
CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.
ff n studiebreak
Meiden, laser je binnenste schaamlippen lekker weg joh. Want je vriendje wil een playboypoesje.
geef je mening
Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?
A. de Structuuranalyse
1. De verteller
Het hele verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van Re Jana, ze is de personele ik-verteller. Ze beleeft alle gebeurtenissen, en we volgen ook door haar ogen het verhaal, maar soms lijkt het alsof ze terugkijkt op de gebeurtenissen.
Vb. : ‘Ik had geen behoefte aan de fakkels en de beleefde afscheidswensen. Het liefts van al was ik weggegaan zonder dat iemand het merkte. Toch gaf ik een schreeuw vanaf de top van de heuvel. Ik riep: “Het zal goed zijn daarginds, veel beter dan hier! Je hoort nog van ons in de liedjes en verhalen.”’
2. De personages
- Protagonist: Re Jana, ‘Ik was aan het einde van mijn groeitijd. De snelheid waarmee mijn armen en benen langer werden nam af. Ik was bijna zo groot als mijn vader, ik kon de touwen die hij voor zichzelf geslagen had voor mijn juk gebruiken. Ik droeg de kruikjes met de olie en de reukwaren.’ Re Jana is de dochter van een botenbouwer die vlucht voor de kustlijn die steeds dichter nadert. Ze vertrekken naar een gigantische werf om daar mee te helpen bouwen aan de ark van Noah.
- Antagonist: De Toorn van God die over de bedorven mensen zal neerdalen, alleen de uitverkorenen mogen mee op de ark, heel het verhaal staat in het teken van het bouwen en de vrees voor de allesverwoestende overstroming.
- Tritagonist: De bouwheer, hij geeft opdracht voor de bouw van de Ark en handelt uit wil van de Almachtige. Ook Neelata, de vrouw die trouwt met Cham, die wel verliefd is op Re Jana maar niet op zijn vrouw, en ook constant de intrige beïnvloedt.
3. De motieven
• Abstracte motieven: Angst; angst voor het onbekende, angst voor de Toorn van God. Vb. ‘Cham zwijgt voor zijn god. Het water dat wij verwachten is razend. Het zal van een huiveringwekkende schoonheid zijn, maar het zal zuigen. Het zal niet lijken op het water waarmee je onze mannen besprenkelt. Wat denk je dat er zou gebeuren als iedereen wist wat er op til is? De bouwheer maant ons aan ons rechtschapen te gedragen. Meer hoeven we niet te weten, want hoe onderscheid je rechtschapenheid van angst voor straf?.’
- Hoop; hoop op een nieuwe wereld, hoop op een betere wereld.
- Als hoofdmotief van de roman kunnen we misschien "het uitverkoren zijn" vooropstellen. De Onnoembare, de god die de Rrattika vrezen, is in de mensheid teleurgesteld en wil met een beperkt aantal mensen, zogenaamd rechtschapenen, een nieuwe wereld oprichten. De kwellende vraag die bij de mensen heerst, is: "Wie wordt uitverkoren en waarom?" en daarbij speelt de vraag naar schuld eveneens een rol.
Bij hun aankomst in Ararat blijkt dat de uitverkorenen geen haar veranderd zijn:
‘Dit waren ze, de uitverkorenen, het begin van een nieuwe mens. Niemand was veranderd. Taneses was nog steeds vraatzuchtig, Zedebab nog altijd onbenullig, Neelata nog steeds haatdragend tegenover haar moeder, Sem nog fanatiek en Jafeth nog van een gevoel van minderwaardigheid doordrongen.’
Een thema dat daarbij aansluit, is racisme of minachting van het ene volk tegenover het andere. In het boek krijgen we te maken met wantrouwen van de donkere mensen, gepersonifieerd door Re Jana's vader, tegenover de blekere Rrattika.
‘Dit was het wriemelende volk dat we kenden, dat al jaren op onze lip leefde en waar ik van mijn vader niet naar mocht kijken. Nu keken zij naar ons en stonden wij hier, te midden van hun woningen, hun paden en hun huishoudens. Ik vond het mooi om te zien, maar mijn vader gruwde. Om van hun lucht af te zijn, ademde hij door zijn mond.’
- Naast racisme spreekt onverdraagzaamheid uit de roman, met betrekking tot de dwerg. Cham verwijt hem tot de apen te behoren, maar beseft wel onmiddellijk dat hij dat niet had mogen zeggen.
