geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

ff n studiebreak

Bij klassieke muziek moet je niet aan je grijze oma denken, maar aan YouTube. 5 tips van Lucas en Arthur Jussen.

Geschreven door:

Kees van der Pol (Docent) [meer]

Datum ingestuurd:

1 augustus 2009

Taal:

Woorden:

5.200

Bekeken:

2132 keer (15 deze maand)

Waardering:

4.0/5 (8 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 


Feitelijke gegevens over het boek
Gebruikte druk: 1e
Verschijningsdatum 1e druk: juni 2009
Aantal bladzijden: 359
Uitgegeven door: Querido

Beschrijving van de cover
Op de grijze voorkant staat de afbeelding van de kop van een gipsen pop die in deze roman een rol speelt in de “gipsmoord.”

Genreaanduiding van het boek
De uitgever zet op de cover de aanduiding “ Roman.”Enkele recensenten geven ana dat he boek in aanmerking kan komen voor de Gouden Strop 2010 en denken dan meer aan een “thriller.” Toch lijkt me de aanduiding roman beter; er is namelijk geen sprake van een whodunit. Wel is de inhoud voornamelijk op misdaad gericht.

Over de totstandkoming van deze roman valt wel iets te zeggen. A.F.Th van der Heijden schreef in de tachtiger jaren een beroemde romancyclus “De tandeloze tijd”. In die cyclus zat in enkele verhaallijnen de gipsmoord.
Het betreft de delen “Het hof van barmhartigheid. DTT 3 Eerste boek” (1996) en “Onder het plaveisel het moeras. DTT 3 Tweede boek (1996)”
Van der Heijden heeft nu die delen van zijn cyclus die over de gipsmoord gingen uit zijn cyclus gepeuterd en door knippen en plakken en door herschrijven daarvan een zelfstandige roman gemaakt. Eigenlijk is dat wel een unieke situatie. De beide delen betreffen 1419 pagina’s en Van der Heijden brengt dat terug naar 359 bladzijden van “Doodverf.”

In Vrij Nederland zegt Jeroen Vullings op 20 juni daarover : Zulk schrapwerk is op zich al een hele prestatie, al is A.F.Th. geen woordkarige elsschottiaanse schrijver en moet hij het juist hebben van taalflonkering, bijzin, barokke beschrijving en omspelende beweging. Aan een strakke plot liet hij zich nooit veel gelegen liggen - met uitzondering van Advocaat van de hanen (1990) waarin die ingebed is in de volle wereld van Albert Egberts, zijn familie, vrienden en kennissen. Moord is doorgaans A.F.Th.'s romaneske 'oplossing' waarmee zijn schier eindeloos uitdijende universum een pas op de plaats maakt, een verhaallijn tot een einde komt.

Over de ingrepen zelf zegt Vullings: In Doodverf haalt Van der Heijden het verhaal van de Napolitaanse kinderhandelaar Gesù Porporà naar voren; diens boosaardige praktijken vormen de rode draad, anders dan in 'De tandeloze tijd' waar het vooral om Albert Egberts draait. Het boek eindigt nu ook met Gesù, wiens duistere verhaal daarmee af is.

De tweede grote ingreep in Doodverf is de benaming van de hoofdstukjes; de oorspronkelijke titels maken hier plaats voor de naam van het personage waar het in zo'n hoofdstuk om gaat. Zo wordt 'Gunboat diplomacy' simpelweg 'Gesù Porporà'. Het vertelperspectief blijft alwetend, maar de nadruk via de hoofdstuktitels op steeds weer dezelfde personages vergroot de vertelvaart.

Het derde wat bij Van der Heijdens 'montage' opvalt is dat hij zo'n oorspronkelijk hoofdstukje nogal eens drastisch inkort; alles wat afleidt van de twee verstrengelde verhaallijnen verdwijnt, zeker de vaak cerebrale overwegingen van een personage. De eerste lijn: Gesù Porporà's gedoe met illegale adoptiekinderen en later met diens voorbereiding en transport van Thaise met heroïne opgevulde babylijkjes. De tweede: de noodlottige dans des doods die de met zijn heroïneverslaving kampende Albert en zijn vrienden Flix en Thjum gedrieën volvoeren, tot Thjum door Flix' toedoen eraan gaat.

