Scholieren.com vernieuwd! Kun je niet wennen? Oude site.

Heb je zin om een korte enquete in te vullen over Scholieren.com? Meedoen kost een paar minuutjes van je tijd.

Geschreven door:

Ruud Kroese [meer]

Datum ingestuurd:

12 maart 2001

Niveau:

4 vmbo

Taal:

Nederlands

Woorden:

1890

Opvragingen:

13214 (1 deze maand)

Waardering:

3.1/5 (88 stemmen)


iets winnen?
We hebben 5 exemplaren van Road To Revolution, de nieuwe live dvd van Linkin Park, om weg te geven!

Boekverslag Marga Minco

De val

1. Hoe luidt de titel van het boek?
De val

2. Wie is de schrijfster van het boek?
Marga Minco

3. Wanneer is het boek verschenen?
In 1983

4. Vertel iets over de schrijfster.
Marga Minco heet eigenlijk Sara Menco. Sara is geboren in Ginneken op 31 maart 1920. Ze is de enige overlevende van uit een Joods gezin, dat tijdens de bezetting werd weggevoerd. Bijna al haar boeken hebben te maken met haar oorlogservaringen. Haar debuutboek is: Het bittere kruid (1957), daar kreeg ze de Vijverbergprijs voor en het is in 8 talen vertaald. In 1957 ontving zij de Multatuliprijs voor het verhaal: Het adres. De verhalen die niet direct op de oorlog betrekking hebben gaan wel altijd over eenzaamheid en isolement. Het toeval speelt er altijd een belangrijke rol in. Zo ook in dit boek ‘De val’ (1983). Ze heeft ook korte verhalen en kinderboeken geschreven zoals: Kijk eens in de la (1963), en De verdwenen bladzij (1994). In 1970 werd een televisiespel wat zij bedacht had uitgezonden. Ander werk van Sara is: De andere kant (1959), Tegenvoeters (1961), Het huis hiernaast (1965), Terugkeer (1968), De dag dat mijn zuster trouwde (1970), Daniel de Barrios (1975 televisiespel), Je mag van geluk spreken (1976), Maart (1979), Verzamelde verhalen (1982), De glazen brug (1986) en De zon is maar een zeepbel (1991)

5. Helpen deze gegevens mee aan een beter begrip van het
verhaal?
Ja, je begrijpt waarom dingen gebeuren. Je herkent het toeval
in het boek, wat in veel verhalen van haar voorkomt.

1. Is de verwachting waarmee je aan het boek begon zo’n beetje
uitgekomen?
Nee, ik had een heel ander soort boek verwacht. Het boek gaat steeds terug in de tijd, en ik verwachtte een boek wat gewoon doorliep. Het was ook minder spannend dan verwacht.

2. Viel het boek mee of tegen? Hoe dan?
Het boek viel tegen, het was veel minder spannend dan verwacht, en ik vond het onderwerp niet zo interessant.

3. Vond je het een tamelijk gewoon boek, of juist vreemd,
onbekend?
Ik vond het onderwerp niet echt spectaculair, waardoor het boek mij niet erg kon boeien.

4. Welk fragment uit het verhaal is je het beste bijgebleven?
Dat Frida in de put valt.

5. Schrijf de eerste vijf zinnen uit dat fragment over.
Nog niet halverwege het voetpad was Verstrijen toen hij achter zich een zwakke kreet hoorde. Hij draaide zich om. Het drong onmiddellijk tot hem doordat het geluid nergens anders vandaan kon komen dan uit de geopende put en dat het te maken had met het zwart dat eerder in de uiterste linkerhoek van zijn gezichtsveld was verschenen. Naar de put rennend besefte hij dat ze de hekken hadden moeten plaatsen. Baltus had ze in de bak gezet.