• Het grondmotief: De verklaring waarom Anne Provoost de thematiek rond de Ark van Noach heeft gekozen: “Als ik niet het houvast van een bestaand verhaal heb, schieten mijn ideeën en invallen te veel verschillende kanten uit. In deze fase van mijn leven kan ik dat niet aan. Mijn eerste twee boeken waren anders, maar toen had ik geen kinderen of waren ze heel klein. Om een boek van nul af te beginnen schrijven, heb ik meer doorlopende tijd nodig: ik moet dan kunnen gaan zitten en doorwerken tot ik er bij neerval - bij wijze van spreken. Zodra er kinderen zijn, kan dat niet… Op dit moment vind ik het aangenamer om binnen die beperkingen van het bestaande verhaal te experimenteren dan helemaal losgelaten te worden.”
De auteur zegt ook over De arkvaarders: "Dit boek is voor mij vooral een exploratie van de waarden waarover men in mijn kindertijd in de mis en in de godsdienstlessen sprak: schuld, boete, uitverkorenheid, opoffering en berouw."
4. Ruimte
- Geografische Ruimte: ‘Voorbij de heuvelruggen, op een plek waar je leegte verwacht, ligt een werf die zich uitstrekt als een vijver. In het midden staat waar aan de moerassen om wordt gelachen: het schip in de woestijn.’
Ik vermoed dat de scheepswerf zich in Afrika bevindt maar dan kan ik niet met zekerheid zeggen.
- Milieu: De bouwheer en zijn zonen behoren binnen de groep van diegenen die zich op de werf bevinden tot de sociale bovenlaag. De arbeiders behoren tot de sociale onderlaag. Re Jana en haar vader behoren tot de sociale middenlaag, omdat ze zich in de gunst van de bouwheer en de zijnen hebben gewerkt. Re Jana omdat ze zijn zonen wast en schoon houdt, en haar vader omdat hij een talent heeft om boten te ontwerpen.
- De sfeerscheppende ruimte: ‘We vormden een vreemdsoortige karavaan. Vooraan liep Alem-de-voddige, een spoorzoeker die niet aan ons verwant was maar met ons meetrok om de weg te wijzen. Hij was een Rrattika. Net als alle andere Rrattika was hij haveloos, hij leefde van de hand in de tand en vroeg niet naar ons wedervaren als hij ons groette. We noemden hem de voddige vanwege zijn lange snor, zijn afhangende schouders en zijn kleren, die grijs waren als de modder waarin ze werden gewassen. Hij rook niet als wij naar olie maar naar vet. Dat mijn vader hem in dienst nam had met zijn talent te maken. Aan kleine indrukken in de bodem en bijna onzichtbare pelsharen in de doornstruiken kon hij zien welke weg de dieren die wij volgden gegaan waren. Hij leerde ons half kijken. Zolang je gewoon keek zag je alleen de kuiltjes die de regen in het stof gemaakt had. Door half te kijken, uit de hoek van je oog, je oogbol snel wegdraaiend, of tussen je wimpers door, zag je een streep in het landschap, het spoor dat je bijster was.’
In dit fragment wordt in geuren en kleuren beschreven hoe hun Alem, eruitziet en ruikt ten opzichte van de anderen. Zulke beschrijvingen worden voortdurend in het boek gebruikt.
Er zijn ook overal in het verhaal beschrijvingen van de welriekende geuren van olie, mirte en zoete clamus, van parfums en kruiden, de geuren van zweet, teer en pek, de stank van verrotting, gisting en uitwerpselen. Er zijn de geluiden van water en wind, van hamers en boren, van vreemdsoortige beesten en wanhopige mensen. Er is ook het tasten, het weldoende kneden en smeren met oliënde handen van schurftige, zieke huiden en de verlossende liefkozingen. Er zijn de overweldigende beelden, panoramische of kleinschalig, die verrassende werelden oproepen.
- Symbolische ruimte: Het hele verhaal is rond het bijbelse verhaal van de Ark van Noach opgebouwd. Het zit vol met verwijzingen naar fragmenten rond dat verhaal uit de bijbel.
5. de Tijd
- Verteltijd: Het boek is 295 blz lang, ik heb er ongeveer 8 uur over gedaan om het boek volledig uit te lezen.
- Vertelde tijd: Ongeveer een jaar, de tijd dat de Ark gebouwd is en ze aankomen in Ararat.
