geef je mening
Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?
volg ons

Volg het team van Scholieren.com op twitter, en krijg een kijkje achter de schermen..! @scholieren groet u.

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.
Boekbeschrijving
A Carry Slee – Moederkruid
B 2001 – Amsterdam
C 202 bladzijden
D Geen ondertitel
E Voor mijn zus
F Het boek is ingedeeld in 3 hoofdstukken.
Hoofdstuk 1 - Hoe de ouders elkaar hebben leren kennen
Hoofdstuk 2 - De familie verhuist naar het nieuwe huis.
Hoofdstuk 3 - Paar jaar later verhuist de familie opnieuw wegens
omstandigheden.
De hoofdstukken worden aangegeven met een lege bladzijde met daarop één,
twee of drie.
G Op de voorkant van het boek zie je twee meisjes die met de gezichten naar
elkaar toe staan. Ik denk dat dit het meisje en haar zus zijn. Het laat zien dat
ze samen een goede band hebben.
Samenvatting
Het gezin bestaat uit 4 personen: Vader, moeder en hun 2 dochters.
Vader ziet de jongste dochter meer als een zoon, hij leert haar voetballen en bij het badhuis moet het meisje mee naar de mannen afdeling.
Moeder werkte op haar 17e in het naaiatelier van vader, vader wordt verliefd op moeder en verlaat zijn huidige vrouw.
De meisjes hebben het niet makkelijk.. Vader zijn zaak (de kleermakerij) is failliet aan het gaan, zo moeten ze noodgedwongen verhuizen naar een arme buurt. Ze woonde eerst in een redelijk rijke en nette buurt. Moeder vertelt ze al vanaf het begin, dat ze hier maar tijdelijk zullen wonen en dat ze in deze buurt niet thuis horen.
Volgens moeder is er van alles mis met deze buurt en daarom gaan de 2 meisjes ook naar een school die 30 minuten lopen is van hun eigen buurt. Maar de scholen in de buurt zijn niet het enige wat niet goed genoeg is, ook de winkels en de mensen zijn niet goed genoeg.
Nu ze al een tijdje in deze buurt wonen, en het er op lijkt dat ze er voorlopig nog niet weg zullen gaan, kan moeder het de kinderen niet meer verbieden om buiten te gaan spelen. Zo ontmoet het meisje een vriendinnetje: Ada.
Maar moeder verbiedt het de meisjes om eten of drinken aan te nemen van andere mensen of om op de wc-bril te gaan zitten.
Maar wanneer het meisje bij Ada komt spelen, gaat het meisje per ongeluk op de wc-bril zitten. Ze gaat snel naar huis en vertelt het haar moeder. Moeder gaat door het lint, en begint gelijk alles te ontsmetten.
Een tijd later, moet het meisje naar de dokter want ze heeft bloed in haar plas. Bij de dokter blijkt het een ernstig nierbekken ontsteking te zijn en moet de komende 6 weken een zoutloos dieet volgen en op bed liggen. Moeder vindt het allemaal heel erg, voor zichzelf, omdat ze nu apart moet koken voor het meisje en naar andere winkels moet waar ze zoutvrije etens/drinkwaren verkopen.
De buitenwereld mag absoluut niet weten wat er met het meisje aan de hand is.
Voordat het meisje ziek werd, gingen het meisje en haar zus (Elsje, 2 jaar ouder) naar de zondagsschool. De familie is niet gelovig, maar zo konden vader en moeder van hun rust genieten op de zondag.
Wanneer de juf van de zondagsschool op bezoek komt bij het meisje, word moeder ontzettend boos op Elsje. Want nu weet ‘iedereen’ wat er aan de hand is en denkt iedereen dat het vies is bij hun thuis.
Tussen vader en moeder gaat het steeds slechter, en wanneer de deurwaarde voor de deur staat en van alles meeneemt, doordat het bedrijf van vader nu definitief failliet is. Gaat moeder voor de zoveelste keer door het lint.
Maar dit keer was de voornaamste reden dat ze niet wist dat het slecht ging met het bedrijf, en vader laatst nog gewoon een auto gekocht heeft.
Vader begint een nieuwe kleermakerij, en deze keer bij hun thuis. De kleermakerij komt in de slaapkamer en zo moet het bed naar de huiskamer verplaatst worden. Binnen enkele weken heeft vader een aantal vrouwen in dienst genomen en op één vrouw word vader verliefd en moeder betrapt hen wanneer ze bezig zijn in de huiskamer.
