geef je mening
Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.
ff n studiebreak
Bij klassieke muziek moet je niet aan je grijze oma denken, maar aan YouTube. 5 tips van Lucas en Arthur Jussen.
I ZAKELIJKE GEGEVENS
1.Titel beschrijving:
Auteur: Cees Nooteboom
Titel: Rituelen
Uitgever: De arbeiderspers, Amsterdam
Jaar van uitgave: 1980
Pagina’s: 205, 23ste druk
Genre: Roman
2.Motto
Geen motto aanwezig.
3. Korte inhoud
Dit verhaal is verdeelt in 3 delen.
Intermezzo, Arnold Taads en Philip Taads.
In alle verhalen is Ini Wintrop de hoofd persoon.
Elk veraal deel speelt zich in een andere tijd af. Het verhaal loopt dus niet chronologisch.
Intermezzo (1963):
Dit eerste deel speelt zich af in Amsterdam. Inni Wintrop, de hoofdpersoon, leeft van geërfd geld, handelt af en toe in schilderijen, schrijft de horoscoop in het Parool en volgt de beurs op de voet. Acht jaar geleden heeft hij Zita ontmoet tijdens een fototentoonstelling. Ze trouwden. Inni houdt erg veel van haar, maar gaat ook vaak met anderen naar bed. Zita krijgt bijna een kind, maar omdat Inni erg bang is voor veranderingen, laten ze het weghalen. Vanaf dan groeien ze eigenlijk uit elkaar. In 1963 leert Zita een Italiaan kennen, die een foto van haar maakte voor het blad Taboe. Zita blijft nog een tijdje bij Inni, omdat ze zijn angst voor chaos kent. Maar op een dag in november troggelt ze Inni f 5000,- af tijdens het vrijen, en vertrekt met haar minnaar naar Italië. Inni probeert zelfmoord te plegen zoals hij dat in de horoscoop voor de Leeuw, zijn sterrenbeeld, heeft voorspeld, maar het mislukt.
Arnold Taads (1953):
In het begin van de jaren '50 woont Inni in Hilversum op kamers in een groot koloniaal huis. In de lente van 1953 komt zijn tante Thérèse op bezoek, die hem mee neemt naar Arnold Taads, haar vroegere minnaar. Arnold Taads is een excentrieke, eenzame man die volgens een strak schema leeft en daar nooit vanaf wijkt, behalve als hij een keer per jaar op vakantie naar de Alpen gaat om te skiën. In Taads' huis heerst een orde die angstaanjagend is. Tijd is voor Arnold Taads de vader van alle dingen: tante Thérèse en Inni mogen pas om 4 uur binnenkomen; om 5 uur wordt tante Thérèse weggestuurd en tot kwart voor 6 leest Taads. Tot 7 uur wordt er gewandeld, waarbij Taads over het skiën vertelt, over zijn haat jegens de wereld, over zijn afvallen van het geloof en over Sartre's existentialisme. Tot kwart over 7 wordt de goulash opgewarmd (Taads kookt 1 keer in de week acht porties; een voor elke dag en een voor als er een gast komt). Tot half 8 wordt er gegeten, en om kwart voor acht wordt de vierde sigaret gerookt. Daarna vertelt Taads over de Wintrops, die volgens hem twee kwalen hadden: ze kenden geen grenzen, en ze weigerden te lijden. Een paar dagen daarna gaan Arnold Taads en Inni een weekend op bezoek bij tante Thérèse. Taads zou regelen dat tante Thérèse Inni voortaan geld zou geven, zodat hij niet meer naar kantoor hoefde. De overvloedige Brabantse koffietafel wordt een flop, het diner 's avonds een ware catastrofe. Behalve Inni, Arnold Taads en tante Thérèse waren ook de oom en monseigneur Terruwe, geheim kamerheer van de Paus, aanwezig. Er ontwikkelde zich een discussie over de Kerk en God. Terruwe sprak volgens de dogmatiek van de Kerk, Taads noemde zich collega van al het bestaande. De discussie liep uit op een huilbui van tante Thérèse en een valpartij van de oom, nadat hij Taads een kaakslag had willen toedienen die onderschept werd door Terruwe. Dit deel eindigt met dat Inni bericht krijgt dat Arnold Taads doodgevroren in zijn dal in de Alpen, precies zoals Taads eens aan Inni beschreven had.
