
CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.
ff n studiebreak
Bankhangende Justine steekt loom haar duim op voor niet-sportende jongeren. Want wie sport er tegenwoordig nou nog?
geef je mening
Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?
Puriteinen en piraten – S. Vestdijk
Samenvatting
Hfdst. 1
Op de scheepswerf van Edmund Hancock wordt een schip gebouwd. De ‘Merrimac’ werd op een aparte manier gebouwd ( ook met geheime bergplaatsen) in opdracht van drie rederijkers, en niemand gelooft dat het schip het op zee uit zou houden. Wat de functie van de Merrimac zou worden wisten alleen de rederijkers. Edward Faneuil was de neef van Edmund en hij was puriteins, zijn vader was een puriteinse horlogemaker. Edward moet aan de stuurman gaan vragen over het materiaal van de schutten.
Hfdst. 2
In Ship Tavern praat Edward met de rosse stuurman John Quelch. Ook John weet niks over de functie van het schip, zelfs kapitein Becker niet. Quelch komt van Rhode Island, waar iedereen als gelijke wordt behandeld en hij vindt dat het puriteinse Boston dat niet doet. Quelch heeft de bemanning uitgekozen, behalve een zeilmaker en kannonnier. De tweede stuurman Fitzerrald is zeer muzikaal maar een heethoofd. Quelch vraagt of Edward mee gaat als scheepsschrijver, hij zou het regelen bij de rederijkers. Als hij bij Edward komt voelt hij wat voor Edwards zusje Ruth.
Hfdst. 3
Edward moest zijn oom en moeder tegen elkaar uitspelen om mee te mogen. Edward moet de nu twijfelende Quelch overhalen dat hij het moet regelen bij de rederijkers. Hij mag mee, maar hij zou zonder het zelf te weten na een paar weken aan land worden gezet. Rederijker Blakeney vertelt het aan Hancock (die moet betalen ervoor), hij is heel boos. Alles wordt in gereedheid gebracht voor vertrek, de bemanning verzamelt. Ook Edward met nieuw kostuum en Ruth. Ze praten wat met Quelch en Edward merkt dan Quelch met Ruth zou willen trouwen.
Hfdst. 4
De Merrimac voer uit. Edward keek naar alle bedrijvigheid en ging daarna in zijn eigen hut slapen. Het leven aan boord ging zijn gang, Quelch was zeeziek. Als hij de inventaris opstellen wil ontdekt Edward een kist met zakmessen en andere waardeloze spullen als kralen. Edward eet met Quelch afgewisseld met andere, maar Quelch gedraagt zich afstandelijk. Edward vertelt kapitein Becker dat hij de kralen enzo heeft gezien, hij krijgt de opdracht helemaal niets te doen aan boord. Hij ziet een kaart van Zuid-Amerika liggen.
Hfdst. 5
Iedereen moet bij elkaar komen voor een scheepsraad. Fitzerrald komt niet opdagen en Edward moet hem gaan halen. Hij zegt niet te komen maar komt toch na drie minuten aanlopen. In de brief van de reders staat dat ze naar een indianenstam gaan, ruilen voor goud. Het was een geheime opdracht zodat niemand anders het zou doen. Wie niet mee wil wordt bij Jamaica aan land gezet. Er zullen wel gevaren aanzitten. Er zijn verhalen bekend over gifpijlen. De meningen zijn verdeeld.
Hfdst. 6
Kapitein Becker spreekt de mannen toe, degenen die niet mee willen moeten zich verzamelen. Dertig man wil niet mee. De bemanning wil niet aan land bij Jamaica, maar wil ook niet naar de indianen. En onder leiding van Quelch ontstaat muiterij. De Merrimac willen ze een piraten schip maken. Quelch wordt de nieuwe piratenkapitein en Becker en nog wat mannen verlaten het schip. Edward wil blijven ondanks de protesten van Becker en Quelch. Becker moet beloven te zeggen aan land dat hij niet slecht is behandeld.
