CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

ff n studiebreak

Maandag begint de nieuwe Weg Over Rozen! Hier vast al het tergende, romantische, schokkende, suïcidale en strontvervelende uit seizoen 1 op een rij.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

Geschreven door:

lurk4life [meer]

Datum ingestuurd:

25 januari 2010

Taal:

Woorden:

2.350

Bekeken:

575 keer (7 deze maand)

Waardering:

3.3/5 (7 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 

Inleiding
De bibliothecaresse zei dat ik dit boek eens moest proberen wat dit is een mooi boek zij ze, en daar had ze merendeels gelijk in. Want je las met volle teugen, maar vooral belangrijk omdat ik vaak afgeleid ben, heb ik toch lang kunnen lezen. Ik vind oorlog boeken altijd wel leuk, en deze hoort daar zeker bij. Maar toch is het wel een boek die je echt andere kan aanraden, en er zitten ook plaatjes bij die je moet lezen om het verhaal te begrijpen. En dat is af en toe wel leuk, dat je naar een plaatje kan kijken. Dan staat er bijvoorbeeld “Je hoeft alleen maar te lezen. Hij wees op een zwart omrande advertentie aan de achterzijde, voorzien van het rouwteken van de NSB. Arnold las.” of “kijk, hier op bladzij 20. ‘Kameraden schrijven van het front, las Arnold. In godsvertrouwen voor het vaderland.Ver van de Nederlandse grenzen staan in het onmetelijke Rusland Nederlandse mannen op post; in strenge koude of intense hitte. Eenvoudig en zonder veel woorden staan zij daar als beschermers tegen het vreselijke gevaar, dat in de wijde steppen zijn krauw naar Europa uitsteekt.” en zo zijn er nog een paar, maar als ik die ook ga opnoemen dan wordt het veel te lang verhaal.

A
1 Wat is het genre: oorlog.
2 Het aantal bladzijden is: Er zitten in totaal 252 bladzijdes in maar bij blz. 5 begint het boek en bij de 247 bladzijdes eindigt de verhaallijn.
3 Hoeveel hoofdstukken zitten er in het boek: Er zitten 28 hoofdstukken in het boek.

