uit “The invention of Solitude.” Paul Auster, 1982)
In het eerste motto gaat het om de kracht van de herinnering wanneer iemand zich weer van zichzelf bewust wordt.
“Wat voor mensen waren dat eigenlijk? Waar hadden ze het over?” ( uit: Het proces, Franz Kafka, 1925)
Dat het tweede motto naar Kafka verwijst, is natuurlijk niet zo vreemd. De inval bij en de arrestatie van Herman (die ook in de werkelijkheid heeft plaatsgevonden) doet natuurlijk sterk denken aan de situatie van de heer K. in “Het proces.”
Samenvatting van de inhoud
In de proloog maken we kennis met de journalist Herman Catz. Hij moet van de regisseur David Klein nadenken over de belangrijkste gebeurtenis in zijn leven (de inval in zijn huis in september 1994) David Klein wil daarvan een film maken met een fictief aantal personen. Herman denkt na over de vakantie in Wales die hij en zijn vriendin Caroline Dusart daar toen doorbrachten. Caroline wilde toen graag een kind van hem.
Een
Caroline wil in het eerste hoofdstuk eigenlijk liever niet dat er een film over hun verleden wordt gemaakt. Ze denkt terug aan de inval in september 1994, toen de politie onverwacht voor haar deur stond. Terwijl agenten de boel doorzoeken op zoek naar bewijsmateriaal voor de Rara-aanslagen, praat zij met de vriendelijke rechter-commissaris Frans van Loohuizen. Hij vraagt of ze het erg vindt. Ze geeft hem uit eigen beweging een adresboek, waarom weet ze eigenlijk niet.
Herman denkt weer terug aan de vakantie in Wales. Na één dag wist Caroline al dat ze zwanger was. Herman schrijft daarover.
Hij gaat later met zijn dertienjarige dochter Zoe naar de Chinees, omdat Caroline niet thuiskomt. Hij is niet zo’n goede vader.
Caroline vindt het niet prettig dat Herman het verhaal over de inval zal schrijven. Zelf heeft ze ook een soort taboe in haar relatie. Ze was in New York ten tijde van de aanslag op de Twin Towers. Omdat het met de vluchten naar Nederland moeilijk gesteld was, had ze een excuus in handen om voorlopig niet terug te gaan. Ze was een paar maanden langer in New York gebleven en had eigenlijk het leven in Nederland verdrongen. Zo hadden zowel Herman als zij een soort taboe in hun huwelijk gekregen. Over deze dingen werd er niet gesproken. Ze had nooit goed meer met Herman over de inval en de arrestatie later van hem gesproken. Hij had nooit meer doorgevraagd over New York.
Twee
Caroline heeft een brief via de mail gestuurd aan de rechter-commissaris uit 1994. Die is inmiddels met pensioen. Ze wil met hem over de inval praten. Frans weet niet of hij aan die oproep gehoor moet geven. Frans vertelt alles wat hij kwijt wil aan de gehandicapte Fred, die niet terug kan praten en die hij regelmatig ophaalt om met hem te gaan wandelen. Dat is een soort vrijwilligerswerk. Hij is er nog steeds trots op dat ze hem destijds hadden uitgezocht voor die zaak. Daardoor had hij zich machtig gevoeld. Als een soort Alice in Wonderland.(titel)
In het eerste gesprek dat Caroline en Frans met elkaar hebben in Amersfoort, vraagt Caroline hem over de inval. Kort ervoor was hun oude huisvriend Ernst Bakker onder verdachte omstandigheden omgekomen (tegen een bus aan gereden) Niet lang daarna was de inval geweest. Caroline was zwanger. De dood van Ernst Bakker werd in verband gebracht met de aanslagen van de linkse RaRabeweging.
Drie
Herman denkt thuis aan zijn jeugd. Zijn vader die vrachtwagenchauffeur was, is verongelukt.
Hij wacht op Caroline die is weggegaan. Hij weet niet dat ze bij Frans is. Hij heeft voor haar een weekendje Barcelona geboekt. Hij vindt dat ze meer met elkaar moeten ondernemen.
Bovendien heeft hij David Klein uitgenodigd om met hem over de film te komen praten.
Caroline komt thuis. Ze hoort over het weekendje weg: het is voor het eerst in 14 jaar dat ze samen een keer weggaan.