Hfdst. 7
Iedereen krijgt andere taken. Er is nog wat twijfel of het slim is om Edward als gedwongen ‘piraat’ mee te nemen, maar Quelch overtuigde hen ervan dat ze niet zouden hangen. Er werden regels opgesteld o.a. over de buitverdeling. De plannen zijn om van konvooi afgeraakte Spaanse schepen aan te vallen en in Madagaskar te ruil handelen. Kapitein Becker had de kaarten meegenomen dus moesten ze eerst een schip aanvallen om kaarten. Er wordt een groot feest gehouden aan boord, met veel rum en er worden piraten verhalen verteld (over Avery).
Hfdst. 8
Er kwamen veel schepen voorbij die ze nog niet aanvallen omdat dat wantrouwen zou wekken. Uiteindelijk vielen ze The Bachelor’s Delight aan. Ze deden alsof ze geen rovers zijn en wilden zelfs voor de kaarten betalen. De dronken man van Arabella die op dat schip zaten dacht dat Darby Fitzerrald een parelsnoer had gestolen. Darby probeert Quelch ervan te overtuigen dat Arabella mee moet omdat zij weet waar Avery de schat heeft begraven. Arabella wil wel graag met deze piraten mee, met haar kamenier. Arabella en haar kamenier en de kaarten gaan terug naar de Merrimac.
Hfdst. 9
De bemanning is niet erg blij met Arabella en denkt niet dat zij de schat weet. Nosey en Arabella’s papegaai laten ze elkaar ontmoeten. Arabella dringt zich op en vertelt veel van haarzelf. Zij heeft toneel gespeeld, ze speelde het stuk van de piraat Avery. Quelch heeft een hekel aan haar terwijl zij een oogje op hem heeft. Ze vindt hem een vrouwenhater die niet drinkt. Arabella leert haar papegaai allemaal piratentaal en ze stookt de piraten op om te vechten en andere schepen aan te vallen. Ze vallen inderdaad een schip aan, er wordt ook terug geschoten. Als ze hun Engelse vlag inwisselen voor de piratenvlag is dat over. Ze gedroegen zich weer aardig en hadden een goede buit.
Hfdst. 10
Arabella had zich als piraat gekleed, maar kleedde zich nu weer gewoon om indruk op Quelch te maken. Ze plunderen weer een schip en vieren feest waar Arabella het toneelstuk van Avery speelt. De Merrimac is wat beschadigd uit verschillende strijden gekomen en er waren wat gewonden. Ook komen ze in een storm door Fitzerrald. Ze vallen een Hollands schip aan maar hebben weinig buit, maar daarna slaan ze een grote slag. Quelch raakt gewond door een stuk mast dat naar beneden valt en er zijn wat ruzies aan boord. Ook word de schat van Arabella een onzekere troef en wil Quelch liever naar Amerika. Fitzerrald wil naar Madagaskar. Arabella verzorgt de gewonde Quelch, tegen zijn zin. Hij stuurt haar weg, waarop zij Fitzerrald opstookt op Quelch af te zetten. Maar de bemanning is voor Quelch. Ze willen Arabella op een ander schip zetten. Het is een schip met een dokter, er is koorts. Arabella doet of ze ziek is. De dokter kan niets doen en wil haar ook niet meenemen al geloven de piraten van de Merrimac niet dat Arabella echt ziek is.
Hfdst. 11
Ze willen nu Arabella kwijt raken bij de Kaap Verdische eilanden. Ze willen daar ook water en zout halen. De bemanning wil ook nog graag naar Madagaskar. Fitzerrald ontdekt dat Arabella met krijt de ziekte imiteert. Arabella valt keer op keer door de mand. Ze liggen voor anker bij de eilanden en de bemanning mag ’s avonds aan wal. Ze worden beschoten door piraten, maar als ze hun rode vlag hijsen is dat over. De kapitein van die andere piraten zegt dat er geen Engelsen in de buurt zijn, zodat de bemanning aan wal kan. Quelch laat toch de Engelse vlag weer hijsen. Het handelen gaat ook door, er komt eten aan boord. Ze maken ook vrouwen buit en er wordt veel gedronken. Ook Fitzerrald wordt dronken en probeert Arabella te verkrachten.