- Epische Tijd: De vertelde tijd is groter dan de verteltijd, dus is er een snel tempo.
- Fasentijd: Ongeveer twee maanden, de rest van de vertelde tijd wordt overgeslaan omdat dan alleen maar de werken aan het schip aan de gang zijn.
- Kloktijd: Het verhaal is gesitueerd ten tijde van het verhaal van Noach, maar omdat het een bijbels verhaal is, zijn we niet zeker wanneer dat precies was.
- Werkwoordtijd: OVT, het verhaal wordt verteld door Re Jana terwijl ze terugkijkt op de gebeurtenissen.
6. de Stijl
Het hele verhaal is in de romantische stijl geschreven, omdat het gaat over het verhaal van de Ark van Noach, Anne Provoost maakt hier haar eigen verhaal rond met een liefde tussen twee mensen en de problematiek van racisme van volkeren onder elkaar.
B. Links met de Actualiteit
Hans Christian Andersen 2005
Hans Christian Andersen wordt dit jaar 200! Het project Hans Christian Andersen 2005 wil laten zien dat Andersen meer deed dan alleen sprookjes schrijven. Anne Provoost neemt deel als HCA-ambassadeur. Andere Belgische ambassadeurs zijn Mark Didden, Jacques de Decker, Bart Moeyaert en Carl Norac.
http://www.anneprovoost.com/dutch/Auteur/AnneProvoostNieuwsHCA.htm
Engelse vertaling van De arkvaarders in VS
De Engelse vertaling van De arkvaarders van Anne Provoost verscheen midden 2004 in de VS en Canada. De wereldrechten op het boek werden in 2002 gekocht door Scholastic Inc. (uitgever van J.K. Rowling). De VS bracht het boek als eerste op de markt met een druk van 55.000 exemplaren. Groot-Brittannië (uitgeverij Simon&Schuster), Australië en Nieuw-Zeeland (telkens Hodder Headline) volgden later in 2004.
Voor de lancering van het boek ging Anne Provoost midden 2004 naar de VS voor een promotietour. Op 27 juni werd In the Shadow of the Ark aan de Amerikaanse boekenwereld voorgesteld op het congres van de American Library Association (ALA) in Orlando, Florida, waar Provoost op een literaire brunch voorlas aan een publiek van 450 boekverkopers. Op 29 juni was er een ontmoeting met de pers en met de onafhankelijke boekhandelaars in New York. Op 29 juni gaf Provoost een lezing in de Library of Congress te Washington.
De rechten op de CD en MP3-uitgave van het boek zijn verkocht aan Blackstone Audiobooks. De audioversie verscheen in de herfst van 2004. De voorlezing van het hele boek omslaat 9 uren en 97 minuten. De audioversie is voor MP3-spelers downloadbaar via het net .
In the Shadow of the Ark verscheen in de VS eerst als jeugdboek, maar na een paar weken verschoof het naar een fonds voor volwassenen. De rechten voor de paperbackuitgave werden per opbod verkocht aan Berkley Books (een afdeling van Penguin Putnam) voor 100.000 dollar. Nog dit seizoen verschijnt In the Shadow of the Ark ook in Australië, Nieuw-Zeeland en Groot-Brittannië. Opvallend is dat het boek in Engeland zowel in het volwassenen- als in het jeugdboekenfonds van Simon&Schuster verschijnt, en in Australië en Nieuw-Zeeland uitsluitend in een volwassenenfonds. De arkvaarders werd door John Nieuwenhuizen in het Engels vertaald. Hij vertaalde eerder ook al Vallen en won voor zijn vertaling van The Baboon King van Anton Quintana in 1999 de Mildred. L. Bachelder Award.
De arkvaarders is niet het eerste boek van Provoost dat naar het Engels wordt vertaald. Ook Mijn tante is een grindewal (My Aunt is a Pilot Whale) en Vallen (Falling) werden vertaald.
Bron: http://www.anneprovoost.com/dutch/ArkVaarders/ArkvaardersEngelseVertaling.htm
Prijzen en onderscheidingen voor De arkvaarders
2002: Gouden Zoen van CPNB (Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek), Nederland. Het persbericht en juryverslag geven je meer informatie.
2002: Boekenwelp van het Huis van het Boek
2002: Longlist van De Gouden Uil
2003: In Duitsland kreeg het in de rubriek 'Fallt aus dem Rahmen' een vermelding in Eselsohr van mei 2003.