1. Maak een korte maar wel volledige samenvatting van het
verhaal.
Het boek verhaalt over Frieda Borgstein. In het begin van het boek was ze gauw jarig en omdat ze al in geen veertig jaar haar verjaardag had gevierd, vond ze het leuk om haar vijfentachtigste verjaardag wel te gaan vieren.
Ze had het plan al voorgesteld aan Rena van Straten, de directrice. Deze was verbaasd, maar vond het wel een goed idee.
Ze zou op die dag gebak gaan halen voor haar verjaardag. Het stormde buiten erg, maar Frieda was vastbesloten te gaan. Toen ze een stukje van het bejaardentehuis verwijderd was, zag ze een auto van gemeentewerken. Ze kwam dichterbij en zag de grondverwarmingsput. Frieda dacht dat ze nog gemakkelijk langs de put zou kunnen lopen, maar de wind onderschepte haar en ze viel in de put. Verstrijen, de gemeentewerker, was op dat moment even weg zijn maat Baltus op te halen, die aardig lang op het toilet bleef.
Onderweg hoorde hij een zwakke kreet uit de richting van de put. Verstrijen, overtuigd dat het geluid uit de put kwam, rende terug en probeerde Frieda nog te redden. Maar het had al geen zin meer. Frieda Borgman was overleden. In het boek lopen eigenlijk twee perspectieven door elkaar. Het verhaal begint met twee mannen die voor de gemeente werken. Ze zijn al vroeg op pad in een Volkswagenbus (donderdag). De ene man heet Baltus en de andere Verstrijen. Ze stoppen bij een soort café‚ dat "De Salamander" heet. Carla werkt daar. Ze drinken een kop koffie als een jongen van de stadspost binnen komt, hij vraagt of hij mee kan rijden naar de Uiterwaardenstraat. Hij was zelf op de brommer en het was nogal koud. Dan springt het verhaal over naar Frieda Borgstein, een oude vrouw in een bejaardentehuis. Ze heeft de oorlog van zeer nabij meegemaakt en is waarschijnlijk een jodin. Er lag sneeuw buiten en Gerrie, de vrouw die Frieda kwam wekken vertelde dat iedereen die dag binnen zou blijven omdat het zo koud was.
Frieda denkt ondertussen steeds weer terug aan de oorlog, haar man Jacob en haar twee kinderen: Leo en Olga. Ze stonden klaar in de gang, 's nachts om opgehaald te worden en naar een onderduikadres gebracht te worden. Op dat moment vielen de Duitsers binnen om hen mee te nemen. Frieda zelf, was net boven om een vest te halen voor een van de kinderen, Olga, toen ze beneden lawaai hoorde en daarna niets meer.
Ze zou de volgende dag 85 jaar worden en ze wilde het hele tehuis trakteren op een gebakje. Aan de Uiterwaardenstraat stonden een aantal gebouwen die aangesloten waren op de stadsverwarming. Deze gebouwen hebben een put met een afsluitkraan.
De buizen onder de grond hebben een temperatuur van 150 graden Celsius.
In dat bepaalde jaargetijde stijgt het grondwater snel, en moet het water geregeld met een dompelpomp weggepompt worden anders zouden de kranen kunnen springen. Dat moesten Baltus en Verstrijen vandaag doen. De putten bevonden zich aan de overkant van het tehuis. Frieda wilde persé naar buiten om naar de bank, de kapper, en naar de bakker te gaan om gebakjes te kopen.
Baltus had de hekken die om de put stonden, weggehaald, omdat hij dacht dat er toch niemand langs zou lopen. Baltus ging naar het toilet en Verstrijen moest de put in de gaten houden.
Frieda verliet het tehuis, maar toen ze wilde oversteken gebeurde er iets raars, ze werd als het ware door de wind naar de over kant gebracht, het waaide erg hard en Frieda was al een oude vrouw. Ze kon er niets tegen doen.
Verstrijen was ondertussen bij de put weggegaan omdat het wachten op Baltus hem te lang duurde. Hij ging hem halen van het toilet.
De wind sleurde Frieda naar de stoep tussen het busje en een muur in.
Ze liep in de stoomwolken van de put en dacht dat ze nog makkelijk aan de put voorbij zou kunnen lopen, maar de wind onderschepte haar weer en ze kon niets meer zien. Voordat ze het wist lag ze in een put met kokend water.
Verstrijen heeft nog geprobeerd haar er uit te vissen, maar het was al te laat. Frieda was dood en Verstrijen had ernstige brandwonden. Het verhaal gaat dan eigenlijk verder met Ben Abels, hij had na het ongeluk iemand gezien die hij kende. Het bleek Hein Kessels te zijn. Ze maakten een afspraak om met elkaar te praten in een café‚ op het Gouverneursplein.
Kessels deed zijn verhaal. Hij vertelde dat hij Jacob erg mocht, hij kende hem via z'n vader. In de oorlog zat hij in een verzetsgroepje en toen hij hoorde dat er groepen waren die mensen naar Zwitserland brachten dacht hij meteen aan Jacob Borgstein. Hij had het heel goed voorbereid, en alles uit zijn hoofd geleerd. Op 21 april 1942 fietste hij 's nachts naar de Zuidkade om de familie Borgstein op te halen. Hij stond voor hun huis, stapte af en hoorde een auto achter zich stoppen,
hij sprong weer op z'n fiets alsof hij op het verkeerde adres was, maar Jacob had de deur al open gedaan. Kessels werd zelf ook door de Duitsers meegenomen, hij heeft in drie kampen gezeten en in Oraniënburg werd hij bevrijdt. Hij wilde niet met Frieda praten, die confrontatie durfde hij niet aan, hij wilde de zaak vergeten... maar vergeten kon hij niet.

2. Wat is volgens jou het thema?
Dat Frida in de put viel, en twee mensen elkaar weer ontmoeten door het ongeluk.

3. Wat betekent de titel? Wat heeft die met de gebeurtenissen of het thema te maken?
De titel heeft te maken met de val van Frida in de put.