Hfdst. 12
Quelch komt er net op tijd bij en Arabella ziet hem als haar held, maar haar liefde word niet beantwoord. Ze is boos en wil de kruitvaten aansteken, maar dat word voorkomen. De bemanning wil haar zo snel mogelijk kwijt. Het andere piratenschip wordt aangevallen. De Merrimac wil gauw weg gaan, maar kan niet ontkomen. Alle dingen die met piraterie te maken hebben worden goed opgeborgen. Quelch doet zich voor als Becker en Fitzerrald als Quelch. Ze worden ondervraagd, waarom ze hier zijn en waarom ze wegvluchtten. Quelch antwoord dat hij bang was dat zij piraten waren. Hij zegt ook dat Arabella niet goed wijs is en ook dat haar papegaai allemaal onzin praat, om niet door de mand te vallen. Arabella gaat met kapitein Skinner mee en de Merrimac vertrekt snel voordat Skinner van de landbewoners hoort dat de bemanning de beest heeft uitgehangen.
Hfdst. 13
Quelch en Edward worden nu meer gewaardeerd omdat zij ervoor zorgde dat ze niet door de mand vielen. De Merrimac is berucht, en gaat door met plunderen van Spaanse schepen. Fitzerrald stookt op om gewelddadig te zijn, ook dringt hij aan om naar Madagaskar te gaan. Quelch is bang dat Fitzerrald dan daar zaken wil gaan doen, hij doet het alleen als dat zeker niet gebeurd. Hij wil naar Boston terug, het schip terug brengen. Fitzerrald heeft een brief van Becker waaruit blijkt dat het allemaal vooropgezet plan is. Dat zou straf betekenen voor Quelch, maar ook voor Fitzerrald voor de verkrachting. Fitzerrald zingt ‘kapitein Kidd’ waarin hij Quelch vergelijkt met Kidd die William vermoordde (net als als uitkomt dat Fitzerrald moet hangen.) Fitzerrald wil niet naar Amerika, waar ze zeker zullen hangen. Ze spreken af naar Madagaskar te gaan, als Fitzerrald niets van de brief zegt.
Hfdst. 14
Ze moeten om stormen bedacht zijn, dus nemen ze een omweg. Er zijn veel gewonden als ze door de Doldrums (met regen en onweer) gaan, dus er is weinig bemanning die kan werken. Er is windstilte, ze gaan heel langzaam. Als ze er voorbij zijn is er feest, ze gaan de passaat in. De bemanning vind het jammer dat ze niet aanvallen. Er worden grote verhalen verteld over Madagaskar over ziektes en een verbond tussen een piraat en een inboorlingkoning. De piraat overleed en op zijn grafsteen stond ‘God hebbe zijn ziel’ wat ’s nachts veranderde in ‘de duivel…’, wat deze piraat zelf deed. Hij kwam elke nacht als een minimens het veranderen. Er is een tekort aan ruilwaar en geen zeil voor de wonden. En er is ontevredenheid tegen Quelch, die daarop heel streng wordt. Quelch wil naar Boston het schip verkopen voor een meisje. Edward moet zijn voorspraak zijn en hij gaat mensen omkopen om zijn straf te ontlopen. Fitzerrald wil op Madagaskar piraat blijven.
Hfdst. 15
Langs de Stormkaap varen ze, waar het hard waait en regen onvermijdelijk is. Ze zijn een blinde (onderdeel) verloren, als ze tijdens een storm de zeilen bergen. Ze gebruiken een reserve die er bij een volgende storm weer af is. Fitzerrald verwijt Quelch dat hij niet heeft gelenst, maar dat zou hun langzamer maken. De wind is verraderlijk en er komt een orkaan, waar ze wel op voorbereid zijn. Quelch is zeeziek en maakt ruzie met Fitzerrald, hij geeft hem een vuistslag. De mannen die de bezaan moeten doen (aanhangers van Quelch) worden door Fitzerrald geslagen en de bezaan word niet gedaan. Alleen het roer houdt het schip nog, maar die gaat stuk en er wordt een noodroer gemaakt die niet werkt. De storm gaat liggen maar het is nog niet over een een bange matroos (Ruben Lennox) springt overboord, als hij de geest van Avery ziet. De zeilen worden gehesen en de koers word weer goed.
