
CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.
ff n studiebreak
Maandag begint de nieuwe Weg Over Rozen! Hier vast al het tergende, romantische, schokkende, suïcidale en strontvervelende uit seizoen 1 op een rij.
geef je mening
Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?
Inhoudsopgave
INFORMATIE OVER DE SCHRIJVER
BOEKBESCHRIJVING
INDELING VAN HET BOEK
SAMENVATTING
Tijd, plaats & personen
De standen
INFORMATIE OVER DE SCHRIJVER
Geen verdere informatie over de schrijver, behalve dat hij Willem heette en ‘Madocke’ maakte.
Van het boek/gedicht/verhaal Madocke is niets bewaard gebleven.
BOEKBESCHRIJVING
Tekstverzorger H. Adema
Schrijver Willem die ‘Madocke’ maakte
Titel Van den vos Reynaerde
Druk 5e druk
Uitgever Uitgeverij Taal & Teken
Plaats Leeuwarden
Jaar van gelezen uitgave 1997
Jaar van 1e druk 1985
Jaar van originele tekst + 1250
Aantal pagina’s 2 x 61blz.
Aantal versregels 3472 versregels
INDELING VAN HET BOEK
De tekst is niet ingedeeld in hoofdstukken.
Er is wel een indeling aan de hand van de inhoud denkbaar:
vers 1-40: proloog;
vers 41-496: de hofdag van Nobel;
vers 497-1042: eerste dagvaarding (door Bruun);
vers 1043-1359: tweede dagvaarding (door Tybeert);
vers 1360-1754: derde dagvaarding (door Grimbaert);
vers 1755-2051: Reynaerts veroordeling;
vers 2052-2492: Reynaerts biecht;
vers 2493-3076: Reynaerts vrijspraak en pelgrimage;
vers 3077-3472: Reynaerts terugkeer.
SAMENVATTING
De leeuw Nobel, koning van de dieren, had in zijn rijk bekend laten maken dat hij tijdens Pinksteren hofdag zou houden. Alle dieren verschenen, uitgezonderd Reynaert ; hij had al zoveel op zijn geweten dat hij aan het hof alleen nog kon rekenen op de steun van zijn neef Grimbaert de das. De wolf Ysengrijn was de eerste die Reynaert beschuldigde van allerlei misdaden: de verkrachting van zijn vrouw Herswint en de mishandeling van twee van zijn kinderen. Het bekakte hondje Courtois beklaagde zich in het Frans erover dat Reynaert tijdens een koude winter zijn enige worst ontstolen had. Tybeert de kater weerspreekt deze beschuldiging echter: hij, Tybeert, had die worst destijds bij een slapende molenaar gestolen. Bever Pancer verhaalde hoe Reynaert de haas Cuwaert tot kapelaan zou opleiden; hij had het arme dier nog net van een wisse dood kunnen redden.
Toen Ysengrijn erop aandrong Reynaert ter dood te brengen, sprong de das Grimbaert verontwaardigd op en hield een vurig pleidooi voor zijn oom: Ysengrijn was ook niet zo’n brave Hendrik en bovendien was Reynaert kluizenaar geworden: hij droeg een haren boetekleed en raakte geen vlees meer aan. Hij was zijn leven drastisch aan het verbeteren, aldus Grimbaert. Op dat moment naderde een droevige stoet: op een lijkbaar gedragen door twee hennen en geflankeerd door twee hanen, lag de dode kip Coppe, dochter van de haan Canteclaer. Die vertelde hoe lelijk hij door Reynaert was beetgenomen: de vos had hem plechtig verzekerd, dat hij het wereldse leven voorgoed vaarwel had gezegd. In goed vertrouwen was Canteclaer toen met zijn kinderen buiten de bescherming van de hoenderhof gaan wandelen. Het gezelschap was nog maar nauwelijks buiten, of Reynaert stortte zich op de kippen. Zo had Canteclaer inmiddels nog maar vier van zijn vijftien kinderen over.
