geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

ff n studiebreak

Experiment: geen Twitter, mail en Whatsapp meer voor Nina. Wel faxen, brieven in enveloppen en ouderwetsch bellen.

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

Geschreven door:

Kees van der Pol (Docent) [meer]

Datum ingestuurd:

25 augustus 2009

Taal:

Woorden:

6.450

Bekeken:

12066 keer (124 deze maand)

Waardering:

4.0/5 (52 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 


Feitelijke gegevens over het boek
Gebruikte druk: 1e
Verschijningsdatum 1e druk: 25 augustus 2009
Aantal bladzijden: 303
Uitgegeven door: De Arbeiderspers te Amsterdam

Beschrijving van de cover
Op de voorkant staat een prachtige afbeelding van twee futen, watervogels die bekend staan om hun baltsgedrag. In deze roman gaat het voornamelijk om gedragingen in de liefde oftewel het baltsgedrag van mensen.

Genreaanduiding van het boek
“Verlovingstijd” is een psychologische roman, die uitstekend past in het gehele oeuvre van de Maassluise schrijver.

De flaptekst
Na de begrafenis van hun stiefvader vertelt een hoogbejaarde moeder aan haar twee zoons dat haar huwelijk met hun vader een vergissing was. De verteller is een van die zoons. Het is echter maar de vraag of hij, zo dat al mogelijk is, zélf de juiste partnerkeuze heeft gemaakt.

Verlovingstijd speelt zich af in Maassluis, eind jaren veertig. In het stadje vestigt zich een fietsenmaker die fout was in de oorlog. Twee verschoppelingen, de zoon van de fietsenmaker en een zoon van een rioolwerker, vinden elkaar. Hun hechte vriendschap wordt echter steeds beproefd omdat de fietsenmakerszoon al sinds de bewaarschool de vriendinnetjes afpakt van de rioolwerkerszoon. Zelfs later, als ze beiden in Leiden studeren, blijft dit patroon binnen hun vriendschap gehandhaafd, totdat het uiteindelijk, op onthutsende wijze, wordt doorbroken.


Structuur en/of verhaalopbouw
Het verhaal wordt verteld in 43 korte hoofdstukken die alle een titel hebben. De meeste titels bestaan uit één woord zoals: Uitvaart, Modder, Jouri, Risicospreiding, Vierstreepslang
De vertelling start in het verhaal-Nu dat in ieder geval in de 21e eeuw kan worden gesitueerd. Over de juiste data en het jaar worden weinig expliciete mededelingen gedaan.
Vanuit dat verhaal-Nu vertelt de ik-figuur terug over de jaren vijftig en zestig. Hij vertelt dan naar het heden toe. In het laatste hoofdstuk bezoekt de ik-figuur zijn hoogbejaarde moeder en hij hoort dan een heleboel interessante informatie die het verhaal in een ander daglicht plaatst.
In feite wordt het verleden dus ingeklemd tussen een aantal vertelde stukjes uit het heden. Op zich is dat natuurlijk geen onbekende structuur.

Gebruikt perspectief
De oudste zoon van de hoogbejaarde moeder in hoofdstuk is de ik-verteller in deze roman. Hij is net aan het einde van de oorlog geboren (vgl. Maarten zelf die in november 1944 werd geboren) In 1963 is hij aan het studeren in Leiden. Dan zou hij ongeveer 19 jaar zijn en dat is ongeveer veertig jaar geleden vertelt de hoofdpersoon. Die moet in het Verhaal-Nu dus tegen de zestig jaar lopen. Hij is afgestudeerd in Leiden als parasitoloog. De verteller is een achteraf-verteller die zelfs af en toe de lezer rechtstreeks aanspreekt. Hij vertelt daarom ook in de o.v.t.

Het motto
Het motto is een citaat uit de beroemde encyclopedie van Grzimek ”Het leven der dieren”.
In de verlovingstijd, als de paarband nog niet zo sterk is, moeten diverse diersoorten, waaronder de mens, er rekening mee houden dat een rivaal zich van de partner meester kan maken. (Roger Alfred Stamm)
Het afpakken van een partner is het thema van het boek. Het motto is dus heel goed gekozen.

De tijd van het verhaal
De ik-figuur is aan het einde van de oorlog geboren. In zijn geboortestadje Maassluis komt eind jaren veertig een fietsenhandelaar wonen die uit Goeree-Overflakkee afkomstig is en van wie men weet dat hij in de oorlog “fout” is geweest. De verteller gaat met diens zoon Jouri naar de lagere school, en later ook naar het lyceum in Vlaardingen. Daarna gaan ze samen studeren in Leiden.
In Leiden zijn ze in de zestiger jaren student. De verteller zegt dat dit ongeveer veertig jaar ervoor is. Dat betekent dat het verhaal-Nu zich in ieder geval in de 21e eeuw afspeelt.

De plaats van handeling
De belangrijkste drie plaatsen van handeling zijn:
- Maassluis: het strenggelovige stadje aan de Nieuwe Waterweg, waarin de verteller opgroeit en hij met Jouri kennismaakt
- Vlaardingen, de stad waarin hij zijn middelbare schooltijd doorbrengt op het Groen van Prinstererlyceum en Frederica een rol begint te spelen in zijn leven
- Leiden: de stad waar hij zijn studie biologie doet en waar hij trouwt en woont met de muzieklerares Katja.