Hfdst. 16
Ze pompen het water weg en nemen schade op en repareren het schip. Er zijn plannen voor een nieuw roer omdat het schip er slecht aan toe is als er nog een storm komt. Edward hoort dat Fitzerrald Cawley vraagt tegen Quelch op te staan vanwege zijn slecht zeemanschap. Fitzerrald zegt dat op Madagaskar Quelch met de buit ervandoor gaat. Cawley wil niet. Quelch hoort dat Fitzerrald, tegen de afspraak, met mannen over de Indische Oceaan praat dus hoeft hij ook niet naar Madagaskar. Quelch draait het schip en er volgt protest, Fitzerrald bedreigt Quelch. Iedereen wordt bijeen geroepen en Quelch vraagt wie tegen hem is. Fitzerrald zegt wel dat hij een slecht zeeman is maar door hem was de bezaan niet gedaan. Ze gaan niet naar Madagaskar, vanwege de stormen en de beloftebreuk. Quelch belooft straffeloosheid en een deel buit. Hij zegt dat het ongeluk door Arabella komt, en Avery’s boze geest. Fitzerrald zegt dat dat een illusie is en dat ze wel straf zullen krijgen. Hij pakt de brief die geheim moet blijven om te laten zien maar Quelch schiet hem neer.
Hfdst. 17
De bemanning is wantrouwig, dus moet Quelch wat over brief zeggen. Hij verzint dat het een gevaar is voor de straffeloosheid en daarom geheim moet blijven. Fitzerrald sterft. Edward praat met Quelch over wat er in de brief staat en Quelch geeft toe dat muiterij en afzetten van Becker opgezet plan was van de drie reders, net als de piraterij. Edward zou ook aan land gezet worden maar Quelch wilde hem niet teleurstellen. Als ze gevangengenomen waren door Skinner zou hij rederijker Quincey verraden hebben, met als bewijs de brief. Hij zegt ook dat Eldorado een goed doel was om te gaan muiten zonder dat het opvalt. De rederijkers moeten straks wel een aanklacht indienen anders is het verdacht, maar er zijn verzachtende omstandigheden. Edward is teleurgesteld dat Quelch iemand dood om de rederijker te beschermen. Quelch wil ermee stoppen, Quincey heeft hem land beloofd.
Hfdst. 18
De Merrimac krijgt andere naam en roer. De bemanning wordt snel afgevoerd als ze in Charleston zijn. Van Charleston gaan de kisten met buit naar Boston, deels voor Blakeney, die moeten naar Ship Tavern. Edward gaat naar huis, waar ze dachten dat hij dood was. Er is feest, hij vertelt alles, maar ontdekt dat ze thuis een hekel aan de Merrimac en Quelch hebben. Ze denken dat Edward is ontvoert. Als iedereen weg is zegt hij dat hij vrijwillig mee ging, om Spanjaarden te tuchtigen en dat Quelch van Ruth houdt. De rederijkers hebben een klacht ingediend en ook Arabella’s man en Arabella. Van ontvoering en verkrachting door Quelch, wat de ouders van Edward geloven. Quelch komt van Blakeney naar Edward en Ruth gelooft hem. Als hij de kamer inkomt vlucht Edmund Hancock weg en verraad Quelch. De sheriff komt hem halen, ondanks dat Edward zegt dat Quelch er niet is zien ze hem en nemen hem mee.