De koning was woedend en besloot Reynaert voor het hof te dagen. Na de plechtige begrafenisceremonie van Coppe stuurde hij de beer Bruun, een van zijn trouwe onderdanen, naar de burcht van Reynaert: Maupertuus, het sterkste kasteel van de sluwe vos. Omdat Reynaert van adellijke komaf was, had hij recht om drie keer gedagvaardigd te worden om bij de berechting aanwezig te zijn. Na een lange tocht kwam Bruun, die de waarschuwende woorden van koning Nobel in de wind had geslagen, bij het kasteel aan en eiste op hoge toon dat Reynaert met hem mee zou gaan. Die antwoordde dat hij dat graag zou doen, als hij niet zoveel gegeten had van ‘een vreemde, onbekende spijs’ , namelijk honingraten, die hij eigenlijk niet verdragen kon. Hij vertelde de begerige Bruun tenslotte dat er honing te vinden was op het erf van boer Lamfroit. Deze honing bevond zich een door de lengte gespleten eik, opengehouden door wiggen. Ze gingen erheen en ondanks Reynaerts waarschuwingen ‘matig’ te zijn, stak Bruun zijn kop en voorpoten in de gespleten boom, waarna de vos de wiggen eruit sloeg. Bruun zat als een rat in de val. Reynaert maakte hierover zo een spottend misbaar dat Lamfroit gewaarschuwd werd en met alle dorpelingen die hij maar kon optrommelen, gewapend met bezems, vlegels, harken en stokken, de beer eens ongenadig begon af te tuigen. Ook de pastoor, zijn vrouw Julocke en de koster waren van de partij. Bruun werd verschrikkelijk afgetuigd, maar wist zich uiteindelijk uit de woedende menigte te ontsnappen. Lamfroit gaf hem echter nog zo’n ontzettende klap met een bijl dat Bruun tussen een groepje vrouwen belandde en er vijf de rivier in stootte (onder wie Julocke). Toen ging alle aandacht naar de in nood zijnde vrouwen en Bruun zag zijn kans schoon om al zwemmend het hazenpad te kiezen. Toen hij een eind verderop aan land ging, werd hij nog door Reynaert bespot. Schuivend op zijn achterwerk en rollend, zijn voorpoten is hij door al het geweld half verloren, weet hij het hof van koning Nobel te bereiken.
De tweede bode die Nobel stuurde, de kater Tybeert, verging een zelfde lot. Hoewel hij de reputatie had wijs en voorzichtig te zijn, liep hij ook in de val die Reynaert opzette. De vos beloofde Tybeert dat hij de volgende dag mee zou gaan; de kat had daar geen bezwaar tegen. Reynaert stelt voor dat Tybeert blijft eten en overnachten. Reynaert beweert een plek te kennen waar het stikt van de vette muizen, Tybeert zal een lekkere maaltijd voorgeschoteld krijgen. Samen gingen ze naar de schuur van de pastoor waarin volgens Reynaert de muizen zouden zijn. Rondom de schuur lag een wal van aangestampte aarde; ergens zat een gat (waar de dag ervoor een strik was gezet door Marinet (de zoon van de pastoor)) waar Reynaert Tybeert door liet kruipen Via dit gat had Reynaert namelijk twee dagen daarvoor een haan gestolen van de pastoor. Reynaert laat Tybeert via dit gat naar binnen kruipen, met als gevolg dat de kater vastzat in de strik. Tybeert maakte zo’n kabaal, dat de bewoners in het huis gewekt werden. Ze gingen Tybeert te lijf en probeerden hem dood te slaan, maar zwaar gehavend wist de kat toch nog te ontkomen, nadat hij de pastoor aan zijn geslachtsdelen had verwond.