Kenmerk van de Maassluise schrijver is dat hij de straatnamen in die plaatsen ook met name noemt. Wie op de hoogte is van de situatie, weet dat er veel autobiografische kennis van de schrijver in zijn roman wordt verwerkt. Natuurlijk gebruikt bijna iedere schrijver kennis uit zijn verleden, maar Maarten ’t Hart doet dat meestal erg nauwkeurig. Ook in zijn eerste romans doet hij dat veelvuldig. Dat maakt zijn werk qua inhoud ook herkenbaar.

Samenvatting van de inhoud
In het eerste hoofdstuk “Uitvaart” gaat de ik-verteller die niet bij naam wordt genoemd met de hele familie zijn stiefvader Siem in Baflo begraven. De man was in het verleden wel naar het Westland verhuisd om met zijn moeder te trouwen, maar hij wilde per se begraven worden in Baflo. Het is eigenlijk een humoristisch hoofdstuk, want de verteller verhaalt over de race die de touringcar (waarin de hele familie zit) en de lijkwagen onderweg lijken te houden. Wanneer hij er wat van zegt, raakt de lijkwagen zoek en zijn alle begrafenisgasten veel eerder in Baflo dan het lijk zelf. De hoogbejaarde moeder van de verteller merkt er niet zo veel van en is later alleen maar blij dat ze veel psalmen in de oude berijming hebben gezongen, want ze moet van die moderne gezangen en berijmingen niets hebben.

In het volgende hoofdstuk bezoekt de verteller zijn moeder en die vertelt hem dat ze vroeger eigenlijk eerder met Siem had willen trouwen, maar dat zijn vader op een eigenzinnige manier zijn voorwiel tussen dat van de twee geliefden had geduwd en haar zo als het ware had opgeëist. Ze zegt dat haar oudste zoon altijd zo’n vies ventje was die naar poep stonk en veel scheten liet. Zijn broertje was veel netter. Ze rept ook over het vriendje Jouri met wie hij altijd optrok en die de zoon van een foute rijwielhandelaar in de oorlog was. Na de oorlog repareert hij illegaal Solexjes en dat mag eigenlijk niet van de Solexfabriek, maar veel Maassluizers brengen toch hun Solex naar Jouri’s vader. Dat levert hem extra geld op en daarvan koopt de man een grammofoon. Jouri breit sokken voor een meisje en krijgt dan een 45-toerenplaatje dat Jouri’s vader later helemaal grijs draait. Het is heel ontroerend mooie klassieke muziek, dat vinden Jouri’s vader en de verteller tenminste. De vertellers vader die rioolwerker is, vindt het niet prettig dat hij met een foute Nederlander omgaat.

Op een zeker moment komt er op de lagere school een conflict met meester Splunter. Jouri weigert zijn ogen te sluiten bij het gebed. Hij zegt dat dit gebod nergens in de Bijbel te vinden is. Dat heeft hij uit het naslagwerk van een godsgeleerde, ene Trommius. Als meester Splunter gaat zoeken in de Bijbel en een tekst gevonden lijkt te hebben, laat de verteller een harde scheet. Hij krijgt meteen straf met een liniaal en Jouri vindt dat heel dapper van hem. Samen zoeken ze in de Trommius allerlei woorden die wel of niet in de Bijbel voorkomen. Voor de verteller zijn dit vaak dierennamen zoals bijv. de libel. Maar die staan ook niet in de Bijbel en voortaan vouwt hij ook zijn handen niet meer bij het gebed en houdt hij zijn ogen open. Op school krijgt hij dan zijn eerste vriendinnetje die van een andere school is gestuurd. Ria Dons is atheïstisch en hij mag haar op een dag naar huis brengen. Maar ze is erg commercieel ingesteld: voor een dubbeltje zou hij haar mogen betasten op een seksueel getinte plek. Dat heeft hij er niet voor over. Later vertelt Jouri hem dat hij dat wel gedaan heeft, maar hij had geen dubbeltje hoeven te betalen. Dat is al de tweede keer dat Jouri een meisje van hem overneemt. Toen ze nog heel klein waren, had hij met het graven van een spinnengraf indruk gemaakt op een meisje en zo het eerste meisje afgepakt.

Jouri en de verteller steken wat intelligentie betreft met kop en schouders boven de dommeriken van de klas uit en ze mogen via een toelatingsexamen naar het Groen van Prinstererlyceum in Vlaardingen. Jouri’s vader verhuist ook naar die stad, omdat hij ineens wel servicemonteur van Solex kan worden. Op de middelbare school heeft de verteller een meisje tijdens de pauzes opgedaan. Het is een Schiedams jenevermeisje. Ze geeft later een party, maar de verteller mag er niet heen van zijn ouders. Later hoort hij dat Jouri door het populaire tienerspelletje “pluisjesblazen” de Schiedamse Wilma van hem heeft overgenomen. Dat is dus vriendin nummer drie ie Jouri afpakt. Erg lang duren die vriendschappen overigens niet, want Jouri dankt ze ook net zo gemakkelijk weer af.

Maar de volgende laat niet lang op zich wachten. Het mooie Maaslandse meisje Hebe, wil na een schoolfeest wel naar huis gebracht worden. De ik-verteller woont in Maassluis en kan dus met haar meerijden door de donkere Zuidbuurt. Jouri regelt het voor de ik-figuur, maar fietst eerst zelf een eindje mee. Daarna weet de verteller niets tegen haar te zeggen en moet hij toezien hij Hebe later ook in Jouri’s omgeving verkeert. [Hebe keert later terug in het verhaal.]