Ten laatste: ook op microniveau is Van der Heijden danig in de weer geweest, met minieme veranderingen die steevast ervoor zorgen dat de personages meer in-character zijn. Als Gesù in Onder het plaveisel het moeras mijmert over de historische herkomst van heroïne, staat er nog: 'Het was tekenend genoeg ook een Brit die, eind vorige eeuw, net zo lang met morfine aan het klooien ging tot hij... nu moest Gesù even nadenken, scheikunde was in de tijden van Don Borelli nooit zijn sterkste vak geweest... tot hij diacetylmorfine kreeg.' De verandering voltrekt zich in Doodverf in het laatste deel van de slotzin: '... tot hij diacetyl-en-nog-wat kreeg.' Dat past beter bij de selfmade straatjongen Gesù.



De flaptekst
Een beeldhouwer tast met zijn plastieken de grenzen van het hyperrealisme af. Hij wikkelt levende modellen in elastisch gipsverband, en legt in het stollende harnas hun ultieme pose vast – tot het een keer misgaat. Uit zijn cyclus De tandeloze tijd lichtte A.F.Th. van der Heijden de verhaallijn over de zogeheten Gipsmoord, om die via een proces van herschrijven en opnieuw monteren tot een roman te verzelfstandigen. Het resultaat is het letterlijk adembenemende Doodverf – een boek over de kunst die sterker is dan de liefde. Maar wint de kunst het ook van de dood?

Structuur en/of verhaalopbouw
De opbouw van de roman is op zich niet zo lastig te doorzien. Er is een proloog waarin een Italiaanse crimineel zijn oordeel geeft over Nederland. Daarna komen er drie delen die simpel I, II en III worden aangeduid. In die delen wordt met een enkele onderbreking na (een flashback over de jeugd van de drie belangrijkste personages) een chronologisch verteld verhaal gegeven, waarin twee verhaallijnen zichtbaar zijn. De ene lijn betreft de kinderhandel, kinderporno en heroïnesmokkel waarmee Gesú Porporá en Albert Engberts zich bezighouden. Via de vriendschappelijke relatie tussen Albert en Flix komt ook de andere verhaallijn in beeld: het realiseren van de ultieme werkelijkheidsbeleving in de kunst, nl. de poging de emotie vast te leggen op het moment van de dood.

Boven de meestal korte hoofdstukken wordt aangegeven wie de verteller is. Meestal is dit Albert, Flix of Thjum (let op de voorletters A, F, Th) Daarnaast is Gesú nog een belangrijke verteller.

Gebruikt perspectief
Zoals hierboven vermeld is het perspectief in deze roman meervoudig. Boven elk hoofdstuk staat de naam van degene die het hoofdstuk voor zijn rekening neemt. Daarna wordt in dat hoofdstuk wel duidelijk wat diegene aan het doen is. Maar de ene keer vertelt deze figuur in de ik-vorm, de andere keer in de hij-vorm, terwijl er ook steeds een alwetende verteller boven het verhaal zweeft.

De tijd van het verhaal
Het wordt in het begin niet geheel duidelijk, maar later worden er expliciete feiten aangegeven waaruit de lezer kan opmaken wanneer het verhaal zich afspeelt. Zoals hierboven vermeld werd, is het verhaal afgeleid van de romancyclus “ De Tandeloze tijd” Van der Heijden schreef de delen waaruit deze roman is gedestilleerd in 1996. Ze betreffen het einde van de zeventiger jaren. In 1977 en 1978 zijn de hoofdfiguren bezig met hun experimenten: Albert Egberts met de heroïne en Flix met zijn realistische gipsen afbeeldingen. De laatste maanden van 1978 gaan Albert en Flix naar Napels, waar de gipsmoord op oudejaarsdag plaats vindt. In deel III zijn we dan enkele weken en maanden later. De conclusie is daarom gerechtvaardigd om de roman in 1977 en 1978 te situeren.

De plaats van handeling
De twee belangrijkste plaatsen van de handeling zijn Amsterdam van de zeventiger jaren en zijn roerige kunstenaars -en drugstijd en Napels. In Amsterdam komen de drie vrienden Albert, Flix en Thjum bij elkaar om daar het plan van Flix uit te werken gipsen modellen te maken die de emoties moeten verworden. Omdat er een lijn ligt naar de laatste dagen van Pompeji en de uitbarsting van de Vesuvius, waarvan de afbeeldingen van mensen versteend zijn aangetroffen, wil Flix zijn ultieme uitbeelding van de werkelijkheid uitwerken in Napels.
Daar vindt de gipsmoord plaats.

In de proloog en het laatste deel van deel III komt ook het decor van Thailand in de roman. De uitgeweken Italiaanse misdadiger Gesú heeft daar een nieuwe vorm van kinderhandel ontdekt: het doden van baby’s om die vervolgens naar Europa te smokkelen volgestopt met heroïne.