Anne Provoost: Biografie
Anne Provoost werd geboren op 26 juli 1964 en groeide op in het kleine dorp Woesten in de Belgische Westhoek. Al in haar jeugd schreef ze verhalen en pende ze dagboeken vol bespiegelingen die ze met potloodtekeningen illustreerde. Ze studeerde Germaanse filologie in Kortrijk en Leuven en concentreerde zich op haar studie, maar toen ze een week ziek te bed lag, schreef ze een verhaal waarmee ze prompt de verhalenwedstrijd van het tijdschrift Germania won. Een jaar later werd het pleit beslecht toen ze ook nog een tweede prijs kreeg bij een verhalenwedstrijd van Knack Weekend won. Toen ze haar man vervolgens volgde naar Minneapolis (VS) begon ze aan een jeugdroman, die later uitkwam als Mijn tante is een grindewal. Ze voltooide het boek echter pas twee jaar - in 1990 - nadat ze het had herschreven en bewerkt - een techniek die ze nog steeds gebruikt. Provoost in een interview: "Noem het faalangst of perfectionisme. Maar ik denk dat het vooral is omdat ik graag puzzel aan de structuur. Ik zit steeds te zoeken welke informatie ik de lezer wanneer mag prijsgeven." Na anderhalf jaar kwam het echtpaar terug naar Antwerpen, waarna Provoost een parttime baan nam bij een uitwisselingsorganisatie voor middelbare scholieren. In 1995 werd ze fulltime schrijver. Ze woont met haar man en drie kinderen in Antwerpen.
Provoost schreef zowel boeken voor jonge als voor wat oudere kinderen. De hoofdpersonen in haar boeken worden vaak met een lastige opdracht opgezadeld. Soms moeten ze helpen om een ark te bouwen, in de wetenschap dat er over niet al te lange tijd maar een paar plaatsen in het schip te vergeven zijn. Soms hebben Provoosts hoofdpersonen last van bedplassen of moeten ze leren met een verstandelijk gehandicapt broertje om te gaan. Vaak zwijgen ze daarom, niet wetend wat ze moeten doen. In Mijn tante is een grindewal verzwijgt een meisje jarenlang dat haar vader haar misbruikt heeft. In Vallen verzwijgt een moeder het 'foute' oorlogsverleden van een grootvader. Hoofdpersoon Lucas raakt in de ban van neo-nazi Benoît, en lijkt de geschiedenis van zijn opa te herhalen.
C. Secundaire bronnen
Samenvatting (uit een artikel van www.scholieren.com)>
Met haar ouders trekt Re Jana weg van de moerassen waar het water blijft stijgen en de visvangsten rotten. Het leven wordt er te moeilijk vooral voor Re Jana’s lamme moeder. In een ver woestijnachtig gebied schijnt iemand een reusachtig schip te bouwen, die bouwheer kan best iemand met verstand van boten gebruiken, het is daar waar dat de familie heen trekt. Alhoewel de buitenwereld lacht om dit schip gaan ze toch door met hun tocht. Het enorme houten schip midden in de woestijn en al de mensen die er omheen leven is een heel raar idee.
Re Jana's vader wordt de rechterhand van de bouwheer en zijn zonen Cham, Sem en Jafeth. Re Jana, een aantrekkelijk meisje op de grens van volwassenheid, weet zich onmisbaar te maken op de werf. Ze leert dit bizarre volk, dat maar in één god gelooft, zuiver water en geurende oliën kennen die ze uit haar thuisland heeft meegenomen. Ze is de draagster van het geheim van een bron met het zuiverste water uit de streek. In deze tijd wordt de gene die het zuiverste water heeft met de beste man uitgeduwd.
Ik denk dat de auteur van deze samenvatting beter het boek eens wat beter had gelezen, omdat deze het boek toch niet echt begrijpt. De buitenwereld lacht helemaal niet met het schip zelf, maar de buitenwereld lacht met het feit dat er mensen zijn die denken dat het schip werkelijk bestaat, de mensen aan het moeras geloven immers dat het maar een fabeltje is. De vader van Re Jana wordt ook niet de rechterhand van de bouwheer zelfs niet van een van de zonen, hij wordt diegene die het schip ontwerpt, diegene die de bouwwerken coördineert, als hij de rechterhand was geweest, dan wist hij dat de plaatsen alleen voor de bouwheer en de zijnen voorbestemd zijn. En Re Jana moet zich in het begin vermommen als jongen, omdat ze als meisje niet aanvaard wordt. Ze leert ook niet heel het volk kennis maken met deze geurende oliën, zij leert ze alleen kennen aan de bouwheer en de zijnen.