Herman en Caroline eten in een Thais restaurant. Herman denkt aan zijn vriend Ernst Bakker die in de problemen zat en plotseling op een bizarre manier was overleden. Hij was tegen een bus aangereden. Caroline denkt terug aan de keer dat ze Ernst bezocht. Hij had haar over zijn Indische verleden verteld en foto’s uit zijn verleden laten zien. Daarna vertelt ze aan de lezer hoe Frans van Loohuizen haar die middag naar de trein heeft gebracht. Ze weet dat hij onder de indruk van haar verschijning was.
Vier
Frans haalt Fred weer op. Hij vertelt de man die niet terug kan praten over Caroline van wie hij droomt en op wie hij zelfs geilt. Hij heeft ook wel eens een seksuele fantasie over haar gehad. Intussen heeft hij wel een schuldig gevoel over de inval van 1994 gekregen. Na de inval was Herman opgepakt en had hij enkele maanden vast gezeten, terwijl Caroline hoogzwanger was. Wil Herman soms wraak op hem nemen?
Herman heeft David Klein bij hem thuis gevraagd. Die stelt hem indringende vragen over die tijd van de inval. Herman is sinds zijn arrestatie veranderd: hij komt veel minder in de publiciteit. Hij is bovendien rustiger (zijn dochter Zoe vindt hem zelfs saai geworden) Destijds had hij venijnige politiek getinte columns geschreven. Het gesprek verloop later niet goed. Herman verwijt David dat hij zich wil indekken tegen kritiek.
Caroline maakt een nieuwe afspraak met Frans; de komende donderdag. Ze denkt weer terug aan de inval. Toen Herman gevangen zat, fantaseerde ze er wel op los. O.a. over Frank. Ook zij heeft erotische fantasieën gehad. Ze verbeeldt ze zich in dat hij zijn hoofd op haar zwangere buik heeft gelegd. Hij is jaren ouder dan zij.
Herman is ziek geworden. Caroline heeft een film voor hem gehuurd. Het gaat in die film over de essentie van het leven. De dagen na de film denkt hij terug aan gevangenschap van 1994-1995. Ze hadden al zijn teksten onderzocht en vreemde conclusies getrokken. Sommige foutief gespelde woorden kwamen ook in teksten van RaRa voor en daarom dachten ze dat Herman bij die linkse activisten hoorde. Daardoor was hij in feite zijn taal kwijt geraakt en hij was een ander personage geworden.
Vijf
Frans wacht in de auto op Caroline. Hij heeft als geschenk een shawl voor haar gekocht. Hij is van plan haar alles te vertellen en hij wil voor alles duidelijkheid scheppen in de situatie.
Eerst gaan ze naar een restaurant, maar Caroline kan geen hap door haar keel krijgen. Daarna wandelen ze buiten.
Hij vertelt over zijn verleden. Hij is in ’41 geboren en hij heeft zijn jeugd in Indië doorgebracht. Hij was gevangen gezet in een Jappenkamp. Zijn broer had later zelfmoord gepleegd. Het Indische verleden was een taboe geworden in de familie.
Het was de generatie van de zwijgers. Hij was een succesvol officier van justitie geworden en hij kon kiezen wat hij wilde gaan doen. De situatie met RaRa was in feite uit de hand gelopen door de plotselinge dood van Ernst. Toen waren de zekerheden weg en moesten ze iets ondernemen. Ze praten verder over het begrip schuld. Caroline had zich ook schuldig gevoeld: ze had hem immers het adresboek gegeven, wat in feite niet nodig was. Er hadden ook adressen van illegalen in gestaan en die waren later het land uitgezet. Er blijft een zekere erotische spanning tussen hen zitten. Caroline loopt boos weg. Hij loopt haar achterna.
Ze verwijt Frans het een en ander. Ernst en hij hadden allebei een Indisch verleden. Wanneer hij met Ernst gesproken zou hebben, zou hem dat een band hebben kunnen geven, waardoor hij Ernst waarschijnlijk niet zou hebben verdacht. De hele aanpak van de dienst was amateuristisch, ze hadden nooit excuses gemaakt na de onterechte arrestatie. Caroline was hoogzwanger toen Herman in de gevangenis zat. Uit een soort woede zegt ze dat ze een artikel over de zaak gaat schrijven waarin ze alles uiteen zal zetten. Zo laat ze zien dat ze wraak wil nemen op hem. Daarna laat ze hem in een soort vertwijfeling achter en ze gaat alleen of liftend naar het station van Amersfoort. In de trein terug denkt ze nog aan de vertraging die ze in 2001 had opgelopen na de aanslagen van 11 september. Toen ze terugkwam wilde Zoe niets van haar weten. Ze had haar man en kind gewoon in de steek gelaten. Ook haar huwelijk was een relatie met taboes geworden.