B
4a Wie is de hoofdpersoon? De hoofdpersoon is Arnold Westervoort.
4b Geef een beschrijving van zijn/haar uiterlijk: hij is zo’n 14 jaar en hij heeft zwart haar.
4c Wat zijn de belangrijkste eigenschappen? Omschrijf zijn/haar karakter. Het is een jongen die wel graag vrienden wil maken maar omdat zijn vader een NSB’er is heeft hij er erg moeite mee want wie wil er nou omgaan met een landverrader omgaan, denken zijn klasgenoten
4d Verandert de hoofdpersoon in de loop van het verhaal? De hoofdpersoon verandert niet veel, maar hij wordt wel minder dan zijn vader en zijn Duitse gedachten, want hij komt erachter wat voor erge dingen de SS wel niet doet. En daardoor begint hij te veranderen.
5aWie zijn de belangrijkste bijpersonen? De heer Westervoort (zijn vader ), en mevrouw Westervoort (zijn moeder ).
5b Beschrijf van de twee belangrijkste bijpersonen het uiterlijk. Dat wordt niet in het boek verteld, of het staat ook niet op plaatjes.
5c Beschrijf van de twee belangrijkste bijpersonen het karakter. Zijn moeder staat altijd achter hem, maar ze vindt wel als je gepest word, dat je het dan achter je moet laten.Want dan is er helemaal niks meer aan voor de genen die je pesten. Maar dat je oudere moet respecteren, is ook een belangrijk iets bij haar. Zijn vader daar in tegen is heel strikt, en wil dolgraag burgemeester worden. En dat moet dan ook gebeuren ook!
5d Zijn zij helper of tegenstander van de hoofdpersoon? Zij helpen en werken tegen. Het licht er gewoon maar net aan wat zijn ideeën zijn.
6 Waar speelt het verhaal zich af? Noem indien mogelijk meerdere plaatsen. Het speelt zich af in een dorp met een haven, een middelbare school, bij Arnold thuis, maar hij maakt ook een flinke wandeling door het bos.
7a Wanneer speelt het verhaal zich af? In welke tijd? Welke aanwijzingen heb je hiervoor? Het speelt zich af vanaf donderdag 30 april 1942, tot dinsdag 5 september 1944. Dat kan je zien omdat je vaak in het boek de datum ziet staan, aan het begin van een alinea.
7b Hoe lang duurt het verhaal: Het verhaal duurt precies 1 jaar,4 maanden en 5dagen.
8 Wat is het belangrijkste probleem? Hoe wordt dit opgelost: Het belangrijkste probleem is, dat Arnold gepest word omdat zijn vader een NSB’er is, en daarom heeft hij geen vrienden. Iedereen laat hem lekker stikken, en ze noemen hem een landverrader, schijtlaars, een NSB zwijn, of een NSB'rtje, en ook vuile NSB-er. En wat ze aan het probleem doen….Helemaal niks. Niemand helpt hem. Toen de oorlog voorbij was, is iedereen gevlucht, behalve Arnold zelf.
9 Hoe loopt het verhaal af: Als Arnold bijna thuis is, dan denkt hij dat de geruchten toch waar zijn. Hij komt thuis, en de deur staat open. Zijn vader pakt hem beet, en zegt tegen hem dat hij gelijk zijn spullen moet pakken, omdat ze gaan, Arnold vroeg wat er was, waarop zijn moeder antwoordde, dat de Engelse en de Amerikanen al bij Rotterdam waren. Ze gingen snel naar het station, voor een trein naar het oosten. Toen de trein aankwam, kreeg hij een idee. Hij zei dat hij naar de wc moest, hij liep weg, en wachtte totdat de trein weg was.
10 Verklaar de titel: Arnold is heel de oorlog zonder vrienden.Dat blijkt uit het verhaal, en komt omdat zijn vader een NSB’er is.

C
11 Beschrijf wat je er zelf van vond.Het is een spannend boek die je echt mensen kan aanraden, omdat op het laatste moment toch noch een onverwacht iets gebeurt, zodat je wilt weten wat nu??

D
12 Geef een korte levens beschrijving:Evert Hartman is verhuisd op 10-jarige leeftijd naar Kampen, waar hij op een middelbare school zat. Daarna ging hij het leger in. Hij begon in 1958 aan een studie van sociale geografie aan de rijksuniversiteit in Utrecht. Hij heeft tijdens zijn studie gewerkt als leraar aardrijkskunde in Hoogeveen wat hij tot 1992 gedaan heeft.
13Wat voor soort boeken schrijft hij/zij vooral? Hij schrijft voornamelijk oorlogsboeken.
14Noem titels van andere boeken van deze auteur.
• 1973 - Signalen in de nacht
• 1975 - Machinist op dood spoor
• 1977 - De laatste stuw
• 1979 - Oorlog zonder vrienden - Europese jeugdboekenprijs voor actuele literatuur, Padua 1980
• 1980 - Vechten voor overmorgen
• 1982 - Het onzichtbare licht
• 1984 - Gegijzeld
• 1986 - Buitenspel
• 1987 - Morgen ben ik beter - Bekroond met de prijs van de Nederlandse Kinderjury 1988
• 1988 - Het bedreigde land - Getipt door de Nederlandse Kinderjury 1989
• 1989 - De droom in de woestijn - Getipt door de Nederlandse Kinderjury 1990
• 1991 - Niemand houdt mij tegen - Bekroond met de prijs van de Nederlandse Kinderjury 1992
• 1993 - De voorspelling - Bekroond met de prijs van de Nederlandse Kinderjury 1994
• 1994 - De vloek van Polyfemos - Bekroond met de prijs van de Nederlandse Kinderjury 1995