Wanneer de ik-figuur in de bibliotheek van de school werkt, komt er een bloedmooi meisje (Frederica) boeken lenen. Eerst lijkt het alsof ze het op hem voorzien heeft: ze leert hem het verschil tussen kussen en zoenen, maar uiteindelijk komt de aap uit de mouw en wil ze via de verteller aanpappen met Jouri. Dat lukt haar. Jouri, de zoon van een simpele rijwielhersteller, gaat het Frederica, de dochter van een rijke Vlaardingse reder.

Ook op het Groen blinken beide jongens qua intelligentie uit. Na het eindexamen gaan ze samen naar Leiden. De verteller gaat biologie studeren en in het bijzonder de leer van de parasieten. Jouri kiest een voornamelijk wiskundige studie. In Leiden is het weer de verteller die het eerst een meisje verovert. Het is Julia, ook al een heel mooie meid. Hij doet samen met haar enkele cursussen voor leermodules en ze vormen een mooi studiekoppel. Julia heeft eerst verkering met een andere student, maar dat raakt uit. Julia en de verteller vrijen wel wat, maar tot echte seks komt het niet. Wel doen ze de belofte om in ieder geval op 1 mei 2000 een dag met elkaar door te brengen.
Terwijl Julia beweert vlak voor de vakantie dat ze naar haar ouders zal afreizen, denkt de verteller zijn vriend Jouri met haar te zien eten bij de Chinees. Hij gooit het Julia voor de voeten, maar die ontkent dat ze met Jouri is gaan eten. De verteller denkt dat ze tegen hem liegt. Dat kan dus niets worden en weer zit Jouri hem blijkbaar dwars. Ook gaat hij verhaal halen bij Jouri, die hem echter vertelt dat hij een jaar naar Harvard mag. Hij heeft overigens nog steeds verkering met Frederica. Ze gaan zich voordat hij naar Amerika vertrekt, verloven.

De verteller heeft in dat jaar dan muziekles van een iets oudere vrouw Katja.(24) Ze is kattig en wat onberekenbaar. Ze vraagt hem wel samen te spelen: zij op de dwarsfluit en hij piano: hun voorliefde voor klassieke muziek delen ze, maar ook in het samenspelen is ze heel kattig tegen hem.

Op de universiteit heeft hij ook een bijzondere vriend Toon. Hij is heel begaafd, praat in ingewikkelde volzinnen en lijkt iets autistisch te hebben. Toon gaat eigenlijk verder alleen met de verteller om.

Omdat de behoefte aan seks bij de hoofdfiguur steeds sterker wordt (hij heeft “het” nog nooit gedaan) richt hij zich in die late zestiger jaren (opkomst Beatles, The Rolling Stones en de minirok) op de straatmeiden. Ook daar heeft hij aanvankelijk weinig succes, maar dan ontmoet hij op een avond Tina. Die heeft zich geil opgedirkt en neemt hem mee naar huis. Maar dan blijkt dat het een Amerikaanse methode (ze was ook stagiaire op Harvard) die Flirty Fishing heet. Bijbelvaste meisjes wilden op die manier jongens lokken om hen daarna te bekeren. Maar in plaats van de door hem verwachte seks wordt hij op die manier getrakteerd op een avondje Bijbellezen. Dat valt hem vies tegen.

Wanneer hij voor zijn werk naar Engeland moet ( stiekem sluipwespeieren uitwisselen) ontmoet hij Katja op de veerboot. Ze gaat haar broer in Londen opzoeken en ze blijkt nu veel aardiger en leuker te zijn dan tijdens de pianoles. De verteller wordt zeeziek en ze geeft hem wat tips daarvoor en crackers om de ziekte te onderdrukken. Ze reizen nog samen met de trein naar Londen. Wanneer het werk is gedaan (de uitwisseling van de sluipwespeieren), gaat de verteller naar Carnabystreet en ziet er erg veel meisjes in minirok. Daar geilt hij toch wel op. Hij heeft Tina beloofd nepnagels voor haar mee te nemen en dat doet hij ook. In ruil voor de nagels geeft ze hem vrijlessen, maar ze gaan niet “all the way”, omdat hij vindt dat ze zo stinkt. Tina wil hem aan het lijntje houden en wil hem zelfs meenemen naar haar ouders. Dat weigert de verteller en hij hoopt dat Jouri hem ook deze keer van haar zal afhelpen. Maar die zit in Amerika.

Vervolgens gaat hij weer terug naar de muzieklessen van Katja, die nu aardiger is en hem vertelt dat ze denkt dat ze verliefd op hem is. Ze zoenen ook en zij ruikt veel lekkerder. En dan komt het er eindelijk van: hij heeft seks met een vrouw. Ze wil niet veel later wel met hem trouwen maar dan moet hij officieel de hand gaan vragen bij haar vader. Die kijkt eerst wat bedenkelijk vanwege de afkomst van de verteller (rioolwerkerszoon), maar omdat hij bijna afgestudeerd is als parasitoloog, stemt hij toe. De ik-figuur stuurt pas kort voor de bruiloft een kaart naar Jouri, omdat hij bang is dat die anders zijn geluk komt verstoren.