Herman is thuis en weet niet waar Caroline is. Hij wordt opgebeld door Frans van Loohuizen die vraagt of Caroline al thuis is. Herman verbreekt de verbinding. Caroline komt net thuis en krijgt de wind van voren, omdat ze contact heeft gezocht met Frans. Herman vindt het een vorm van verraad. Caroline probeert uitleg te geven. Ze wilde de Herman leren kennen nadat hij gearresteerd was geweest. Caroline geeft ook aan dat ze wraak wil nemen op Frans, maar hij zegt dat hij dat niet nodig vindt. De film die over de zaak gemaakt zal worden, is genoeg. Hij verwijt haar zelf dat ze destijds ook aan zichzelf gedacht heeft toen ze maanden in New York was gebleven. Hij wordt echt boos en slaat Caroline met een vlakke hand in haar gezicht. Op dat moment komt Zoe thuis en die schrikt heel erg van de ruzie en de klap van haar vader.
Caroline wordt later ook gebeld door Frans die haar vraagt of het goed met haar gaat. Ze zegt dat hij haar niet meer moet bellen. Ze wil hem ook niet meer ontmoeten. Hij vertelt haar dat hij zijn connecties zal aanspreken wanneer ze het artikel gaat aanschrijven. Ze beseft dat ze het tweede gesprek nooit had moeten aangaan. Ze moet daarna haar dochter gaan troosten die denkt dat ze zullen gaan scheiden. Ze weet al veel van haar vader, omdat die verteld heeft van de arrestatie. Daardoor kijkt ze anders tegen haar saaie vader aan. Hij heeft dus best iets gedurfd vroeger.
Caroline zegt dat Zoe niet bang hoeft te zijn voor een scheiding. Ze houdt immers van Herman. Het is maart 2009. (nl, twee maanden voor de 14e verjaardag van Zoe; zij is in mei 1995 geboren)
Epiloog
Herman, Caroline, en Zoe zitten in de bioscoop waar de film van David Klein wordt vertoond. Herman heeft de film al eerder gezien. Acteurs hebben hun plaatsen ingenomen en dat is toch wel een beetje vreemd voor hen. Tijdens de film kan hij het niet meer aanzien en hij loopt de bioscoop uit. Achter hem aan komt Frans van Loohuizen. Hij wordt door hem aangesproken, maar hij keert snel terug. Hij wil niets meer met hem te maken hebben. Bij de zien van de film kan hij zijn gedachten er niet bij niet houden en hij denkt terug aan de eenzame tijd van de opsluiting, ook nog terwijl Caroline op het punt van bevallen stond. Hij was zo eenzaam dat hij moest kotsen in zijn cel. Dat is ook de film te zien. Wanneer de film ten einde is, krijgt hij een groot applaus. Hij loopt naar de foyer. Daar ziet hij nog een keer Frans van Loohuizen. Ze kijken elkaar aan.
(Slotzin blz. 237 “ Er valt niets te zeggen. Ja, denkt Herman, schaamte, Frans van Loohuizen, schaamt zich en op hetzelfde moment voelt hij hoe de ontspanning als een warme fluweelzachte golf door zijn lichaam trekt.
Titelverklaring
“In Wonderland’ verwijst naar de titel van “Alice in Wonderland.’ Frans van Loohuizen zegt op blz. 73: “Iedereen hijgde in onze nek, de politiek, de pers, het bedrijfsleven. Maar ik voelde me als Alice in Wonderland toen ik aan de zaak begon, echt waar, er gingen deuren open die tot dan toe potdicht hadden gezeten voor me. Ik kon doen wat ik wilde. Ik was de baas. “
Structuur
De structuur is als volgt opgebouwd:
- Proloog : 1 hoofdstuk : personaal verteld in de hij/vorm door Herman.
- Een: 4 hoofdstukken : twee in de ik-vorm door Caroline Dusart, twee in de hij-vorm (personaal door Herman)
- Twee : 4 hoofdstukken: twee in de ik-vorm van door Caroline, twee in de hij-vorm door Frans van Loohuizen, de rechter-commissaris uit 1994)
- Drie : 6 hoofdstukken: drie in de ik-vorm (Caroline); drie in de personale vertelvorm door Herman
- Vier: 5 hoofdstukken: twee in de ik-vorm (Caroline), twee personaal door Frans en één personaal door Herman
- Vijf: 7 hoofdstukken: vier in de ik-vorm door Caroline; twee personaal door Frans en 1 personaal door Herman
- Epiloog: 1 hoofdstuk: personaal verteld door Herman: de film is af
Er zijn drie tijdlagen in het verhaal. Het verhaal wordt vanuit het heden van 2008/2009 en er wordt teruggekeken naar twee episodes uit het leven van Herman en Caroline. ( 1994 en 2001) De presentatie van het verhaal is dus niet-chronologisch.