Vader vertelt zijn twee meisjes dat vader gaat verhuizen en dat ze dus alleen met mama gaan wonen, doordat ze door allerlei ruzies niet meer samen kunnen wonen. Wanneer het meisje het aan haar vriendinnetjes verteld vinden ze het allemaal heel zielig, maar wanneer vader na een week nog steeds thuis woont, denken de vriendinnetjes dat het meisje alles gewoon verzonnen heeft.
Een hele poos later worden de meisjes door hun vader wakker gemaakt met de mededeling dat mama naar de dokter moet. Het gaat steeds slechter met moeder, ze krijgt op een gegeven moment een verwijsbrief naar de psychiater en moet steeds zwaardere medicijnen slikken. Ondertussen word vader opnieuw verliefd, maar dit keer op het benedenbuurmeisje. Moeder maakt dit meisje uit voor hoer aangezien ze nog lang niet de leeftijd heeft van vader. Wanneer de vader van de ‘hoer’ hoort wat moeder allemaal over zijn dochter gezegd heeft, slaan de stoppen bij deze man door. Hij bedreigd moeder, en daarom worden er allerlei maatregelen genomen bij de meisjes thuis, zo moeten ze op een bepaalde manier aanbellen zodat moeder weet dat zij het zijn. Maar als op een dag moeder niet opendoet, worden ze ongerust en rennen ze naar hun vader die in zijn atelier zit, die ondertussen is verhuisd naar de overkant van de straat. Als vader het huis binnen gaat ziet hij dat moeder allebei haar polsen heeft doorgesneden, ze heeft dus een zelfmoordpoging gedaan.
Na een redelijke tijd loopt moeder weer bij de psychiater en krijgt een urgentieverklaring. Ze zegt namelijk dat het de buurt was die haar gek maakte. Ze verhuizen naar een andere buurt. Eenmaal aangekomen bij de nieuwe buurt, is het eerst wat moeder zegt: “Denk erom, we bemoeien ons met niemand. Met helmaal niemand.”
Verhaalfiguren
A De belangrijkste persoon uit het boek is het meisje. Je weet niet hoe ze eruit
ziet of hoe oud ze is, maar ze zal ongeveer 7 jaar oud zijn. Het is een aardig
verlegen meisje en soms een beetje emotioneel.
B In dit verhaal is geen uitbouwkarakter. Het meisje is vanaf het begin al
verlegen en luistert erg naar wat haar moeder haar verteld. Aan het eind is ze
enkel alleen een paar jaartjes ouder maar ze is niets veranderd.
Zo is ook Moeder geen steek veranderd, aan het begin van het boek is ze al
iemand die graag krijgt wat ze wilt. En aan het einde van het boek doet ze er
echt alles aan om te verhuizen, wat niet zo makkelijk is.
Ruimte
A Het verhaal speelt zich vooral af bij de flat in de achterbuurt waarnaar ze
verhuisd zijn. Het is een kleine flat, met kleine kamertjes.
Verder heb je nog de school die ver buiten hun eigen wijk staat. Maar ook over
deze plaats wordt weinig verteld.
B Een typische ruimte wat een belangenruimte is, is de kerk van de
zondagschool. Elsje en het meisje gaan hier elke zondag heen.
Citaat: ‘De vrouw van de zondagsschool liet ons lichtbeelden zien. Ze gingen
allemaal over Jezus. Ze vroeg of Elsje en ik weleens van Jezus Christus
hadden gehoord. We knikten, want dat was ook zo. Mama riep wel tien keer
per dag “Jezus Christus”. Het waren schitterende lichtbeelden. Ik vergat alles
om me heen en luisterde naar elke woord.’
Je merkt dat wanneer het meisje bij de zondagsschool is en de juf verteld over
Jezus Christus of God, het meisje zich op haar gemak voelt.
Dus de kerk is absoluut een belangenruimte. Door deze omgeving wordt het
meisje rustig en word ze blij door het gevoel dat er iemand is die haar
beschermt, in dit geval God.
Vertelwijze
Het verhaal wordt verteld in de ik-vorm. Vanuit het perspectief van het meisje. Je komt het meest over haar te weten, doordat ze vertelt hoe ze zich voelt en wat ze meemaakt.