Als ook Tybeert zwaar gehavend het hof van de koning bereikt, is alleen Grimbaert nog bereid de vos voor de derde en laatste maal te gaan dagen. Hij slaagde erin Reynaert te overtuigen van de noodzaak om nu mee te gaan: dit is immers zijn laatste kans. Reynaert nam hartelijk afscheid van zijn vrouw Hermeline kinderen (Reynaerdine en Rossel) en begaf zich met zijn neef op weg. Tijdens de reis biechtte hij op huichelachtige wijze zijn wandaden en gemene streken op om zijn geweten zogenaamd te zuiveren: hij had Bruun en Tybeert te grazen genomen, Canteclaer van zijn kinderen beroofd en Ysengrijn diverse keren gekweld. Hij toonde berouw, beloofde beterschap en vroeg of Grimbaert hem zijn zonden kon kwijtschelden en daarna de lekenbiecht kon afnemen. Grimbaert brak een twijgje af en gaf zijn oom veertig stokslagen als boetedoening. Daarna nam de das de lekenbiecht af. Toen ze echter langs een nonnenklooster kwamen waarvan Reynaert wist dat er veel ganzen en kippen in de buurt liepen, had Grimbaert de grootste moeite om zijn oom ervan te weerhouden opnieuw in de zonden te vallen.
Aan het hof werd Reynaert van alle kanten beschuldigd o.a. door de ram Belijn en zijn vrouw Hawy, het everzwijn Forcondet, de raaf Tycelijn en de ezel Bruneel. De koning is overtuigd en veroordeelde de vos tot de galg. Grimbaert en Reynaerts naaste verwanten wilden de terechtstelling niet bijwonen en vertrokken. Ysengrijn, Bruun en Tybeert, de grootste vijanden van de vos, gaan de galg in gereedheid brengen.
In de tussentijd als hij alleen is met de koning en de koningin verteld de koning over een aanslag die Bruun, Ysengrijn en Tybeert samen met zijn vader beraamd zouden hebben om de koning, Nobel, uit de weg te ruimen en de beer koning te maken. Het plan zou bekostigd worden met de schat van koning Ermerike, die door Reynaerts vader gevonden was. Reynaert maakte de koning wijs dat hij, na het geduldig observeren van de gangen van zijn vader, de schat gevonden had en ergens anders begraven had om het snode plan te verijdelen. De koning wilde meer weten over de schat, die zich volgens de vos bij de bron Kriekeputte in het bos Hulsterloo bevindt, en schold in ruil voor de schat Reynaerts zonden kwijt. (op aandringen van de koningin Gente) Bruun en Ysengrijn worden gevangen genomen. Reynaert verklaarde dat hij op pelgrimstocht naar Rome wil om de paus om vergiffenis te vragen, daarna zal hij de koning naar Kriekeputte leiden. Op verzoek van Reynaert krijgt hij een pelgrimstas en schoenen… ; de tas wordt vervaardigd van een stuk huid van Bruun, voor de schoenen wordt het vel van Ysengrijns voorpoten en het vel van Herswints (Ysengrijns vrouw) achterpoten gestroopt. Voordat de vos op reis ging, zou hij eerst nog even langs huis gaan. Cuwaert de haas en Belijn zullen hem daarbij vergezellen, omdat dat ‘zulke oprechte dieren zijn’, Reynaert kan maar moeilijk afscheid van ze nemen.
Bij Maupertuus aangekomen, lokte Reynaert Cuwaert mee naar binnen ‘om afscheid te nemen en zijn kroost te troosten’. Ze waren nog maar nauwelijks binnen of de vos beet de haas de kop af.