Perspectief
Er zijn drie vertellers:
- de ik-verteller en modejournaliste Caroline
- haar echtgenoot Herman, hij vertelt personaal.
- De rechter-commissaris uit 1994: Frans van Loohuizen. Deze vertelt eveneens personaal. Hij is in 1941 geboren en in 2008/2009 is hij dus 67/68 jaar.
De tijdlagen van het verhaal
Er zijn diverse tijdlagen in het verhaal: de belangrijkste zijn:
1994 : de proloog speelt in Wales, waar Caroline zwanger wordt van Herman. (augustus) In september 1994 valt justitie bij hen naar binnen. Dat betekent een enorme ingreep in hun leven. Hun relatie wordt daarna anders.
2001: ten tijde van de aanslagen op de Twin Towers is Caroline in New York. Ze gebruikt de aanslagen als excuus om voorlopig niet naar huis terug te gaan. Ze blijft enkele maanden in New York om over haar eigen leven na te denken en laat haar man Herman met Zoe in Nederland aanmodderen.
2008: Herman heeft een regisseur ontmoet die een verhaal over de huiszoeking van veertien jaar geleden wil maken. Caroline gaat terug naar de tijd van 1994 door gesprekken aan te knopen met Frans van Loohuizen, de rechter-commissaris van die tijd. In 2009 gaat de film in première.
Het decor van de handeling
Herman en Caroline wonen in Amsterdam. Het verhaal speelt zich in augustus 1994 af in Wales waar ze op vakantie zijn. Daar wordt Zoe verwekt. De rest van het verhaal speelt zich voornamelijk af in Amsterdam. Twee keer gaat Caroline naar Frans van Loohuizen in Amersfoort. Het decor speelt derhalve in deze roman geen grote rol.
Over the making of “In Wonderland“
Op de website van de schrijfster geeft ze en vraag en antwoord interview over het schijven van deze roman.
Q: De roman In wonderland is gebaseerd op ware gebeurtenissen; welke gebeurtenissen zijn dit?
A: In september 1994 werden mijn man en ik in de vroege ochtend verrast door een team van justitie en politie dat ons huis kwam doorzoeken. Ze zeiden niet waarom ze kwamen, wat ze zochten, we waren nadrukkelijk geen verdachten, maar vanaf dat moment stond ons leven op z’n kop. Een paar maanden later bleek dat mijn man, die journalist en onderzoeker was, werd verdacht van betrokkenheid bij terroristische aanslagen van RaRa, een club die protesteerde tegen het vreemdelingenbeleid van de regering. Opeens leefden we in een thriller, de werkelijkheid was fictie geworden, volstrekt onbetrouwbaar. Ik was zwanger in die tijd, dat maakte het nog grimmiger. Deze gebeurtenissen zijn de aanleiding voor mijn roman geweest; maar het boek is fictie en speelt in het heden.
Waarom is In wonderland een roman geworden en geen non-fictieboek? Dat had toch ook gekund?
A: Voor mij was het geen optie om een non-fictieboek over deze zaak te schrijven. Dat vond ik niet interessant. Destijds werd alles breed uitgemeten in de pers, waarom zou ik dat nog eens navertellen? Nee, fictie is voor mij de manier om veel meer te doen met zo’n bizarre ervaring. Ik wilde juist een aantal vragen onderzoeken die voortkwamen uit die ervaring: waarom voelt de vrouw, modejournaliste Caroline Dusart, zich schuldig terwijl ze niets verkeerds heeft gedaan? Was ze loyaal genoeg? Waarom gaf ze meteen haar adresboek aan de rechter-commissaris toen hun huis werd doorzocht? Ze zoekt contact met de rechter-commissaris. Waarom doet ze dat? Wil ze wraak? Of juist iets anders? In het boek kruip ik ook in de huid van de rechter-commissaris, die nu met pensioen is en in de rol van de echtgenoot van Caroline, Herman Catz. Dat kan alleen in een roman. Ik kreeg zo inzicht in de drijfveren van de rechter-commissaris, in het gegeven dat hij zich ook schuldig voelt en zuiverheid wil vinden via Caroline. Door een roman te schrijven was ik baas over mijn verhaal; terwijl ik destijds compleet machteloos was. Dat was ook een goed gevoel.
Is de roman dan een vorm van wraak op het Openbaar Ministerie?