Samenvatting van de inhoud
Proloog
In de proloog schetst de Napolitaanse crimineel Gesú Porporá de kaar van Nederland als zijnde een vrouwelijk lichaamsdeel. Hij werkt die metafoor tot in de details uit. Hij kan het w
Hij kan het weten, zegt hij, want hij is er vaak geweest om kinderen af t geven aan echtparen (kinderhandel) Op dat moment zit hij in Thailand, bij de stammen van de langnekvrouwen in de Gouden Driehoek.

Deel 1 (blz. 17-57)
In dit deel maken we kennis met de Amsterdamse vrienden Albert Egberts, Thjum Schwantje en Felix Boezaardt. In de bekentenis van Thjum komt de situatie voor dat Flix hem onlangs heeft ontmaagd en dat min of meer tegen zijn zin in. De vrienden kennen elkaar vanuit hun jeugd omdat ze in het dorp waar ze vroeger zijn opgegroeid (Geldrop) . Thjum onthult dat hj enkele weken na zijn ontmaagding opnieuw seks heeft gehad met een man, de advocaat Ernst Quispel, die later ook enkele hoofdstukken als verteller voor zijn rekening zal nemen.

Felix vertelt over het experiment waarbij de kunstenaar Kienholz modellen in gipsverband heeft gegoten en die later heeft uitgepulkt. Hun hoofden had hij niet in gips gegoten en op de rompen had hij steeds klokken gemonteerd die allemaal op tien over tien stonden. Kienholz had het gewone gipsverband gebruikt dat in ziekenhuis wordt gebruikt bij het herstellen van breuken. Felix heeft nu het idee opgevat om dit experiment te vervolmaken. Hij wil een beter soort (soepeler) gipsverband gebruiken, waardoor hij zijn modellen nog langer in het gips kan laten opdragen alvorens te uit te pellen. Het liefst doet hij het op het allerlaatste moment, vlak voordat het model zou sterven. Omdat hij in een museum in Napels afbeeldingen heeft gezien van slachtoffers van de ondergang bij Pompeji (de uitbarsting van de Vesuvius) (ook zo’n ultieme uiting van de werkelijkheid) wil hij dat experiment voltrekken in een atelier in Napels.

Deel II (blz. 59-313)
Intussen heeft Albert via een meisje (Zwanet) op een uitzendbureau (met de mooie naam Omnilabor) een baantje gekregen als koerier naar Italië brieven over te brengen. Het betalt goed en hij komt zo in aanraking met Gesú die kinderen die in Napels worden afgestaan illegaal naar Nederland laat overbrengen. Op die manier verdient Albert er vaak een lekker centje bij.
In de zomer van 1977 moet Albert doorreizen naar Napels waar Gesú hem een kind overhandigt. Het is de tweejarige Marco die hij met de trein vanwege de minder strenge controle naar Nederland moet brengen. Het is dus illegale kinderhandel. Hij zou de ouders ontmoeten in de Amsterdamse Bijenkorf. Het dreigt even mis te gaan wanneer Marco kwijt is maar hij is gebracht bij de klantenservice. Het kind komt bij de familie Wendelgest en dat is een notaris in Heemstede. Voor deze notaris is Ernst Quispel de advocaat. Hij helpt in een zaakje waarin een aantal louche bv’s betrokken zij. Ernst gaat een keer bij zijn cliënt in Heemstede op bezoek en ontmoet daar Rinko (ook al een adoptiekind) Het kind doet vreemd en heeft het steeds over dromen van een man met een ezelskop.
Zwanet speelt later niet meer zo’n belangrijke rol in de roman, maar op een bepaald moment wordt ze verkracht door een gehelmde man en kan dan niet bij Albert terecht om uit te huilen . Het is het einde van hun relatie. Albert is intussen door zij dealer Ali de Turk aan een stevige heroïneverslaving ten prooi gevallen.

De vrienden Albert, Flix Thjum praten over hun plannen. Felix is nog steeds van plan zijn idee om gipsmodellen ten uitvoer te brengen. Dan gaan ze in 1978 ineens naar Italië. Ze gaan met de trein, tenminste Albert en Flix. Het is een spannende reis omdat Flix ook nog eens drugs mee neemt: hij kan namelijk niet zonder, omdat hij verslaafd was, maar door een gelukkig toeval ontsnappen ze aan de politie. Intussen heeft hij plannen om de heroïne af te zweren en hij krijgt last van een “cold turkey”(afkickverschijnselen)
In Napels nemen ze hun intrek in een klein familiehotel.