Hfdst. 19
Edward verwijt het zijn oom, maar Edmund zegt Ruth hiermee op het oog heeft. Edward vertelt hem het hele verhaal, om Quelch onschuld te bewijzen, maar Edmund gelooft het niet ondanks dat de brief het bewijst. Edmund gelooft wel dat de rederijkers ermee te maken hebben en Edward wil hem meenemen naar Blakeney. Quincey komt ook en vertelt Blakeney van de gevangenneming van Quelch. Edward laat blijken dat hij het van de rederijkers weet en zet ze daarmee onder druk om te helpen Quelch vrij te krijgen. Blakeney zegt dat hij niks van de buit heeft gezien en dat ze Edmund ook nog niet het schip kunnen betalen. Blakeney raadt Edward aan zich nergens te bemoeien ook niet om Quelch vrij te pleiten van verkrachting, maar Edward is liever piraat dan puriteins huichelaar. Edward koopt een cipier om en gaat naar Quelch. Edward moet het deel van de buit van Quelch beheren. Quelch gelooft niet dat de rederijkers hem zullen laten schieten, Edward mag niks van het geheim zeggen.
Hfdst. 20
Men is Quelch vijandig gestemd, omdat hij Arabella zou verkracht hebben en omdat hij van Rhode Island komt. Op weg naar de secretaris komt hij sir Godolphin tegen. Hij praat met hem, Godolphin weet ook dat Arabella liegt, maar hij wil toch Qulech ervoor laten hangen. Edward mag Arabella spreken bij hun thuis. Arabella zegt dat ze het slecht had op het schip, maar ook dat Quelch haar niet heeft aangerand, dat zei ze tegen de jaloezie van haar man. Ze wil Quelch spreken. Ze gilt dat hij met haar moet ontsnappen en gaat boos weg, terwijl ze zei dat ze haar excuus ging aanbieden. Edward gaat bij hen thuis langs, beiden zijn dronken.
Hfdst. 21
Edward vond een advocaat voor Quelch, Wilson. Er zijn weinig bewijzen en goede getuigenissen, dus moeten ze Arabella in de war brengen. In de rechtzaal word Quelch aangeklaagd voor muiterij, roof van Merrimac, zeeroof en verkrachting, alhoewel er wat verzachtende omstandigheden zijn. Arabella zegt dat ze om haar man te redden mee ging op de Merrimac, terwijl getuigen zeggen dat ze zelf wilde. Ze vertelde haar verhaal van haar verblijf om de Merrimac, tegenover dat van Edward. De getuigen komen naar vore, waardoor de rechters al iets meer aan de kant van Quelch komen te staan. Toch wint Godolphin, tot teleurstelling van Edward dat de leugen wint.
Hfdst. 22
Edward praat met Ruth die bekend veel om Quelch te geven. Hij vraagt haar naar Arabella te gaan met geld om haar de aanklacht te laten intrekken. Ook zouden ze met de getuigenis naar de rechters kunnen gaan, dat Quelch en Ruth al bijna verloofd waren. Sam Hornigold is een nieuwe getuige. Hij vertelt het verhaal precies als Edward, hoe het echt gebeurd is, maar pas nadat hij drank kreeg.
Hfdst. 23
Blakeney komt met zijn verhaal en verzachtende omstandigheden. Dan komt de rechter bij de moord op Fitzerrald en of dat nodig was in verband met muiterij. Quelch vertelt van wel en van de brief. Quincey wil deze geheim houden en wil hem alleen de rechter laten lezen. Die zegt dat dit geen aanleiding voor muiterij zou geweest zijn, Quelch moet hangen voor moord! Quelch zegt dat het vooropgezet plan was van de rederijkers en Sam beaamt dat Quelch gevaar zou gelopen hebben als hij Fitzerrald niet doodschoot. De rederijkers ontkennen, alleen Becker zou de zaak nog kunnen redden.
Hfdst. 24
Edward en advocaat Wilson stoken het volk op en die worden Quelch gezind, terwijl ze ook al een hekel aan Quincey hadden. Arabella word door het volk aangevallen, net als de rederijkers. Edward moet uitkijken dat hij niet door Quincey’s handlangers uit de weg geruimd wordt. Becker komt aan en praat met de rechter. Daarna wordt hij door handlangers van Quincey doodgeschoten. Maar Quincey biecht het al op, anders wordt hij veroordeeld. Quelch krijgt 1 jaar gevangenisstraf, mag na 0,5 jaar al naar huis. Hij trouwt met Ruth en gaat vlak bij Edward wonen. Edward neemt scheepswerf over. Ze gaan beiden nooit meer naar zee.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.