A: Ik heb dit boek niet geschreven uit boosheid of frustratie. Ik vond dat er mooie thema’s kleefden aan het gebeurde: schuld, wraak, vergeving. Wat doen geheimen met ons? Wanneer slaat onschuld om in schuld? Hoe een goed mens te zijn? Maar ik moet wel eerlijk zijn: het schrijven van deze roman luchtte me op. Ik vond het prettig dat ik met een nare ervaring iets moois kon maken waar andere mensen hopelijk ook iets aan hebben.
Heeft u onderzoek gedaan voor dit boek, of was dat niet nodig?
A: Ik heb wel onderzoek gedaan. Ik heb de betrokkenen van destijds bij justitie en politie, advocaten en journalisten gesproken, archieven doorgeplozen. Niet zozeer om alles van die zaak precies te weten, maar om in de sfeer te komen en mijn karakters een achtergrond te geven. Ik las ook de transcripties van de telefoontaps die de politie heeft gemaakt. Heel raar om te lezen wat ik toen zei. Confronterend ook. Ik was erg bang. In het boek gebruik ik die. Maar ik ben een romanschrijver. Vanuit mijn onderzoek heb ik de personages gecreëerd. Een rechter-commissaris, een man en een vrouw (en hun puberdochter, maar die speelt een kleinere rol). Zodra ik begon te schrijven werden de man en de vrouw (en de rechter-commissaris) fictieve personages en vergat ik mezelf compleet. Dat is het rare en mooie van fictie schrijven: hoewel je personages baseert op jezelf en je echtgenoot, worden het vanzelf twee compleet nieuwe mensen.
Het OM heeft nooit excuses aangeboden aan jullie, hoewel jullie wel een schadevergoeding van justitie hebben gehad, heb ik ergens gelezen. In de roman spelen die excuses ook een rol. Waarom?
A: Omdat zo’n affaire je leven verandert. Er blijft altijd iets van schuld aan je kleven als niet duidelijk wordt gezegd door het OM: ‘We zaten fout, sorry, het spijt ons.’ Dan kun je met een schone lei verder. Mijn man heeft heel lang last gehad van de verdenkingen van justitie, moest steeds uitleggen dat hij niets te maken had met terroristen. In de roman zoekt de vrouw duidelijkheid bij de rechter-commissaris. Ze ontmoet hem een paar keer, achter Hermans rug om. Ze wil van hem horen dat ze destijds goed heeft gehandeld, dat ze wel loyaal genoeg was aan haar man. Maar gaandeweg realiseert ze zich dat ze die vergeving niet van de rechter-commissaris kan krijgen. Andersom gebeurt er precies zoiets: de rechter-commissaris voelt zich schuldig dat hij het leven van een jong gezin overhoop heeft gehaald. Hij worstelt bovendien met een trauma uit de oorlog. Hij wil dat delen met Caroline en zoekt ook vergeving bij haar. Maar doordat ze intiem met elkaar praten gaan ze een onzichtbare grens over en krijgt de ontmoeting een vreemde bijsmaak. Caroline dreigt met wraak. Dat brengt haar weer in conflict met haar echtgenoot. Ik vond dat thema mooi omdat de personages allemaal getest worden op een bepaalde manier, hun eigen moraliteit staat ter discussie.
Voor u lijken romans een manier om de werkelijkheid te begrijpen, klopt dat?
A: Ja, helemaal. Al zou ik liever het woord ‘begrijpen’ liever vervangen de uitdrukking ‘te lijf gaan’. Dankzij fictie kan ik de werkelijkheid beter aan. Door in de huid van je personages te kruipen krijg je inzicht in hun drijfveren, emoties en gedachten, rek je de grenzen van je eigen zijn en belevingswereld op. Je voelt precies aan hoe gecompliceerd de werkelijkheid is, dat er verschillende waarheden zijn en hoe mensen hun eigen verhaal maken. Je kunt het hebben over belangrijke maatschappelijke vragen, zoals die moraliteit – Hoever ga je in het nemen van wraak? Hoe kun je een goed mens zijn? et cetera – zonder moralistisch te zijn. Moralisme hoort niet in de literatuur. Als schrijver kan ik me met bijna iedereen identificeren.