In Nederland krijgt notaris Wendelgest een anonieme brief waarin hij opdracht krijgt naar een seksclub te gaan. Tijdens een peepshow wordt hem een film vertoond waarin zijn zoon Rinko te zien is. Er worden seksuele handelingen verricht door een man met een ezelskop. Later blijkt dat Ernst Quispel de brief heeft verstuurd, omdat hij tijdens zijn bezoek had gemerkt dat er iets met het zoontje aan de hand was.

In Napels ontmoet Flix een aantal travestieten die wel bij hem in de gipsmodellenwereld willen. Hij kan aan de slag. Intussen wil Albert weer drugs en die kan hij krijgen van Amerikaanse mariniers die op een schip in de haven van Napels bivakkeren. Daarom wil hij later een tijdje weg uit die scène en dan vertrekt hij voor een poosje alleen naar Sicilië. Na een tijdje gaat hij weer terug naar Napels, waar hij ook de crimineel Gesú weer ontmoet. Hij wil wel weer een paar karweitjes voor hem opknappen. Flix kan hij niet vinden en pas na de Kerst 1978 is het atelier weer open. Flix beweert dat hij al die tijd modellen aan het maken was. Zijn nieuwste aanwinst wordt Thjum die overgekomen is uit Nederland. Die gaat ook volledig ingepakt worden.

In een flashback wordt dan een erotisch avontuur van de jongen in hun geboortedorp verteld. Flix, Thjum en Albert kennen elkaar van Geldrop waar ze geboren zijn. Op 14-jarige leeftijd ontdekken ze de seksualiteit. Tenminste Flix laat Thjum die ontdekken. Zoals hij ook later de ontmaagding van Thjum doet, zo is hij al vroeger bezig geweest Thjum seksueel wegwijs te maken.

Wanneer Albert op oudejaarsavond in zijn Amerikaanse zeemansbar is, wordt hij door Amerikaanse bewakers gewaarschuwd da Flix beweert dat hij een moord heeft gepleegd. De Amerikanen gaan mee naar het atelier en zien dat Thjum het gipsbad niet heeft overleefd. Flix had het ultieme moment bereiken: vlak voordat iemand doodgaat, zou hij dan uitgeknipt moeten worden. Maar bij Thjum was dat te laat gebeurd (opzet of ongeluk; het wordt niet duidelijk)

Deel III (blz. 317-359)
Ernst Quispel belt de familie Wendelgest. Maar hij krijgt steeds de zoon aan de lijn die vertelt dat zijn vader er niet is. Wanneer Ernst op bezoek gaat, hoort hij van de vrouw van Wendelgest dat die vier weken ervoor is overleden aan een hartstilstand. Het is vreemd maar ze heeft allemaal pornobanden aangetroffen: die heeft ze vernietigd. (ze weet niet dat Rinko daarop staat en dat haar man ze allemaal heeft willen opkopen zodat niemand ze heeft kunnen bekijken) Ze heeft nog steeds gedaan of haar man leeft, want dan lopen de klanten niet meteen weg.

Albert wordt ook vastgehouden in Napels. Is hij medeplichtig? Hij mag dank zij regelingen van Ernst voorlopig vrij om de begrafenis van Thjum bij te wonen. Die wordt op wens van zijn ouders in Nederland begraven. Flix wordt in Napels berecht. Ernst Quispel gaat naar een tentoonstelling van de gipsmodellen van Flix. Die expositie heet toepasselijk “Doodverf.”

Het romanverhaal eindigt met een tweetal hoofdstukken van Gesú Porporá .Die is in Thailand. Hij moest vluchten uit Napels omdat Albert zijn mond had voorbijgepraat. In Napels zat hij in de kinderhandel door levende kinderen bij hun moeder weg te halen. Hij heeft nu een luguberder handeltje opgezet. In Thailand worden baby’s geroofd, vervolgens gedood en gekaakt (van ingewanden ontdaan) en daarna volgestopt met heroïne. Thaise hoertjes brengen hen dan over de grens en de kinderen worden verscheept naar Europa. Zo’n tochtje makat hij een keertje mee en eigenlijk is het een hartverscheurend iets. Maar in zekere zin kan hij zo wraak nemen op het nare Nederland (zie ook de proloog)

Titelverklaring
“Doodverf” is aan het einde van de roman de titel van de expositie die over de gipsen modellen die Flix Boezaardt wordt georganiseerd.