Jouri zelf trouwt na zijn terugkeer uit Amerika met de Vlaardingse Frederica en de verteller is niet alleen getuige bij de bruiloft maar ook de organist tijdens de huwelijksplechtigheid in de Pniëlkerk. Hij improviseert ontroerend mooi en Frederica komt hem bedanken: zonder hem was ze nooit met Jouri getrouwd. En ze komen ook in Leiden wonen.
De twee echtparen hebben echter weinig met elkaar gemeen. Als ze elkaar op straat ontmoeten, is de begroeting koel Wanneer ze later op instigatie van Joeri een etentje organiseren, blijkt dat Katja en Frederica elkaar niet mogen. Katja vindt Jouri echter wel leuk. O, jeh, denk je dan als lezer, de geschiedenis herhaalt zich. Jouri is nu eenmaal een geboren charmeur.

In diezelfde week komt de broer van Katja met zijn vrouw naar Nederland. Zijn vrouw en hij hebben al twee kinderen en ze nemen drie plunjezakken kleren mee, voor het geval Katja later kinderen wil nemen. Die wordt furieus: ze wil nooit kinderen krijgen en de verteller sluit zich daarbij aan.

Jouri wil wel kinderen en Frederica krijgt een jaartje later dan ook kind. Katja wil niet mee op kraamvisite, dus gaat de verteller alleen naar Fredrica. Ze wonen intussen ook in Leiden. Frederica zegt dat ze Katja een monster vindt en dat hij bij haar weg moet gaan. Hij mag van haar ook aan haar borst zuigen: ze heeft moedermelk in overvloed. De verteller doet het en vindt het eigenlijk best lekker.

Intussen hebben ook Toon en Julia verkering gekregen. De directe aanleiding was dat hij een vierstreepslang had meegenomen van een vakantiereis en dat zij een van de weinige vrouwen was die daar goed op had gereageerd. Ook zij trouwen, maar dat stel past ook al niet lekker bij Katja en de verteller.

De carrière van Toon en Jouri verloopt glanzend. Ze worden beiden hoogleraar. Dat lukt de verteller niet. Toon en Jouri kopen een mooie villa in Oegstgeest en Julia gaat lesgeven op een middelbare school, maar daardoor wordt ze een verlepte bloem. Jouri en Frederica hebben inmiddels vier kinderen. Dan sterft plotseling de hoogleraar parasitologie aan een hartstilstand en op de begrafenis stelt Toon hem voor aan een jong (20) maar mooi meisje, Lorna. Zij wil stage komen lopen en dat kan wel op de afdeling van de verteller. Ze is een extraverte meid die al heel veel jongens heeft versleten. Wanneer ze samen het plantje Addertong (mooi symbolische naam voor het komende overspel) in de open lucht bestuderen langs de Wijde A, hebben ze seks in de open lucht en dat is voor beiden een lekkere verrassing. De verteller heeft zich inmiddels blijkbaar bekwaamd als minnaar. Dat seksexperiment herhaalt zich later op haar kamer en ze krijgen een vurige en geheime relatie. Bijna iedereen weet het, maar de druk met muzieklessen bezig zijnde Katja niet. Lorna zegt dat ze met de 100e man zal trouwen en kinderen zal krijgen van hem. Misschien is de verteller wel de honderdste minnaar. Die vindt kinderen met haar krijgen ineens een minder groot probleem dan met Katja.

Dan neemt het verhaal een andere wending. Hij wordt gebeld door Frederica die hem de les leest over zijn verhouding met Lorna. Hij moet van Frederica blijven houden, omdat ze anders Jouri denkt te verliezen. Die is veel “geiler op haar”wanneer de verteller weer in haar buurt komt. Dat bevestigt het idee van de hoofdfiguur dat Jouri de meisjes van hem heeft afgepikt uit een soort jaloezie. Ze is bang dat Jouri ook iets zal beginnen met Lorna, als hij van hen relatie te weten komt. Jouri blijkt echter steeds meer op te gaan in zijn werk en is eigenlijk een slechte minnaar geworden. Frederica heeft behoefte aan meer seks en biedt zich tijdens het bezoek aan de verteller aan. Die grijpt zijn kans.

Jaren later belt Jouri hem op en zegt dat Hebe (het Maaslandse meisje op het Groen) omgekomen is bij een verkeersongeluk. Hij vraagt of de verteller wil meegaan naar de begrafenis. Onderweg vertelt Jouri dat hij al die jaren contact heeft gehad met Hebe. Ze zijn sinds die schoolavond een paar, maar zij wilde nooit met hem trouwen, opdat je dan elkaars bezit bent. Hij geeft ook toe niet veel van Frederica te houden. Dan vraagt de ik-figuur waarom Jouri altijd de vriendinnen van hem afpakte, maar Jouri ontkent dat. Hij zegt dat alles voortgekomen is uit bewondering voor de ik-figuur. Die wist veel meer en had durf om tegen meester Splunter in te gaan. Hij had de meisjes die de verteller had opgedaan als een soort kwaliteitsmerk gezien. Als hij ze had, waren ze mooi genoeg. Hij onthult verder dat Hebe dat Amerikaanse jaar ook in Harvard zat. Hij had het haar vertelt tijdens een etentje bij de Chinees in Leiden. Dan komt uit dat Jouri nooit met Julia heeft gegeten en dat ze dus niet gelogen had. Alles had dus anders kunnen verlopen met Julia. Jouri zegt dat hij een hekel heeft gekregen aan vrijen met Frederica die altijd maar wilde neuken en zoenen. Maar gelukkig is dat over nu ze al jaren een minnaar heeft. Jouri suggereert (en weet) dat de verteller die minnaar is. Hij gaat nu naar Harvard terug en weet dat Frederica zal meegaan, maar dan moet die haar minnaar missen. En dan gaat ze misschien wel met een Yankee naar bed. Dat vindt hij onverdraaglijk. Maar hij besluit toch te gaan.