Uitgewerkte thematiek
Caroline is op zoek naar de waarheid van de zaak die hun leven zo op zijn kop heeft gezet. Ze weet eigenlijk nog steeds niet waarom er een inval in haar huis is geweest in september 1994. Is Herman echt betrokken geweest bij de activiteiten (aanslagen enzo) van de linkse beweging van RaRa. Nu Herman een afspraak heeft gemaakt met een regisseur om er een speelfilm van te maken, maakt zij van de gelegenheid gebruik om de rechter-commissaris van die tijd (Frans Loohuizen) te spreken. Ze heeft terwijl ze zwanger was van Zoe, fantasieën over hem gehad die ook nog erotisch getint waren. Maar ze wil gewoon de waarheid over RaRa en de betrokkenheid van Herman daarin weten. Ze hebben er na zijn vrijlating nauwelijks over gesproken: het taboe van hun relatie. Dat was net zo’n taboe als de werkelijke reden waarom ze in september 2001 nog enkele maanden in New York was gebleven voordat ze naar huis was gevlogen. Ook daarover was in de relatie nooit gesproken.
Bovendien heeft Caroline een schuldgevoel omdat ze tijdens de huiszoeking een adressenboekje aan de rechter-commissaris had gegeven. Dat was in feite niet nodig geweest en ze was daardoor indirect schuldig aan het uitzetten van enkele illegalen.
Ze voelt zich schuldig, ook al omdat ze fantasieën heeft gehad die met Frans te maken hadden. De roman is daarom een speurtocht naar de waarheid, een verzoek om te kunnen vergeven en een poging tot wraakneming. Waar zij wraak wil nemen op Frans, is het juist Herman die inziet dat wraak helemaal niet zinvol is. Hij vindt het al voldoende dat er een speelfilm over de zaak wordt gemaakt. Dat is voor Herman in feite al wraak genoeg. Ook is hij tevreden (hij ontspant zich in de laatste regel van de roman.) als hij na het bekijken van de film ziet dat Frans van Loohuizen het schaamrood op de kaken heeft.
De literaire motieven voor je leesdossier zijn dus:
- Queeste naar de waarheid
- Liefdesrelatie: problemen
- Loyaliteiten opzichte van elkaar
- Een vreemde gang van zaken die aan Franz Kafka doen denken: arrestatie
- Schuldgevoel
- Spijtgevoelens en berouw
- Schaamtegevoelens
- Poging tot vergeving
- Wraak
- Moeder-dochterverhouding
Beoordeling scholieren.com
Het was mijn eerste kennismaking met werk van Christine Otten. De stof van deze roman is gebaseerd op de werkelijkheid en dat kun je goed merken, want Otten staat flink boven de materie. Daardoor is ze in staat er een literair werk van te maken. Technisch is ze daarin uitstekend geslaagd, want de tijd vliegt van heden naar verleden en omgekeerd, zonder dat je als lezer het spoor bijster raakt en dat is altijd knap. Het invoegen van enkele data en subtiele tekstgegevens is daarvoor al voldoende.
Datzelfde gebeurt eigenlijk met het perspectief. Otten gebruikt drie vertellers voor het verhaal, maar door de heldere structuur in delen en hoofdstukken die van verteller wisselen wordt het nergens onduidelijk wie er aan het woord is. Dat maakt het lezen van de roman erg prettig.
Bovendien wordt het verhaal nergens te zwaar aangezet. Het zou een melodramatisch verhaal kunnen zijn geworden van een bevalling van een vrouw die een man heeft die op dat moment in de gevangenis zit. Ook het drama van 11 september 2001 wordt terloops in de roman verwerkt. Dat geeft het verhaal een lichtvoetige verteltrant waardoor het plezierig lezen blijft. Daardoor wordt de roman ook meer een roman over intermenselijk verhoudingen: liefde, haat, wraak, vergeving, spijt , schuld en schaamte. Daarmee tilt Christine Otten het boek juist uit boven de anekdote van de arrestatie rondom de RaRabeweging.
Ik vrees dat veel scholieren niet meer weten wat de RaRabeweging inhield. Ook in dit boek zullen ze wat dat betreft niet veel wijzer worden. Maar het sterke van de roman is dat hij goed gelezen kan worden zonder dat lezers van de geschiedenis op de hoogte zijn. Het gaat over belangrijke thema’s als schuld, schaamte wraak en vergeving.
Daarom kan ik “In wonderland”van harte aanbevelen als boek voor de literaire lijst van havo-en vwo scholieren. Het is aangename leeststof en de amusementswaarde is ruim voldoende: 7 à 8. De literaire waarde waardeer ik op 3 punten.