In de schilderkunst is “doodverf” een aanduiding voor een soort grondverf. De schilder maakte eerst zijn schilderij in doodverf om te bekijken hoe het er zou komen uit te zien. Daarna werd het overgeschilderd in de kleuren die hij wilde hebben. De oude grondverf verdween dan onder de nieuwe verf en stief als het ware, vandaar de naam doodverf. Het woord leeft nog voort in de uitdrukking: Lance Armstrong, de gedoodverfde winnaar van de Tour in de betekenis van de vooraf afgeschilderde winnaar.

Thematiek en interpretatie
Er zijn twee belangrijke verhaallijnen in de roman.
- De kunst als ultieme uitingsvorm van de realiteit
- De kinderhandel
Flix wil in zijn gipsmodellen in zijn kunstuiting het ultieme moment van de werkelijkheid realiseren. Daarvoor heeft hij een soepel gipsverband nodig dat hij een scheikundestudent laat ontwikkelen. Omdat de harde werkelijkheid bij de uitbarsting van de Vesuvius de bewoners van Pompeji heeft verrast (de resultaten zijn te zien in een Napels museum) wil Flix dit in zijn kunst overtreffen. Er is al een kunstenaar Kienholz die het heeft geprobeerd met gewoon gips, maar de hoofden van die modellen zijn klokken geworden. Flix denkt dat hij dit beter kan en verhuist met zijn handel naar Napels. Daar kan hij zijn lusten botvieren op travestieten. Maar wanneer Albert hem enige tijd uit het oog heeft verloren is de homovriend Thjum naar Napels gekomen. Met hem haalt Flix op Oudejaarsdag 1978 het ultieme experiment uit. Is het opzet of een stom ongeluk dat Thjum bij het experiment om het leven komt? We zullen het niet te weten komen.

De tweede verhaallijn is de kinderhandel waaraan Albert zich schuldig maakt. Hij werkt voor een uitzendbureau en komt in aanraking met Gesú, een Napolitaanse crimineel. Die laat meisjes hun baby afstaan en die worden illegaal vervoerd naar Nederland. Albert doet daaraan mee. Tegelijkertijd worden er van sommige kinderen pornofilms gemaakt (Rinko Wendelgest) Ook die kinderen zijn de dupe. Het ergst maakt Gesú het echter wanneer hij door
Alberts verraad wegmoet uit Napels. In Thailand heeft hij een nieuwe variant gevonden. Hij steelt kinderen, doodt hen en laat de ingewanden verwijderen, waarna er heroïne in de lijkjes wordt gestopt. Jonge hoertjes brengen de kinderlijkjes over de grens waarna de handel naar Europa wordt verscheept. Het is een gruwelijk en onwerkelijke vorm van kinderhandel. Gesú lijkt er overigens wel mee uit de voeten te kunnen, al wil hij zijn baas vragen of hij voortaan in de illegale ivoorhandel mag knoeien.

Er zijn natuurlijk ook nog andere motieven in deze dikke roman:
- Het Amsterdam van de jaren zeventig als “place2be” voor jonge mensen. De vrienden Flix, Albert en Thjum zijn er uit hun dorp Geldrop naar toe gegaan om grootse avonturen te beleven. Zie de cyclus “de Tandeloze tijd.”
- In Amsterdam worden veel drugs gebruikt en ook de heroïneverslaving van Albert is een motief in deze roman. Wanneer hij in Italië wil afkicken, krijgt hij last van nare verschijnselen.
- Het maken van de Italiaanse kunstreis; dit motief is sinds de Renaissance populair. Kunstenaars ontwikkelen hun kunstgevoel (imitatio en aemulatio) Flix wil een eigentijdse kunstenaar Kienholz overtreffen en hij wil dit doen in Napels vanwege de uitbarsting van de vulkaan over Pompeji.
- Seksualiteit is ook een motief in deze roman ( o.a. de homoseksualiteit tussen Flix en Thjum- de laatste wordt ontmaagd door de eerste; de seksualiteit tussen de pubervrienden in hun jeugd)
- Vriendschap: de drie jongens kennen elkaar vanuit hun jeugd
- De moord op Thjum (de gipsmoord)
- Prostitutie ( in Nederland en in Thailand)

Beoordeling scholieren.com
“Doodverf” is zeker geen literaire thriller. Dat staat ook niet op de cover, maar enkele recensenten (zie hieronder) willen je dat wel doen geloven. Ik denk dan ook niet dat dit boek in aanmerking komt voor De Gouden Strop 2010, zoals zij beweren. Daarvoor ontbreekt echte spanning. Wie de moord pleegt, is vanaf het begin duidelijk en ook de lijn met de kinderhandel is niet mysterieus opgezet.
Het is bovendien geen gemakkelijk boek. Het is een echte roman van A.F. Th. dat wil zeggen dat de lezer zich best door een flinke woordenbrij moet worstelen. A.F. Th. bedient zich altijd van een grote stroom woorden, heeft veel vaak lastige maar overwogen uitgekozen metaforen in zijn verhaal en dat is niet echt toegankelijk voor iedere lezersgroep. (vgl. de bekroonde roman ‘Het schervengericht’ die maar liefst meer dan 1100 pagina’s omvatte.)