In het verhaal-Nu bezoekt de verteller zijn hoogbejaarde moeder. Die klaagt en bromt over de
moderne tijd. Dan vertelt ze haar zoon dat er al die jaren steeds een mooie vrouw bij haar langs was gekomen om naar hem te vragen. Maar omdat ze wist dat het de vriendin van Jouri was, had ze het altijd verzwegen voor haar zoon. Ze had ook een verkeerd adres opgegeven toen die vrouw een keer over was uit Amerika. Ze had geweten dat haar zoon een verhouding met haar had en dat had ze afgekeurd. Zo heeft ze invloed uitgeoefend op de relatie tussen hem Frederica (want die was het)

Hij lijkt op zijn vader en dan vertelt ze een verhaal dat ze zijn vader een keer betrapt heeft met een opgedirkt mokkel. Hij was bezig met de rioolaanleg en ze had hem brood gebracht. Toen had ze hem bezig gezien in het riool. Of het helemaal waar is, weet de verteller niet. Verzint zijn moeder het niet?
Ze wil eigenlijk best dood gaan, maar ze weet niet of ze daar in de hemel Siem zal zien, omdat die in de laatste jaren dement geworden enkele kwalijke uitspraken heeft gedaan over God en de Satan. De vader van de verteller was op een veel vromere wijze overleden en ze vreest nu dat in de hemel over de straten van goud de vader van de verteller zal komen aanfietsen en dat hij ook die keer zijn wiel tussen dat van hem en Siem zal steken. Ze verzucht “ “Als dat voorwiel er niet was geweest, zou mijn leven heel anders zijn verlopen.”

Titelverklaring
“Verlovingstijd” zo geeft het motto aan is de tijd dat een mogelijke rivaal een poot tussen de deur kan krijgen in een relatie tussen een mannetje en/ of vrouwtje. Dat lijkt steeds te gebeuren in de relaties die de ik-figuur in deze roman krijgt. De mogelijke rivaal is steeds Jouri die elke keer weer het vriendinnetje lijkt af te pakken dat de verteller op het oog heeft. Ook is er een echte verloving in het spel: Jouri verlooft zich officieel met Frederica op wie hij zelf verliefd was.

Thematiek en interpretatie
In deze roman van Maarten ’t Hart komen een flink aantal motieven terug die in het eerste werk van de Maassluise schrijver al werden uitgewerkt. Het verliefd zijn op meisjes en daar op een ietwat verlegen manier mee omgaan zie je ook terug in “Een vlucht regenwulpen” waarin Martha min of meer een rol speelt zoals Frederica in “Verlovingstijd”, al zijn er natuurlijk wel verschillen te noemen.
Ook de schoolperiode op het Groen die in die roman een rol speelt, is weer terug in deze nieuwe roman. De aandacht voor de biologie (’t Hart heeft in Leiden biologie gestudeerd) , de interesse in klassieke muziek en het afgeven op moderne popmuziek (in heel veel romans een motief) en de vaak kleinzielige houding van de geloofsgemeenschap in Maassluis keren ook hier weer terug. Dat maakt “Verlovingstijd” tot een typische ’t Hart-roman. Wanneer je de roman zou lezen zonder te weten wie het verhaal geschreven zou hebben, zou je in mijn geval onmiddellijk kunnen analyseren interpreteren dat ’t Hart de schrijver is.

In dit verhaal komt het motief over de rivalen in de liefde er nog eens bij. De vriendschap die hij met Joeri opbouwt, is heel bijzonder. Eigenlijk worden ze tot elkaar veroordeeld, omdat ze beiden buitenbeentjes zijn. De verteller heeft een eigenaardigheid (scheten laten) en de zoon van de rijwielhersteller heeft een foute oorlogsvader. Met beide competenties “trek je geen volle zalen.” en daarom spelen de beide jongetjes na schooltijd alleen met elkaar. De verteller neemt het een keer voor hem op in een situatie met meester Splunter en hij heeft nog een andere reden om met Jouri om te gaan: de voorkeur voor klassieke muziek van diens foute vader. Maar van vrienden verwacht je niet dat ze je vriendinnetje afpikken. Dat maakt de vriendschap toch wel heel bijzonder. In feite parasiteert Jouri op de verteller (hij lift namelijk mee op diens vriendschappen ) en het is natuurlijk niet toevallig dat die afgestudeerd parasitoloog is geworden.
Hij zorgt er zelfs voor dat Frederica (een bloedmooi, rijk meisje) verkering krijgt met Jouri, al komt de beloning voor dat gedrag later. Het lijkt er op dat Jouri willens en wetens de vriendinnen van de verteller afpakt, maar in het voorlaatste hoofdstuk waarin Jouri de keus moet maken om naar Amerika te gaan, geeft hij aan dat hij eigenlijk altijd tegen de hoofdpersoon heeft opgekeken. Hij was heel onzeker in zijn relaties met meisjes en wanneer hij zag dat de verteller een meisje had uitgekozen, was dat voor hem zelf een soort kwaliteitskenmerk. Hij geeft in dat gesprek ook aan dat hij niet van Frederica heeft gehouden, maar al die tijd een relatie heeft gehad met Hebe. Nu die door een verkeersongeluk om het leven is gekomen, kan hij naar Harvard terug. Ook weet hij dat de ik-figuur al jaren de minnaar is van Frederica.