Samen smulde het wolvengezin van ‘desen goeden vetten haze’. Tegen Hermeline, zijn vrouw, zei Reynaert dat Cuwaert een zoenoffer van de koning is, de haas zou hem als eerste vals beschuldigd hebben. Aan Belijn, die buiten had staan wachten, vertelde Reynaert dat Cuwaert nog wel een poosje zou blijven en dat de ram gerust terug kon gaan naar het hof. Belijn moest nog wel een brief namens Reynaert voor de koning mee brengen. Reynaert gaf hem de pelgrimstas, met daarin niet de brief, maar de kop van de gedode haas en hij beloofde dat Cuwaert hem later zou volgen. Aan het hof gaf Nobel zijn klerk, de aap Botsaert, de opdracht de tas te openen. Maar toen de koning zag wat er in de tas zat brulde hij het uit van woede omdat hij toen merkte hoe hij bedrogen en bespot was. Op aanraden van het luipaard Firapeel werden Bruun en Ysengrijn in ere hersteld. Belijn en Reynaert werden vogelvrij verklaard. De vos was echter al met zijn gezin naar de veilige wildernis vertrokken.
TIJD, PLAATS EN PERSONEN
TIJD
Het moet het verhaal ongeveer afspelen in de periode van 1200 tot 1500. Dit omdat het originele, gevonden exemplaar in het Diets geschreven is. En het Diets dateert uit die periode van 1200 tot 1500.
PLAATS
In het boek komen meerdere namen van bestaande plaatsen genoemd. Die namen staan hier;
De bron van Kriekeput, nabij Hulsterlo. Hulsterlo is een groot bos tussen de steden Hulst en Kieldrecht.
De stad Gent, in regel 93 wordt Gent genoemd als een grote textielstad.
Elmare, Elmare wordt in regel 373 genoemd. Elmare is een klooster tussen Aardenburg en Biervliet.
Deze plaatsen bevinden zich allemaal rond de huidige grens van Nederland en België. Oftewel in de Belgische provincie Oost-Vlaanderen en het Nederlandse Zeeuws-Vlaanderen.
PERSONEN
Reyneard, (vos)
is de hoofdpersoon. Hij is sluw. 'Wie niet sterk is moet slim zijn' zou zijn motto kunnen zijn. Door zijn geslepenheid weet hij zich overal uit te redden. Uiteindelijk komt deze schurk er het best van af. Zijn naam doet hij geen eer aan: hij is niet rein van aard.
Nobel, (leeuw)
is de koning der dieren. Hij doet voorkomen dat hij rechtvaardig is en in zekere zin is hij dat soms ook wel: zo geeft hij Reynaerd de kans zich te verdedigen in plaats van hem op basis van beschuldigingen ter dood te veroordelen. De koning is echter wel makkelijk beïnvloedbaar: hij gelooft alles wat de andere dieren hem vertellen. Uiteindelijk blijkt echter dat ook Nobel alleen aan zichzelf denkt en dat zijn doel op deze wereld is zijn rijkdom te vergroten.
Ysengrijn, (wolf)
denkt alleen maar aan zijn maag. Hij is een domme huichelaar, ook in het verhaal Ysengrimus waarin hij de hoofdrol speelt. Omdat hij zijn maag achternaloopt en niet nadenkt, komt hij in de gevaarlijkste situaties terecht. Ysengrijn betekent oorspronkelijk 'man met wolfsmasker'.
Bruun, (beer)
een domme beer. Hij kan niet vooruitdenken en net als de andere dieren is hij inhalig. Zo lang hij maar veel te eten heeft is hij tevreden.
Tybeert, (kater)
denkt dat hij sluw is, maar Reynaerd is ook hem te slim af. Gelukkig weet hij zich met zijn scherpe nagels nog redelijk te verdedigen als hij in het nauw gedreven wordt.
Grimbaert, (das)
is de enige die nog vertrouwen in Reynaerd heeft (naast zijn vrouw en kinderen uiteraard); hij komt over als een goedgelovig en aardig dier. Hij wordt daarom dan ook niet te grazen genomen door Reinaard.
Canteclaer, (haan)
lijdt met zijn familie zeer onder de streken van Reinaard. In de middeleeuwen was de vos een geduchte kippenrover waarvoor boeren bijzonder moesten oppassen. Canteclear (cante cleer) betekent helder (klaar) zingen (het Franse 'chanter').