Bovendien blijft het in deze roman toch het betere knip -en plakwerk uit de Tandeloze Tijd. Niettemin ontstaat er wel een hechte roman, maar voor echte fans van de schrijver is het verhaal natuurlijk eigenlijk al bekend. Voor vwo-scholieren anno 2009 is het een mooie kans om met het werk van de grote schrijver in aanraking te komen. Het is niet al te moeilijk om de verhaallijnen te volgen, al moet je wel geconcentreerd blijven lezen. Ik betrapte me erop dat ik nog wel eens een halve pagina wilde overslaan, omdat ik vond dat er wel erg veel woorden werden besteed aan beschrijvingen. Maar fans van A.F. Th. vinden dat in zijn verhaalcycli meestal geweldig.

Het is in ieder geval niet zo dat je er met de verwachting aan moet beginnen dat er een spannende thriller op je ligt te wachten, want dan kom je m.i. bedrogen uit. “Doodverf”is wel een goed opgebouwde roman, die natuurlijk boven het literaire maaiveld uitsteekt, maar een grote groep “gewone lezers”zal de schrijver hier m.i. niet mee kunnen bereiken.

Ik denk zelf dat het boek voor de gemiddelde havoscholier te hoog gegrepen is en mavo-eindexamenkandidaten moeten er gewoon niet aan beginnen..

De literaire waardering is 3 punten op onze lijst.

Relevante recensies
In enkele belangrijke kranten zijn recensies van “Doodverf”verschenen. Dat is niet zo vreemd, want Van der Heijden is een belangrijke auteur in Nederland.

In Het Parool van 10 juni 2009 vindt Arie Storm dat “Doodverf”een van de weinig goede thrillers is die in Nederland in de laatste 20 jaar zijn verschenen.
Van der Heijdenbewonderaars zullen zich tijdens het lezen van deze recensie wellicht al een paar keer achter de oren hebben gekrabd, omdat sommige dingen ze bekend voorkomen uit eerder werk van A.F.Th. Ze hebben gelijk. Doodverf is een thriller die Van der Heijden met de schaar in de hand heeft gelicht uit zijn eigen cyclus De tandeloze tijd. Het op die manier verkregen materiaal heeft hij herzien, aangevuld en opnieuw gemonteerd en het resultaat is dit boek. Een in zekere zin gloednieuwe roman.

Het experiment lijkt me vooral geslaagd te zijn als juist niet die bewonderaars dit boek lezen, maar mensen die anders hun tijd zouden verdoen met, nu ja, noem ze maar op, onze heuse polderthrillerschrijvers.
Hoe deze roman ook tot stand is gekomen, Van der Heijden is erin geslaagd de tweede echt goede Nederlandstalige thriller op de markt te brengen. Twee echt goede thrillers in twintig jaar, dat is voor een klein land heus wel veel.


Hierboven werd de recensie van Jeroen Vullings in Vrij Nederland van 20 juni 2009 al aangehaald. Tenslotte moet de doorsneethriller het niet hebben van A.F.Th.-geschenken als stijl, metaforiek en een uiterst verontrustende portee - het kwaad blijft onbestraft en sympathiekelingen gaan naar de verdommenis. Da's maar niks voor de genreverslaafde consument van 'het spannende boek'.

Doodverf is vooral een román met een sterk verhaal geworden. A.F.Th.'s lepe revitalisering van 'De tandeloze tijd' - de auteur heeft ons mettertijd nog een nieuw deel beloofd - is daarmee ronduit geslaagd te noemen. De vaste Van der Heijden-lezer wist heus wel wat deze schrijver te bieden heeft. Maar door diens labyrinthisch megaproject-in-aanbouw 'Homo duplex' vol Apollo, Oedipus, Manson, Polanski en hooligans, dreigde die lezer wel eens te vergeten dat A.F.Th. ook een krachtige verteller is. De pageturner Doodverf schudt hem aangenaam wakker.