Philips Taads (1973):
Inni is nu veertig jaar. Na Zita heeft hij een verhouding met een actrice gehad, maar nu woont hij alleen. Als hij op een dag met een schilderij naar een kunsthandelaar gaat, ontmoet hij Philip Taads, die voor de etalage naar een raku-kom staat te kijken. Japanners kopen de kom voor zijn neus weg. Inni gaat met Philip mee naar zijn kamer, die wit en kaal is. Philip vertelde dat hij een droom heeft: hij wil zichzelf verlossen. Hij doet daarom aan yoga en is bijzonder geïnteresseerd in oosterse ceremonies en oosterse theekommen. Het benauwt Inni allemaal, hij wil niet met lijden geconfronteerd worden. Toch bezoekt hij Philip Taads in de volgende jaren regelmatig. Vijf jaar later belt de kunsthandelaar Inni op met de mededeling dat hij een klassieke raku-kom op de kop heeft getikt. Philip Taads zal komen kijken. Philip koopt de kom, en nodigt de kunsthandelaar en Inni een tijdje later uit voor de theeceremonie. Philips' kamer heeft kleine veranderingen ondergaan. Er hangt nu een rol met gekalligrafeerde tekens, die Inni doet denken aan een skiër die in razende vaart een helling afdaalt. Philip voert in een volkomen stilte allerlei handelingen uit die tot de theeceremonie behoren, "een lang bochtig traject rituele hindernissen". Na uit de kom gedronken te hebben, laat Philip Taads hen uit zonder iets te zeggen. Drie weken later wordt Inni opgebeld door de hospita van Philip. Samen met de kunsthandelaar gaat hij naar Taads kamer. Daar ligt de raku-kom in scherven op de grond. Een paar dagen later blijkt dat Philip Taads zich verdronken heeft.
II ANALYSE
4.Structuur
Het boek bestaat uit 3 delen.
Die delen zijn weer verdeelt in Hoofdstukken.
De hoofstukken hebben alleen geen titel.
Intermezzo is niet verdeelt in hoofdstukken, dat is gewoon een verhaal.
Arnold Taads is verdeelt in 16 hoofdstukken.
Philip Taads is verdeelt in 13 hoofdstukken.
Het geeft in het begin een verwarrend effect wat je begint eerst in het jaar 1963 en opeens zit je in een ander jaar tal.
5.Verhaal figuren
De hoofdpersonen zijn Inni Wintrop, Arnold Taads en Philip Taads.
- Inni komt uit een katholieke, Brabantse textielfamilie, waarmee hij in zijn jeugd weinig contact heeft gehad. Zijn vader is gestorven tijdens een bombardement, zijn moeder woont ergens buiten Europa. Hij heeft totaal geen ambitie. Hij is erg geobsedeerd door de rituelen in levens van mensen en probeert uit te zoeken waarom ze die hebben en waarom ze dat op die bepaalde manier doen. Hij weigert te lijden, maar hij weigert ook met het lijden van anderen geconfronteerd te worden. Je komt verder niet zoveel te weten, je kijkt over zijn schouder mee, maar je komt bijna geen gedachten of gevoelens van hem te weten.
- Arnold Taads was in zijn jonge jaren notaris en kon ook goed skiën. Na de Tweede Wereldoorlog raakte hij teleurgesteld in de mensheid en verliet hij zijn vrouw om een teruggetrokken leven te leiden, eerst in de Rocky Mountains in Canada, later met zijn hond Athos in de bossen van Doorn. 's Winters trok hij naar de Zwitserse Alpen om de koude tijden door te brengen in een eenzame hut, alleen per ski te bereiken. Taads ordende zijn hele leven volgens de tijd. Op gezette tijden werd er gegeten, gelezen, gekookt en gewandeld. Elke verstoring in dat ritueel zou een onherstelbaar kwaad aanrichten. Ook het huis was ingericht volgens een strakke regelmaat. Inni beschrijft de huiskamer van Arnold als volgt: "De orde die in het vertrek heerste was angstaanjagend. De enige vorm van toevalligheid was de hond, omdat hij bewoog. Het was, dacht Inni, een kamer als een wiskundesom." Arnold Taads gelooft niet meer in God en beschouwt de natuur als het grootste goed op aarde. Ook veracht hij de mens (dus ook zichzelf) en de enige van wie hij houdt is zijn hond Athos. Taads wijst het leven geheel af en heeft ook al het scenario van zijn dood in zijn hoofd, wat geheel past in zijn levensstijl waarbij hij alles volgens een bepaald plan doet. Jaren nadat hij het scenario van zijn dood aan Inni verteld heeft krijgt Inni bericht dat Taads gestorven op de manier zoals hij dat zich had voorgesteld; eenzaam doodgevroren in de