Relevante recensies
In De Volkskrant van vrijdag 15 januari bespreekt Daniëlle Serdijn de roman. Ze is niet zo positief. Dat is meteen het grootste bezwaar tegen deze roman; Ottens neiging om tot op de laatste regel te willen uitleggen en te willen verklaren waarom mensen stomme dingen doen, waarom het OM rare beslissingen neemt. Het heeft iets naïefs. Dat het in werkelijkheid zo is gegaan mag geen excuus zijn, het moet waarheid kunnen worden op de bladzijden van deze roman. En dat gebeurt niet.
Wat Caroline op haar beurt bij Frans zoekt wordt niet duidelijk. Zij wil iets afsluiten, zoveel is zeker, maar waarom? Otten schrijft dat Caroline wordt gedreven door ‘een onbestemd schuldgevoel’, wat een gammele steunbalk is als verklaring voor gedrag. Even onbegrijpelijk is dat Caroline niet weet of Herman z’n studies heeft afgemaakt. Waarom zoekt ze dat nu niet uit? En waarom zoekt zij niet uit wat Hermans rol precies was in RaRa? Wordt de liefde minder als je ontdekt dat je man een boef is? Of een sneu slachtoffer?
Alles bij elkaar opgeteld heel jammer. Otten heeft een neus voor mooie onderwerpen. RaRa en de periode waarin de groep actief was, is een razend interessante. Daar moet meer over te vertellen zijn dan dit uiteindelijk clichématige verhaal over spijt en berouw, schuld en vergeving.
Maar op www.literatuurplein. nl. is Ezra de Haan juist heel positief over de roman van Christine |Otten. Hij noemt het zelfs het beste boek van 2010. In wonderland is in helder, niets verhullend proza geschreven. Toch hangt er een bijzondere sfeer in het boek. Ook daarbij denk je snel aan auteurs als Kafka en Auster. Christine Otten weet heel subtiel, met korte opmerkingen, insinuaties en halve zinnen, duidelijk te maken wat er speelt. Meer nog maakt ze tussen de regels duidelijk. Dat is het echte schrijven. Vaak heb ik tijdens het lezen van dit boek gedacht: was het maar dikker. Het boek heeft echter de perfecte lengte. Het is gemaakt om te herlezen. Pas dan zie je hoe alles, als een Zwitsers horloge, in elkaar steekt. In wonderland is een verfijnd bouwwerk, een boek waarin mensen het slachtoffer worden van de som van schijnbaar toevallige omstandigheden. Zonder zijn verleden had de rechter-commissaris anders gehandeld. Zonder zijn provocerende houding was Herman minder snel verdacht geweest. Iedereen is in feite schuldig. En onschuldig.
Christine Otten heeft met In wonderland haar beste roman geschreven. Op onontkoombare wijze beschrijft ze de luchtbel van geluk waarin we leven. Er hoeft maar iemand te prikken en het is voorbij. Juist in deze tijd waarin verdachten van terrorisme ‘vanzelfsprekend’ in de gaten gehouden worden, laat deze roman zien dat ook aan onze ‘veiligheid’ een prijskaartje hangt. Wie onschuldig was, wordt schuldig, domweg door de verdenking van anderen. Een blaam die voor het leven is. Door zowel de verdachten als de rechercheur in deze roman een gezicht te geven, snap je de logica van het proces dat door Kafka als een nachtmerrie beschreven werd. Otten toont aan dat het helaas juist alledaags is. Doodnormaal. Een duivels lot uit de loterij. In wonderland is daardoor nu al het beste Nederlandse boek van 2010.
Ook in Het Parool is recensent Arie Storm positief gestemd. 'Het moet een behoorlijk nare ervaring zijn geweest, maar de gebeurtenissen hebben ook prachtig materiaal opgeleverd voor een roman, zoals Otten overtuigend demonstreert. En dat is ook werkelijk een grote kracht van In wonderland: dat het ook echt een roman is geworden, met te bewonderen literaire technieken, dilemma's en sfeerbeschrijvingen. [...] de roman is met veel gevoel voor beeld, sfeer en entourage geschreven. [...] Otten springt soepel heen en weer in de tijd. Tevens kruipt ze vakkundig in het hoofd van dan weer de ene en dan weer de andere betrokkene, zonder dat het een onoverzichtelijke chaos wordt. De roman kent daardoor een zekere lichtheid en speelsheid. Het vertelde wint hierdoor alleen maar aan kracht. In wonderland is een overtuigend boek en het is overtuigend door de effectiviteit van de literaire middelen waarvan Otten zich heeft bediend. Zij is een echte schrijver.