In dit geval kun je eigenlijk ook spreken van een parasiet. In het begin krijg je wel wat medelijden met de zielige ik-figuur die steeds het onderspit delft in zijn poging meisje te versieren, maar wanneer het eerste schaap over de dam is, lust die er ook wel pap van. Hij is niet zo onkreukbaar, als hij de lezer wil doen geloven. Hij heeft een bizarre voorliefde voor dellerig opgemaakte meisjes (Tina en de Carnabystreetmeisjes) die zijn lusten opwekken. Jammer genoeg stinkt Tina, anders was hij wel met haar naar bed gegaan. Voor een jongetje dat zelf altijd naar poep stonk, een nogal dapper statement. Aan de andere kant blijkt hij kort daarna zelf wel lekker te ruiken, als hij de banden aanknoopt met Katja. Toch lijkt het wel een beetje op een verstandshuwelijk, waarbij kinderen niet welkom zijn.

Ook Frederica vindt haar een monster en de relatie met Frederica begint eigenlijk al dat ze hem de moederborst aanbiedt, wanneer ze in haar kraambed ligt. Maar de schaats van de ik-figuur is al eerder scheef gegaan bij de verhouding met Lorna, de jonge studente, bij wie hij indruk maakt een geroutineerde minnaar te zijn. Je vraagt je wel af bij wie hij dat geleerd heeft: bij de kattige Katja? De onkreukbaarheid van de verteller is dus niet heel erg groot. In het laatste hoofdstuk wordt daarbij nog eens door de moeder verteld dat hij een aardje naar zijn vaartje heeft. Die was zelfs in het riool opgewonden genoeg geraakt om een vrouw te bevredigen. (het was de tijd van “Toen was geluk heel gewoon” met rioolwerker Simon) Ook geeft moeder aan eigenlijk met de verkeerde man getrouwd te zijn, maar dat zijn biologische vader zijn voorwiel had gestoken tussen Siem en haar. Haar leven had heel anders kunnen verlopen en dat adagium geldt natuurlijk ook voor haar eerstgeboren zoon. Had hij met Hebe aangepapt, dan was zijn leven en dat van Jouri anders gegaan. Maar dat geldt ook voor de relatie met Julia (die hij ten onrechte verdacht met Jouri te hebben gegeten) en voor de relatie met Frederica. Daar had zijn moeder een stokje tussen zijn wielen gestoken. Wanneer ze Frederica goed had geïnformeerd, was het misschien al eerder wat geworden met haar. Het toeval heeft dus wel een grote rol gespeeld in het leven van de moeder, van de zoon en van Jouri.

Voor je leesdossier kun je dus de volgende motieven noteren:
- de liefdesrelaties die problemen opleveren
- de moeder-zoonverhouding
- het school- en studentenleven
- de godsdienstige sfeer in Maassluis
- vriendschap
- de ontwikkeling in seksualiteit (inwijding etc)
- coming of age
- jaloezie
- overspel
- verraad
- de voorkeur voor klassieke muziek
- de aandacht voor de natuur
- het toeval

Beoordeling scholieren.com
“Verlovingstijd” is onmiskenbaar een roman van Maarten ’t Hart. De motieven die in zijn werk steeds een rol hebben gespeeld, keren hier terug (zie hierboven) Daarmee is het werk meteen herkenbaar voor zijn fans. ’t Hart is een rasverteller: hij beheerst de techniek om een smeuïg verhaal aan de lezer voor te leggen als geen ander. Het is een ongecompliceerde roman met een “lekkere anekdote” en een humoristische stijl. Vooral de situaties in de schooltijd zijn met humor beschreven. Waarschijnlijk zullen enkele recensenten wel gaan schrijven dat hij zich steeds herhaalt, maar ik vind wel dat ’t Hart in dit werk een meer relativerende stijl heeft gekregen. Bovendien is het lezen van een roman over een decor dat je van nabij kent, natuurlijk heel aangenaam. Zelf ben ik kort na de oorlog geboren in Vlaardingen, heb eveneens op de HBS van het Groen van Prinstererlyceum gezeten, en in een zijstraat van de Binnensingel waar Frederica woonde, mijn jeugd doorgebracht. Herkenbaarheid in een roman maakt het lezen natuurlijk altijd aangenamer.

Voor scholieren van het voortgezet onderwijs lijkt me “verlovingstijd” een leuke roman om op de literatuurlijst te zetten. De structuur is gemakkelijk te doorzien, het verhaal leuk om te lezen en daardoor ontstaat voor de gemiddelde lezer een “pageturner.” Het kost betrekkelijk weinig moeite om de roman achter elkaar uit te lezen.
Ik denk dan ook dat de amusementswaarde voor scholieren een ruime voldoende is.
Voor de leeslijst ken ik twee punten toe. (dit geldt havo- en vwo-leerlingen, maar een liefhebber van lezen op de mavo kan het boek ook zeker verteren.)


Relevante recensies
Een nieuwe roman van Maarten 't Hart wordt altijd besproken in de vier belangrijkste landelijke dagbladen. Dat is met "Verlovingstijd"niet anders.