Perspectief (uit een artikel van www.scholieren.com)>
Het boek ‘De arkvaarders’ is geschreven in het ik-perspectief. Alles wordt verteld door Re Jana, de hoofdpersoon in dit boek. Je kan hierdoor geweldig goed met haar meeleven, en dat geeft in dit boek een prachtig effect. Je krijgt een heel mooi beeld van de bouw van de ark, en helemaal van de reis òp de ark en alle ongemakken die daarbij komen kijken. Het feit dat het verhaal verteld wordt door Re Jana, heeft nog een ander, bijzonder effect; ik kende het verhaal van Noach zoals het in de Bijbel verteld wordt. Doordat in dit boek Noach en zijn familie niet de belangrijkste plaats innemen, krijg je een heel ander beeld van dit Bijbelverhaal. Ook krijg je een hele goede indruk van hoe de ongelovige omgeving van Noach over de ark dacht.
Het ik-perspectief verspringt niet, het hele boek blijft Re Jana het verhaal vertellen.
Het verhaal is geschreven in de verleden tijd. Het verhaal is dus vision par derrière. Re Jana is vertellend-ik en belevend-ik. Ze is ook de hoofdpersoon in het verhaal, dus I-protagonist.
Het verhaal is uiteraard subjectief, omdat het verteld wordt door een persoon uit het verhaal, niet door een verteller die alles vanaf een afstand bekijkt. Toch krijg je als lezer vrij objectieve informatie over de gebeurtenissen, omdat er ook veel verteld wordt door de overige personen en over de omgeving.
Ik ben het met deze schrijver eens als hij zegt dat het verhaal verteld wordt vanuit een personele verteller of ik-verteller zoals hij dat noemt. Ook is ze de protagonist van het verhaal. Alleen zegt hij op het einde : ‘Toch krijg je als lezer vrij objectieve informatie over de gebeurtenissen, omdat er ook veel verteld wordt door de overige personen en over de omgeving.’
Hier gaat hij even lekker de mist in als je het mij vraagt, in het begin zegt hij dat het verhaal enkel en alleen door Re Jana wordt verteld, en nu zegt hij ineens dat je veel objectieve informatie krijgt doordat er ook veel verteld wordt door de overige personen. Het is ofwel het één ofwel het ander, volgens mij wordt het verhaal steeds vanuit het perspectief van Re Jana verteld, maar zijn er tijdens gesprekken ook andere mensen aan het woord waardoor je ook een beeld krijgt van hun gevoelens.
Geschreven door Annemie Leysen (http://www.geocities.com/trappenhuis/dm4/bb_lu152.htm)
Voor dit boek deed Anne Provoost gewoontegetrouw heel wat studiewerk. Over scheepsbouw en houtbewerking, bijvoorbeeld, en over manieren van leven en overleven zoveel eeuwen geleden. Over winden en water en - uiteraard - over de bijbel en de helden van de verhalen waarover die vertelt. De Arkvaarders kreeg dan ook een bijbelse epiek mee, een wijdlopige verteltrant die soms wat geëlaboreerd of zwaar op de hand gaat klinken. Dat levert dan wel eens stroeve en hortende zinnen op, of een ontspoord taalregister. Door de breedvoerigheid van het verhaal en de vele personages die Provoost opvoert, raken boeiende verhaallijnen soms kwijt, lijken een paar overbodige anekdotes koppig ingelast waar ze niet thuishoren en dreigen interessante figuren plots, samen met de schrijfster, te verdwalen in een warrig web van intriges. En dat heeft dan - vooral in het tweede deel - weer een effect op de overigens meestal overwogen uitgebouwde compositie.
Ik vind eerlijk gezegd niet dat het boek echt een bijbelse epiek heeft meegekregen, ik vind ook niet dat het taalgebruik moeilijk was of dat het ‘soms wat geëlaboreerd of zwaar op de hand gaat klinken’ wat dat in Godsnaam ook moge betekenen, als je het boek zo gaat voorstellen kan het gewoon niet anders dan ingewikkeld taalgebruik hebben.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.