In De Pers van maandag 18 januari 2010 is ook bewondering voor de roman. Christine Otten springt soepel heen en weer in de tijd, zonder dat ze de lezer in verwarring brengt. Ook het inleven in personages als de oude justitieman gaat haar goed af. Het onbehagen binnen een huwelijk waar te veel geheimen geheim blijven, schraagt een meeslepende roman vol schuld en boete. ( Dirk Koppes)
De Telegraaf van donderdag 21 januari 2010 ziet plus-en minpunten. In Wonderland is weliswaar een spannend boek maar blijft 'klein' in de beschrijving van de gebeurtenissen. Nergens gebeurt er iets onverwachts. Het blijft bij dialogen en gedachtestromen. Tegelijkertijd is dat ook de kracht van Otten. Ze houdt het bij de details en de snelheid en gemak waarmee ze in de hoofden van de verschillende hoofdpersonen kruipt is bewonderenswaardig.
Het boek is gebaseerd op de zogenaamde RaRa-affaire uit de periode 1994-1995 toen twee journalisten werden verdacht van betrokkenheid bij terroristische aanslagen. Genoeg munitie voor een zeer spannend verhaal zou je denken.
Toch wordt geenszins duidelijk of de hoofdpersonen deze denkbeelden deelden of in welke mate ze politiek geëngageerd waren.
Elke keer als je denkt nu wordt het spannend gebeurt er niets. Het boek krabbelt voort en gaat uit als een nachtkaars... . Zeer jammer want er had zeker meer in gezeten.
Over de schrijfster
Christine Otten (1961, Deventer) is schrijver, journalist en performer. Ze groeide op in een onconventioneel milieu. Haar grootvader was acrobaat en worstelaar en haar grootmoeder violiste. Ottens moeder stond – voordat ze kinderen kreeg – op het toneel en haar broer werd muzikant.
Christine Otten begon haar schrijvende loopbaan als journalist bij tijdschriften als De Groene Amsterdammer en Vrij Nederland. Al snel besloot ze zich op literair proza toe te leggen en in 1995 debuteerde ze bij Uitgeverij Atlas met de roman Blauw metaal, die meteen genomineerd werd voor de Debutantenprijs. In 1998 volgde de roman Lente van glas en in 2000 de verhalenbundel Engel en andere muziekverhalen. In 2004 brak Otten door naar een groter publiek met de wervelende roman De laatste dichters, gebaseerd op de levens van de militante Afrikaans-Amerikaanse dichtersgroep The Last Poets. De roman werd alom geprezen om zijn gewaagde vorm en sensueel en muzikaal proza. Het boek werd genomineerd voor de Libris Literatuurprijs 2005. Voorjaar 2009 gaat De laatste dichters in première als muzikale theaterproductie, uitgevoerd door theatergroep Made in da Shade uit Amsterdam.
In januari 2008 is Ottens nieuwste roman Als Casablanca verschenen. Ook dit is een waagstuk vanwege de gedurfde manier waarop de auteur fictie en werkelijkheid met elkaar verweeft. Het is een eigentijdse roman over liefde, identiteit en de rol van verhalen in ons leven.
Christine Otten geldt inmiddels als een van de belangrijkste schrijvers van de nieuwe generatie. Recensenten prijzen vooral haar vermogen op suggestieve wijze het onbegrepene en verzwegene onder woorden te brengen. Al haar werk is uitermate muzikaal, zowel in ritme, stijl en sfeer als inhoudelijk: in Ottens verhalen en romans speelt muziek altijd een belangrijke rol.
Belangrijke thema’s in het werk van Otten zijn: de manier waarop onze identiteit ons leven en lot bepaalt en andersom, hoe het leven en de levens en verhalen van anderen onze identiteit verandert en onze wereld vergroot. Hoe we kunnen uitstijgen boven onszelf door middel van kunst en hoe we van lelijkheid iets moois kunnen maken (De laatste dichters). Hoe bepalend (gebrek aan) liefde is in ons leven.
Als journalist schrijft Christine Otten literair journalistieke reportages, onder meer voor het Cultureel Supplement van NRC Handelsblad. Als interviewer sprak ze met uiteenlopende interessante kunstenaars: Pete Townsend, John Cale, Nick Cave, Amiri Baraka, Willem Dafoe (VPRO televisie), Ravi Coltrane en vele anderen.
Als performer van muzikaal proza en poëzie (vaak begeleid door muzikanten) trad Otten op tijdens grote festivals als Crossing Border, Winternachten en Lowlands. Samen met multi-intrumentalist Jan Klug toerde ze door Zuid-Afrika waar ze optrad tijdens Poetry Africa in Durban en het Tradewinds Festival in Kaapstad.
Christine Otten woont in Amsterdam met haar man en haar twee kinderen.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.