E
15

 Hoofdstuk:1 Vanaf in het begin wordt Arnold in elkaar geslagen en hij moet naar de rector waar de rector zegt dat hij geen domme dingen moet gaan doen. Toen ging hij naar huis om zich te gaan wassen met wasdoekjes.
 Hoofdstuk:2 Zijn vader vroeg wie hem in elkaar had geslagen. Hierop zei hij dat het Martin Jonkers was. Zijn vader kent zijn vader van een boekwinkel. Toen Arnold op straat liep zag hij een gebouw met een Hakenkruisvlag. Op dat moment stortte een vliegtuig neer in het bos.
 Hoofdstuk:3Er kwamen mensen die vroegen of hij soms zag waar het vliegtuig neer kwam. Omdat hij dat wist werd hij mee gesleurd in een moter met een zij-span. Hij hield rekening met de kuilen en hobbels op de weg en binnen een paar miniuten hadden ze de veradelijke Engelse piloot en ze waren trots op Arnold.
 Hoofdstuk:4 Toen hij weer op school zat moesten ze de psalm 83 zingen voor de WA mannen.
 Hoofdstuk:5 Op een dag ging Arnold lopen toen hij in een woonark aan de haven was. Toen zag hij een bootje met fietsbanden, koffie, en handdoeken.
 Hoofdstuk:6 Hij heeft een postzegelalbum van zijn vader gekregen omdat zijn vader te horen heeft gekregen dat hij kans maakt om burgemeester te worden .Hij vraagt om een woordenboek.
 Hoofdstuk:7 Hij heeft een geschiedenis proefwerk gehad, en dat was helemaal niet moeilijk. Ook krijgt hij zakgeld.
 Hoofdstuk:8 Hij word gevangen genomen en hij vezind een hulper genaamd Bert Landman. Hij zegt dat hij ook bij de Jeugdstorm zit. Ze liepen weg om die ‘Bert Landman’ te gaan halen en dan ontsnapt Arnold met een mes
 Hoofdstuk:9 Hij wil alles vertellen alleen dan moest hij eerst even een glas water drinken. Toen hij alles vertelde over Martin en Karel gingen ze aangifte doen van diefstal
 Hoofdstuk10 Er was een optocht bij de Jeugdstorm en terwijl hij keek had iemand een briefje in z’n jas gedaan.
 Hoofdstuk:11 Hij had een discussie met z’n leraar waarop hij antwoorde: “ God heeft altijd gelijk”
 Hoofdstuk:12 De vader heeft Examen om de kans als burgemeester te verhogen volgende maand.
 Hoofdstuk:13 Bij de Jeugdstorm wilt Arnold graag boksen leren en dat kan. Alleen zijn moeder denkt daar anders over.
 Hoofdstuk:14 Ze moeten van school een dagje aan Oogsthulp doen waarbij je als vrijwiliger gaat werken bij het aardappelrooien.
 Hoofdstuk:15 Hij heeft een acht voor wiskunde, en zijn moeder wordt ineens ziek
 Hoofdstuk:16 Zijn moeder wordt weer beter en het eerste wat ze vraagt is of zijn huiswerk wel af is. Vlak daarna gaat hij schaatsen en als hij dat gaat doen zakt hij door het ijs. Gek genoeg komt een pestkop hem helpen.
 Hoofdstuk:17 Diezelfde dag gaat het ijs nog dooien, toen hij weer op het school kwam hadden ze een zandbak geregeld en er was gelijk een zand gevecht en daar waren de Duitsers niet blij mee.
 Hoofdstuk:18 Arnold vond een dagblad van concentratie kampen genaamd Vrij Nederland.
 Hoofdstuk:19 Hij hoorden bommen vallen en hij kreeg per brief post van SS militairen een aanplak biljet
 Hoofdstuk:20 Vandaag was het een meeloopdag. Daar stond een kluis en de enige die de sleutel heeft is zijn vader.
 Hoofdstuk:21 Toen school uit was had hij het gevoel dat er iets niet klopte bij Marloes. Daarom volgde hij haar en in het bos aangekomen kwam hij erachter dat Marloes een verrader was omdat zij bonnen heeft gestolen.
 Hoofdstuk:22 Hij ging met Marloes praten om het vertrouwen terug te winnen van haar en toen vertelde zij aan Arnold dat SSers mensen gewoon dood trappen.
 Hoofdstuk:23 Zijn vader is samen met de SD op het spoor van de overvallen.
 Hoofdstuk:24 Arnold voeld zich echt niet lekker
 Hoofdstuk:25 Hij gaat lezen in zijn agenda en daardoor wordt hij afgepakt. Na school gaat hij naar een kolenmijn
 Hoofdstuk:26 Hij wordt wakker in een kolenmijn en mensen hadden poging op moord gedaan en dat was bijna gelukt ook hij heeft 2 gebroken ribben.
 Hoofdstuk:27 Jeroen is ziek en lijkbleek
 Hoofdstuk:28 Ze gingen naar de trein en Arnold bleef expres achter.