Theo Hakkert in De Twentse Courant Tubantia van 15 juni 2009 zegt over de roman : Bij Doodverf is het uitvlooien van verhaallijnen gepast. Je mag als lezer niet blind zijn voor de parallel tussen hoe Van der Heijden de verhaallijnen uit het corpus aanwijst en selecteert en het gegeven dat het in de cyclus bij voortduring gaat over patronen, lijnen, wonden en aders in menselijke lichamen, evenals in steden, landen en op plattegronden. Zoals een junk aders zoekt, zo legt Van der Heijden zijn verhalen bloot. Dit is zijn anatomische les. Van der Heijden zit dicht op de huid, bij gelegenheid kruipt hij eronder.[….] Doodverf is het verhaal van de obsessie van Flix om de doodstuip van een mens vast te leggen in gips. Hij pakt modellen razendsnel in in gips, vraagt ze te bewegen en wat hij hoopt te vatten is het moment dat de dood intreedt. Dat wil zeggen: hij hoopt het model nog net op tijd uit het sneldrogende harnas te bevrijden. Je kunt erop wachten dat het een keer mislukt.[….] Aan Doodverf is te zien hoe onwaarschijnlijk sterk en rijk De Tandeloze Tijd is. Het tempo is hoog tot moordend – die term past bij dit boek. Zo hoog zelfs dat het ‘live’ lijkt getikt, wat uiteraard schijn is. Die schijn wordt overigens mede gewekt door de losse rafelrandjes die Van der Heijdens manier van knippen – met kartelschaar? Voor veel van de persoonlijke achtergronden van de personages en uitleg van allerlei zwevende details moet de lezer bij de complete cyclus ter rade. Nou graag, Doodverf voelt als thuiskomen in een dierbare reeks boeken.

Grappig is dat de recensent Guido Huisintveld van www.misdaadromans.nl een heel andere mening over de roman heeft. Het is goed die ook eens te bekijken: Moeizaam, verwarrend, erudiet, onnavolgbaar, elitair. Ah, dit is dus literatuur! De grote massa zal het niet begrijpen noch kopen. Slechts een enkele NRC- of Parool-recensent herkent de echte waarde van dit meesterwerkje…
Van der Heijden schrijft in zijn eindverantwoording: “De schaar is een symbool van vernietiging en, tegelijkertijd, van (her)schepping: zoveel wist Albert Egberts al in De slag om de Blauwbrug, de proloog bij De tandeloze tijd. Uit die cyclus heb ik, met de schaar in de hand, de verhaallijn over de zogeheten gipsmoord gelicht, om die via een proces van herzien, aanvullen, herordenen en opnieuw monteren tot een roman te verzelfstandigen. Het resultaat is Doodverf.”
En warempel, het geheel komt inderdaad over als het betere knip- en plakwerk. We volgen diverse personages, zoals Albert, Flix en Thjum. (Oftewel: A.F.Th.) Een kunstenaar zoekt naar een specifiek soort gipsverband dat de emotie beter reproduceert. Een klaploper wordt kindersmokkelaar. Twee verhaallijnen die, als ware het een echte thriller, verweven met elkaar leiden tot de apotheose.
Maar laat u niet in de luren leggen. De auteur is en blijft A.F.Th., wat betekent dat er van de lezer de nodige inspanning wordt verwacht. Geen boek om relaxt op het zonnige strand met uw ingesmeerde kont half doezelend te consumeren.


Op 1 augustus 2009 gaat Bob Hopman op www.recensieweb.nl ook nog eens in op de eerder aangeroerde kwestie van het genre : literaire thriller of niet: "

Vanwege die moord, én vanwege de mensenhandel en kindermisbruik uit naam van Gesù, ontstond overigens een nogal zinloze en niet van veel literaire visie getuigende discussie op internet en in de kritieken in onder andere Het Parool en Vrij Nederland. Men discussieerde of hier sprake is van een literaire thriller, een ‘Gouden Strop-kanshebber’. Goed, de moord, de titel en de, laten we eerlijk zijn, het Nicci French-achtig aandoende omslag, lijken daarop te wijzen. Maar ‘misdaad’ is geen hoofdmotief, geen doel op zich, deze genre-technische vraag is irrelevant. Zinniger lijkt het mij af te vragen wat de misdaad aan dit literaire werk toevoegt. Er vallen doden, jazeker, maar een fatsoenlijke literair auteur verwerkt in zijn boeken geen verhaallijnen zonder een duidelijke bedoeling. Is Flix’ moord niet een klassiek voorbeeld van doorgedreven kunstuiting? De subplot van Gesù’s mensenhandel vind ik moeilijker te plaatsen, maar is daarom niet minder boeiend. Zijn de opengeknipte en met heroïne gevulde kinderlijkjes die Gesù naar Nederland stuurt misschien het wereldse parallel van het ware kunstwerk, het eigentijdse pompeiilijk?