Zwitserse Alpen
- Philip Taads. De eerste keer dat Inni Philip Taads ontmoet, staat deze voor de etalageruit van een Japanse kunsthandelaar en wordt dan als volgt beschreven: "...een kleine, oosters uitziende magere man, voor de wereld verloren..." Philip is de zoon van Arnold en de vrouw die hij uit Indië had meegebracht. Hij veracht zijn vader omdat deze hem en zijn moeder verlaten heeft. Philip woont in de Amsterdamse Pijp. Zijn kamer beschrijft Inni zo: "De ruimte waar ze kwamen was zeer licht, en leek op het eerste gezicht volstrekt leeg. Alles was er wit, hier was men, ver van de wereld, in een ijl en koud berglandschap, of liever, alweer in een klooster, hoog in de bergen." Naast zijn baan als handelscorrespondent gaat verder al zijn aandacht uit naar Oosterse denk- en leefwijzen, zoals Zen, Taoïsme en Boeddhisme. Ook de Oosterse kunst speelt een grote rol in het leven van Philip. Die rol is zelfs zo groot, dat deze Taads wacht op de komst van een bepaalde Oosterse kom, een zogenaamde Raku-kom, om zijn aangekondigde en openlijk besproken zelfmoord uit te voeren. "Wat het Oosten me gegeven heeft is de gedachte dat dat ik van mij niet zo iets unieks is. Er verdwijnt niet zoveel als dat verdwijnt, het is niet zo belangrijk. Ik hinder de wereld en de wereld hindert mij. Er is pas harmonie als ik ze alle twee afschaf." Als de Japanse kunsthandelaar eindelijk zo'n kom voor hem heeft gevonden, voert hij nog een laatste theeceremonie uit voor Riezenkamp, de kunsthandelaar, en Inni, en pleegt vervolgens zelfmoord.
6.Tijd:
De vertelde tijd is 25 jaar en de verteltijd is ongeveer 3,5 uur (189 blz). Het verhaal is niet chronologisch: het begint met 1963, gaat dan naar 1953 en in het derde deel naar 1973. Het verhaal wordt verteld vanuit 1978. Het hele verhaal is dus eigenlijk een flashback
7. Ruimte
Het verhaal speelt zich op verschillende plaatsen af: deel 1 in Amsterdam deel 2 in Hilversum, Doorn en Goirle deel 3 weer in Amsterdam. Veel meer kom je niet te weten.
8.Perspectief
Er is sprake van een auctoriale verteller.
Deze verteller weet soms dingen die Inni niet weet. Het hele boek door wordt verteld vanuit het gezichtspunt van Inni Wintrop. De verteller kijkt als het ware steeds over zijn schouder mee.
III Interperatsie
9.Titeluitleg
Inni is geobsedeerd door de rituelen in andermans leven. Voorbeelden van rituelen in dit boek: elke week 8 porties eten koken alles altijd op het zelfde tijdstip doen oosterse rituelen, bv. de theeceremonie crematie van Philip Taads
11.Motieven
- eenzaamheid: alle personen in het boek zijn eenzaam, of maken die indruk.
- tijd: voor Arnold Taads is tijd de vader van alle dingen, voor Philip heeft tijd geen betekenis.
- geloof: Er zijn veel verwijzingen naar het katholicisme: *Inni vergelijkt Philip met Jezus
-zelfmoord: Inni probeert zelfmoord te plegen, tante Thérèse pleegt zelfmoord en Arnold en Philip Taads plegen zelfmoord.
12:
Het thema is vooral rituelen en zelfmoord zie titel uitleg.
IV Achtergrond
13.Auteur
Cornelis Johannes Jacobus Maria (Cees) Nooteboom (Den Haag, 31 juli 1933) is een Nederlands schrijver van voornamelijk romans, poëzie en reisverslagen.
De geboren Hagenaar Nooteboom werd op school vaak als 'lastpak' weggestuurd, en zou hij in niet minder dan vier middelbare scholen hebben schoolgegaan. Hij ging onder andere naar school in een franciscaner klooster in Venray en een augustijner gymnasium in Eindhoven, maar hij maakte zijn middelbare school af aan een avondgymnasium te Utrecht.