Een van de eerste recensies van het boek verscheen in De Volkskrant van vrijdag 28 augustus 2009. Edith Koenders kent slechts 2 punten van de 5 toe voor de kwaliteit en schrijft: " Het boek had beter ‘Paringstijd’ kunnen heten, al wil de ik-figuur uiteraard geen kinderen, maar hij, grijze muis, wil wel het mooiste meisje van de klas (‘Wat een verbazingwekkend kleinood van de Schepper’) en komt tot slot – o wonder – ook nog aan zijn trekken. De andere toevallig ontstane paartjes doen ook maar wat, van echt geluk of een goede onderlinge verstandhouding is geen sprake. Veel geschreeuw en weinig wol, misschien vermoeit de barokke en licht archaïsche stijl van ’t Hart vooral daarom. Geregeld bekruipt je het gevoel bijna exact hetzelfde al eens eerder gelezen te hebben. Of lijkt het alsof je een krantencolumn leest. Maar waar het nu allemaal om draait? Om een eenvoudige liefdesgeschiedenis. Die wordt zo wijdlopig beschreven en staat zo vol met gekunsteld-vlotte of grappig bedoelde dialogen, dat je het op een gegeven moment domweg gehád hebt. Sterker nog, het verhaal wordt nergens boeiend. Wat er vooral schort aan Verlovingstijd is emotionele betrokkenheid van de schrijver bij zijn personages. Los zand is het, waar je lekker in kunt graaien maar waar niets samenhangends van te bouwen valt.Het succes van Het psalmenoproer (2007) zal ’t Hart met deze zedenschets zeker niet evenaren, daarvoor berijdt hij te veel stokpaardjes en blijft hij steken in oppervlakkige schertsbeelden. "

Op dezelfde dag (28 augustus 2009) is ook Arjen Fortuin, de recensent van het NRC-Handelsblad niet zo positief: "Het boek verschijnt in het jaar dat Maarten ’t Hart 65 wordt, een mooi moment voor een auteur die zijn sporen heeft verdiend om in alle rust te laten zien wat hij in zijn mars heeft. Dat is bij Verlovingstijd niet gebeurd, of misschien juist wel, maar hoe dan ook: het boek geeft in de eerste plaats een overzicht van de zwakheden van de schrijver Maarten ’t Hart. [....]

Het feilen in vorm en detail – maakt iemand halverwege de jaren zestig opmerkingen over hoe de oceanen worden leeggevist? – geven je het gevoel dat je de voorlaatste versie van het boek zit te lezen. Erger is dat maar niet duidelijk wordt waarom deze roman is geschreven. Om een handvol keren naar Vestdijk te verwijzen? Om herhaaldelijk te signaleren dat de Beatles, de Stones en Elvis ‘tinnef’ zijn?
Verlovingstijd had een interessante roman over uitsluiting kunnen zijn: die van Jouri’s vader (vanwege zijn oorlogsverleden) en die van de held zelf – de twee vinden elkaar in hun liefde voor muziek – maar ’t Hart laat dat thema weer weglopen. Net als de verhouding tussen de religie in het ouderlijk huis en het positivisme van de biologiestudie waar de hoofdpersoon zich aan wijdt. Voeg er de mathematisch gestileerde devotie van Bach bij en er kan iets moois ontstaan, maar ’t Hart loopt er voorbij als een bioloog die wel losse plantjes ziet, maar geen oog heeft voor de biotoop waarin hij zich bevindt. [....]
Een van de tegenstellingen tussen de verteller en zijn vriend Jouri is dat die laatste – die hoogleraar wiskunde wordt – niet kan begrijpen waarom mensen romans lezen: ‘Wat is bellettrie anders dan de consequente weigering om de beangstigende banaliteit en schrikwekkende alledaagsheid van het naakte bestaan onder ogen te zien?’ ’t Harts hoofdfiguur slaagt er niet in een steekhoudende tegenwerping te berde te brengen. Die had kunnen luiden dat literatuur juist bedoeld is om die schrikwekkende zaken te tonen die op het eerste gezicht verborgen blijven, die je liever niet ziet. Maar daar is een zekere esprit voor nodig, waar ’t Hart in deze gemakzuchtige roman geen blijk van geeft. En dan is de banaliteit van het naakte bestaan zelfs niet beangstigend meer."

Op zaterdag 29 augustus 2009 is Jann Ruyters in Trouw echter weer heel wat positiever. Hij schrijft net als scholieren.com dat er een ouderwetse 't Hart gepubliceerd is. : " In ’Verlovingstijd’ keert ’t Harts vertrouwde alter ego terug: de gereformeerde jongen die het geloof afzweert. En verliefd wordt. Dat levert weer een smakelijk boek op.In de meeste romans van Maarten ’t Hart stuit je op Maarten ’t Hart zelf, of in elk geval op iemand die erg op hem lijkt. Zo ook in ’Verlovingstijd’. De ik-figuur is een gereformeerde jongen die het geloof later afzweert, maar de calvinistische erfenis nog met zich meedraagt; een schuchtere, zachtmoedige natuur vol verrassend stellige opinies. [....]
De rivaliteit tussen de twee mannen – niet helemaal goed uitgewerkt, maar wel vermakelijk en curieus – houdt je bij de les. Ondertussen brengt ’t Hart het nodige behartigenswaardigs te berde over toeval en opportunisme in liefde en huwelijk. Maar het meest op dreef is hij bij zijn vertrouwde hang ups: als hij het geloof verkettert, lyrisch doet over parasieten en op hol slaat van verliefdheid. Ontwapenend zijn de passages over de foute vader van vriend Jouri,met wie de verteller als kleine jongen de klassieke muziek ontdekt. En even roerend als venijnig is het portret van de stuurse Katja, de latere echtgenote van de verteller, een magere muziekdocente die nagellak en kinderen weigert maar ’trilt als ijle dravik’ [een soort zwenkgras] als de ’ik’ haar voor het eerst in zijn armen neemt. ’Verlovingstijd’ is een ouderwetse, smakelijke ’t Hart, waar je je graag in onderdompelt. "