Nee, van Gouden Strop-spanning is geen sprake. Het zijn poeticale vragen als deze die de spanning oproepen. Van der Heijden neemt ten slotte zelf de pen op, en noemt de schaar een ‘symbool van vernietiging, en, tegelijkertijd, van herschepping’. Als Flix, die zelf ter wereld is ‘geknipt’ met een keizersnede – zo zie je maar weer, geen enkel gegeven in dit boek is betekenisloos -, zijn ultieme gipsmodel bouwt, het laat neerstorten en openknipt, is het of de auteur op zoek naar het ultiem kunstwerk in fictie zelf de moord begaat. Waar de grens tussen poetica, fictie, schrijver en personage liggen, en hoezeer de schaar als symbool, of de tegenstelling tussen kunstzinnig en werelds sterven voortdurend terugkeert, dát zijn de echt relevante vragen, en hierin ligt de onalledaagse, en prachtige spanning van de roman.


Over de schrijver en eerder gepubliceerde werk
Bron: website uitgever

A.F.Th. van der Heijden (Geldrop, 1951) debuteerde in 1978 onder het pseudoniem Patrizio Canaponi met de verhalenbundel Een gondel in de Herengracht, meteen bekroond met de Anton Wachterprijs. In de jaren tachtig en negentig werkte Van der Heijden voornamelijk aan de cyclus De tandeloze tijd. Voor De gevarendriehoek (1985) ontving hij zowel de F. Bordewijkprijs als de Multatuliprijs. In 1992 schreef hij het Boekenweekgeschenk, Weerborstels, als intermezzo in De tandeloze tijd. In 1996 sloot hij de cyclus voorlopig af met Het hof van barmhartigheid en Onder het plaveisel het moeras. Met beide boeken won hij De Gouden Uil 1997 en met het laatste de Generale Bank Literatuurprijs. In 2003 verscheen het eerste deel van een nieuwe cyclus, Homo duplex. De roman, De Movo Tapes, werd onderscheiden met de Dirk Martens Prijs, het laatste gepubliceerde deel, Het schervengericht (2007), won de Ako Literatuur Prijs.
Buiten de cycli om publiceerde Van der Heijden een groot aantal romans, verhalen, dagboeken, brieven en ander kort proza. Zijn werk verscheen in diverse talen. De roman Advocaat van de hanen (1990) werd verfilmd en er wordt gewerkt aan de verfilming van Het leven uit een dag (1988).


.romans, verhalen en novellen:
Een gondel in de Herengracht (1978)
De draaideur (1979)
De slag om de Blauwbrug. De tandeloze tijd Proloog (1983)
Vallende ouders. De tandeloze tijd (DTT)1 (1983)
De gevarendriehoek. DTT 2 (1985)
De sandwich. Een requiem (1986)
Het leven uit een dag (1988)
Dichters slaags (1988)
De generale (1989)
Advocaat van de hanen. DTT 4 (1990)
Weerborstels. DTT Een intermezzo (1992) Boekenweekgeschenk
Schwantje's fijne vleeschwaren. DTT Apocrief (1992)
Asbestemming. Een requiem (1994)
Ontbijt met de kromme lepel (1994)
Het bankroet dat mijn goudmijn is (1995)
Orgie op zondag (1995)
Het hof van barmhartigheid. DTT 3 Eerste boek (1996)
Onder het plaveisel het moeras. DTT 3 Tweede boek (1996)
De gebroken pagaai (1997)
Whamm. De democratisering van het talent (1997)
Sabberita (novelle, 1998)
Het onmogelijke boek. Een kleine monoloog van de auteur (1999)
De Movo Tapes. Een carrière als ander. Homo duplex (2003)
De requiems. De sandwich, Asbestemming, Uitdorsten (2003)
Hier viel Van Gogh flauw. Frans dagboek 1968-1999 (2004)
De Gazellejongen. Het verzameld werk van Patrizio Canaponi (2004)
Lamsvocht. Drie hoofdstukken uit Homo duplex (2004)
Een gondel in de Herengracht & De gebroken pagaai (2005)
De kandidaat-Inez. Twee hoofdstukken uit Homo duplex (2005)
Drijfzand koloniseren. De erven Movo (2006)
Het schervengericht. Een transatlantische tragedie. Homo duplex (2007)
MIM of De doorstoken globe. Homo duplex ( 2007)
Uitdorsten. Requiem voor mama, mam, ma (2007)

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.