Courtois, (hond)
is een bekakt Franstalig hondje. Een schoothondje van een adellijke dame. Zijn naam verwijst naar 'courtois', wat hoofs of hoffelijk betekent.
Belijn, (ram)
is de hofkapelaan van de koning. Hij is niet alleen gelovig, maar ook goedgelovig en eerzuchtig. Hij schept erover op dat hij de belangrijke brief van Reynaerd aan koning Nobel (de tas met de kop van Cuwaert erin) mede opgesteld heeft. Deze eerzucht wordt hem en zijn familie fataal.
Cuwaert, (haas)
is angstig, zoals het een haas betaamt. Toch doet hij netjes wat de koning hem opdraagt. Zijn angst was niet ongegrond, want hij wordt opgegeten door Reinaard en zijn familie. De naam Cuwaert betekent lafaard (denk aan het Engels 'coward').
Verder nog de minder belangrijke bijpersonen;
>> Hermeline, de vrouw van Reinaert
>> Cantaert de haan, de broer van Coppe
>> Pancer de bever
>> Herswint, de vrouw van Ysengrijn
>> Firapeel het luipaard
>> Coppe, de gedode kip
DE STANDEN
Het boekje is eigenlijk gewoon een bekritiserend verhaal over de standenmaatschappij dat in een verhaalvorm wordt verteld. De drie standen zijn adel, geestelijkheid en boeren- en dorpelingenstand.
DE ADEL,
De adel, in dit verhaal is dat de hofhouding, is goedgelovig, corrupt, inhalig, vraatzuchtig en hebzuchtig. De adellijke personen, Nobel, Courtois, Tybeert, Bruun en Ysengrijn, De koning blijkt karakterloos, omkoopbaar en hebzuchtig te zijn; hij verraadt zijn naaste omgeving als hij daardoor een schat machtig denkt te kunnen worden. Nobel is corrupt en denkt alleen maar aan zoveel mogelijk geld te krijgen. Coutois maakt zich druk aan onbenulligheden aan het hof. Bruun is zelfingenomen, dom en onbetrouwbaar. Ysengrijn is huichelachtig en Tybeert is alleen maar bezig om er zelf zo goed mogelijk af te komen en is bang voor zijn hachje.
DE GEESTELIJKHEID,
De geestelijke stand is vooral dom en houdt zich niet aan de kerkelijke regels. De pastoor houdt zich niet aan het gebod van het celibaat om ongetrouwd te blijven. Bovendien heeft hij een zoon. Als Tibeert de edele delen van de pastoor aanvalt, vindt zijn vrouw Julocke dat verschrikkelijk en denkt alleen maar daaraan. Ook tijdens het afranselen van Bruun, als Julocke in het water valt krijgt iedereen die haar eruithaalt van de pastoor een aflaat voor één jaar zondigen. Er wordt dus ook gespot met de omgang van de aflaat door de lagere geestelijkheid. Daarnaast heb je nog de goedgelovige Belijn, de hofkapelaan aan het hof van koning Nobel. Uit eigenbelang wil hij zo veel mogelijk lof en eer binnen halen.
DE BOEREN- EN DORPELINGENSTAND,
Deze stand is wreed en laf. De dorpelingen en boeren (bijv. Lamfoit de timmerman) die de weerloze Bruun te lijf gaan, vormen een lachwekkende, lelijke en domme troep. Bovendien laten ze Bruun ontsnappen, als de vrouw van de pastoor in het water is gevallen en de pastoor haar redder een aflaat om in de hemel te komen belooft. De boeren zien daar wel wat in en richten vervolgens al hun energie op het redden van deze vrouw. Ze zijn dus ook uitzonderlijk egoïstisch. Ook hebben ze bepaald de fijnste vechttechnieken niet.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.