Arie Storm, doorgaans een kritische recensent van Het Parool, is ook  erg positief in zijn bespreking van d eroman op 2 september 2009. Hij vindt namelijk dat Maarten 't Hart heel beeldend kan schrijven. " Beeldend schrijven, kom daar eens om bij de meeste Nederlandse auteurs, maar gelukkig hebben we Maarten 't Hart, hij kan het. Ook deze keer weer. [....] Ook sombere bespiegelingen hebben bij 't Hart een opgewekt karakter. Bijna aan het eind van de roman heeft de hoofdpersoon, die dan aan de universiteit werkt, een overspelige vrijpartij met een studente. Andermaal uitgehijgd (want er wordt natuurlijk niet zomaar één keer gevreeën) filosofeert deze naamloze verteller over wat zou gebeuren als geen kinderen meer worden geboren. Volgens hem is dat geen ramp. De laatste mens zou mooi het licht uit kunnen doen en er zou een kolossale zucht van opluchting te horen zijn. Van wie? 'Van alles wat leeft. Wij staan immers alles naar het leven. De mens is het meest abjecte product van de evolutie. Niets is heilig of veilig voor hem, behalve z'n krankzinnige godsdiensten. Wat een weldaad als hij zou oprotten. Vort ermee, om met mijn moeder te spreken [....]
En ook die liefdespijn wordt weer beeldend en enthousiast beschreven, wanneer 't Hart zijn verteller bijvoorbeeld laat ronddwalen in het door hem bijna tot een mythe gemaakte Maassluis en omgeving.

Enige pathetiek ontbreekt daarbij niet, maar dat vergroot de pret alleen maar: 'De wind waait aan over het water. Mijn ogen tranen ervan. Door mijn tranen heen zie ik de dansende lichtjes aan de overkant van de rivier. De eeuwige vlam van Pernis kreunt en zucht.'
Een passage als deze kent trouwens een voor 't Hart kenmerkende verdubbeling: er wordt niet alleen door de volwassene, terugblikkend, maar ook door de verliefde en teleurgestelde jongen die hij toen was, uitgekeken over het water.

Verlovingstijd zit technisch beschouwd knap in elkaar, dat mag ook wel eens worden gezegd. 't Hart gaat zelfverzekerd met zijn idiosyncratische verhaalstof om; de door hem geschapen wereld houdt hij machtig in bedwang in de holte van zijn hand.

Over de schrijver en eerder gepubliceerde werk
Bron: website uitgever

GEBOORTEDATUM: 25 november 1944
Maarten t' Hart werd op 25 november 1944 geboren te Maassluis. In 1957 ging hij naar het Groen van Prinstere Lyceum in Vlaardingen waar hij koos voor de H.B.S. opleiding. Hij deed eindexamen in 1962 en ging in september van dat jaar biologie studeren aan de Rijksuniversiteit te Leiden. In 1966 deed hij zijn kandidaatsexamen en in 1968 studeerde hij af met als hoofdrichting Ethologie (gedrag van dieren). In 1978 promoveerde hij op een proefschrift over het doorkruipgedrag van de driedoornige stekelbaars.

Zijn schrijverscarrière begon hij in 1971 toen hij de roman Stenen voor een ransuil bij De Arbeiderspers publiceerde (toen nog onder de naam Martin Hart). In 1973 werd de roman Ik had een wapenbroeder en de studie over de bruine rat, Ratten gepubliceerd. Een jaar later verscheen de eerste verhalenbundel Het vrome volk, die met de Multatuliprijs werd bekroond. Sinds 1972 heeft Maarten 't Hart vele kranten- en tijdschriftenartikelen geschreven voor o.a. Het Parool, Vrij Nederland, Haagsche Post en NRC/Handelsblad. Daar het literaire werk onder deze overproductie begon te lijden en Maarten bovendien genoeg kreeg van de journalistieke arbeid is hij in de loop van 1979 minder stukken gaan schrijven.

Nadat in 1977 de novelle Laatste zomernacht was verschenen, volgden in 1978 een essaybundel en de roman Een vlucht regenwulpen. Met deze roman brak Maarten 't Hart door naar een zeer groot publiek. Na een jaar waren er reeds 100.000 exemplaren verkocht. De roman werd verfilmd door Ate de Jong met in de hoofdrol Jeroen Krabbé.
Sindsdien geniet zijn werk een enorme belangstelling. Niet alleen zijn roman en verhalenbundels worden goed verkocht, ook zijn essaybundels gaan grif over de toonbank. Met de verschijning van de roman Het woeden der gehele wereld zag de twee miljoenste `Maarten 't Hart' het licht. Deze roman werd bekroond met de Gouden Strop voor het spannendste boek en ontving ook in Zweden een prijs voor het spannendste boek.
Eind 2007 verscheen zijn hilarische en steekhoudende boek over de dieetcultuur Het dovemansorendieet.

Maarten 't Harts werk werd onder andere vertaald in het Zweeds, Duits, Frans, Pools, Bulgaars, Italiaans, Hongaars en Russisch.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.