Hij begon met werken in 1951 bij een bank in Hilversum, maar zwierf vanaf 1953 door Europa, nadat hij door het leger werd afgekeurd voor zijn dienst omdat hij 'te mager' zou zijn. Tijdens zijn reis schreef hij het eerste hoofdstuk van zijn debuutroman Philip en de anderen. In Parijs leerde hij Philip Mechanicus kennen, met wie hij naar Cannes trok en vandaar naar Nederland. In 1955 kwam zijn debuut Philip en de anderen uit waarvoor hij de Anne Frank-prijs ontving. De naam Philip was een verwijzing naar Mechanicus. In 1956 volgde de dichtbundel De doden zoeken een huis en schreef hij zijn eerste grote journalistieke reportage voor Het Parool over de Hongaarse opstand, waarvoor hem een reisbeurs werd toegekend. Aan het eind van de jaren vijftig begon hij reisverhalen te schrijven voor Elsevier. Dit zou zijn genre blijven.
In 1957 trouwde hij voor het eerst, met Fanny Lichtveld. Maar later scheidde hij en ging hij een relatie aan met de zangeres Liesbeth List, voor wie hij ook een aantal teksten schreef, van 1965 tot 1979.
Na De ridder is gestorven (1963) schreef hij bijna twintig jaar geen roman. Vanaf 1961 was hij redacteur bij de Volkskrant, maar in 1967 werd hij reisredacteur bij het tijdschrift Avenue.
Zijn bekendste boek is Rituelen (1980). Het werd in 1981 bekroond met de Ferdinand Bordewijk Prijs, en werd in 1989 verfilmd onder regie van Herbert Curiël, met in de hoofdrollen Derek de Lint en Thom Hoffman.
Nootebooms werk is vertaald in het Duits, het Engels, het Spaans, het Frans, het Turks, het Hongaars en vele andere talen. Vooral in het Duitse taalgebied is Nooteboom een echte bestseller-auteur, waar de vertaling soms nog sneller verkrijgbaar is dan het Nederlandse origineel in Nederland.
Op 10 december 2003 werd bekend dat hem de P.C. Hooft-prijs 2004 was toegekend. De prijs werd hem op 21 mei 2004 uitgereikt.
Op 24 juli 2005 trad hij op in het programma Zomergasten bij de VPRO.
Op 4 september 2006 werd hem een eredoctoraat verleend door de Radboud Universiteit in Nijmegen. Bij deze gelegenheid sprak hij de Radboudrede uit.
Op 13 november 2008 werd hem een eredoctoraat verleend door de Freie Universität Berlin.
Op 4 juni 2009 werd hem de Prijs der Nederlandse Letteren toegekend. Deze driejaarlijkse prijs werd hem op 18 november 2009 door de Belgische koning Albert overhandigd.[1]
• Wat boeken van hem:
1978 - Een avond in Isfahan(reisverhalen)
• 1980 - Rituelen (roman, Arbeiderspers)
• 1980 - Nooit gebouwd Nederland. 'want tussen droom en daad staan wetten in de weg en practische bezwaren...' (Essay)
• 1981 - Voorbije passages, reisverhalen (reisverhalen)
• 1981 - Een lied van schijn en wezen (roman, De Arbeiderspers)
• 1981 - Voorbije passages 2 (reisverhalen)
• 1982 - Gyges en Kandaules. Een koningsdrama (toneel)
• 1982 - Mokusei! (novelle, De Arbeiderspers)
• 1982 - Aas (gedichten, Arbeiderspers)
• 1983 - Waar je gevallen bent, blijf je (reisverhalen)
• 1984 - Vuurtijd, IJstijd. Gedichten 1955-1983 (gedichten, Arbeiderspers)
• 1984 - In Nederland (roman, De Arbeiderspers)
(bron wikipedia)
V Mening
Eigen Mening:
In het eerste oordeel leek het me wel een leuk boek. Het onderwerp was apart en ik
wou wel meer te weten komen over het boek. Naderhand ik ging lezen in het boek kon ik gewoon niet meer stoppen tot ik het boek uit had gelezen.
Het onderwerp van dit boek heb ik nog nooit over nagedacht en het thema ook niet.
Ik vind zelfmoord geen oplossing voor je problemen. Ik geloof dat als er leven naar de dood zal zijn dat je hiermee niks oplost.
Dat van Arnold kan ik het nog begrijpen zijn hond is dood en hij heeft niks meer.
Maar Philip niet. Hij was misschien wel eenzaam maar hij kon nog een leven op gaan bouwen.
het beste kon ik me inleven bij Ini.
Maar ook niet helemaal want het boek heeft geen ik perspectief.
Je leest maar een f twee keer de gedachte van Ini in heel het boek.
Ik vind dit boek wel een grote aanrader om te gaan lezen.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.