4. Wanneer speelt het verhaal zich af? Is dat belangrijk?
Het verhaal speelt zich af in 1990. Af en toe zitten er flashbacks in het verhaal, het gaat dan over de Tweede wereldoorlog.

5. Welke periode beslaat het verhaal? Worden de gebeurtenissen
chronologisch verteld?
Het verhaal beslaat de periode: Tweede Wereldoorlog tot het heden. De gebeurtenissen worden niet chronologisch verteld, het verhaal bestaat uit flashbacks.

6. Hoe is het boek opgebouwd? Zijn er hoofdstukken?
Het boek is niet opgebouwd uit hoofdstukken, maar uit paragrafen.

7. Waar speelt het verhaal zich af? Is het belangrijk om dit te
weten?
Waar het verhaal zich afspeelt is onbekend, en dat is ook niet belangrijk.

8. Noem de hoofdpersonen uit het verhaal en geef van ieder een
korte beschrijving.
→ Frieda Borgstein: Zij is de hoofd persoon van dit boek. Ze is een oude eigenwijze vrouw, die toen haar familie opgepakt werd, toevallig boven was. Zo blijft ze dus de rest van haar leven alleen en eenzaam achter.
Ze heeft een hartstocht voor het maken van berekeningen. Dit komt doordat ze vroeger veel boekhoud cursussen gevolgd heeft.
Zij denkt steeds aan vroeger en heeft altijd een foto van haar man, Jacob, bij zich. Soms krijg je het idee dat ze een beetje dement wordt. Ze is geen feestvierend persoon, want ze heeft veertig jaar lang haar verjaardag niet meer gevierd. Maar omdat ze op die dag vijfentachtig werd, vond ze het leuk om het nu wel eens te doen.
→ Ben Abels komt na dertig jaar weer terug in zijn geboortestad en krijgt een baan als manusje-van-alles in het tehuis. Toevallig in het verhuis waar Frieda, de moeder van Olga, een vroegere vriendin van Ben woont
→ Bien Hijmans is het hoofd van de huishouding in het bejaardentehuis waar Frieda woont.
→ Baltus is een onverschillig en niet-nadenkend persoon. Hij werkt samen met Verstrijen voor de gemeentewerken. Hij vindt het niet nodig om rondom de put hekken te zetten.
→ Verstrijen is jonger dan, en het tegengestelde van Baltus
→ Rena van Straten is de directrice van het bejaardentehuis.

9. Is je iets opgevallen aan de schrijfstijl of het taalgebruik in het boek?
Marga Minco werkt veel met toeval, ook in dit boek is veel op het toeval gebaseerd. Aan het taalgebruik is mij niks aan opgevallen.

1. Had je de neiging om het boek snel uit te lezen? Vond je het
spannend of misschien juist saai?
Ik vond het geen spannend boek, eerder saai. Maar ik had wel de neiging om het boek snel uit te lezen.

2. Welke personen vind je sympathiek, welke niet? Heb je je met
vereenzelvigd? Hoe komt dit?
Ben Abels en Verstrijen vind ik sympathiek, Baltus en Frida niet.
Ik heb me niet met personen vereenzelvigd, doordat geen enkel persoon op mij lijkt, en ik mij niet in hun gedachten kan verplaatsen.

3. Vind je het thema van het boek een belangrijk onderwerp?
Waarom?
Nee, het is geen onderwerp wat nu aan de orde is.

4. Heb je gebeurtenissen en situaties uit het boek herkend?
Nee

5. Wat vind je al met al van het boek?
Ik vind het een niet boeiend verhaal, het onderwerp spreekt mij niet aan, en ik raad het dan ook niemand aan.

Belangrijk!
De verslagen op Scholieren.com zijn bedoeld als naslagwerk. Lever nooit verslagen van internet zomaar bij je leraar in. Je bent zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van dit soort fraude.

Wij krijgen de verslagen van scholieren. Hierdoor kan het gebeuren dat er foute informatie online staat. Gebruik geschiedt dus op eigen risico. Kom je een fout tegen? Laat het ons weten.

...
15. De val
16. De val
17. De val
18. De val
19. De val
20. De val
21. De val
22. De val
23. De val
24. De val
25. De val
... meer

zoeken
geef je mening: Jij en je geld

Wat voor geldtype ben jij?


Ik vind het best moeilijk om mijn geld uit te geven, ik spaar liever

Als ik iets wil en ik heb geen geld dan leen ik het

Ik denk goed na voordat ik geld uitgeef

Wat ik heb aan geld, geef ik direct uit

Ik spaar eerst voordat ik iets koop


Meer weten over jezelf en je geld? Doe dan mee aan het Scholieren onderzoek van het Nibud en steun zo kinderen in arme landen!

nieuwsbrief

Elke maand onze nieuwsbrief in je mailbox?