Citaat: ‘Papa zou een eindje met mij gaan rijden. Niemand mocht mee, mama niet en Elsje ook niet. Hij wilde iets met me bespreken, en dat maakte het helemaal bijzonder. Papa besprak altijd alles met Elsje en nooit met mij. Hij zei dat ik daar nog te klein voor was, maar dat was een smoes. Elsje had me verteld dat hij bang was dat ik alles aan mama zou doorvertellen. Dat wist Elsje, want zij krijgt altijd dingen te horen die mama niet mocht weten. Papa zei dat het veel beter voor mama was als ze die dingen niet wist. Hij was bang dat ze anders in de war zou raken.’
Tijd
A Het verhaal speelt zich af na de oorlog, dit komt doordat Moeder ze dit vertelt.
Citaat: “Jullie weten niet wat oorlog is,’ zei moeder. ‘Jullie hebben geen idee
hoe het is om niet vrij te zijn. In je eigen land nog wel. Dat kunnen jullie ook
niet weten. Jullie hebben de oorlog niet meegemaakt. Je vader en ik wel. Wij
zijn zelfs in de oorlog getrouwd. Moet je je voorstellen, midden tussen de
Duitsers. We hadden gewoon niks te vertellen. Helemaal niks. De Duitsers
beslisten alles voor ons.”
B Het verhaal is chronologisch geschreven, het gaat van de tijd dat de ouders
elkaar ontmoette tot de tweede keer dat ze verhuisde.
C Er komen haast geen flashback in voor. Als er een flashback in voor komt
dan is dat ter informatie, anders begrijp je niet waarom ze het op deze manier
doet etc.
Motieven
Haat - Moeder “haat” alles en iedereen om zich heen. Ze “haat”
de buurt waarin ze nu wonen en ze “haat” haar kinderen
doordat die meestal de oorzaak van haar problemen zijn,
en ze “haat” haar man, doordat hij niet doet wat zij wil.
Gehoorzaamheid - Het meisje en d’s zusje doen alles wat hun moeder hun
vertelt wat ze moeten doen. Ze luisteren altijd en durven
nooit er tegen in te gaan of om hun eigen mening te
geven.
Titel en Motto
A Ik vind niet echt dat het titel een duidelijke verklaring heeft, maar ik denk dat
et is dat het meisje alles doet wat haar moeder zegt en alles gelooft wat haar
moeder zegt, dat haar moeder het kruid is waarmee ze is groot gebracht.
Ook heb ik op internet gezocht naar een titelverklaring van dit boek en
andere mensen zeggen, wat ik op zich ook best aardig vind, dat de titel vanuit
moeders kant is bedoeld. Namelijk: dat de kinderen het on”kruid” voor hun
moeder zijn. Onkruid wil je liever niet hebben en heb je alleen maar last van.
Die kinderen zijn dan het onkruid en hun moeder moet er mee leven!
B Het boek heeft geen motto.
Thema
2 Meisjes proberen de wereld door de ogen van hun ouders te zien, maar door de haat die hun moeder uit, moeten ze gehoorzamen en wordt het moeilijk om de wereld te ontdekken.
Stijl
A De zinnen in het boek zijn makkelijk te volgen, er worden niet specifiek lange
of korte zinnen gebruikt.
Citaat: “Jullie hebben elkaar wel gevonden hè?’ riep mevrouw Overwater toen
Olga en ik het portiek uitkwamen. Mevrouw Overwater hing wel vaker uit het
raam. Dan kon ze zien wie er allemaal hun fietsenstalling in- en uitgingen. Ze
had een speciaal kussen dat in het raam lag. Dat lag er altijd, ook als ze
boodschappen deed of even naar binnen was. Alleen als het begon te
regenen haalde ze het weg, en ’s nachts, als ze het raam dichtdeed’.
B De woordkeuze is niet specifiek humoristisch maar wel verassend. Dat komt
vooral doordat Carry Slee altijd kinderboeken schreef en je op één of andere
manier toch verwacht dat ze de zelfde woordkeuze ook in dit boek zal
gebruiken. Maar dit is op een ‘normale volwassene’ manier geschreven, niets
bijzonders!
Citaat: “Toen ik s’ maandags uit school kwam, zat mama met haar voet
omhoog in de stoel. ‘Deed het pijn?’ vroeg ik. ‘Hou alsjeblieft op,’ zei mama.
‘Wat ik daar heb geleden, het is met geen pen te beschrijven.”
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.