1. Heb je door het lezen van dit boek iets geleerd? Wat dan?
Ik heb in dit boek geleerd hoe het er toen allemaal wel niet eraan toeging als je vader een NSB’er was en hoe ze dan je noemen, hoe ze je uitjoelen als je niet kijkt en hoe ze over je denken vanwege de beweging die je vader volgt. Het ergste is dat je gebonden bent aan de daden van je vader. Daardoor heeft hij ook nauwelijks vrienden die hem steunen en dat kan heel moeilijk zijn als je alleen bent tegen de rest die allemaal tegen je is.
2. Komen de gebeurtenissen logisch uit elkaar voort of is het verband moeilijk te verklaren?
Nee helemaal niet. Daardoor blijf je ook in dit lezen van ‘Wat nu?’ of ‘Wat gaat hij daar nou weer doen?’, en dat had zeker z’n voordelen want dan denk je dat je weet hoe het afloopt maar dan gebeurt er iets onverwacht dat het gewoon niet meer klopt wat je dacht of hoe het zou gaan eindigen.Dat maakt dit verhaal zo spannend.
3. Hebben de personages eigenschapen die je bewondert, gewoon vindt of verafschuwd? Maak een keuze en leg die keuze uit met voorbeelden uit het verhaal.
Er is wel een deel waarbij je wel gaat denken dat hij toch een goed hart heeft dus zeker niet zo als zijn vriend Alex. Arnold schreeuwde in doodsangst: ‘Jongens, ik zit vast!’Freek bleef op de plaats waar het donkere ijs begon. Toen liet hij zich op zijn knieën zakken, waarna hij op zijn buik naar het wak begon te schuiven. Het ijs boog door onder zijn gewicht. Water golfde over de rand van het wak. Een halve meter voor Arnold stopte hij.’De andere jongen kwam terug. ‘Freek ben je gek geworden? Láát die NSB-er!’
4. Is het verhaal spannend?
Het verhaal is zeker spannend maar ook heel onverwacht doordat sommige mensen heel anders zijn dan dat ze zich voordoen. Daardoor wordt je ook heel verward en als het later uitkomt dan snap je het weer en dat is dan ook wel leuk aan zo’n stukje van het boek.
5. Vind je dat de taal past bij de personages en het onderwerp?
Ja, want het taalgebruik is wel verwacht maar als iemand boos is dan kan je boos taal gebruik verwachten zoals dit stukje in het verhaal: “De Duitsers drongen het gebouw binnen. Stampende voetstappen op de trap. De deur werd opengerukt. Een Duitse militair verscheen op de drempel. ‘Welche Klasse!’Hij had een machinepistool in de aanslag. Achter hem verscheen een man. Meneer Geurtsen zei kalm: ‘Dit is klas drie Hbs.”

Beschrijf wat het probleem is van de hoofpersoon.
Veranderd de hoofdpersoon in de loop van het verhaal? Beschrijf dat.
En hoe staat het met het probleem op het eind van het verhaal?

Arnold word gepest en daar kan hij slecht tegen, maar in de loop van het verhaal leert hij er mee om te gaan. In de laatse zin van het boek is het een open einde waar je een paar vragen bij kunt stellen: “Wordt hij een verzetsstrijder?”
“Gaat hij iedereen tereug pakken die hem gepest heeft?”

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.